RSS feed

Categorie archief: Computers en internet

Het nieuwe ontmoeten

Ontmoetingsruimte

Bovenstaand kiekje toont de ‘ontmoetingsruimte’ van de Jeugdherberg in Luzern. Zelfs in Jeugdherbergen zijn ontmoetingen vooral virtueel geworden. Mensen ontmoeten elkaar op Facebook of via Skype, terwijl ze elkaar in real life zo goed en zo kwaad mogelijk proberen te negeren: “Laat me gerust, ik ben bezig met mijn medemensen.” Of hoe de nieuwe media een einde maken aan oude contradicties.

Blijkbaar vermag het fysieke reizen ook niet helemaal onze behoefte om elders te zijn te bevredigen. Want op reis zijn we per definitie “ergens anders” en toch surfen we van zodra het kan een eind weg van de plek waar we zijn. Ook hier is ‘Nextopia’ aan het werk: onze meest geliefkoosde bestemming is meestal de volgende en slechts heel uitzonderlijk de bereikte.

Er zit een perpetuum mobile in elk van ons.

 

Advertenties

Idee 16: de ijs-app

Geplaatst op

IMG_0222-001

Een app, was de opdracht die Flanders DC de ideeënleveranciers vandaag gaf. Een broodje app was het eerste wat bij me opkwam, maar ik verwierp het idee toen de ijsboer langskwam.

Hoe mooi zou het leven niet zijn als ik die nooit nog zou hoeven missen! Dit soort leed is inderdaad af en toe mijn deel: afgeleid door een gesprek, de radio die wat te luid staat of een buurman die zijn haag snoeit op het Heilige Moment.

Dat alles behoort tot de verleden tijd met de ijs-app die de abonnee vertelt of de ijsboer naderende is. Winst op alle vlakken: je mist je ijsboer niet, je komt niet onverhoeds buiten voor de verkeerde ijsboer en de wachttijden voor ijsboer én klanten worden korter (waardoor er uiteindelijk zelfs minder uitstoot is van de kar).

En later op de avond kan de ijskar rustig haar ronde verderzetten zonder iedereen (en vooral kleine kinderen) wakker te maken: de app vervangt dan het muziekje. Geef toe: een crème van een app!

Idee 9: de Hitchhikersapp

Er is een fileprobleem, worden sommige mensen (bijvoorbeeld journalisten, politici, wegenbouwers en mensen die andere mensen betalen met firmawagens) niet moe te herhalen. Beetje vreemd: bij nader toezien blijken ze vaak zelf de file waarover ze klagen. Ze zitten gemiddeld met 1,2 personen in hun wagens die plaats bieden voor 4, 5 of soms nog meer personen. Als de ene helft van die file zou afspreken met de andere, dan zou ze al de helft korter zijn – of er zelfs gewoon niet meer zijn.

IMG_9410-001

Maar allicht is dat te hoog gemikt. Dus gaan we voor een eenvoudige app: de Hitchhikersapp. Tot voor het Dutrouxtijdperk liftten we met onze duim, voortaan doen we het met onze smartphone.

Mensen die bereid zijn iemand mee te nemen (al dan niet tegen betaling, al dan niet met voorwaarden als roken en niet-roken) kunnen worden gevonden door mensen die op zoek zijn naar een lift. Daarbij kunnen ze selectiecriteria instellen: geslacht, leeftijd, gratis of tegen betaling, ja – zelfs de muziekvoorkeur, favoriete gespreksonderwerpen en eigenaardigheden (ochtendhumeur!) kunnen worden meegenomen. Het systeem van Eurostop dus, maar dan minder gepland, in real time en niet noodzakelijk tegen betaling.

Anonieme registraties kunnen niet. De beheerder van de app doet bij de inschrijving een screening, zodat sociale en verkeersveiligheid geen issue meer zijn en registreert eventuele klachten.

Mobiliteitsdagboek

Het niemandsland tussen twee computers heeft veel weg van een mijnenveld. Een virtueel dan wel, want ik wil me allerminst bezondigen aan de ontwaarding van woorden. Wat ik zeggen wil is dit: het is voorlopig behelpen geblazen met nog niet overgezette bestanden, een gecrashte harde schijf, voorlopige programma’s en definitieve programma’s die net dat tikkeltje anders zijn opdat ingesleten automatismen opnieuw denkwerk vereisen. Met dank aan de informatici die nog steeds producten ontwerpen met de logica van een andere planeet. “In jullie logica,” zo zei ik onlangs tegen een bevriend informaticus, “getuigt het van vooruitziendheid en gezond verstand als je een boek dat je bevalt dubbel aanschaft en twee keer in je boekenkast zet.” Waarop hij: “Toch niet in dezélfde boekenkast?” Voorts mag ik hem graag, maar die logica is niet direct de mijne. Met alle gevolgen van dien natuurlijk, want ook ik ben afhankelijk geworden van hun technologie.

Dit gezegd zijnde: ik heb me voorgenomen om in de maand februari een mobiliteitsdagboek bij te houden. De bedoeling is dat ik dagelijks verslag uitbreng van mijn verplaatsingen en de kleine en grote avonturen die daarmee gepaard gaan. Allicht zal dit weinig sensationele verhalen opleveren, maar allicht wel voor iedereen herkenbare. Verkeersgeschiedenissen, noem ik ze en ik denk dat we er wel wat uit kunnen leren. Het zijn de kleine en grote dingen die in belangrijke mate ons verplaatsingsgedrag bepalen, maar meestal onzichtbaar blijven in het woud van al dan niet relevante cijfergegevens waardoor ons mobiliteitsbeleid (al te vaak gereduceerd tot verkeersbeleid) overwoekerd wordt.

Bij wijze van voorsmaakje: hierboven een kiekje geoogst op het fietstochtje dat we vanmorgen maakten naar het van vrienden cadeau gekregen ontbijt. Het betreft een typisch beeld van hoe de rijweg voor de auto’s netjes wordt achtergelaten, terwijl het fietspad en het trottoir achtergelaten worden als een deel van de werf. Fietsers die er hun banden op kapot rijden zouden eigenlijk consequent hun onkostennota (herstelkosten, tijdverlies) moeten bezorgen aan de werfverantwoordelijken. Zo zouden automobilisten het toch doen, niet?

Rekeningsurfen

In het jongste nummer van Eos (december 2010) staat een van de New Scientist overgenomen artikel (‘Mobiele file’) over de vrees dat we in 2013 geconfronteerd zullen worden met een heuse ‘meltdown’ op het GSM-netwerk. Als het succes van smartphones volgens de verwachtingen verloopt, dan zit het over drie jaar ‘vol’ en zal het op zeker ogenblik onmogelijk zijn om zelfs nog maar een eenvoudig telefoontje te plegen.

Doemdenkerij? Te oordelen naar de cijfers waarop auteur Jim Giles zich baseert niet. Overigens beperkt hij zich niet tot een donkere voorspelling, maar geeft hij ook oplossingsrichtingen aan. Gezien hij zelf de parallel trekt met de congestieproblematiek op het autonetwerk, mag het niemand verbazen dat hij zwaar de focus legt op een vergroting van de capaciteit van het netwerk. Net zoals bij het debat over het autoverkeer, wordt daarbij domweg voorbijgegaan aan het feit dat een groot deel van de vraag een gecreëerde vraag is. Een gecreëerde vraag is per definitie geen levensnoodzakelijke vraag (zeker niet in een eerste fase – later mogelijk wel, wanneer er een lock-in is ontstaan), dus een vraag die kan worden teruggedrongen. In het geval van dataverkeer kunnen we ons daar echt wel iets bij voorstellen en dan hoeven we ons niet eens te beperken tot ‘spam’.

Maar zoals gezegd: de auteur staat er niet bij stil. Of toch, een heel klein beetje: hij stipt aan dat sommige providers al begonnen zijn limieten in te voeren voor het downloaden en overwegen om op termijn te laten betalen naarmate men meer of minder surft. Met andere woorden: misschien zullen we nog eerder op de digitale snelweg dan op de echte snelweg rekeningrijden…

Verhuisd op het internet

Zelfs in de virtuele wereld is een mens geen rust meer gegund. Mijn blog is dus verhuisd naar deze uithoek van het internet. De service is gratis, dus ik mag niet klagen, maar de prijs die ik betaal is toch weer wat zoekwerk in het ergerlijke Anglonederlandse mengtaaltje waarmee informatici hun gebruiksaanwijzingen doorspekken. Schijnbaar komt geen van die computernerds ook maar op het idee z’n speelgoed eens te laten uitproberen door een niet-nerd.

Scarlet: onbereikbare provider

Naar verluidt is Scarlet de snelst groeiende internetprovider. Volgens mij is dat alleen verklaarbaar doordat zij andere providers inlijven, want als het van de eigen klantvriendelijkheid moest komen zou er wellicht eerder sprake zijn van krimp. Dat ik zelf nog altijd klant ben van Scarlet, is enkel en alleen te danken aan het feit dat ik er tegenop zie om mijn emailadres nog maar eens te veranderen.

Op papier ziet het er allemaal prima uit. Problemen? Kijk op onze website waarop je de meest gestelde vragen en de antwoorden erop terugvindt. Bij die meest gestelde vragen vinden we de volgende bemoedigende exemplaren: "ik kan niet meer bellen via Scarlet Phone, wat moet ik doen?" , "hoe los ik problemen op met het verzenden van emails?" en "hoe los ik problemen op met het ontvangen van emails?" Meestal leveren de antwoorden op de site echter geen resultaat. Zodat je moet bellen. "Bel ons even op" staat er heel uitnodigend op de website van Scarlet.

Nu ja, wat je ‘even’ noemt. De lijn voor technische problemen kan je rustig opbellen (wel voor 17u30; ooit was het tot 21u, maar dat kostte te veel) en dan enkele uurtjes laten open liggen. Als het systeem er dan niet vanzelf de brui aan geeft, krijg je op de duur soms iemand aan de lijn. Vreemd, die overbelasting, want als je naar de nummers belt die dienen voor het bestellen van nieuwe producten van Scarlet, dan ben je haast onmiddellijk aan de beurt…

Ik zal wel niet de eerste en enige zijn geweest die hier achter kwam, want tot voor kort was het nog mogelijk om je dan te laten doorverbinden. Maar dat gaat tegenwoordig niet meer in dit high tech bedrijf. Je moet geduld oefenen. Véél geduld.

Je zou denken: misschien kan ik een mailtje sturen, desnoods vanaf de computer van iemand anders. Maar ik loof een prijs uit voor wie op de website van Scarlet een emailadres ontdekt. Raar maar waar: de internetprovider is zelf onbereikbaar via email. Waarom? 

Soms doen én je telefoon én je internet het niet. Dat schijnt wel eens voor te komen. Daar heeft Scarlet wél een oplossing voor bedacht: op hun website staat een plannetje zodat je zonder problemen naar de Medialaan in Vilvoorde kunt rijden. Wel niet vergeten je computer mee te brengen!