RSS Feed

Tagarchief: fietsers

De moraal van een kanaalverhaal

Mooi weer en vakantie voor velen. Dus was er vandaag weer veel volk op de auto-vrije reservaten langs onze kanalen, ook wel bekend als jaagpaden.

En of er gejaagd werd! Op de 2,5 meter asfalt was het bij momenten drummen tussen de verschillende categorieën gebruikers. Zoals dat gaat tekende zich onmiddellijk een hiërarchie af die niet zo verschillend is van een situatie met auto’s: de snelsten bovenaan, de traagsten onderaan.

Aan de steeds dikker wordende top van de piramide stonden dus de speedpedelecs (een mooier woord, iemand?) en in afdalende volgorde de wielertoeristen, de elektrische fietsers en de hoe langer hoe meer ongewoon wordende ‘gewone’ fietsers.

Helemaal onderaan stonden wij, wandelaars, die af en toe tot bermtoerisme gedwongen werden. We hadden dan de gelegenheid om even stil te staan bij de vraag of wij hier wel op onze plaats waren.

Jaagpad Turnhout-Ravels (152)

Een opschrift aan het begin van ons traject had ons verzekerd van wel. Maar in een wereld die voor het overige beheerst wordt door autoverkeer klinkt de boodschap dat het jaagpad ‘van iedereen is’ wat dubbelhartig en kan je hem ook lezen als een perfide versie van de Romeinse ‘divide et impera’-tactiek. Drijf alle zachte weggebruikers op een kluitje en ze maken elkaar wel af.

Toch kon ik het niet helpen dat er bij mij vragen opwelden. Zoals: moet het jaagpad breder worden (en de berm dus smaller)? Of: moeten wandelaars en trage fietsers aan de ene kant van het kanaal en de snellen aan de andere? Of nog: moeten er snelheidsbeperkingen komen? En de ergste van allemaal: moeten er nieuwe regels komen?

Vooralsnog ben ik geneigd om geen van deze vragen positief te beantwoorden.

Maar ik twijfel. Het enige wat ik zeker weet is dat het verschil tussen iedereen roepend of bellend aan de kant dwingen (de sterkste die ‘zijn rechten’ opeist) enerzijds en je snelheid aanpassen aan de drukte en de omstandigheden (de sterkste die de anderen vrijwillig rechten verleent) aardig gedekt wordt door het begrip ‘beschaving’.

Het zou dus mooi zijn en onze soort tot eer strekken mocht dat verschil altijd ‘vanzelfsprekend aanwezig’ kunnen zijn, zonder dat het door extra regels, wetten en bijhorende straffen moeten worden afgedwongen.

Ben ik nu een moraalprediker? Misschien. Maar dan bevind ik mij toch in goed gezelschap. Dat van Ivan Illich met name, een vandaag ten onrechte wat vergeten filosoof (en, toegegeven, priester) wiens ‘laatste gesprekken’ enkele jaren geleden in het boek ‘De rivieren ten noorden van de toekomst’ werden gepubliceerd. De rode draad is de parabel van de barmhartige Samaritaan. Zonder dat het wettelijk opgelegd was koos die helemaal uit zichzelf voor ‘het goede’, wat Illich doet opmerken dat het verplicht maken om iemand in nood te helpen neerkomt op een ‘criminalisering van de zonde’. Wie niet het verwachte gedrag vertoont, wordt immers strafbaar,  waardoor de vrijwilligheid van de goede daad verdwijnt. Illich noemt dat “de corrumpering van het beste tot het slechtste”.

Zo staande tussen de schermbloemigen langs het kanaal vroeg ik mij af of de elektrische snelfietser het zo ver zal laten komen dan wel de eer aan zichzelf zal houden.

Lees de rest van dit bericht

Hoffelijkheid en haar grenzen

Geplaatst op

De voorbije dagen was er nogal wat te doen over de aanbevelingen van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV) aan het adres van zowel automobilisten als fietsers. Ongetwijfeld zijn ze goed bedoeld, maar ze getuigen vooral van een sterk voorruitperspectief, zoals Dirk De Doncker aantoonde op zijn steeds sterker wordende blog.

Zo roept het BIVV automobilisten op om “hoffelijk” te zijn en niet op het fietspad te parkeren – wat uiteraard niets méér is dan het naleven van de wet. Omgekeerd worden fietsers opgeroepen om “bij druk verkeer” achter elkaar te fietsen om het verkeer niet te hinderen.

Een oproep waaruit we leren dat “verkeer” voor het BIVV nog altijd “autoverkeer” is en dat fietsers een probleem zijn voor de vlotte afwikkeling van dat verkeer – en dus geen deel van de oplossing.

Bovendien vraag het BIVV fietsers hier afstand te doen van hun wettelijk recht om binnen de bebouwde kom naast elkaar te fietsen.

Niet dat er iets mis mee is met het verzoek om een recht niet uit te oefenen. Zo’n vraag zou ik bijvoorbeeld logisch vinden aan het adres van rechtdoor rijdende automobilisten wanneer fietsers op een verkeerslichtengeregeld kruispunt linksaf willen slaan. Eerst die fietsers doorlaten, zodat ze niet onbeschermd tegen ongeduldig achteropkomend autoverkeer in het midden van een kruispunt moeten staan wachten, dàt is hoffelijk. Maar de wetgeving is recent zelfs zo aangepast dat het ‘afgeven’ van je voorrang wettelijk niet eens meer mag. Handig voor de verzekering achteraf, maar het dient niet altijd de verkeersveiligheid.

Wat echter vooral stoort in de oproep om “bij druk verkeer” achter elkaar te fietsen is de asymmetrie (fietsers moeten inboeten, van automobilisten wordt alleen het minimum verlangd) én de complete negatie van het sociale karakter van fietsen – of is het een perfide omkering ervan? Een praatje maken met een medefietser of je kind fysiek afschermen is dan plots niet meer sociaal maar het tegendeel ervan, want in het nadeel van de automobilisten. Dat die automobilisten meestal alleen zitten in hun brede cocon, daaraan wordt domweg voorbijgegaan. Een alternatief advies van het BIVV aan de automobilisten zou kunnen zijn: neem bij “druk verkeer” de fiets. En als het niet anders kan dan met de auto, wat kan, kijk even of je niemand een lift kan geven. Dat verkeersveiligheid en een modal shift richting volhoudbare vervoersmodi nauw met elkaar verbonden zijn, werd de voorbije week treffend geïllustreerd door de hoopgevende ongevallencijfers in Gent. Sedert de invoering van het mobiliteitsplan daar, nam het totale aantal ongevallen er af met 29,8%, het aantal ongevallen met zwaargewonden met 25%. Het zou mooi zijn mocht iemand, behalve de maatschappelijke opbrengst, daar ook eens de tijdswinst van berekenen. Tenslotte is dat voor de aanhangers van de Kerk van de Doorstroming toch altijd de ultieme toetssteen.

En over doorstroming gesproken. Van de week was ik (met vier in de auto, op de terugweg van een heelkundige ingreep in het ziekenhuis – laat ik maar even anticiperen op de commentaren) zelf even een stuk van de avondfile in Mol. Daar heeft het gemeentebestuur borden geplaatst met de tekst ‘Sta je stil? Geef fietsers de ruimte’. Dat is niet alleen een fietsvriendelijkere variant op de BIVV-campagne maar ook een impliciete erkenning dat fietsers in de spits gewoon de file voorbijrijden.

De Molse oproep tot hoffelijkheid bleek, zoals uit mijn snapshot mag blijken, overigens maar een beperkt succes te hebben: voor fietsers bleef het slalommen tussen de links en rechts stilstaande stalen harnassen, terwijl het inademen van de diesel- en benzinewalmen natuurlijk gewoon onvermijdelijk was.

Opdrachtje voor de critici van het Gentse mobiliteitsplan: tel het aantal mensen in deze “drukke” straat.

Al bij al doet ook deze campagne denken aan de wanhoopsslogan van de tabaksindustrie enkele jaren voor het rookverbod er kwam: “Roker of niet-roker? Geen belang, zolang je maar hoffelijk blijft.” Het had natuurlijk wél belang en niet alleen voor de rokers zelf. Niet-rokers werden door de keuze van de anderen de factor rokers, zij het passieve.

De, ongetwijfeld al evenzeer goedbedoelde, oproep van het Molse gemeentebestuur is dan ook een sympathieke poging om met een appèl op individuele keuzes geen beleidskeuzes te hoeven maken.

Maar uitstel is zelden afstel. Fietsers zijn de passieve rokers van het verkeer.

Omkering

Geplaatst op

Dat heb je met actieve weggebruikers: ze krijgen het al snel hoog in hun bol.

Geef je ze een eigen bedding waar geen auto’s mogen komen, dan gaan ze direct denken dat de hele wereld van hen is.

Dus kan je ze maar beter met beide voetjes terug op de grond zetten als ze weer in de ‘normale’ wereld komen. Ook al betreft het een aansluiting op een doodlopende straat met uitsluitend bestemmingsverkeer: voorrang afgeven.

Knoop het goed in je oren: voelde je je eventjes zo vrij als een vogel, vanaf hier ben je weer vogelvrij!

IMG_0260

Voor snelle fietsers

Geplaatst op

In Vlaanderen gelooft men nog in zijn fietsers. De Flandrien bestaat wel degelijk.

Een zone 70 voor fietsers (en snelwandelaars) is dus minder gek dan het op het eerste gezicht lijkt. Zeker als daar straks ook nog de speedpedelecs bij komen.

Daarom werd deze wandel- en fietsweg alvast vergevensgezind aangelegd: consequent zonder (dikke) bomen. Wie uit de bocht gaat, komt alleen maar in het malse gras terecht.

Zone 70

Was dat in de politiek ook maar zo, hoor ik sommigen al verzuchten. Maar als het een troost kan zijn: daar zorgt vergetelheid voor vergevingsgezindheid.

Dikke fout

Geplaatst op

Dat we in rare tijden leven, zeg ik u. De ene dag is het van responsabilisering hier en voor-wat-hoort-wat ginder. De volgende dag barsten we van clementie en is vergevingsgezindheid de weg die we moeten gaan. In het mobiliteitsbeleid komt dat er nogal eens op neer dat de responsabilisering vooral gereserveerd is voor de meest kwetsbaren die de risico’s lopen en de vergevingsgezindheid voor de sterken die de risico’s creëren.

De mededeling van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) dat het in de toekomst alleen nog dunne boompjes langs zijn wegen zou planten, was daarvan een zoveelste illustratie.

Ik krabde mijn kruin en schreef er een stukje over dat vandaag in De Standaard verscheen. Alfabeten die het Nederlands machtig zijn kunnen het hier lezen.

dikke-800

En intussen kwam er (massale) reactie “vanuit het veld”: inleiding en open brief aan de minister vind je hier.

Bij het doodsbed van een kind

De tuinman en de dood. Aan dat gedicht moest ik vanochtend denken toen mij het nieuws bereikte van de tragische dood van een zesjarig jongetje in St.-Andries Brugge: met zijn moeder gevlucht uit Syrië en hier op het zebrapad voor de school weggemaaid door een Nederlandse vrachtwagen. Het noodlot valt echt niet te ontlopen, denkt een mens dan spontaan.

Alleen: het was geen noodlot vanochtend. Het was de logische consequentie van de keuzes die we (niet) maakten. Het was het gevolg van het ontbreken van een veiligheidscultuur in dit land. We weten dat zware vrachtwagens mengen met zachte weggebruikers, en zeker met kinderen, een onzalig idee is. En toch doen we het.

Omdat economische overwegingen zwaarder wegen dan maatschappelijke. Omdat we in dit land eenvoudige problemen graag complex maken en een alsof-beleid verkiezen boven een echt daadkrachtig beleid. Omdat we altijd de kool en de geit willen sparen en dus geen heldere keuzes maken.

geen-keuzes

Geen heldere keuzes…

Omdat we én overal willen kunnen rijden én overal kunnen wonen. Omdat we altijd “eerst eens willen zien”. Omdat we ten onrechte denken dat het maatschappelijk draagvlak altijd voor de beleidsbeslissing moet komen.

Omdat, omdat…

Ik heb deze slechte afloop al eens voorspeld. Meer dan eens zelfs. En ik denk dat ik het allemaal al eens gezegd heb en het meeste al heel vaak.

Maar kennelijk nog altijd niet voldoende.

Slipgevaar!

Bord slippende auto

Zelf had ik het niet in de mot, maar dit jaar is het precies 15 jaar geleden dat mijn eersteling verscheen. ‘Het voorruitperspectief’ (Uitgeverij Garant) heette die en hij handelde over het impliciete autodenken: hoe wij ons er vaak niet bewust van zijn dat wij de auto als uitgangspunt nemen, ook wanneer dat niet nodig of zelfs contraproductief is.

Het waren de heren en dames van de Vereniging van Ruimtelijke Planners (VRP) die me attent maakten op de verjaardag. Naar aanleiding daarvan vroegen ze me een artikeltje te plegen over de vraag of er beterschap is te signaleren. Het stuk verschijnt in het septembernummer, maar ik kan het hier al wel verklappen: mijn antwoord is van de genuanceerde soort.

Voor het deel ‘nee, er is nog niet veel veranderd’ vond ik onlangs dit pareltje: een bord met een slippende auto dat fietsers moet waarschuwen voor een glad fietspad. Om het plaatje helemaal af te maken wordt het vergezeld van een onderbord waarvoor er dan weer geen auto-equivalent bestaat: ‘Fietsers afstappen’.

Let overigens ook even op de voetganger rechts die, conform de toevoeging op het blauwe bord, een hoofddeksel draagt en blijkbaar terugkeert van een succesvolle berenjacht. Op basis van wat we deze zomer leerden, betreft het hoogstwaarschijnlijk een Amerikaanse tandarts op doorreis.

Naschrift: gaandeweg begon het bij mij te dagen. Niet het bord is het eigenlijke probleem, wel de ‘tijdelijke’ oplossing. Als je weet dat een plaat glad is, gebruik je ze niet als alternatief voor fietsers (of wie dan ook). Dan zorg je gewoon voor een veilig alternatief.