RSS feed

Herfstzeur

De schepen,

Gelet op de binnengekomen klacht over ongevraagd in een kiezeltuin neerhagelende eikels die daar onbeschaamd liggen blijven en gelet op de talrijke klachten die volgden over de als bladval vermomde zondeval;

Overwegende dat diverse pogingen om te bemiddelen tussen bomensyndicaat enerzijds en omwonenden anderzijds op niets uitliepen;

Overwegende dat verscheidene ijverig rijvende burgers door neervallende bladeren gekwetst werden in hun eer en voor verzorging naar het ziekenhuis moesten worden gebracht (waar ze in een klinische omgeving weer tot zichzelf konden komen);

Overwegende dat genoemde burgers in brievenrubrieken en andere uitlaatkleppen geen blad voor de mond nemen;

Overwegende dat bladkorven niet de oplossing zijn vermits het sommige bladeren bestaat toch nog naast de mandjes neer te dwarrelen en hopeloos op te hopen;

Overwegende de vraag van een buurtcomité om de jaarlijks kalende bomen in hun straat te vervangen door een rij reuze-Airwicks met synthetische dennengeur;

Overwegende dat ook de beroemde kunstschilder Piet Mondriaan op het einde van zijn leven bomen haatte en dat bomenhaat dus niet als een gebrek aan affiniteit met seizoenspoëtica mag worden geduid – wellicht eerder integendeel;

Overwegende dat de intrekking van de Wet van Newton soelaas zou kunnen bieden, maar dat nergens in het archief de publicatiedatum van voornoemde wet is terug te vinden, waardoor een intrekking door de juridisch adviseur onhaalbaar wordt geacht;

Gelet op het advies van de seniorenraad dat bladeren kunnen leiden tot uitschuivers en dit zowel voor argeloze voetgangers als voor politici;

Gelet op het advies van de milieuraad dat de klachten van voorbijgaande aard zijn en weldra plaats zullen maken voor Winterergernis en de daarna gebruikelijke Lentesleur, op zijn beurt gevolgd door Zomerzuur;

2016 Herfst

Overwegende dat de gemeentelijke preventieambtenaar in het verleden reeds vruchteloos probeerde bewoners te verzoenen met de vier seizoenen, onder meer door de sensibiliserende inzet van speciale pizzatypes en gerichte bedeling van CD’s van Vivaldi;

Gelet op het feit dat een aantal uitgeprocedeerde bomen reeds geveld werd en met wortel en tak uitgeroeid en dat dit aanleiding gaf tot klachten over verzakte stoepen en slijkerige bermen;

Gelet op het Algemeen Kniesrecht en het de facto algemeen erkende Recht op Onverdraag-zaamheid waardoor het niet opportuun is om formeel verzet aan te tekenen en het eerder aangewezen lijkt om lijdzaam te ondergaan;

Gelet op het feit dat de kiezer misschien niet altijd gelijk heeft, maar de politicus wel altijd ongelijk;

Gelet op het gevorderde nachtelijke uur,

Beslist:

Artikel 1: vast te stellen dat de Herfstzeur weer begonnen is.

Artikel 2: dit blad om te slaan, te gaan slapen en morgen met hopelijk frisse moed opnieuw een boompje op te zetten over de oprichting van een Monument voor de Onbekende Positieve Burger (MOPB).

  • Deze tekst publiceerde ik meer dan een decennium geleden onder pseudoniem in ‘Lokaal’, het blad (sic) van de VVSG. Helaas is hij nog steeds actueel. Vandaar.
Advertenties

Een 120 jaar oude Hyperloop

In de mailing van ‘Verkeer in beeld’ zat vorige week een link naar een leuke column. Daarin beklaagt freelance journaliste Elise Fikse zich over het stuitende gebrek aan echte disruptie, laat staan innovatie, in de verkeerswereld. Ze besluit met de vraag waar die ‘bloody Hyperloop blijft’.

Ik kan haar geruststellen: die Hyperloop bestaat al. Want wat is zo’n Hyperloop in wezen anders dan ‘buizenpost’, maar dan voor mensen? Een metro, quoi?

De allereerste metro reed in 1863 in Londen. De tweede twaalf jaar later in Istanbul en daarna, in 1896, was het ex aequo de beurt aan Boedapest en Glasgow.

Met die laatste reed ik vorige week mee en ik moet zeggen: het was een haast vertederende ervaring. Want die ‘tiny’ metro van Glasgow is wat mij betreft een sympathiek geval van ‘retrofuturisme’: je proeft hoe mensen zich destijds de toekomst voorstelden.

IMG_0955

En ze deden het met de beperkte middelen van toen, waardoor de maatvoering van deze metro opvallend bescheiden is gebleven. De kokers en de treinstellen zijn niet groter dan nodig.

IMG_1002

Hoewel: ‘mind the gap’ is hier vervangen door ‘mind your head’.

De treinstellen lijken in alles op Elon Musks Hyperloopcapsules, met dit verschil dat de reizigers elkaar niet met de nek aankijken maar ‘face to face’ zitten – een belangrijke verbetering, als u het mij vraagt. Hier ook geen gedoe met veiligheidsgordels , maar de gezellige knusheid van een living room, compleet met stoffen kussentjes op de bank.

IMG_0946

“Maar de snelheid ligt wel een pak lager,” hoor ik u al schrander opmerken. Maar dan heeft u toch maar ten dele gelijk. Gerekend in absolute snelheid, heeft u absoluut gelijk. Een Hyperloop die meer dan 1000km/u gaat, dat is niet niks. Daar tegenover is het tempo van ons metrootje maar een slakkengang.

Maar dan: Musk be- en gelooft dat de Hyperloop ons heel veel tijd gaat besparen. Dat dit tot op grote hoogte een fabeltje is, hebben we geleerd uit de geschiedenis van de auto en het vliegtuig: we zullen geen tijd winnen, wél afstand. Wij mensen hebben nu eenmaal de ingebakken neiging om ons tijdsbudget helemaal op te gebruiken. Zoals de TGV ervoor zorgde dat sommige mensen nu niet meer pendelen tussen de banlieue en Parijs maar tussen Lyon en Parijs, zo zal de Hyperloop wellicht zorgen voor langeafstandspendelaars tussen pakweg Helsinki en Stockholm of Ryad en Dubai.

Maar wat als we mobiliteit nu eens niet definiëren als ‘zoveel mogelijk afstand afleggen in zo weinig mogelijk tijd’, maar wel als ‘mensen in staat stellen zoveel mogelijk verschillende activiteiten te doen binnen hun tijdsbudget’? (voor een uitvoerige argumentatie: lees mijn boek ‘Weg van Mobiliteit’, Uitgeverij Vrijdag, 2014)

De Glasgow Subway verbindt geen steden met elkaar, wel stadswijken en dus dicht bij elkaar gelegen functies. Zo bekeken zou die oude knar, die zijn snelheid haalt uit de combinatie van de voordelen van een metro en ‘nabijheid’, misschien nog wel eens best voor meer ‘mobiliteit’ (en op een bepaalde manier dus ook ‘time saving’) kunnen zorgen dan de blitse Hyperloop van meneer Musk.

In de steek gelaten

Gisteren hadden we onze tweede Critical Mass in Herentals. Herentals? Dat is een stadje in de provincie Antwerpen dat zichzelf de Keizerstede noemt – onder meer verwijzend naar Rik Van Looy die, hoewel nog kras in leven, een tijdje geleden een standbeeld kreeg op de Grote Markt.

En een Critical Mass? Dat is een maandelijkse bijeenkomst van fietsers – de laatste vrijdag van de maand, om 18u – die in groep hun plaats in de publieke ruimte willen opeisen. In dit geval dus om duidelijk te maken dat het standbeeld voor Rik Van Looy vanuit het standpunt van de gewone fietser een beetje dubbel is.

Op de eerste editie was er dik 80 man. Op de tweede editie zo’n 15. Maar de eerste keer regende het niet en waren de verkiezingen nog niet voorbij. Dat scheelt.

Eerste Critical Mass in Herentals

Beeld van de eerste Critical Mass in Herentals (september 2018)

Alleen is het als fietser in onze stad niet makkelijk om je plaats op de weg op te eisen. Met twee is het vaak nog moeilijker, toch als je een babbeltje wil slaan en naast elkaar wil fietsen. Met vijftien was het nauwelijks makkelijker.

Automobilisten weten niet dat fietsers binnen de bebouwde kom naast elkaar mogen fietsen en jagen ze dus op of drijven ze willens en wetens in de goot. Noem het instantmarginalisering.

Voor de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV), sedert drie jaar verantwoordelijk voor de sensibiliseringscampagnes van de (Vlaamse) overheid, blijft dit een hardnekkige blinde vlek. Wat zou er nochtans logischer zijn dan automobilisten voor eens en altijd diets te maken dat fietsers binnen de bebouwde kom naast elkaar mogen fietsen en dat automobilisten bij het inhalen minstens één meter afstand moeten houden? Niet dus. Nog eerder worden fietsers vanop autostradeborden gesensibiliseerd om zich te laten zien.

Zelfs de Fietsersbond komt kennelijk niet op het idee om de overheid op deze nalatigheid te wijzen, laat staan om zelf in het gat te springen. Te gemakkelijk gaat de Bond mee in de klaagzang dat fietsers zich niets van de regels aantrekken en doet ze ijverig aan overcompensatie met helmen en fluohesjes. Zo wordt de fietser in plaats van koning vooral de nar van de straat.

Sommige automobilisten kennen de regels natuurlijk wél, maar trekken zich er toch niks van aan. Ze weten dat ze niets te vrezen hebben. Ongestraft kunnen ze de Wet van de Sterkste laten gelden: te snel rijden in zone 30, rakelings inhalen, fietsers de bocht afsnijden, spatbordkleven… Er is geen politie die hen er op zal aanspreken. In grote delen van dit land is er, als het gaat over de bescherming van de fietser, al vele jaren sprake van een feitelijke abdicatie van de handhavers.

De politie heeft geen tijd, voor het parket is het geen prioriteit. Curieuze vaststelling: na een zwaar ongeval is er plots wél altijd tijd, zowel bij de politie als bij de parketten. Een balorige burger zou de vraag kunnen opwerpen of  preventie alles welbeschouwd dan toch niet efficiënter zou kunnen zijn.

Gisteren fietsten we dus door de regen, af en toe natgespat door een ongeduldige automobilist die ons even verder dan zelf weer domweg de weg versperde. We wilden de straat ‘opeisen’, maar waren al lang blij dat we aan het slot nog met even veel waren.

Twee weken geleden verklaarden alle partijen nog de fietser tot Koning te willen kronen. In afwachting voelen we ons vooral paria’s, nu eens wachtend in de uitlaatgassen, dan weer laverend tussen het geweld van overbodige paardenkrachten.

  • Dit bericht werd op 10/11 gecorrigeerd op aangeven van Stef Willems, woordvoerder van het Vias-Institute. Verkeerdelijk stelde ik het Vias verantwoordelijk voor de sensibiliseringscampagnes in plaats van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde. De enige campagne die het Vias nog voert is de BOB-campagne.

Niets op de trein

Te oordelen naar het aantal en de omvang van de vertragingen de afgelopen week waren er weer veel reizigers die hun fiets meenamen op de trein. Als we de NMBS mogen geloven, ligt het immers daaraan dat het met de stiptheid van kwaad naar erger gaat.

De oplossing ligt dus voor de hand: een verbod om tijdens de spitsuren nog fietsen mee te nemen op de trein.

Dat het voornemen niet in goede aarde viel, verraste de NMBS. Nee, aan cijfers om een en ander te staven had men niet gedacht. Aan een goede communicatie van de voorziene begeleidende maatregelen om de pil wat te vergulden evenmin.

Resultaat? De NMBS maakte alweer een slechte beurt en werd uiteindelijk teruggefloten door haar voogdijminister en plots was er het lumineuze idee om over het ‘probleem’ te overleggen met de Fietsersbond.

Dat had de NMBS misschien ook beter gedaan toen ze besliste zich terug te trekken uit BlueBike (“Help! Ons project heeft succes!”) of toen ze besliste over de verdeling van de investeringskredieten tussen autoparkeerplaatsen en fietsenstallingen.

Fiets op de trein (2)

Sommigen vragen zich af hoe het mogelijk is dat zo’n groot bedrijf, met professionele woordvoerders en een eigen communicatiedienst, er telkens weer in slaagt zichzelf zo in de voet te schieten.

De verklaring is echter niet ver te zoeken. Zo lang de NMBS niet in staat is te denken vanuit de (potentiële) reiziger, zal dit patroon zich herhalen. Klinkt dat doemdenkerig?

Dan zal ik de formulering omkeren. De dag dat de NMBS vanuit haar klanten gaat denken, zal ze ontdekken dat

  • in Vlaanderen 22% van de reizigers de fiets voor z’n voortransport gebruikt, in Nederland is dat meer dan de helft van de reizigers
  • in Vlaanderen 6% van de reizigers de fiets voor z’n natransport gebruikt, in Nederland is dat het dubbele aandeel (cijfers Fietsberaad)

Als neveneffect zou ze nadien dan tot de vaststelling komen dat daarop inspelen enorme positieve effecten kan hebben voor de organisatie zelf. Een fietsvriendelijker NMBS- beleid zal niet alleen zorgen voor meer reizigers (stel je voor dat mensen plots hun elektrische fiets aan het station zouden durven stallen: het bereik van het station zou op slag toenemen met een factor 2 tot 3), maar ook voor een zuiniger ruimtegebruik rond de stations (minder autoparkeerplaatsen, dus meer ruimte die gevaloriseerd kan worden voor andere functies, dus meer geld in het laatje en weerom meer reizigers) en een betere bereikbaarheid van de stations (en dus weerom meer reizigers).

Het valt dan alleen nog te hopen dat de NMBS er voor die tijd niet achter komt dat het spoorvervoer zonder reizigers nog vlotter gaat. Van fiets naar niets, tenslotte scheelt het maar één letter.

Omlegging

“Als je iemand hebt omgelegd, ga je recht naar de Begijnenstraat”*

Wegomlegging

Met dank aan Evi De Bruyne (foto) en Frank De Bruyne (tekst)

*Voor de niet-sinjoren onder ons: in de Begijnenstraat bevindt zich een gevangenis

Waarover het morgen (bijvoorbeeld) gaat

Zo. De campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen zit er bijna op. Morgen begint die voor de regionale, de federale en de Europese verkiezingen. Of nee, eigenlijk was die al bezig, want de lokale thema’s werden zonder veel gewetensbezwaren met de andere gemengd – om niet te zeggen: op één hoopje gegooid.

Daardoor werden heel concrete keuzes wel heel abstract. Ik heb geen partij gevonden die niet voor sociaal welzijn was, voor het milieu en voor dierenrechten  – vooral dierenrechten deden het goed, opvallend beter dan pakweg ‘mensenrechten’. Toch ben ik er niet gerust op. Als er morgen bijvoorbeeld een oordeel moet geveld worden over de aanvraag van een lokaal ziekenhuis om een parking te mogen aanleggen in de vallei van de Nete, wat gaan de nieuwe verkozenen dan beslissen?

Ik had het graag vernomen uit de programma’s en de brochures, maar ik vond bij maar één partij het antwoord. En dus kan het nog alle kanten uit.

Netevallei ziekenhuisparking

Zicht op de potentiële parkinglocatie

Het toeval wil dat ons ziekenhuis effectief zo’n aanvraag gaat indienen. Volg even mee: uit het onderzoek van de CurieuzeNeuzen bleek dat de luchtkwaliteit ter hoogte van het Herentalse Sint-Elisabethziekenhuis ‘slecht’ is. Bij de ziekenhuisdirectie deed dat geen alarmbelletje rinkelen, wel integendeel: zij besliste dat er extra parkeerplaatsen nodig zijn. Hoe men tot die conclusie is gekomen, is tot op vandaag een goed bewaard geheim: de herhaaldelijke vraag om het behoefteonderzoek (if any) te mogen inkijken, bleef onbeantwoord. Wie vragen stelt over de opportuniteit van bijkomende parkeergelegenheid voor het ziekenhuis, wordt in de hoek gezet van de tegenstanders van het ziekenhuis. Een lege hoek, voor alle duidelijkheid, want er is bij mijn weten niemand die het ziekenhuis weg wil. Wel integendeel: iedereen is blij dat ons ziekenhuis, in tegenstelling tot pakweg dat van Turnhout (Maaseik, Mechelen, Roeselare, Tienen, Hasselt,…), bij het stadscentrum wil blijven en niet in the middle of nowhere wil gaan zitten. Laat dat ook precies een argument zijn om geen extra parkeerplaatsen te hoeven aanleggen: vlakbij het centrum en op wandelafstand van het station gelegen is het ziekenhuis minstens potentieel voor een groot deel van het publiek heel goed bereikbaar zonder auto. Maar die discussie wordt dus niet gevoerd.

Er moet en zal een parking komen. Eerst zou dat een parkeergebouw worden. Low budget, zo werd erbij gezegd. Maar dat viel naar verluidt een beetje tegen. Volgens de geruchtenmolen – bij gebrek aan open informatiebronnen baseren we ons daarop – heeft het ziekenhuis het project van het parkeergebouw laten vallen. In de plaats ervan heeft het zijn oog laten vallen op de Netevallei: daar liggen nog gronden in het bezit van het plaatselijke OCMW en een asfaltvlakte kost minder geld dan een parkeergebouw. Makkelijk zat.

Hier komt dus de kat op de koord. Gaat de nieuwe bestuursploeg hierin meegaan of niet? In onze gemeente worden momenteel miljoenen overheidsgeld gespendeerd om de Netevallei in haar oude glorie te herstellen (mijn eerste betoging ooit, ik denk in 1975, was er één tegen de kanalisering van de Nete: het is die fout die nu wordt ‘rechtgezet’). De Nete mag weer meanderen en de vallei wordt, behalve een gebied voor natuur en natuurrecreatie, een buffergebied om de wijde omgeving voor overstromingen te behouden. Prachtig!

En dus een beetje raar dat een kilometer stroomafwaarts de overheid in alle sérieux overweegt om in diezelfde Netevallei, in een waterziek gebied, op een plek waar de Nete nog min of meer zichzelf is kunnen blijven, een parking aan te leggen voor een ziekenhuis. Een mens zou denken dat alle betrokken partijen, van politieke partijen over gemeente, provincie en Vlaams Gewest, hier heel helder over zouden kunnen zijn: nee, dit is een no go-area. We hébben die fouten al eens gemaakt, die gaan we niet meer opnieuw maken. Maar die duidelijkheid is blijkbaar te veel gevraagd: er wordt warm en koud geblazen. ‘Als er een aanvraag komt, zullen we die onderzoeken.’ Peter Sloterdijk noemt dat integrale onterving: ons dommer voordoen dan we zijn. We wéten dat bouwen in een waterziek gebied sowieso een slecht idee is, laat staan dat we dat niet zouden weten voor een autoparking op enkele honderden meter van een belangrijk trein- en busstation.

Ziekenhuisparking zaterdagnamiddag 13 oktober

De huidige ziekenhuisparking, op zaterdagnamiddag 13 oktober

Niet langer dan twee weken geleden werden de bewoners nog uitgenodigd om een zonnige zaterdagnamiddag lang mee te komen nadenken over de toekomstige bestemming van de Netevallei. Opvallende afwezige: het ziekenhuis (al was het er misschien wel incognito). Bleek dat de meeste aanwezigen voor het behoud van de open ruimte waren en het verhaal van de Vlaamse Bouwmeester en de ‘betonstop’ begrepen hadden. De organisatoren van de provincie beloofden ‘de input mee te nemen’ – een eufemisme voor: het kan nog alle kanten uit.

Al hoop ik er nog stiekem op dat minstens enkele kandidaten vandaag alsnog klare wijn zullen schenken. Voor een ziekenhuis zijn we allemaal. Maar wie is er gewonnen voor een ziekenhuisparking in de Netevallei en wie niet?

Zo maar een suggestie: als we dit probleem nu eens herformuleerden als een ‘uitdaging’ (ja, ik heb managersboekjes gelezen) en de komende maanden samen uitvlooiden hoe we ons ziekenhuis in de toekomst bereikbaar kunnen maken zonder extra parkeerplaatsen?

Intussen ben ik op een leeftijd gekomen dat ik liever wat extra studeer en vergader dan nog eens met een spandoek de straat op te moeten gaan.

Geen frisse lucht zonder frisse ideeën

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Misschien kreeg u er al lucht van. Mocht dat nog niet het geval zijn, dan vindt u hier mijn bijdrage aan het CurieuzeNeuzendebat in De Standaard en meer bepaald mijn antwoord op de vraag: ‘Wat nu?’

Kort samengevat: het is tijd voor een positief verhaal in termen van winsten in plaats van een verhaal in termen van verlies. Dat vergt verbeelding en een mental shift.