RSS Feed

Categorie archief: Literatuur

Het (on)gelijk van Bregman

bregmanEén van de meest inspirerende boeken die ik dit jaar las, was ‘Gratis geld voor iedereen’ van de Nederlandse historicus Rutger Bregman. Het is een onmisbaar antidotum tegen het pessimisme dat dezer dagen door de kranten en de geesten waait. Zijn belangrijkste boodschap: vroeger was alles slechter.

Bregman toont met een overtuigende resem feiten aan dat het eigenlijk nooit beter ging met de wereld dan vandaag. Op het vlak van levensverwachting, armoede, honger en zélfs, niettegenstaande de verschrikkelijke beelden die het afgelopen jaar op ons netvlies werden gebrand, op het vlak van gewapende conflicten.

Zo ver is het gekomen met deze wereld, dat optimisten de echte dwarsdenkers zijn geworden.

Helaas (let op, hier wordt het meta en dus moeilijk) zijn er ook dwarsdenkers onder de dwarsdenkers. Ondergetekende bijvoorbeeld. Het is sterker dan mezelf, excuus daarvoor.

Mijn verstand zegt: Bregman heeft gelijk, maar zijn gelijk is geen reden tot ongebreideld optimisme. Integendeel. We hebben meer te verliezen dan ooit tevoren en laat Bregman nu precies uit het oog verliezen dat de wereld nooit fragieler was dan vandaag. Dat betekent dat er niet veel moet gebeuren opdat we het mooie dat we verwierven zomaar kunnen kwijtraken.

En inderdaad, daar ben ik weer met mijn ‘zwarte zwanen’: plotse, onverwachte ontwikkelingen die niemand had zien aankomen en die door hun verschijning de spelregels ingrijpend veranderen. Onze primitieve breinen, nog altijd gewend om lineair te denken, maken er al te gemakkelijk abstractie van.

Ik hoef maar enkele mogelijke zwarte zwanen te noemen om te verduidelijken wat ik bedoel: een kernoorlog (al dan niet per ongeluk: zie het ‘misverstand’ van enkele dagen geleden tussen Pakistan en Israël, op basis van een hoax!), een foutje op een foutje in een kerncentrale (een aardbeving én een tsunami die tot een kernsmelting zouden leiden: hoogst onwaarschijnlijk, dachten ze in Fukuyama), een tegen alle medicijnen resistent virus of de (intussen door iedereen behalve Trump als ‘waarschijnlijk’ ingeschatte) klimaatdrempel van 2°.

Bregman heeft gelijk: we hadden nog nooit zoveel keurig rechtop gezette dominoblokjes als vandaag, maar tegelijk stonden de blokjes ook nooit dichter bij elkaar.  Er moeten maar enkele blokjes vallen om een ketting van gebeurtenissen in gang te zetten waardoor de wereld zoals we die vandaag kennen definitief tot de geschiedenis behoort. Democratie? Sociale zekerheid? Vrede? Mensenrechten? Tot voor kort leken ze alvast in onze contreien definitief verworven, maar geef toe: wie durft dat vandaag nog te beweren?

Daarom: lees Bregman, maar lees ook de boeken ‘Zwarte zwaan’ en ‘Antifragiliteit’ van Nassim Nicholas Taleb.

Eén deel optimisme en voluntarisme aangelengd met twee delen met humor gekruid realisme, het lijkt me geen slechte cocktail om het nieuwe jaar mee in te zetten.

Fables about futures

Je kunt tegenwoordig geen krant of tijdschrift meer openslaan of het gaat over zelfrijdende auto’s hier en autonome auto’s daar. De gedachte erachter? Als je iets maar voldoende herhaalt, wordt het vanzelf waar.

Denk ik dan. Want intussen nopen de feiten toch tot iets meer terughoudendheid. Intussen zijn de eerste ongevallen met zelfrijdende auto’s officieel geregistreerd, waarbij de crash met de Tesla verdacht veel weg had van een moderne allegorie van de overmoed: de bestuurder, die dus niet bestuurde, keek op het moment van de aanrijding naar een film over tovenaarsleerling Harry Potter. Misschien wordt het tijd om, naast de hybrides, een nieuwe categorie in te voeren: die van de ‘hubrides’.

Ook gaf de CEO van Renault schoorvoetend toe dat het misschien allemaal toch niet zo simpel is, omdat met name het gedrag van fietsers en voetgangers zo moeilijk voorspelbaar is.

Die bekentenis doet mij de schrik om het hart slaan. De geschiedenis leert ons dat autobouwers de introductie van nieuwe technologieën zelden laten ophouden door de tekortkomingen ervan. Veeleer rekenen ze er op dat de buitenwereld die compenseert door haar gedrag aan te passen.

Mogelijk moeten we ons dus voorbereiden op weer een nieuwe disciplineringsgolf voor de zachte weggebruikers, waarbij de fluohesjes en de helmen van vandaag morgen vervangen worden door dure robotpakken dan wel uitgestrekte no go-area’s.

Misschien dat we dat laatste makkelijker accepteren dan we nu geneigd zijn te denken. We moeten alleen leren onze trottoirs te zien als perrons voor zelfrijdende auto’s: de logische consequentie van het verhaal dat auto’s ons in de toekomst zullen halen en brengen op eenvoudige afroep. Ons bewegen doen we dan wel in de fitness. Of aan de met pedalen uitgeruste vergadertafel. Was ‘bewegen’ ooit een typische buitenactiviteit, in de toekomst wordt het een binnenhuisaangelegenheid.

Of zal het zo’n vaart niet lopen? Tot die conclusie ben ik dan weer geneigd wanneer ik de reactie van Infrabel lees op het voorstel van (bijna ex-)spoorbons Jo Cornu om werk te maken van machinistloze treinen. Een utopie, luidde het en als dat waar is voor een machine die vast zit aan een spoor en alleen rekening moet houden met andere machines die vastzitten aan een spoor, dan is het techno-optimisme over de zelfrijdende auto “tegen 2021” toch echt wel wishful thinking.

Nog een contra-indicatie nodig? Neem dan het verhaal van Intelligente SnelheidsAssistentie (ISA). Alle politici zijn er voorstander van en toch komt er niks van in huis. Omdat het blijkbaar ‘onmogelijk’ is om een met de realiteit strokende digitale snelheidskaart te fabriceren – en laat precies dat ook voor autonome auto’s een harde randvoorwaarde zijn…

Edoch. Zelfrijdende treinen bestaan al. Meer zelfs: ze rijden al. In Rijsel is de metro van Matra al vele decennia een vertrouwd gegeven. In Londen rijden er metrostellen zonder wattman. En deze zomer kwam ik ook zo’n volautomatisch specimen tegen in Turijn. De metro bestaat er weliswaar uit slechts één (voor de Olympische Spelen in 2006 aangelegde) lijn, maar onbemand is hij wel.

4 Torino (295)

Pas als het metrostel gearriveerd is, gaan de deuren open. Wat je een ‘zelfmoordbestendige’ inrichting zou kunnen noemen.

De Italianen maken er zelfs een beetje een attractie van: de acceleratie voelen in de kop van de trein is voorwaar een bijzondere beleving. Het helpt dat de metrotunnel verlicht is, al ziet hij er een beetje teleurstellend uit als, nu ja, een metrotunnel.

4 Torino (300)

De Italianen zouden overigens de Italianen niet zijn als ze de speciale sensatie niet vooral aan kinderen gunden. ‘Questo posto e pensato per i bambini’ rijmt een opschrift bij die VIP-plaatsen.

Als de machinistloze metro van Torino een voorproefje is van de chauffeurloze auto, kunnen we toch op één ding hopen: dat de achterbankgeneratie alsnog promotie maakt naar de eerste rij.

Als Jef Nijs nog had geleefd, hij had er volgens mij een Jommekesalbum over gemaakt dat hij ‘Kinderen baas’ zou hebben genoemd.

Ach ja, ik geef het toe. Ook ik verzin maar wat als het over de mobiliteit van de toekomst gaat.

Pauzetoets

Geplaatst op

Cartoondeanderekris

Het spijt me dat ik de huiscartoonist van Ademloos moet teleurstellen, maar ik ben ‘verhinderd wegens vakantie’. Maar hij zal moeten toegeven dat een beter excuus nauwelijks te bedenken valt.

De komende weken zal het in deze uithoek van het wereldwijde web dus wat ‘minder’ zijn.

Daarom enige leestips voor wie last zou krijgen van afkickverschijnselen:

Wegvanmobiliteitindewinkel

‘De File Voorbij’ en ‘Weg van mobiliteit’ zijn nog à volonté verkrijgbaar bij uw boekhandel. Of bij de mijne natuurlijk.

Vergeet intussen ook niet jullie vakantieopdracht!

 

140 miljoen euro

Audiringen

De lezers van The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy weten het: het antwoord op de vraag naar het leven, het heelal en de rest is ’42’. Meer zeg ik niet, ik wil geen kosmische spoiler op mijn geweten hebben.

In de Belgische politiek lijkt het antwoord ‘140 miljoen’ te zijn. Misschien betekent het niks, maar het kan ook zijn dat ik iets belangrijks op het spoor ben. Daarom deel ik het hier alvast. Samen komen we er misschien achter wat er aan de hand is.

Eerste bedrijf: de verenigde regeringen van dit land (minus eentje) hebben allemaal samen 140 miljoen ‘vrijgemaakt’ (eufemisme voor: ‘ergens anders weggenomen’ – denk er eens aan de volgende keer dat er geschermd wordt met een gebrek aan geld) voor een Duitse autobouwer. De deal lijkt te zijn: Audi bouwt z’n nieuwe monstermachine volgens het beproefde volhoudbare concept ‘tegroottezwaarentochtesnel’ (mààr gelukkig wel op kernenergie) in Vorst en krijgt in ruil belastingsvoordelen, subsidies en op maat gesneden fiscale gunsttarieven voor dit soort producten – waarbij 140 miljoen dan eigenlijk alleen de ondergrens is. Men zou kunnen zeggen: 140 miljoen euro is niet zoveel. Daar kan je amper 9 CEO’s van het type ‘Winterkorn’ (de grote baas die wegens wanprestaties in september naar de uitgang werd geleid met een pensioenpotje van een 28,5 miljoen euro, het zal hem leren) een jaar van betalen. Al zouden slecht menende mensen het gemiddelde Belgische brutoloon als maatstaf nemen en uitkomen op een jaar betaald werk voor zo’n 3365 werknemers of, stel u voor, start-ups, kleine ondernemers die met een eigen creatief idee aan de slag gaan en zomaar een duwtje in de rug zouden kunnen krijgen om op eigen benen te staan.

Maar goed, 140 miljoen euro om de Duitse vakbond de bouw van een Duitse prestigewagen door de neus te boren, het kan ook worden beschouwd als een broodnodige investering in een verbetering van het imago van ons land. Tenslotte gaf de hele operatie nog eens een zeldzaam voorbeeld van politieke eensgezindheid te zien: liberalen, christendemocraten, nationalisten, Waalse socialisten en vakbonden bleken het (ont)roerend eens. Ook dat mag iets kosten.

Tweede bedrijf: 140 miljoen euro was ook het bedrag waarmee we eerder deze week wakker werden in De Tijd en dus ook op het radionieuws. Het was de som die de Vlaamse regering in het algemeen en minister van mobiliteit Weyts in het bijzonder het komende anderhalf jaar “extra” gaat investeren “in wegen en openbaar vervoer”. Het is duidelijk dat het bedrag ‘140 miljoen’ nu moest klinken als ‘héél véél’ en dat dankbaarheid en erkentelijkheid gepast zijn. Zo werd er dus ook over bericht. Ze doen het dan toch maar, onze bestuurders. Bij nader inzien bleek de verdeling toch een beetje scheef te zitten. Van de 140 miljoen bleek 136 miljoen te zijn bestemd voor een asfaltinfuus voor het stervende autoparadigma, het schaambrokje van 4 miljoen was voor De Lijn. En eigenlijk was het niet eens dat, want het bedrag komt gewoon van De Lijn zelf. Het betreft de inkomsten die worden gegenereerd door de vervanging van het gratistarief voor senioren door een 50 euro-abonnement.

Blijft de vraag of 140 miljoen euro nu veel geld is of niet. Soms blijkbaar wel. Soms dan weer niet. Niet als we de bevolking moeten uitleggen dat we een in opspraak gekomen multinational subsidiëren om in ons land elitaire, voorbijgestreefde producten te produceren. Wel als we diezelfde bevolking willen vertellen dat de oplossing van de files nog een kwestie van tijd is: nog even geduld, er wordt “extra” geïnvesteerd in wegen. Bestel in afwachting alvast een elektrische auto, liefst een dikke Audi, want dat is goed voor de lokale economie. Noem het een integrale, vooruitziende aanpak, heel anders dan die van de kortzichtige, Brusselse regering, die wél investeert in nieuwe auto’s, maar niet in nieuwe tunnels. Ik stel voor dat we de Vlaamse visie meteen ook decretaal verankeren en het theoretische STOP-principe vervangen door het veel praktischere Stopcontactprincipe.

Derde bedrijf: toen ik gisteren begon aan de lectuur van ‘De eerste steen’, het autobiografische boek van ex-vicepremier Steven Vanackere, stootte ik verdorie toch weer op het bedrag van 140 miljoen euro. Op pagina 20 schrijft hij: “Ons politiek bedrijf, dat niet eens perfect functioneert, kost bovendien best wel wat geld. Als Vlaams volksvertegenwoordiger berekende ik eens dat de werking van het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering toen per jaar zo’n 140 miljoen euro kostten.” Dat biedt een interessante maatstaf voor het voorafgaande. De afgelopen weken gaven wij dus het equivalent van twee keer de kost van de Vlaamse democratie weg aan enerzijds een multinational voor de productie van een product waarvan we het gebruik willen terugdringen en anderzijds aan ‘oplossingen’ voor de door het gebruik van dat product veroorzaakte problemen.

Vanackere heeft overigens nog een maatstaf achter de hand: “Veel geld? Tot je bedenkt dat dit overeenstemt met het bedrag dat de Amerikaanse belastingbetaler betaalde voor het financieren van drie uur oorlog in Irak, de schade aan de Irakezen niet meegerekend.”

Dat laatste is een geluk voor onze vergelijking, want de door de Audi Q6 (en al zijn concurrenten) veroorzaakte schade hadden we ook niet meegerekend.

(Zak)doek.

 

2013 doet de boeken toe: een lijstje

IMG_3821

Onvolledige opsommingen geven de beste benadering van de oneindigheid, wist Borges al en wie ben ik om deze blinde ziener tegen te spreken?

Daarom doen we eens per jaar mee met de lijstjesgekte, in de hoop dat ik iemand op weg kan zetten naar wat leesgenot. Want lezen is, iedereen zal mij gelijk geven, één van de duurzaamste vormen van mobiliteit die er bestaan. Wie leest, reist in zijn hoofd en dat gebeurt meestal met weinig ongelukken en met een verwaarloosbaar energieverbruik.

Daar gaan we dan…

Ook al moet ik ootmoedig bekennen dat ik hem nog niet helemaal uit heb (want elk hoofdstuk noopt tot diepgaande reflectie), in de categorie ‘non fictie’ is de absolute winnaar van 2013 zonder een zweem van twijfel ‘Antifragiel’ van Nassim Nicholas Taleb.  Taleb is de Libanees-Amerikaanse auteur die de wereld eerder al verontrustte met boeken als ‘Misleid door toeval’ en ‘Zwarte Zwaan’. Voor één keer hef ik mijn aversie tegen ‘musts’ op: dit boek moet je lezen – daarna kijk je nooit nog op dezelfde manier naar de realiteit (en besef je dat je voorheen altijd verkeerd hebt gekeken). Mind blowing, niets minder dan dat. Als u in 2014 maar één boek gaat lezen, laat het dan dit zijn. (En als het er twee mogen zijn: doe er dan mijn nieuweling bij, iets anders zeggen zou grenzen aan zelfverloochening.)

Een goede tweede (maar een categorie lager – Taleb speelt op eenzame hoogte) is ‘Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven’ (2013) van vader en zoon Skidelsky. Als ik er niet te gierig voor was, zou ik het boek cadeau doen aan Johnny Thijs van BPost.

In de categorie ‘non-fictie’ heb ik een cadeautip voor wie iemand anders (herhaaldelijk) gelukkig wil maken: het boekje ‘Momenten van onverwacht geluk’ van Piccolo Franceso (2012).

Verder enorm genoten van ‘Misplaatste kussen’ en ‘Kalme chaos’ van Sandro Veronesi met de bonus dat ook de verfilming (‘Kaos Calmo’, met in de hoofdrol mijn favoriete regisseur Nanni Moretti) heerlijk is.

Zou ik Italofiel aan het worden zijn? Ik vrees van wel, want in mijn lijstje toppers staat ook de verhalenbundel ‘De man die door de muur drong’ van Primo Levi. (en als u mij nu zou vragen welk de beste film in tijden is, zou ik antwoorden ‘La Grande Bellezza’ – maar ik kijk te weinig films om hier ook maar enig gezag te kunnen claimen)

Bij de subtoppers heb ik genoteerd: Tom Wolfe (Terug naar het bloed), Tim Parks (Italië op het spoor; ja, ik heb het echt te pakken, al is de schrijver een Brit die al tijden in Verona en Milano woont), Jeroen Olyslaegers (Wij) en Julian Barnes (Alsof het voorbij is; het zal aan mij liggen: alle andere lezers klasseren deze bij de absolute top). In dit rijtje hoort ook Jean-Claude Izzo’s sfeervolle ‘Eindpunt Marseille‘ thuis, maar dat kan zwaar beïnvloed zijn door mijn recent ontwikkelde liefde voor die stad.

In de categorie strips, die ik doorheen de jaren meer en meer naar waarde ben gaan schatten, is de oogst rijk met twee absolute aanraders. Ten eerste het grafische meesterwerk ‘Habibi’ van Thompson Craig, voor wie z’n oog én z’n intellect wil laten strelen. En ten weede het op deze blog al eerder bewierookte ‘Doel’ van onze eigen Jeroen Janssen, dat ik hier eerder al bewierookte (en terecht, zo wordt intussen bevestigd door de ‘grand prix international’ op het festival Carnet de Voyage in Clermont-Ferrand en de Briste site Forbidden Planet die het had over ‘probably the book of the year’). Het is een prachtig salontafelboek dat, mocht u er nog geen hebben, gerust de aankoop van zo’n tafel kan rechtvaardigen, zolang die maar niet via de Antwerpse haven moet worden aangevoerd.

In de ban van blingbling

Antwerpen (12)

Herinnert u zich nog de commotie die enkele jaren geleden ontstond toen ‘starchitect’ Willem-Jan Neutelings decreteerde dat zijn toestemming nodig was om foto’s van het MAS te publiceren? Of liever: van ‘zijn’ MAS. Neutelings redeneerde dat hij gewoon gebruik maakte van zijn ‘auteursrecht’.

De soep werd uiteindelijk niet zo heet gegeten, “maar het is de belachelijke intentie die telt”, schreef Kris Jacobs daarover in de Stripgids van juni 2013.

Aan dat alles moest ik denken toen ik onlangs Marseille Hangar J1 binnenwandelde. Deze in ateliers en tentoonstellingsruimten omgevormde oude havenloods kreeg bij z’n geslaagde metamorfose een vliesgevel die verdacht veel weg heeft van sommige onderdelen van het Antwerpse Mas. Zou het voor Neutelings al een reden zijn geweest om langs de kassa te passeren?

Allicht vangt hij dan bot. De kans is immers groot dat zijn collega’s zullen schermen met het argument dat ze hem niet hebben geplagieerd, alleen maar geciteerd. Dat is een wezenlijk verschil. Het eerste is een zonde, het tweede is een eer die wordt bewezen.

Al zou het natuurlijk handig zijn mocht de architectuur een voorbeeld nemen aan de literatuur en keurig aan bronvermelding doen.

Daarom, maar ook om mij een beetje in te dekken tegen eventuele claims: de titel van dit stukje is een speelse verwijzing naar Tolkien (‘In de ban van de ring’) én Neutelings (‘De Ringcultuur’). Of is de lol er daarmee af?

Moeten we op de duur die architecten toch nog gelijk geven…

IMG_8746

Doel-bewust naar de Boekenbeurs

Doel 2013 (34)

In ons taalgebied verschijnt er zowat elk kwartier een nieuw boek, 24 uur op 24, 7 dagen op 7. Dat heb ik zelf niet nageteld. Dat zegt Carlo Van Balen in Rekto Verso (maart-april 2013) en hij kan het weten, want hij was directeur van het Vlaams Fonds der Letteren. Of dat niet te veel boeken zijn, vragen sommigen zich luidop af en ze voeren dan doorgaans economische argumenten aan om die vraag met ‘ja’ te beantwoorden: het aanbod is te groot voor de vraag, dat kan nooit renderen.

Je zou ook andere argumenten kunnen aanvoeren. Argumenten die te maken hebben met kwaliteit bijvoorbeeld. Te oordelen naar wat ik soms onder ogen krijg, is het antwoord dan ook ‘ja’. Hoe een boek als ‘De omwegen’ van Jeroen Theunissen (De Bezige Bij) de drukpersen haalde, is voor mij bijvoorbeeld een raadsel. En hoe het een haast lyrisch commentaar kreeg van onder meer Jos Geysels en Marc Reynebeau, het is voor mij een mysterie. Een boek waarin een pen “kletterend” op het Perzisch tapijt kan vallen, iemand “misschien grijzende” haren heeft en dat op dezelfde pagina een bad twee keer laat vollopen, daar is iets mis mee, me dunkt.

Ik had me er al op verheugd Reynebeau zelf om opheldering te vragen. Tenslotte acht ik de man hoog en bestaat er dus een gerede kans dat het aan mij ligt. Maar het mocht niet zijn.  Reynebeau had toegezegd voor de officiële voorstelling van Jeroen Janssens nieuwste boek, bij welke gelegenheid hij de auteur/kunstenaar, een bewoonster van Doel (bijna schreef ik: ‘de’ bewoonster)  en ondergetekende aan de tand zou voelen. Jammer maar helaas, te elfder ure belde hij af.

Hij werd vervangen door zijn ideologische tegenpool, Jean-Pierre Rondas, Klara-journalist op (relatieve) rust. Maar de pret was er niet minder om.

Nu ja. Sorry. Eerlijk gezegd was dat gelogen. Van pret was wat mij betreft nauwelijks sprake. Nu word ik zo al niet vrolijk van een kerncentrale. Laat staan van een reactor met verdachte barstjes. Waar bovendien ‘voorlopig’ kernafval wordt opgeslagen, omdat de vaten die honderden jaren moesten meegaan in het Kempense Dessel al na een jaar of tien zijn gaan lekken.

In Doel komen daar nog eens de verhalen bovenop van weggesmeten miljarden (een dok bouwen, het nooit gebruiken, het dan weer dichtgooien), van gebroken politieke beloften, van twee maten en twee gewichten, van een economie die in naam van onze welvaart (en dus in onze naam) het welzijn van honderden mensen onder de voet liep. En nog loopt – want de verhalen zijn nog niet ten einde.

Ik word daar dus niet vrolijk van.

En toch was er reden tot vieren. Omdat de auteur van het nieuwe boek z’n vijftigste verjaardag beleefde. Omdat het boek in kwestie duidelijk niet één van die boeken ‘te veel’ is. En tenslotte omdat de auteur er tot mijn verrassing in geslaagd is er ondanks alles een humoristisch boek van te maken. Humor met zwarte randjes en scherpe kantjes, dat wel, maar zo heb ik hem graag.

“In een druppel de zee vangen,” dat was de opdracht die Jeroen Janssen van Patrick de Saint-Exépury (ja, kleinzoon van) kreeg en in die opdracht slaagde hij met verve (en soms gewoon met potlood of viltstift). Zijn boek, het resultaat van jaren geduldig observeren, is een verzameling geworden van virtuoze schetsen en treffende teksten die je bij het nekvel grijpen. De druppel: het dorpje Doel. De zee: Vlaanderen vandaag.

Jeroen Janssen maakte een eerlijk portret van Doel, het dorpje dat Asterixgewijs moedig weerstand blijft bieden aan de Romeinen met het grote geld en de wetten op afroep. Met sympathie en empathie voor de onderdrukten (een ethische plicht), maar niet blind voor de kleine kantjes die zelfs helden hebben. Meer dan een stripboek is het een naslagwerk, een tijdsdocument en een kunstboek in één geworden.

Enfin, veel woorden om mijn dierbare lezers één boodschap mee te geven. Wie dezer dagen naar de Boekenbeurs trekt en door de kaften het koren niet meer ziet, neme deze goede raad ter harte: zoek het boek ‘Doel’ van Jeroen Janssen, uitgegeven bij Oogachtend (zelden klopten vlag en lading beter dan hier), en schaf het aan. Voor jezelf en/of voor iedereen die een geweten moet worden geschopt.

IMG_9539