RSS feed

Categorie archief: Architectuur

Nieuwe publieke ruimte

Geplaatst op

“Straten en pleinen zijn onze publieke ruimte.” Stadsplanners worden niet moe het te herhalen. Helaas kan veel toehoorders niet hetzelfde uithoudingsvermogen worden toegedicht.

“Allemaal goed en wel,” zeggen die dan gepikeerd, “maar wat als het regent?”

De goed geïnformeerde stadsplanner antwoordt dan dat het in ons land maar 8% van de tijd regent. 92% van de tijd is het dus droog.

“Ja,” zegt die kritische toehoorder dan (kennelijk niet minder goed geïnformeerd), “maar wat als het klimaat verandert en het gaat effectief méér  en heviger regenen?”

Te oordelen naar veel ontwerpen staan veel stadsplanners daarop met hun mond vol tanden. Wat niet wil zeggen dat nog niemand er over nagedacht heeft.

Kijken we maar eens naar Schotland, waar de boven aangehaalde 8% eerder betrekking heeft op de tijd dat het niet regent.  Het enige dat er altijd droog blijft is de humor. Hoe lossen ze het daar op?

Ik ontdekte het een tijdje geleden, op een zondagmiddag op wandel in Glasgow. Het regende en het was koud. Alles was dus normaal en bijgevolg had onze als lokale gids fungerende Erasmuszoon er op geanticipeerd: onze wandeling voer langs de Kelvingrove Art Gallery.

Aan de buitenkant is het in al zijn voorname indrukwekkendheid niet bepaald een uitnodigend museumgebouw, maar eenmaal binnen bleek die grootschaligheid een goede reden te hebben.

De Centrale Hal (voor de liefhebbers: in Spaanse barokstijl, met gebruikmaking van een lokale rode zandsteen) bleek er te fungeren als een overdekt marktplein. Hier niet de gewijde stilte van de op zijn tippen lopende kunstkenner, wel het vrolijk rumoer van heel veel gezinnen met kinderen.

Dat de inkom gratis was, hielp natuurlijk, maar ook verder was er alles aan gedaan opdat iedereen zijn heug en meug kon vinden: kinderanimatie, een orgelconcert, een les ‘volksdansen’ – in dat ene uur dat we er waren zagen we het allemaal de revue passeren. Kennelijk is dit museum een perfecte ontmoetingsplek voor de Glasgowers: weer of (vaker) geen weer, er is voor alle leeftijden altijd wat te beleven. Geen wonder dat de Kelvingrove Art Gallery elk jaar meer dan een miljoen bezoekers mag ontvangen.

Het staat als een paal boven water dat dit gebouw maatschappelijk rendeert en mogelijk doet het dat ook economisch, want geloof me: van zoveel convivialiteit wordt een mens vrijgevig.

Als we onze steden klimaatrobuuster willen maken, zullen we wellicht ook in de richting van dit soort ‘nieuwe’ publieke ruimten moeten gaan denken.

Ook in München lijken ze dat al te hebben begrepen. Ook daar was het zondag en aan de frisse, natte kant toen ik in de Neue Pinakotek belandde. En ook daar bleek er geen drempel te zijn voor de goegemeente en fungeerde de centrale hal als een plein waar gezinnen met kinderen elkaar ontmoetten.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het museum was er niet gratis, maar veel scheelde het niet. Op zondag bedraagt de inkomprijs 1 euro per persoon. Voldoende om een en ander niet te vanzelfsprekend te gaan vinden.

Nog dichter bij huis, vond ik een mooie variant in de nieuwe bibliotheek van de gemeente Tilburg. Die is ondergebracht in de voormalige locomotiefhallen vlakbij het (recent vernieuwde) station. Blijkt al uit de openingstijden, 7 dagen op 7 open en elke weekdag open tot 22u, dat de bib meer wil zijn dan een grote boekenverzameling, eenmaal binnen blijft er van het stoffige imago van de bib van weleer niets meer over.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ondergebracht in de voormalige locomotiefhallen vlakbij het (recent vernieuwde) station is er een enorm gevoel van ruimte. Een gezellige koffiebar, een trap die als zittribune kan dienen, planten, lees- en babbelhoekjes, open en gesloten vergaderruimten, labo’s, een scala aan tafels die al dan niet aanmoedigen om de stilte te verbreken – een variatie aan sferen in verschillende gradaties van levendigheid.

Alleen zonde dat het die dag mooi weer was.

Ruimterivaliteit

Geplaatst op

Great minds think alike. Geen idee wie dat ooit gezegd heeft, maar hij (m/v/o) heeft gelijk.

Stuttgart en Munchen 2019 (723)

‘Klein Versailles’ heet deze historische site in München. Monumentaal en prachtig, maar ontsierd door de alomtegenwoordigheid van auto’s (bemerk de parkeerhaag in de verte).

Nog maar net had ik bedacht met welke foto ik een eerste beschouwing over onze studiereis naar München en Stuttgart zou openen (de bovenstaande) of daar viel een mailbericht van collega Joris Willems in mijn postvak: hij had een collage gemaakt van enkele plaatsen ‘vroeger en nu’ in München. De boodschap: kijk eens wat ‘minder’ auto’s met een stad kunnen doen. Uit zijn foto’s blijkt dat de Beierse hoofdstad sinds het referentiejaar (1986) veel vooruitgang heeft gemaakt, louter en alleen door van parkings weer pleinen te maken. Vorsprung ohne Technik als het ware.  De kwaliteit van de publieke ruimte is er telkens gigantisch op vooruitgegaan.

Dat loont zich. Zowel op zondag als in de week wordt het openbaar domein de living van de stad van zodra het ook maar even ‘droog’ is.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Maar er ligt nog veel werk op de plank. Hoewel we het belevingscentrum van de lokale autobouwer, ‘BMW Welt’, niet bezochten, had ik toch het gevoel veel tijd in de échte BMW Welt te hebben doorgebracht. Dat is er één waar auto’s nog heel veel ruimte in beslag nemen, de andere weggebruikers naar de zijkant duwen (‘marginaliseren’) en de openbare weg beschouwen als een racecircuit. Zelden heb ik in een stad zoveel patserauto’s gezien die met elkaar in een permanente strijd leken verwikkeld.

Stuttgart en Munchen 2019 (274)

De Innerring. Nog altijd dag en nacht een barrière.

München bleek nog niet zo ver te staan als wat ik op basis van enkele enthousiaste presentaties enkele jaren geleden op een VeloCitycongres was gaan denken. Ja, er is een grote zone waar de voetganger heer en meester is. En ja, de stad mag bogen op haar Englischer Garten, het grootste stadspark ter wereld en een paradijs voor zachte mobiliteit en recreatie. Maar het blijven toch aparte systemen en werelden: die van de voetgangers (het historische stadscentrum), die van de voetgangers en de fietsers (het park), die van het openbaar vervoer (vooral onder de grond) en die van de auto’s (al de rest).

Stuttgart en Munchen 2019 (701)

Frictie tussen fietsers, auto’s en vrachtwagens en dus ook met voetgangers…

Waar die systemen elkaar tegenkwamen was het overheersende gevoel er een van conflict en strijd. ‘Ruimterivaliteit’ noemde een kabinetsmedewerker van de groene burgemeester van Stuttgart dat met Duitse trefzekerheid.

Stuttgart en Munchen 2019 (302)

“Und Ich?” Wanneer de noodkreet voor ruimte een beetje pathetisch wordt.

Verdichting vroeger en nu

‘Verdichting’. Het leek wel één de ‘buzzwoorden’ van het jaar 2018. Met dank aan de Vlaamse Bouwmeester die als een geseculariseerde missionaris Vlaanderen rondtrok om de boodschap te verkondigen.

Misbegrepen verdichting

De blijde boodschap, schreef ik ei-zo-na. Maar dat was ze alleen voor sommigen. Voor projectontwikkelaars bijvoorbeeld. Die zagen in de roep om een hogere densiteit een vrijgeleide om hun winsten op te drijven. Verdichting werd dan een excuus voor een gebrek aan kwaliteit: te veel bebouwde oppervlakte, te weinig open ruimte, te weinig privacy, de verwarring van compactheid met benepenheid. Te gemakkelijk ook werd verdichting vertaald als ‘hoogbouw’, zeg maar: het aanvankelijk verwachte rendement maal x verdiepingen. Kassa, kassa!

Hoogbouw is iets voor luie architecten,” schamperde Jan Gehl toen ik hem er eerder dit jaar in Brussel over bevroeg. Wat mij betreft heeft hij in de meeste gevallen een punt. Hoe hoger het gebouw hoe lager de kwaliteit, lijkt de regel te zijn.

Niet moeilijk dus dat de gemiddelde Vlaming geen hoge (sic) pet op heeft van verdichting. Voor hem is ‘verdichting’ nog altijd synoniem voor ‘met velen op een kluitje’ – inclusief alle ongemakken die daarbij horen.

Verdichting als oplossing

Als verontschuldiging roepen we vaak in dat ‘verdichting’ iets nieuws is en dat we er dus nog mee moeten leren omgaan.

Dat is niet terecht. Want in werkelijkheid is het fenomeen natuurlijk zo oud als het dorp en de stad.

IMG_0195

Namen/Namur

Eeuwenlang was een hoge dichtheid de stedenbouwkundige standaard. Uit noodzaak. Mensen kropen dicht bij elkaar omdat dit veiliger was (binnen de stadsomwalling), omdat de beschikbare bebouwbare oppervlakte beperkt was (eigendomsstructuren, geologische kenmerken), omwille van de nabijheid van drinkwater, voedsel en de mogelijkheid om goederen en diensten te verhandelen (korteketens, toen al!) of omdat men zich niet zomaar een eigen bouwsel kon veroorloven.

Arme rijken! 

Zelfs voor de rijken was een hoge densiteit ooit de normaalste zaak van de wereld. Nassim Taleb vestigt er in zijn jongste boek (‘Skin in the game’, Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam) de aandacht op dat de overgedimensioneerde villa’s van de rijkelui  vandaag historisch gezien een anomalie zijn: “vroeger wemelde het in grote landhuizen van de bedienden, hoofdbedienden, butlers, koks, hulpjes, dienstmeisjes, privéleraren, berooide neven, paardenverzorgers en zelfs privémusici.” Het mocht dan misschien ‘losbouw’ zijn, er was veel volk.

Taleb ventileert zijn medelijden met de rijken die vandaag in zo’n landhuizen ‘moeten’ overleven: “(…) niemand komt je vandaag de dag troosten omdat je een landhuis hebt – maar weinigen zullen beseffen dat het geen pretje is om daar op een zondagavond te zijn.”

‘Verluchting’ als oplossing en nieuw probleem

Ironisch dus dat die vrijstaande bebouwing, als (nep)villa/landhuis of als appartementsgebouw, het modernistische antwoord was op alle nadelen waarmee de oude verdichting gepaard ging: lawaai, brandgevaar, hygiëne- en dus gezondheidsproblemen, stank, een gebrek aan licht, lucht en privacy… Verdichting werd beantwoord met ‘verluchting’. Licht, lucht, ruimte en functiescheiding waren het nieuwe devies.

Villabouw leidde tot open bebouwing, met als neveneffecten stadsvlucht, forenzenverkeer, files, lintbebouwing, verkeersonveiligheid en de versnippering van de open ruimte. Appartementsbouw leidde tot blokkendozen in desolate leegten, mooi groen op de maquettes, saai en zielloos in de werkelijkheid. De betonnen getto’s van de banlieue werden intussen zo wat het symbool van onherbergzaamheid.

Wat eens ‘de’ oplossing leek, bleek uiteindelijk een nieuw probleem.

De ‘closes’ in Edinburgh

Aan dat alles moest ik denken toen ik enkele weken geleden in Edinburgh (Schotland) was en er in de Old Town, links en rechts van de ‘Royal Mile’ (een aaneenschakeling van 5 straten) kennis maakte met de ‘Closes’.

De meestal achter een hek of deur verborgen binnenplaatsjes waar de verdichting ooit ondraaglijk moet zijn geweest, maar die vandaag, op luttele meters van winkels, pubs en andere voorzieningen, oases van rust én gezelligheid zijn in de drukke stad.

Wat ooit extreem onleefbare plekken moeten zijn geweest, zijn vandaag gegeerde woonlocaties – waardoor hier en daar de gentrificatie toeslaat onder de vorm van hotels en een duidelijke oververtegenwoordiging van de upperclass.

IMG_0109

Plaats voor groen, ontmoeten en spelen.

IMG_0107

Het feit dat de stad deels tegen een heuvel is gebouwd, wat het bouwtechnisch niet eenvoudiger maakt, werd omgeturnd tot een voordeel: niet zelden hebben gebouwen er aan twee verschillende zijden een ‘gelijkvloerse’ verdieping, elk op een ander niveau. ‘Hoogbouw’ krijgt daardoor vanzelf een menselijkere schaal. De closes komen wat mij betreft af en toe ‘close’ bij het ideale urbane wonen.

De conclusie? Soms worden oplossingen voor oude problemen niet alleen nieuwe problemen. Soms worden de oude problemen ook de nieuwe oplossing. In Edinburgh hebben ze het geluk (of het verstand?) gehad dat de modernistische kaalslag er niet heeft kunnen huis houden.

Een 120 jaar oude Hyperloop

In de mailing van ‘Verkeer in beeld’ zat vorige week een link naar een leuke column. Daarin beklaagt freelance journaliste Elise Fikse zich over het stuitende gebrek aan echte disruptie, laat staan innovatie, in de verkeerswereld. Ze besluit met de vraag waar die ‘bloody Hyperloop blijft’.

Ik kan haar geruststellen: die Hyperloop bestaat al. Want wat is zo’n Hyperloop in wezen anders dan ‘buizenpost’, maar dan voor mensen? Een metro, quoi?

De allereerste metro reed in 1863 in Londen. De tweede twaalf jaar later in Istanbul en daarna, in 1896, was het ex aequo de beurt aan Boedapest en Glasgow.

Met die laatste reed ik vorige week mee en ik moet zeggen: het was een haast vertederende ervaring. Want die ‘tiny’ metro van Glasgow is wat mij betreft een sympathiek geval van ‘retrofuturisme’: je proeft hoe mensen zich destijds de toekomst voorstelden.

IMG_0955

En ze deden het met de beperkte middelen van toen, waardoor de maatvoering van deze metro opvallend bescheiden is gebleven. De kokers en de treinstellen zijn niet groter dan nodig.

IMG_1002

Hoewel: ‘mind the gap’ is hier vervangen door ‘mind your head’.

De treinstellen lijken in alles op Elon Musks Hyperloopcapsules, met dit verschil dat de reizigers elkaar niet met de nek aankijken maar ‘face to face’ zitten – een belangrijke verbetering, als u het mij vraagt. Hier ook geen gedoe met veiligheidsgordels , maar de gezellige knusheid van een living room, compleet met stoffen kussentjes op de bank.

IMG_0946

“Maar de snelheid ligt wel een pak lager,” hoor ik u al schrander opmerken. Maar dan heeft u toch maar ten dele gelijk. Gerekend in absolute snelheid, heeft u absoluut gelijk. Een Hyperloop die meer dan 1000km/u gaat, dat is niet niks. Daar tegenover is het tempo van ons metrootje maar een slakkengang.

Maar dan: Musk be- en gelooft dat de Hyperloop ons heel veel tijd gaat besparen. Dat dit tot op grote hoogte een fabeltje is, hebben we geleerd uit de geschiedenis van de auto en het vliegtuig: we zullen geen tijd winnen, wél afstand. Wij mensen hebben nu eenmaal de ingebakken neiging om ons tijdsbudget helemaal op te gebruiken. Zoals de TGV ervoor zorgde dat sommige mensen nu niet meer pendelen tussen de banlieue en Parijs maar tussen Lyon en Parijs, zo zal de Hyperloop wellicht zorgen voor langeafstandspendelaars tussen pakweg Helsinki en Stockholm of Ryad en Dubai.

Maar wat als we mobiliteit nu eens niet definiëren als ‘zoveel mogelijk afstand afleggen in zo weinig mogelijk tijd’, maar wel als ‘mensen in staat stellen zoveel mogelijk verschillende activiteiten te doen binnen hun tijdsbudget’? (voor een uitvoerige argumentatie: lees mijn boek ‘Weg van Mobiliteit’, Uitgeverij Vrijdag, 2014)

De Glasgow Subway verbindt geen steden met elkaar, wel stadswijken en dus dicht bij elkaar gelegen functies. Zo bekeken zou die oude knar, die zijn snelheid haalt uit de combinatie van de voordelen van een metro en ‘nabijheid’, misschien nog wel eens best voor meer ‘mobiliteit’ (en op een bepaalde manier dus ook ‘time saving’) kunnen zorgen dan de blitse Hyperloop van meneer Musk.

Een snelbinder voor fietsers

Gedane zaken nemen geen keer. Dat is in het bijzonder zo voor grote infrastructuurwerken. Eenmaal ze gerealiseerd zijn, zit je er minstens enkele decennia mee.

Neemt niet weg dat verbeteringen achteraf soms nog mogelijk zijn. Soms zelfs als je denkt dat ze onmogelijk zijn.

Voor een mooi voorbeeldje blijven we nog even in Green Capital van het moment Nijmegen. Daar vonden ze het op zeker moment nogal sneu dat er over de spoorbrug over de Waal geen fietsers konden. Altijd hetzelfde met die dwarsliggers.

Maar die van Nijmegen lieten het er niet bij zitten. Wat als we aan de bestaande brug nu eens een fietspad hingen, vroegen ze zich af. En wat later deden ze het nog ook. Ze bonden een fietsbrug aan de spoorbrug en klaar was Kees (nu ja, in werkelijkheid had het iets meer voeten in de Waal, maar het punt is: ze deden het maar weer).

Als kers op de taart bedachten ze er een even gelaagde als geniale naam voor: ‘De snelbinder’.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Toegegeven, ze vergaten ook hier de voetgangers. Maar laat het een verzachtende omstandigheid zijn dat de brug al van 2003 dateert. Er bestonden toen ook al voetgangers, dat is waar, maar ook bij onze Noorderburen heeft het denken over de behoeften van de actieve weggebruiker een kronkelig parcours afgelegd.

Desalniettemin wil ik graag de aandacht vestigen op nog een schitterende vondst: kijk even hoe ze de brugleuningen naar buiten lieten buigen zodat fietsers op stuurhoogte net dat beetje meer veiligheidsruimte kregen. En waardoor voetgangers, want ze zijn er wel degelijk, comfortabel kunnen leunen.

Het is zo eenvoudig dat een mens zich afvraagt waarom dit geen standaardoplossing is. Te moeilijk wellicht.

Een zalige vertragingsmachine

In Nijmegen hebben ze dus een koppel onvervalste Beneluxbruggen: Belgische architect, Luxemburgse ingenieur, Nederlandse opdrachtgevers.

Vorige keer hadden we het over de Oversteek. We bewonderden de knappe vormgeving en de subtiele verankering in de lokale geschiedenis en haalden het wierookvat boven voor het feit dat deze brug ook letterlijk ruimte geeft voor aangenaam en veilig fietsen én verpozen.

Studiereis HSV Nederland 2018 (343)

De Oversteek

De voetgangers kwamen er evenwel wat bekaaid van af, zo dorsten wij voorzichtig op te merken. Voor sommigen was dat echt wel te voorzichtig geformuleerd. Er klonk de kritiek dat ook bij de Oversteek het voorruitperspectief toch wel sterk had doorgewogen en dat het op- en afgaan/rijden voor respectievelijk fietsers en wandelaars toch wel beter had gekund.

Jawel, en dan vergat men nog op te merken dat de brug onderaan een beetje krap berekend is.

Studiereis HSV Nederland 2018 (434)

Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn dus, maar desalniettemin is de Oversteek een brug die er wezen mag. De meeste bruggen in Vlaanderen kunnen er een puntje aan zuigen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Gezien het voorgaande ben ik benieuwd naar hoe de tweede Beneluxbrug, de Lentloper, hier zal worden ontvangen. Niet gewend te worden verweten dat ik niet kritisch genoeg ben, aarzel ik nu een beetje om te enthousiast te zijn.

Edoch. Laat ik mijn nek maar uitsteken: ik vind de Lentloper een zaligheid.

Studiereis HSV Nederland 2018 (383)

Kleinschalige materialen geven reliëf aan de brug en schaden de befietsbaarheid geenszins.

Wie er over fietst, stapt gegarandeerd af. De Lentloper is een vertragingsmachine in de meest positieve zin van het woord.

Studiereis HSV Nederland 2018 (374)

Als het woord ‘ingenieus’ érgens op zijn plaats is, dan wel hier: de brugstructuur ziet er ingewikkelder uit dan hij in werkelijkheid is, waardoor de meerkost voor een enorme meerwaarde verwaarloosbaar was. 

Ik nam de proef op de som met een nietsvermoedende meute Vlaamse studenten verkeerskunde en zie: niet één exemplaar kon de verleiding weerstaan.

Studiereis HSV Nederland 2018 (364)

Deze ‘promenadebrug’ is dan ook één groot uitnodigend gebaar om languit te gaan liggen in de zon of in de regen (al naargelang) en luidkeels ‘het làààànd van Waas en Waal’ te gaan zingen of, eerder nog, versteld en verstild uit te kijken over het voortdurend veranderende ‘rivierpark’ rondom.

Want de Nijmeegse beleidvoerders hebben de klimaatverandering en de daarmee samenhangende overstromingsdreiging omgebogen in hun voordeel. Ze hebben niet alleen de rivier haar bewegingsvrijheid gegeven, maar meteen ook hun inwoners.

Voor wie er nog aan twijfelde: Nijmegen werd niet zomaar ‘Green Capital’ van Europa. Daar moest het wel wat voor doen…

Studiereis HSV Nederland 2018 (386)

Voorlopig nog wat kaal, maar de tijd brengt dat vanzelf in orde…

Een brug tussen oorlog en vrede

“Nederland gidsland”, de tijd dat die slogan nog iets betekende ligt intussen al eventjes achter ons. Maar als het over bruggen gaat, staan onze Noorderburen nog altijd hun mannetje. Bijvoorbeeld in ‘Green Capital’ Nijmegen, de oudste stad van Nederland die, door toedoen van een domme oorlog, nu de facto één van de nieuwste is.

Daar grossieren ze zo’n beetje in bruggen-die-meer-zijn-dan-bruggen.

Neem bijvoorbeeld de Oversteek. Dat is een architecturaal hoogstandje van de hand van – hoe ironisch kan het worden – een Belgische architect, Chris Poulissen. Al is die zo eerlijk om toe te geven dat hij zijn mosterd haalde in het Italiaanse Firenze: “Daar heb je bruggen waarop je een afspraak maakt voor een ontmoeting.”

Studiereis HSV Nederland 2018 (427)

Of dat hier helemaal gelukt is, durf ik wel te betwijfelen. Al bij al is de voor ontmoeting gereserveerde ruimte beperkt gebleven. Voor voetgangers is er, behalve op het segment onder de eigenlijke ‘boogbrug’,  geen aparte plaats voorzien. Bij Nederlandse fietsintensiteiten betekent dit dat die zich er “op eigen risico” moeten wagen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Maar wat je deze brug moet nageven, is dat ze zich door een uitgepuurde vorm en zorgvuldig materiaalgebruik naadloos heeft ingepast in het land- en waterschap én respectvol aanknoopt bij de genius loci. Als eerbetoon aan de 48 Amerikaanse militairen die hier in 1944 de Oversteek waagden en daarbij het leven lieten, staan er evenveel lichtmastparen die elke avond van zuid (Nijmegen) naar noord (Lent) twee aan twee ontstoken worden, op het tempo van een trage mars.

Wie zei daar dat een brug alleen maar een verbinding is tussen a en b? Hier is het alvast ook een verbinding tussen gisteren en vandaag en tussen oorlog en vrede.

Indrukwekkend? Wacht tot we het over de Lentloper hebben, de andere Nijmeegse brug van Poulissen (en de Luxemburgse ingenieur Ney)…