RSS feed

Categorie archief: slachtoffers

Slot goed, al goed

De regering paste deze week de regelgeving over de toepassing van het alcoholslot aan. Elke aanscherping die het alcoholslot breder toepasbaar maakt is (veiligheids)winst, maar ik heb er toch drie bedenkingen bij:

Alcohol verboden-001

Hier hoorde je het argument dat met zo’n maatregel ‘iedereen wordt gestraft’ dan weer niet… 

1) het alcoholslot wordt voorbehouden voor recidivisten, waardoor het natuurlijk geen preventiemaatregel meer is (en al helemaal niet in een context waarin de pakkans nog altijd ontieglijk klein is)

2) doordat het alcoholslot alleen als een ‘straf’ wordt toegepast, krijgt het onterecht een stigma

3) het alcoholslot zou best algemeen worden toegepast als basisveiligheidsuitrusting. Het argument dat je daarmee ‘iedereen straft’ snijdt geen hout, aangezien de meerkost verwaarloosbaar zal worden door de schaalvergroting en/of makkelijk uit te wissen is door overbodige gadgets weg te laten of komaf te maken met de oversizing van auto’s. Maar dan zijn we natuurlijk bij een taboe aanbeland…

Naar aanleiding van een eerder mediastormpje over het alcoholslot schreef ik een tijdje geleden onder de titel ‘Bob de Brouwer’ onderstaande column in De Verkeersspecialist (uitgeverij Wolters-Kluwer).

“Je kent het wel, het verschijnsel dat politici eensklaps grote belangstelling tonen voor een beleidsthema, wat ballonnetjes oplaten, eventueel zelfs enkele beloftes lozen of een maatregel improviseren waarna ze het thema even plots weer loslaten en vergeten. De media noemen het ‘steekvlampolitiek’ en af en toe klagen ze erover.

Daarnaast is er het fenomeen van plotse journalistieke aandacht voor een thema die, na een hevige regenbui van bits and bytes en verontwaardigde editorialen, weer gaat liggen. De media klagen er niet over en noemen het kortweg journalistiek.

Ik van mijn kant, ik erger me eraan. Bij één weekendongeval beweegt er niets of niemand. Bij twee ongevallen rinkelt de telefoon al eens. Bij drie staat hij roodgloeiend. Wat er aan gedaan kan worden en waarom dat dan nog niet is gedaan? Graag vandaag nog een antwoord, want morgen is het geen nieuws meer.

Zo komt het dat verkeersveiligheid af en toe een thema wordt. Meestal voor de duur van één dag. Bij voldoende en/of voldoende jonge en/of voldoende bekende slachtoffers soms twee of drie dagen. Al naargelang van de vermoedelijke toedracht van de ongevallen verschuift de invalshoek. Van jongeren en ouderen over fietsers naar truckchauffeurs en motorrijders tot dode hoeken, speedpedelecs, medicatie en alcohol.

Laatst was het weer de beurt aan alcohol. Drie drama’s op enkele dagen met jonge fietsers onder de dodelijke slachtoffers en telkens een chauffeur met alcohol waar er verstand had moeten zitten. Mijn fairphone zoemde en de berichtjes van journalisten druppelden binnen. Ik zat in het buitenland en liet de kelk aan mij voorbijgaan. De jongste tijd ben ik ten prooi gevallen aan een zekere mediamoeheid. Bovendien zouden anderen vast hetzelfde zeggen. Iets met de voorspelbare ingrediënten: een hogere (gepercipieerde) pakkans, een consequente veiligheidscultuur waarin geen plaats is voor de combinatie van alcohol en rijden, de open deur dat voorkomen beter is dan genezen en dat een alcoholslot dus een reuzenstap voorwaarts zou zijn…

Verdorie, als ik een klomp had gehad was die toen gebroken. Want o akelige verrassing: er kwamen specialisten aan het woord die het alcoholslot van de hand wezen als een mooi, maar helaas onhaalbaar idee. “Belonen is beter dan bestraffen,” orakelde een hooggeleerde professor. Hij trad niet verder in detail, zodat ik me afvroeg hoe dat er concreet uit zou zien: een knuffel van de wijkagent (m/v/x) of  een gratis drankbonnetje voor iedere keer dat iemand betrapt wordt op nuchter rijden? Of wacht, ik weet het: een punt erbij op je rijbewijs! Misschien zou met deze positieve invulling het rijbewijs met punten eindelijk politiek draagvlak krijgen.

Alcoholslot (30)

“Het is makkelijk te omzeilen, zo’n alcoholslot,” leek een andere expert uit ervaring te spreken, “je laat je vriend blazen en kruipt vervolgens achter het stuur.” Zo’n extra barrière dat de dronken overtreder niet zonder een domme medeplichtige kan, dat leek me eigenlijk winst in vergelijking met de huidige situatie die lone wolves vrij spel geeft. Maar blijkbaar had ik dat toch niet goed begrepen.

“Het kost ook te veel,” wist een derde te melden. Ik verwachtte astronomische bedragen, maar meer dan het equivalent van een set lichtmetalen velgen bleek het niet te zijn. De journalist vergat jammer genoeg ook te vragen wat de kostprijs nog zou zijn als elk van de vijfhonderdduizend nieuwverkochte wagens met het snu(i)fje zou zijn uitgerust. Ik dacht ooit eens iets over schaalvoordelen te hebben gelezen, maar wellicht vergis ik mij.     

Maar goed, er waren nog meer argumenten om het alcoholslot niet te verplichten. “Het zou ontzettend veel mensen bestraffen, omdat een kleine groep iets fout doet.” Het rolde zomaar uit de mond van de woordvoerder van een instituut dat tot voor kort nog het woord ‘Verkeersveiligheid’ in zijn naam droeg. Een schrandere scribent had kunnen opmerken dat die kleine groep toch groot genoeg is om duizenden dodelijke en zwaargewonde slachtoffers per jaar te maken. En de vraag kunnen opwerpen of de doodstraf dan wel de levenslange straf voor de slachtoffers en hun families dan niet veel zwaarder woog dan de straf telkens voor het starten in een pijpje te moeten blazen. Maar Bourgondiërs die Weten Waarom stellen zo’n vragen niet. In dit land is het rijbewijs met pinten een onvervreemdbaar mensenrecht.

Overigens was de woordvoerder nog niet uitgepraat. “Je kunt beter mensen die iets verkeerd doen zwaarder straffen,” meldde hij nog. Wat mij dan weer vertwijfeld deed afvragen of die prof met zijn ‘belonen is beter dan bestraffen’ dan toch niet uit z’n nek had gekletst.

Ach, misschien bekijk ik de zaken gewoon te nuchter. Ik leg mij te rusten, in de geruststellende wetenschap dat het morgen over iets anders zal gaan. Over rekeningrijden bijvoorbeeld. Lang geleden trouwens dat we nog eens onderzocht hebben of dat wat uithaalt.

 

Advertenties

Een les in vier lagen

Stel je voor: bij het aan boord gaan bij je Brussels Airlines-vlucht zie je vanuit je ooghoek een sticker hangen op de deur naar de cockpit: “Fucking airlines!’ Eenmaal geïnstalleerd aan het raampje zie je dat op de vleugel van de Airbus een joekel van een opgestoken middelvinger is geprint met daaronder het opschrift: “Flying low is not a crime”.

Wat doe je? Redelijke kans dat je het toestel weer verlaat. En dat je de piloot er op aanspreekt. Of dit misschien een grap is? En of hij denkt hiermee zomaar mee weg te komen? Gegarandeerd volgt er een klacht bij Brussels Airlines, zo al niet bij de luchtvaartautoriteiten. En gegarandeerd is jouw klacht niet de enige.

Dit is natuurlijk maar een een gedachtenexperiment. In de praktijk is zoiets, nou ja, ondenkbaar zijn. De luchtvaartautoriteiten zouden al lang hebben ingegrepen en de volledige crew preventief hebben geschorst.

“Safety first”: in de luchtvaart is het de vanzelfsprekendheid zelve. Doet er zich een bijna-ongeval voor, dan wordt er onmiddellijk een onderzoek uitgevoerd naar het hoe en waarom en wat we eruit kunnen leren om herhaling te voorkomen.

Hoe anders gaat het er aan toe in het autoregime!

Daar worden bijna-ongevallen in de regel beschouwd als een bewijs dat het veilig is: er is immers niks gebeurd! In vrijwel elke politiezone in dit land worden alleen de kruispunten en wegsegmenten onder de loep genomen waar er ongevallen, correctie ‘voldoende’ ongevallen, gebeurden. Als het al gebeurt. Want van enige systematiek is op de meeste plaatsen helaas nog altijd geen sprake. De voorbije week kondigde een krant de in het doctoraat van Tim De Ceunynck behandelde analyse van bijna-ongevallen (De Ceunynck: “het niet-doen is onethisch”) dan ook aan als “een revolutionaire methode”. Eigenlijk is dat niets minder dan een blamage, maar niemand voelde zich aangesproken.

Als er van een veiligheidscultuur al geen sprake is bij de wegbeheerders, wat zou die er dan zijn bij de weggebruikers? In tegenstelling tot in de luchtvaart zijn er op de weg een pak piloten die graag laagvliegen en daar openlijk voor uit komen. Zo lang ze niet botsen en daarbij niemand anders zwaar verwonden of doden, hoeven ze geen schorsing te vrezen.

Veiligheidsbeleid in autoland betekent dat we met gekruiste armen wachten tot het zover is.

Daarna hebben we het dan over “een ongelukkige samenloop van omstandigheden”. Wanneer er voldoende ongelukkige samenlopen van omstandigheden zijn geweest, gaan we die omstandigheden eens bekijken.

Klinkt dit cynisch? Niet half zo cynisch als deze achterkant die tot voor kort in het Lierse rondsjeesde (en nu te koop staat):

Snelheid

De man (disclaimer: dit is een gokje) had duidelijk meer stickers dan verstand en een mens kan maar hopen dat hij zijn Ford Ka niet heeft ingewisseld voor iets met meer vermogen. Want de betrokkene doet zelfs niet aan ‘wijsheid achteraf’, nochtans de goedkoopste wijsheid die er is. “If one day the speed kills me / don’t cry because I was smiling” citeert hij de Fast and Furious-acteur Paul Walker en hij doet dat met vermelding van diens overlijdensjaar: 2013. Amper 40 jaar oud kwam kwam die op 30 november van dat jaar om in een autocrash in Californië. Aan het stuur zat zijn vriend Rodas en naar verluidt reed die tussen 146 en 160km/u waar slechts 70km/u was toegestaan.

Mensen met een hart voor literatuur denken dan: “kroniek van een aangekondigd ongeval”.

En de anderen: “Eigen schuld, dikke bult”.

Snelheid (2)Maar Walkers dochter en Rodas’ weduwe, die het citaat van Walker vermoedelijk allebei in de wind sloegen, zijn het daar niet mee eens. Niet de chauffeur treft schuld, zeggen zij, wel fabrikant Porsche, “want de Carrera GT is een gevaarlijke wagen die niet thuishoort op de weg”.

Geef ze eens ongelijk. Het ding had een top van 334km/u en sprintte in 3,9 seconden van 0 naar 100km/u – en dat zijn nu eens géén “labocijfers”.

Verdorie, wat kan de werkelijkheid toch veel lagen hebben! En de te trekken les dus ook:

1) Verbied gevaarlijk speelgoed.

2) Verbied kinderen met gevaarlijk speelgoed te spelen.

3) Voorkom dat kinderen die aankondigen dat ze met gevaarlijk speelgoed gaan spelen dat effectief doen (pak hun speelgoed af, zet ze in de hoek).

4) Doe dat ook met kinderen die eigenlijk volwassenen zijn.

Noem het voor mijn part preventie. Of gewoon gezond verstand.

 

 

Fietsgemeente 2018: één winnaar is al bekend.

Breaking news

Tot en met vrijdag 15 december kunnen gemeenten zich bij de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) kandidaat stellen voor de titel van ‘Fietsgemeente 2018’, maar de winnaar voor de categorie beneden de 20.000 inwoners al bekend: Bonheiden.

Enfin, wat mij betreft toch – al heb ik er hoegenaamd niets in te zeggen. Maar ik maak me sterk dat Bonheiden over de grootste troeven beschikt en wel met een combinatie van twee ingrediënten waarvan ik normaal gesproken maar een lauwe liefhebber ben: fietsstraten en ICT.

Fietsstraten

Bonheiden en Mechelen (120)Fietsstraten zijn de nieuwste hype in fietsland en elke gemeente lijkt er tegenwoordig één te willen hebben, of ze nu zin heeft of niet. Vaak gebeurt dat met de beste bedoelingen, maar even vaak is de fietsstraat niet meer dan een middel om Koning Auto ruim baan te geven op de route waar de bestemmingen en de functies liggen. Fietsers worden dan verbannen naar een excuustraject, in het beste geval parallel aan de eigenlijke route, en soms is zelfs het woord ‘traject’ geflatteerd: de fietsstraat is dan een willekeurige strook asfalt die van nergens naar nergens leidt en in de feiten niet meer is dan een doortrapte (sic) maskering van een gebrek aan moed om het autoverkeer aan banden te leggen.

 

Fietsstratennetwerk

In Bonheiden kan je de wat atypische coalitie van N-VA, CD&V en Groen daar niet van betichten. De ambitie was er van meetafaan duidelijk: meer mensen op de fiets krijgen door hen veilige routes aan te bieden.

En zo geschiedde. Enerzijds werden ‘stille kamers’ afgebakend: gebieden waar doorgaand autoverkeer niet gewenst is. Anderzijds werd in samenspraak met de kindergemeenteraad (!) en op basis van de feitelijke verplaatsingspatronen bepaald op welke wegen de fiets maatgevend zou moeten worden. Het resultaat was een samenhangend netwerk dat de belangrijkste bestemmingen verbindt of er aansluiting op geeft: de scholen, het gemeentehuis en het cultureel centrum, de toekomstige fietssnelweg Mechelen-Antwerpen… Hier geen losse eindjes, maar een netwerk van meer dan 25 kilometer van fietsstraten en ‘fietsvriendelijke’ straten.

Draagvlak 

Niet de fietser werd dus verbannen, wel de automobilist.

Straf? Het wordt nog straffer. Het gebeurde met instemming van de bewoners van alle betrokken straten. “83% was de laagste instemmingsscore die we haalden op onze inspraakvergaderingen,” vertelde een burgemeester ons zo enthousiast dat we niet anders kunnen dan daarin alvast een deel van de verklaring te zien.

Een ander deel van de verklaring is dat de bewoners er duidelijk bij te winnen hadden. Behalve fietsveiligheid voor hun kinderen en zichzelf, ook – maar dat bleek dus pas achteraf – een halvering van het autoverkeer. Leefkwaliteit met andere woorden.

Maar er is meer. Onder andere door een verfijning van de afstelling van de verkeerslichten, is er op het hoofdwegennet nu een vlottere doorstroming voor auto’s. Zo hebben automobilisten alvast een reden minder om nog hun heil te zoeken in ‘binnenwegeltjes’.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Gedurfde inrichting 

En hoe werden die fietsstraten dan ingericht? Alvast niet met peperduur rood asfalt van minderwaardige kwaliteit noch met rode verf die elke twee jaar moet worden vernieuwd. Bonheiden koos voor de even gedurfde als eenvoudige combinatie van smalle suggestiestrepen (“Ze betekenen niks en hebben geen enkel statuut!” aldus burgemeester Vaganée), chevrons en fietssjablonen, doorlopende witte lijnen (“Meteen een parkeerverbod.”) en wat verkeersborden.

Het resultaat mag er wezen: straten waar iedereen met zijn klompen aan voelt dat de auto er hoogstens te gast is. Waarmee de essentie van een fietsstraat perfect gevat is.

Bonheiden en Mechelen (113)

Natuurlijk zijn ook in Bonheiden nog niet alle problemen ‘van de baan’. Op sommige stukken van het fietstraject is de spanning met de ruimte die de auto opeist nog sterk voelbaar. Zelfs als hij er niet is.

Kostprijs?

Een beetje verf, wat borden, enkele paaltjes en een portie politieke moed en handigheid. Dat kost niet veel. “50.000 euro,” aldus de burgervader, wat dus betekent dat als de prijs van ‘Fietsgemeente 2018’ wordt binnengehaald Bonheiden uit de kosten is.

Al is het dat eigenlijk nu al. Er is de onschatbare opbrengst van de gestegen verkeersveiligheid.  Het aantal ongevallen met doden en gewonden is op één jaar tijd spectaculair gedaald. Tegelijk is het aantal fietsers spectaculair gestegen. Fietste tot voor kort 12% van de leerlingen naar school, vandaag is dat meer dan 60%. En de winst tikt verder aan onder de vorm van een aanzienlijke toeristische bonus. Steeds meer recreatieve fietsers vinden de weg naar Bonheiden en strijken neer bij de plaatselijke horeca.

ICT

Waren het alleen de verf, de borden en de paaltjes die het hem deden? Nou nee. Er is ook de slimme inzet van ICT.  Door de fietsen van de Bonheidense leerlingen en scholieren uit te rusten met een chip kan vandaag elke fietsrit naar school volautomatisch en correct geregistreerd worden. En dus ook  beloond. Hoe meer leerlingen met de fiets naar school komen, hoe meer ‘dukaten’ ze verzamelen. Fietsen bij slecht weer of in de winter levert meer op dan fietsen bij zonnig weer. Zeg nu zelf: de smart verminderen, dat is pas smart! Bonheiden was dan ook al de terechte winnaar van de Agoria Smart City Award.

Feest!

Het mooiste moet nog komen. Want wat doet een mens in godsnaam in Eurotijden met dukaten? Hij gaat ermee naar één van de vijf dorpskermissen. Daar zijn ze één euro waard – een kostprijs die de foorkramers voor de helft voor hun rekening nemen. De burgervader: “De kinderen mogen van ons heel veel met de auto rijden, maar wel op de kermismolen!”

Of hoe fietsen uiteindelijk letterlijk een kinderfeest wordt. Een betere illustratie van wat ik in ‘Weg van mobiliteit’ bedoelde met de noodzaak van een vierde* ‘E’, die van Enjoyment, kan ik nauwelijks bedenken.

 

 

*De andere 3 E’s zijn Engineering, Education en Enforcement.

Botsauto’s

Alexander D’Hooghe, Oosterweelintendant en New York-kenner, verzekerde me een tijdje geleden dat de auto in de Big Apple een zeer bescheiden rol speelt. De feiten geven hem gelijk: het autobezit van de NewYorkers is ongeveer de helft van wat gangbaar is in de rest van de Verenigde Staten en veel stedelingen laten hun kar dan ook nog buiten de stad of zelfs de staat logeren. In de stad hebben ze hem immers niet nodig. Daar verplaatsen ze zich te voet, met de metro of met de taxi.

IMG_2001

Toch werd ik door de bewering van D’Hooghe aardig op het verkeerde been gezet. Ietwat naïef had ik me verwacht aan een eerder autoluwe. Dat is een klassieke inschattingsfout natuurlijk: een klein deel van heel veel kan nog altijd heel veel zijn. Dat wordt bijvoorbeeld in Antwerpen nogal eens uit het oog verloren als er fier verwezen wordt naar de 50/50-modal split-doelstelling. Dat in de toekomst nog ‘slechts’ 50% van het verkeer in de koekenstad uit auto’s mag bestaan, betekent niet automatisch dat er minder auto’s zullen zijn. Als het verkeersvolume blijft groeien, kan zelfs het tegenovergestelde het geval zijn.

Unsafety by numbers

Dat is niet zo’n fijn nieuws. Niet vanuit het oogpunt van ruimtegebruik, niet vanuit dat van de luchtkwaliteit, niet vanuit dat van de verkeersveiligheid. Er mag dan discussie zijn over het ‘safety by numbers’-principe (meer fietsers leidt automatisch tot meer veiligheid voor fietsers), over ‘unsafety by numbers’ is die er niet: meer auto’s leiden tot meer onveiligheid voor fietsers en voetgangers.

Schijnbaar is dat voorlopig nog een waarheid die onuitgesproken moet blijven. Liever blijven we onszelf wijsmaken dat veel auto’s veilig verzoenbaar zijn met veel fietsers.

Alvast in New York was het duidelijk dat dit een mythe is. Fietsen is er voorlopig vooral een activiteit voor fitte ‘durvers’ – niet voor pakweg kinderen of senioren.

Dat komt door het simpele feit dat als er dik 8 miljoen mensen op een kluitje leven en maar een kleine minderheid daarvan een auto gebruikt voor zijn verplaatsingen, dit nog altijd héél veel auto’s oplevert.

Het was dus even slikken bij onze eerste fietstocht door de stad. Daarvoor hadden we wijselijk een zondag uitgekozen, maar toch: veel is veel. En blijft, zelfs in een stad met heel brede  avenues en streets, te veel. Voor fietsers is het op de meeste plaatsen behelpen. Dit wil zeggen: laveren tussen het autoverkeer of zich tevreden stellen met de toegewezen restruimte die als fietspad staat aangeduid.

Fietspad in New York

Geel en zwart

Dat parkeren op het openbaar domein er nog altijd gratis is en dat burgemeester Bloomberg z’n congestietax er enkele jaren geleden niet doorkreeg (doordat de vertegenwoordigers van de suburbs tegenstemden) zal er wel niet vreemd aan zijn dat Google tijdens de gehele duur van ons verblijf ‘druk verkeer in je omgeving’ bleef melden. Waarbij ‘verkeer’ uiteraard niet stond voor voetgangers of fietsers, maar voor auto’s.

New York Police Department in Smart

Die auto’s zijn opvallend vaak geel. Dat zijn cabs of taxi’s. Niet langer de legendarische Checkers die veertig jaar lang het straatbeeld domineerden, maar meestal Toyota’s. Amerikanen hebben blijkbaar een hoge pet op van de betrouwbaarheid van Japanse auto’s. Toen een riksjarijder in Central Park me vertelde over de steeds in de Dakota Building wonende Yoko Ono, deed hij dat als volgt: “She’s 😯 years old, but she doesn’t look like that, because she’s made in Japan.”

Daarnaast zijn er ook opvallend veel zwarte auto’s. Naar verluidt zijn dat meestal Ubers of Lyfts, al weet je dat pas zeker wanneer zo’n wagen plots naar het trottoir uitwijkt en jou als fietser naar de kant duwt. Dan heeft hij zijn klant ontdekt – maar jou niet.

A rich man’s world

Verder zijn het vooral auto’s van wat in het jargon ‘het premiumsegment’ wordt genoemd.

Naast de obligate stadstanks van  Jeep en Range Rover, de Cadillacs, Lincolns en een verdwaalde Chrysler zijn het de overmaatse limousines en SUV’s van Maybach, Lexus, Infiniti, Lincoln, Acura en ‘Genesis’ (premiummerken van respectievelijk Mercedes, Toyota, Nissan, Ford, Honda en Hyundai) die de dienst uitmaken. Autorijden is hier blijkbaar een privilege van de rijken, ook al zijn de file en de parkeerplaatsen dan gratis – of misschien net daarom.

De struggle for space is er niet minder om. Dat valt niet alleen op te maken uit het permanente getoeter, maar ook uit de rubberen ‘schorten’ waarmee veel auto’s zijn uitgerust.

Het heeft iets aandoenlijks, die vrijwillige degradatie van die statuskoetsen tot botsauto.

Allemaal vluchtelingen

Sommigen zullen denken dat het vorige blogbericht voor één keer niets met mobiliteit te maken had. Het pleit voor hen dat ze denken. Maar ze denken verkeerd.

Het ging over vluchtelingen en laat vluchtelingen net de meest extreme vorm van mobiliteit belichamen. En dus misschien wel het meest de essentie ervan raken.

Mensen verplaatsen zich omdat ze daar behoefte aan hebben. Omdat er op een andere plaats iets is wat ze op de ene plaats niet hebben: veiligheid, voedsel, werk, geliefden, vertier. De mobiliteit van vluchtelingen verschilt in wezen dus in niets van die van anderen.

Die anderen zijn overigens maar al te vaak ook vluchtelingen, zéker in deze tijd van het jaar. In dichte drommen ontvluchten zij de geestdodende repetitiviteit van hun werk, de kopzorgen, het gebrek aan levenskwaliteit op de plek waar ze wonen. Ze gaan op zoek naar ruimte, natuur, gezonde lucht, water waarin je nog kan zwemmen, een plek waar hun kinderen veilig kunnen spelen, rust en stilte – al die dingen die ze als vanzelfsprekend zichzelf zijn gaan ontzeggen, maar waarvan ze vinden dat ze er één keer per jaar toch wel recht op hebben.

Brussel (33)

En dus eisen ze voor zichzelf het recht op absolute mobiliteit op: de wachtrijen op de luchthavens moeten zo kort mogelijk zijn, de tunnels in Oostenrijk en Zwitserland berekend op onze massale doortocht, de grenscontroles tot een minimum beperkt, de prijzen voor het gebruik van infrastructuur matig en liefst gratis, de parkeerplaatsen op de bestemmingen overvloedig… Barrières moeten zoveel mogelijk geslecht, grenzen gesloopt. Want het is allemaal ‘welverdiend’ en als ze op het vliegtuig niet naast elkaar kunnen zitten (omdat ze uit principe weigeren enkele euro’s meer te betalen) of door een ongeval enkele uren vertraging oplopen, dan worden dat nieuwsitems.

Dat ze voor zichzelf, dat we voor onszelf opeisen wat ze, wat we anderen blijkbaar niet of node gunnen, daar moeten we vooral vandaag niet op wijzen. Want hé, ze en we zijn met vakantie. Mag het even?

Sorry dus voor deze kleine inconvenience.

Lees de rest van dit bericht

Het shockingcenter

De vijfjaarlijkse Documenta, nummer 14 ondertussen, trok ons deze zomer naar het Duitse Kassel. En om meteen maar te openen met een spoiler: we kwamen terug van een kale reis.

Er was nauwelijks iets wat ons echt ‘raakte’, ons oplaadde met nieuwe vragen of manieren om naar de werkelijkheid te kijken – wat mij betreft de essentie van goeie kunst. In de plaats kregen we vooral statements die stijf stonden van het eigen eendimensionale gelijk.

Of gewoon gratuite waren.  Zo stond er bijvoorbeeld ‘Beingsafeisscary’ op de fries van één van de sleutelgebouwen. Best provocerend in deze tijden, maar er was schijnbaar niemand die er de ironie van inzag dat om dit gebouw te betreden twee keer moest worden aangeschoven: één keer om je rugzakje in te leveren (er zou een bom in kunnen zitten) en één keer om (oppervlakkig) gefouilleerd te worden vooraleer het pand te betreden. Notbeingsafeisapparentlyscarier.

Kassel (3)

Best mogelijk natuurlijk dat het aan ons lag, maar gesprekken met andere Documentabezoekers en een kritische recensie in de NRC gaven aan dat we niet alleen stonden.

De meest ontwrichtende, in het gezicht slaande confrontatie was trouwens een toevalstreffer:

IMG_0746

 “Wij shoppen niet, wij kopen ons gelukkig” staat er schaamteloos te lezen op de gesloten gevel van het shoppingcenter.

Dat de homo shoppicus niet ziet hoe de kans op echte zingeving letterlijk over straat loopt onder de vorm van mensen op de vlucht voor oorlog, honger en ellende is één ding. Maar dat hij daar dan ook nog eens schaamteloos fier mee uitpakt, dàt vond ik shockerend.

Zwaar vervoer, zware verantwoordelijkheid

Geplaatst op

Gisteren was het weer zover: een dodelijk dodehoekongeval. Eén dode, zegt de krant, maar er was natuurlijk een meervoud aan slachtoffers- van gezins- en familieleden over vrienden tot en met de vrachtwagenchauffeur die vermoedelijk als ‘dader’ in de statistieken terecht zal komen.

Telkens er zich zo’n drama voltrekt is er wel één journalist die mij belt. En dan hoor ik mijzelf steeds hetzelfde herhalen: dat het geen ongeval is, maar het gevolg van maatschappelijke keuzes, dat we leven in een samenleving die veiligheid behandelt als Russische roulette. In Vlaanderen hanteren we een pistool met 1 kogel voor 12.500 gaatjes – het gevolg van onze weigering om consequent werk te maken van verkeersveiligheid en andere waarden zwaarder te laten doorwegen: economische, financiële, electorale – tot en met banaal gemakzuchtige.

Ook gewone kost langs Vlaamse wegen: de pech- of parkeerstrook als stockageplek voor transportbedrijven. Jammer voor de fietsers als die strook toevallig te smal is.

Het is nooit zonder risico om uitspraken te doen over een concreet ongeval, maar een blik op het kruispunt in kwestie leert dat een conflictvrije verkeerslichtenregeling tot de mogelijkheden had behoord. Helaas, niettegenstaande deze regeling in de beleidsbrief van minister Weyts naar voor wordt geschoven als de gewenste ‘default’, bestaat er nog altijd geen ‘Moonproject’ voor de aanpak van onze gevaarlijke kruispunten dat zegt: “tegen 2020 moeten alle lichtenregelingen herzien zijn en waar mogelijk conflictvrij”. In het beste geval wordt het kruispunt in kwestie nu door de wegbeheerder(s) even tegen het licht gehouden. Ad hoc, maar vooral: post hoc.

Hetzelfde liedje wat betreft het rekeningrijden voor vrachtwagens. Een prima maatregel die de reële kosten voor wegvervoer een beetje rechtvaardiger verdeelt, maar jammer genoeg zo toegepast dat de nadelen de voordelen gaan overschaduwen. Doordat Vlaanderen ervoor koos om het rekeningrijden voor vrachtwagens te beperken tot het hogere wegennet, kregen we een verschuiving van het vrachtwagenverkeer naar uitgerekend die wegen waar we ze het minst graag hebben: naar de straten en wegen van het onderliggende wegennet, waar onze dorpskommen, schooltjes, speelterreinen en kindercrèches zich bevinden.

Door de opeenvolgende tragedies en de aanhoudende stroom klachten vanuit de gemeenten, zegde de minister toe om de verschuiving te onderzoeken. In de fysica zou dit neerkomen op een onderzoek naar het bestaan van de zwaartekracht. In de context van de verkeerskunde accepteren we dit.

In Vlaanderen dan toch. Want het Brussels gewest was zo verstandig om rekeningrijden van meet af aan toe te passen op het hele netwerk. Het maakte bovendien de tarieven op het onderliggende netwerk hoger dan op de snelwegen. Een perfecte keuzearchitectuur die de keuzes stimuleert die maatschappelijk het meest gewenst zijn.

En Wallonië, u weet wel, dat stuurloze gewest dat leeft van het ene schandaal in het andere, stuurt bij en trekt nu een aantal gedetecteerde ‘sluiproutes’ mee in het systeem.

Vlaanderen doet, in afwachting van de uitkomst van onze zoektocht naar het bekende, het omgekeerde: per 1 juli werden de tarieven geïndexeerd, waardoor het de facto nog een beetje aantrekkelijker en dus verleidelijker wordt om de kleinere wegen onveilig te maken.

Als het een troost voor onze Vlaamse regenten mag zijn: op één punt volharden de drie gewesten in dezelfde fout. Euro 5- en Euro 6-vrachtwagens betalen overal even veel, ondanks voorafgaande beloften dat de minst milieubelastende trucks minder zouden moeten betalen.

Daarmee werden de bedrijven die zo naïef waren de beloften van de Belgische overheden te geloven en voortvarend investeerden in een duurdere Euro 6-vloot vakkundig een hak gezet. Verkeersveiligheid, milieuvriendelijkheid en gezondheid: zelfs wanneer ze ook op de korte termijn met de economische belangen sporen, slagen we er nog niet in de juiste keuzes te maken.

 

Info: Aangepaste kaarten en tarieven die gelden vanaf 1 juli 2017