RSS feed

Categorie archief: Onzin

Shiften, shifte, geschift

De gratis krant De Zondag bracht dit weekend een interview met de Vlaamse minister van volksgezondheid. Een stukje daaruit wil ik u niet onthouden.

“Hoe wil u het gigantische obesitasprobleem oplossen?”

“Dat is een en-en-verhaal. Enerzijds stimuleren we de shift naar gezondere voeding en voldoende afwisseling in het menu. Dat moet zorgen voor minder gewicht op de weegschaal. Anderzijds investeren we grote bedragen in onze infrastructuur. We voorzien daarvoor dit jaar miljarden, een groot deel daarvan voor bijkomende banketzaken en goed bereikbare, overkapte snoepautomaten waarvoor we een contract hebben vastgelegd voor de komende vijftig jaar. We focussen bij onze investeringen op meer voedselveiligheid, slimme dieetformules en een vlottere bediening voor fastfoodadepten.”

Vreemd? Ik geef het toe. Eigenlijk stond er iets anders. Feitelijk was het een interview met de Vlaamse minister van mobiliteit. Maar ik denk dat ik eigenlijk wel las wat er stond.

Oordeel zelf:

“Hoe wil u het gigantische fileprobleem oplossen?”

“Dat is een en-en-verhaal. Enerzijds stimuleren we de shift naar duurzaam vervoer en combimobiliteit. Dat moet zorgen voor minder wagens op de weg. Anderzijds investeren we grote bedragen in onze infrastructuur. We voorzien dit jaar meer dan 5,5 miljard euro daarvoor. Oosterweel bijvoorbeeld: dat is goed voor 3,1 miljard. We focussen bij onze investeringen op meer verkeersveiligheid, conflictvrije kruispunten, slimme verkeerslichten en betere doorstroming.”

2020 is (bijna) fo/ietsie

Geen kwakkel

Mensen vragen me wel eens: “ben jij nu werkelijk àltijd bezig met mobiliteit?”

Beschamend genoeg is het antwoord bevestigend: ik ben àltijd bezig met mobiliteit.

Zoals gisteren nog, op café. Gewone mensen drinken daar een koffie of een pintje. Maar daar voelt deze mobiliteitsjongen zich net iets te goed voor.

Dat moet dan weer iets speciaals zijn. Een Kwak bijvoorbeeld. Niet omwille van het hoge alcoholgehalte (wat denkt u wel?), een beetje voor de smaak (“een licht moutig aroma en een fruitige afdronk”) en vooral omdat er een mooi mobiliteitsverhaal aan vasthangt. Noblesse oblige, quoi.

Nu wil u dat verhaal natuurlijk kennen, ja, zo ken ik u. Welnu, het is simpel: Kwak wordt geschonken in een glas dat vandaag extreem onhandig is (en dus vergezeld moet gaan van een houten houder om overeind te blijven), maar initieel de handigheid zelve was. Toch voor koetsiers.

Het bier werd in 1980 opnieuw gecommercialiseerd. De eerste try outs waren niet zo’n succes, omdat de koets er toen nog aanhing. Al kan dit ook een kwakkel zijn.

We keren even terug naar de tijd van Napoleon, toen drinken en rijden nog samen gingen, een idee waarvan wij modernen natuurlijk helemaal genezen zijn. Niet dat toen alles mocht: koetsiers mochten tijdens hun pitstops aan de herbergen hun gespan niet verlaten. Daardoor konden ze hun dorst niet samen met hun passagiers lessen.

Jammer. En dus vond de eigenaar van herberg ‘De Hoorn’ in het Dendermondse er iets op. Hij ontwierp een ‘koetsiersglas’: een glas dat in een uitsparing van de koets kon worden gehangen en dat, door het zwaartepunt middels een vergrote bolle onderzijde onderaan te leggen, altijd keurig rechtop bleef.

Zo ‘kwakte’ het bier ook nooit over de rand – al is die onomatopee net iets te mooi om relevant te zijn: de brouwer in kwestie heette gewoon Pauwel Kwak. Voor wie dat dan weer belachelijk vindt klinken: hij had ook Alfred Judokus Kwak kunnen heten. Dàt zou pas belachelijk zijn geweest.

Maar beter dat nog dan een bord voor z’n kop…

Christusbord in Rome

De afgelopen dagen hadden sommige media het over ‘genderneutrale’ verkeersborden. Nog los van de vraag of dat nu de grote prioriteit moet zijn, was die berichtgeving fundamenteel verkeerd. De aanleiding was de beslissing van het Zwitserse Genève om verkeersborden minder eenkennig mannelijk te maken en ze dus ook beter de diversiteit op het publieke domein te laten reflecteren. Iets fundamenteel anders dus.

Maar laat ik van de gelegenheid gebruik maken om twee andere dringende kwesties op de agenda te zetten.

Ten eerste: wordt het geen tijd om eindelijk ook inhaalverboden uit te vaardigen voor gele, blauwe, witte en vooral ook grijze auto’s? Dàt zou de verkeersveiligheid nu eens echt ten goede komen.

Inhaalverbod

Ten tweede: wordt het ook niet de hoogste tijd om onze deurbellen eens aan een kritische scan te onderwerpen? Als we dan toch bezig zijn het publieke domein op te schonen, laten we het dan meteen grondig doen. Weg dus, die soft-erotische deurbellen waardoor een eenvoudig huisbezoek aanvoelt als een ongeoorloofde inbreuk op andermans intimiteit!

Deurbel

 

Verhaaltje

Er was eens een man. Of misschien een vrouw, dat weten we niet.

Er was eens een man of een vrouw. Al kan het ook een x zijn geweest. Ja, bij nader inzien moet het een x zijn geweest, gezien wat volgt.

De genoemde x kocht een auto. Niet zomaar een auto, maar een SUV die luisterde naar de naam ‘X8′.

X8 was zo hoog en zo breed dat hij nauwelijks in x’ garage kon. En eenmaal in de garage konden de deuren van X8 niet meer open.

Zo leefde x noodgedwongen nog lang en gelukkig.

Of dat mogen wij toch hopen.

Tikfoutje

IMG_0204

Moest natuurlijk ‘Gewichtig’ zijn.

“Wreed accident”

Wreed accident

Schuld van de boom natuurlijk.

 

Gerommel in de marge

Geplaatst op

Mag ik de kandidaat-Citytrippers onder jullie één goede raad cadeau doen? Check voor je vertrekt even de website van Harley Davidson.

Dat deden wij niet. Daardoor was het mogelijk dat de stad van de 100 torens tijdens ons verblijf ook die van de 1000 motoren was. Of 10.000, dat wil ik kwijt zijn.

Praag Harley Davidson

Affiche met portrait of the artist as a (more or less) young man.

Onze Praagse dagen zullen voor altijd verbonden blijven met de door Harley Davidson gepatenteerde soundtrack van nu eens naderend dan weer wegtrekkend onweer. Dag en nacht, want de night and day parades op de affiche waren niet gelogen.

Het was alsof de stad op een gigantisch gasvuur stond te pruttelen, op het randje van het overkoken.

Praag deel 1 (1526)

We kregen ruimschoots de gelegenheid om de merkwaardige mensensoort die de Homo Harley Davidsoniensis is van naderbij te bestuderen. Hoewel ze er gevaarlijk uitziet (de mannetjesdieren herkenbaar aan hun potsierlijke pothelm, Lederhose en grimmige graffiti verspreid over het hele vege lijf, de wijfjes rondborstig, getooid in neonkleuren en met vleugeltjes op onverwachte plekken), doen ze geen vlieg kwaad – al doen de meeste vliegen erg hun best om hen daar ook geen aanleiding toe te geven.

Het opmerkelijkst is het vertrekritueel van de Homo Harley Davidsoniensis. Zoals de bij de meeste nomaden, komen afzonderlijke individuen zelden voor. Er wordt geleefd en gereden in zwermen bestaande uit verschillende paartjes van eenzelfde Chapter.

Vraag me niet wat een Chapter is. Geloof me maar gewoon. Eén paartje geeft het vertreksein door omstandig aanstalten te maken: het loopt rond de motor, aait liefkozend het chroomwerk, legt een warme hand op het zadel. Vervolgens worden helmen opgezet, spierballen gerold, jekkers dichtgeregen, brillen rechtgezet. De motor wordt aangezet en de wijde omgeving wordt gevuld met gerommel.

De zwerm analyseert het geluid, knikt goedkeurend of controleert nog eens extra door met een luisterend oor een dot gas bij te geven. Ja, zo is het goed.

Eén na één herhalen de andere paartjes het ritueel. Het geluid zwelt aan tot een wall of sound. Op dit moment gaan leken er verkeerdelijk van uit dat het vertrek nakend is, maar niets is minder waar. We zijn nog maar pas tien minuten ver.

Nu begint het gepalaver: waar zullen we eens heen rijden? Voorwaar geen gemakkelijk vraagstuk, want een Harley is niet gemaakt om ergens héén te rijden. Een Harley is gemaakt om onderweg te zijn.

The wall of sound is intussen ondoordringbaar geworden. Elk ander geluid van de stad wordt weggedrukt. De Homo Harley Davidsoniensis is aanwezig en dat zullen we allemaal geweten hebben.

Eén voor één bestijgen de paartjes hun paardjes en worden triootjes. Het publiek op de omliggende terrassen, gedwongen te observeren, kijkt ongemakkelijk toe. Gaat het nu gebeuren? Ja.

Nee. Eén paartje heeft iets verdachts gehoord in het geklop van de motor. Er wordt overlegd en geanalyseerd. Zullen we? Zullen we niet? We zijn intussen een minuut of twintig ver en de motoren zijn nu stilaan op temperatuur. Misschien kan er nu wel mee gereden worden?

Er wordt nog een minuut of vijf getalmd, getwijfeld. Heeft iedereen ons wel gezien, gehoord, gevoeld, geroken? Ja? Eindelijk, dan kunnen we gaan.

Op de terrassen klinkt een zucht van opluchting. De mensen hebben er honger van gekregen. Je kunt hun magen horen rommelen.

Of neen, vergissing, het is de Homo Harleydavidsoniensis die terugkeert. Het was maar een ommetje.

Hij heeft ons harder gemist dan wij hem. Diep van binnen is de Homo Harleydavidsoniensis een sociaal wezen.

Interludium (2)

Voor wie zich al eens afvroeg wat er eigenlijk nà het einde van het fietspad komt, volgt hier het antwoord. Alvast voor de luchtfietsers onder ons is het geruststellend.

Lummen 2017 (207)

 

Tafereel

Geplaatst op

Zonder Jeep kan je blijkbaar ook buiten de lijntjes parkeren.

Blijft de vraag: komt het door de kleur of door de sjoemelsoftware? Of zijn er nog andere gemeenschappelijke kenmerken?

Wegbeheerders kunnen hoe dan ook concluderen dat investeren in comfortabele parkeerfaciliteiten niet echt noodzakelijk is.

IMG_0382