RSS feed

Categorie archief: Nieuws en politiek

Waarover het morgen (bijvoorbeeld) gaat

Zo. De campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen zit er bijna op. Morgen begint die voor de regionale, de federale en de Europese verkiezingen. Of nee, eigenlijk was die al bezig, want de lokale thema’s werden zonder veel gewetensbezwaren met de andere gemengd – om niet te zeggen: op één hoopje gegooid.

Daardoor werden heel concrete keuzes wel heel abstract. Ik heb geen partij gevonden die niet voor sociaal welzijn was, voor het milieu en voor dierenrechten  – vooral dierenrechten deden het goed, opvallend beter dan pakweg ‘mensenrechten’. Toch ben ik er niet gerust op. Als er morgen bijvoorbeeld een oordeel moet geveld worden over de aanvraag van een lokaal ziekenhuis om een parking te mogen aanleggen in de vallei van de Nete, wat gaan de nieuwe verkozenen dan beslissen?

Ik had het graag vernomen uit de programma’s en de brochures, maar ik vond bij maar één partij het antwoord. En dus kan het nog alle kanten uit.

Netevallei ziekenhuisparking

Zicht op de potentiële parkinglocatie

Het toeval wil dat ons ziekenhuis effectief zo’n aanvraag gaat indienen. Volg even mee: uit het onderzoek van de CurieuzeNeuzen bleek dat de luchtkwaliteit ter hoogte van het Herentalse Sint-Elisabethziekenhuis ‘slecht’ is. Bij de ziekenhuisdirectie deed dat geen alarmbelletje rinkelen, wel integendeel: zij besliste dat er extra parkeerplaatsen nodig zijn. Hoe men tot die conclusie is gekomen, is tot op vandaag een goed bewaard geheim: de herhaaldelijke vraag om het behoefteonderzoek (if any) te mogen inkijken, bleef onbeantwoord. Wie vragen stelt over de opportuniteit van bijkomende parkeergelegenheid voor het ziekenhuis, wordt in de hoek gezet van de tegenstanders van het ziekenhuis. Een lege hoek, voor alle duidelijkheid, want er is bij mijn weten niemand die het ziekenhuis weg wil. Wel integendeel: iedereen is blij dat ons ziekenhuis, in tegenstelling tot pakweg dat van Turnhout (Maaseik, Mechelen, Roeselare, Tienen, Hasselt,…), bij het stadscentrum wil blijven en niet in the middle of nowhere wil gaan zitten. Laat dat ook precies een argument zijn om geen extra parkeerplaatsen te hoeven aanleggen: vlakbij het centrum en op wandelafstand van het station gelegen is het ziekenhuis minstens potentieel voor een groot deel van het publiek heel goed bereikbaar zonder auto. Maar die discussie wordt dus niet gevoerd.

Er moet en zal een parking komen. Eerst zou dat een parkeergebouw worden. Low budget, zo werd erbij gezegd. Maar dat viel naar verluidt een beetje tegen. Volgens de geruchtenmolen – bij gebrek aan open informatiebronnen baseren we ons daarop – heeft het ziekenhuis het project van het parkeergebouw laten vallen. In de plaats ervan heeft het zijn oog laten vallen op de Netevallei: daar liggen nog gronden in het bezit van het plaatselijke OCMW en een asfaltvlakte kost minder geld dan een parkeergebouw. Makkelijk zat.

Hier komt dus de kat op de koord. Gaat de nieuwe bestuursploeg hierin meegaan of niet? In onze gemeente worden momenteel miljoenen overheidsgeld gespendeerd om de Netevallei in haar oude glorie te herstellen (mijn eerste betoging ooit, ik denk in 1975, was er één tegen de kanalisering van de Nete: het is die fout die nu wordt ‘rechtgezet’). De Nete mag weer meanderen en de vallei wordt, behalve een gebied voor natuur en natuurrecreatie, een buffergebied om de wijde omgeving voor overstromingen te behouden. Prachtig!

En dus een beetje raar dat een kilometer stroomafwaarts de overheid in alle sérieux overweegt om in diezelfde Netevallei, in een waterziek gebied, op een plek waar de Nete nog min of meer zichzelf is kunnen blijven, een parking aan te leggen voor een ziekenhuis. Een mens zou denken dat alle betrokken partijen, van politieke partijen over gemeente, provincie en Vlaams Gewest, hier heel helder over zouden kunnen zijn: nee, dit is een no go-area. We hébben die fouten al eens gemaakt, die gaan we niet meer opnieuw maken. Maar die duidelijkheid is blijkbaar te veel gevraagd: er wordt warm en koud geblazen. ‘Als er een aanvraag komt, zullen we die onderzoeken.’ Peter Sloterdijk noemt dat integrale onterving: ons dommer voordoen dan we zijn. We wéten dat bouwen in een waterziek gebied sowieso een slecht idee is, laat staan dat we dat niet zouden weten voor een autoparking op enkele honderden meter van een belangrijk trein- en busstation.

Ziekenhuisparking zaterdagnamiddag 13 oktober

De huidige ziekenhuisparking, op zaterdagnamiddag 13 oktober

Niet langer dan twee weken geleden werden de bewoners nog uitgenodigd om een zonnige zaterdagnamiddag lang mee te komen nadenken over de toekomstige bestemming van de Netevallei. Opvallende afwezige: het ziekenhuis (al was het er misschien wel incognito). Bleek dat de meeste aanwezigen voor het behoud van de open ruimte waren en het verhaal van de Vlaamse Bouwmeester en de ‘betonstop’ begrepen hadden. De organisatoren van de provincie beloofden ‘de input mee te nemen’ – een eufemisme voor: het kan nog alle kanten uit.

Al hoop ik er nog stiekem op dat minstens enkele kandidaten vandaag alsnog klare wijn zullen schenken. Voor een ziekenhuis zijn we allemaal. Maar wie is er gewonnen voor een ziekenhuisparking in de Netevallei en wie niet?

Zo maar een suggestie: als we dit probleem nu eens herformuleerden als een ‘uitdaging’ (ja, ik heb managersboekjes gelezen) en de komende maanden samen uitvlooiden hoe we ons ziekenhuis in de toekomst bereikbaar kunnen maken zonder extra parkeerplaatsen?

Intussen ben ik op een leeftijd gekomen dat ik liever wat extra studeer en vergader dan nog eens met een spandoek de straat op te moeten gaan.

Advertenties

Geen frisse lucht zonder frisse ideeën

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Misschien kreeg u er al lucht van. Mocht dat nog niet het geval zijn, dan vindt u hier mijn bijdrage aan het CurieuzeNeuzendebat in De Standaard en meer bepaald mijn antwoord op de vraag: ‘Wat nu?’

Kort samengevat: het is tijd voor een positief verhaal in termen van winsten in plaats van een verhaal in termen van verlies. Dat vergt verbeelding en een mental shift.

 

Bedrieglijke reclame

IMG_0060

Zoek de bedrieglijke reclame op bovenstaande foto.

Juist ja, ‘Geel’ is niet rechtsaf zoals het billboard suggereert. Het is linksaf.

Maar laten we het voor de verandering over die andere reclame hebben.

Zondag zijn er lokale verkiezingen. Geen federale. Toch wekt deze partij de indruk dat met een stem voor haar de kwestie waarover het lokale niveau geen zeggenschap heeft ‘ten goede’ kan worden gekeerd. Wat mij betreft is dat kiezersbedrog.

Of misschien toch niet. Stel dat andere lokale politieke partijen tegen zo’n ondertunneling zouden zijn, dan zou je kunnen stellen dat een lokale partij die mee-werkt met Infrabel en de NMBS de zaak zou kunnen bespoedigen. Zo zou inderdaad het verschil worden gemaakt. Maar dat is niet zo: over de wenselijkheid van ongelijkvloerse spoorovergangen in onze gemeente zijn alle politieke partijen het eens.

Of wacht. Misschien is de boodschap dat een lokale deelname aan de macht de realisatie van de gewenste projecten waarschijnlijker maakt? De partij in kwestie zit nationaal immers in de regering. In dat geval hebben we te maken met het cynisme van de macht: ‘als we mogen deelnemen aan de macht, zorgen wij dat de broodnodige projecten er komen en anders niet’. Zo bekeken staat hier dus geen verkiezingsbelofte, maar een verkiezingsdreigement.

Los van het voorgaande is er nog een vraag: hoe kan je lokaal beloven dat er een ondertunneling zal komen en tegelijk federaal besparen op de middelen die daarvoor nodig zijn? Een spagaat noemen ze zo’n positie. Meestal gaat die na een tijdje pijn doen. Maar kennelijk wordt er op vertrouwd dat ze het nog kunnen uithouden tot 14 oktober. Daarna kan er weer gewoon voor ‘realisme’ worden gepleit.

Tot slot. Zijn ondertunnelde spoorwegen nu echt het beste antwoord op de vraag naar vlot verkeer?

Tja. Het is maar wat je verkeer noemt. Schijnbaar is met ‘vlot verkeer’ vooral ‘vlot autoverkeer’ bedoeld. Want aan het station is er al een (voor verbetering vatbare) voetgangers- en fietserstunnel en voor een andere spoorovergang werd recent beslist dat er een fietserstunnel komt in het kader van de geplande fietssnelweg van Turnhout naar Herentals. Dat die nieuwe verbinding een aanzienlijke omweg zou betekenen voor een belangrijk deel van het fietsverkeer werd er gemakshalve niet bijgezegd.

Zeur niet, hoor ik u al zeuren, sowieso zouden zo’n ondertunnelde spoorwegen toch wel een verademing zijn? Nu staat het autoverkeer in én rond onze stad geregeld ‘vast’ doordat de slagbomen gesloten zijn. Met enkele tunnels zou dat tot het verleden behoren.  Zou dat geen goede zaak zijn voor iedereen?

Absoluut. Op de korte termijn zeker wel. Maar of dat ook zo zijn op de lange termijn, is nog maar de vraag.

Minder ‘weerstanden’ voor het autoverkeer zullen immers zorgen voor meer autoverkeer en dus meer ‘ongezonde’ drukte. Om dat te voorkomen zijn flankerende maatregelen nodig. Bijvoorbeeld ingrepen die ervoor zorgen dat de nieuwe tunnels niet uitmonden in een doorsteek voor auto’s dwars door het centrum en in een modal shift richting auto.

Minimaal hebben we dus al zeker nood aan maatregelen die het doorgaande verkeer scheiden van het bestemmingsverkeer. Daar heeft de partij in kwestie in haar programma aan gedacht: een betere bewegwijzering en een betere aanduiding van de parkings moeten het oplossen. Verleiden door te leiden, als het ware.

Alleen: er staan al wegwijzers. En niemand kijkt ernaar. De enen niet omdat ze de route zo ook wel kennen. De anderen niet omdat ze een GPS hebben die het altijd wel beter weet. Dat werkt dus niet en dus zullen er andere maatregelen moeten genomen worden. Waardoor het en-beleid alsnog keuzes zal moeten maken en dus zal moeten vervellen tot een of-beleid.

Maar die ongemakkelijke waarheid wordt bewaard voor na 14 oktober. Tot dan moeten we het doen met een simplisme dat wel op zichzelf rijmt, maar niet op de werkelijkheid.

Toogtip

U kent de redenering wel. Als een straat in zone 30 niet is ingericht als een zone 30, dan is het logisch dat automobilisten sneller rijden.

Verkeersdeskundigen gebruiken ze om hun stelling te illustreren dat de weginrichting leesbaar moet zijn en het gewenste gedrag moet uitlokken. Automobilisten gebruiken ze als excuus voor hun gedrag. Politie en parket hanteren ze als een officiële reden om niet op te treden of te vervolgen, “want dat zou niet eerlijk zijn”. Zelfs niet wanneer uit de hele context (aanwezigheid van woningen, scholen, allerlei functies, voetgangers en fietsers…) overduidelijk blijkt dat de automobilist zich in een verblijfsomgeving bevindt.

zone 30 verboden te parkeren

Clementie mag een schone deugd zijn, ze wordt verdacht wanneer ze selectief wordt toegepast.

Want kijk eens hoe de reacties zijn wanneer een fietser op het trottoir rijdt of een stukje in tegenrichting rijdt waar dat niet mag (bijvoorbeeld omdat de wegbeheerder parkeerplaatsen belangrijker vond dat het comfort en de veiligheid van fietsers): dan is het kot te klein voor alle verontwaardiging. Denken die nu echt dat ze àlles mogen? Wie denken ze wel dat ze zijn? Denken die fietsers misschien dat de verkeersregels er niet voor hen zijn?

Terwijl de verklaring voor dat incivieke rijgedrag van fietsers meestal niet verder te zoeken is dan een onberijdbare rijweg of een onlogisch grote omweg.

Samengevat: als een automobilist overtredingen begaat, dan zijn die het gevolg van de plaatsgesteldheid, als een fietser dat doet, dan is dat door een gebrek aan normbesef.

Noem het de cognitieve dissonantie van het voorruitperspectief (en die discussie aan de toog zal rap gedaan zijn).

Rocket science met de voeten op de grond

Zijn sommige politieke debatten niet meer dan een (al dan niet veredelde) twist, soms krijgen ze na afloop nog een twist. Daardoor wordt de oorspronkelijke boodschap dan plots een compleet andere boodschap. Dat de gewone burger, die toch hoorde wat hij hoorde en daarna iets anders hoorde, daarmee zijn geloof in het politieke bedrijf verliest, is dan collateral damage waarover de media zich vervolgens zullen verbazen. Dezelfde media die ijverig meewerkten aan zowel de eerste als de tweede ‘twist’.

Deze week beleefden we een schoolvoorbeeld van het bovenstaande. In de Vooruit pleitte lijsttrekster Anneleen Van Bossuyt voor het ‘tramvrij’ maken van de stad Gent.  Ze maakte het er niet beter op met haar argumentatie: ze had al eens haar voet omgeslagen in een tramspoor.

De volgende ochtend kreeg Anneleen een herkansing op Radio 1: eigenlijk had ze de problematiek van de sporen willen aankaarten en ook wel een debat willen opstarten over een mogelijk alternatief voor de tram, in casu de spoor-loze trambus. Waarna de media vrolijk meezwaaiden en de focus verlegden naar de tram als grote vijand van de stad.

tramsporenGieCampo

Dat trams er beter dan welk vervoermiddel dan ook in slagen om bij een beperkt ruimtebeslag grote massa’s mensen vlot en veilig te verplaatsen bij een beperkte ecologische belasting (boodschap aan alle herauten van de elektrische mobiliteit: trams rijden al decennia op elektriciteit), daarover had niemand het. Dat vereist al een zeker vermogen tot abstract denken, terwijl omgeslagen voeten en ten val komende fietsers natuurlijk veel concreter en bevattelijker zijn. En dus ging het over de gevaarlijke sporen van trams en werden die de stok om de spreekwoordelijke hond te slaan.

Een beetje kritische journalist zou zich dan de vraag kunnen stellen waarom ‘openslaande portieren’, die jaarlijks zorgen voor tientallen slachtoffers onder de fietsers, dan ook geen reden zouden zijn om de stad ‘autovrij’ te maken. Maar ook daarover ging het dus niet. Plots ging het over de tram en of die zijn sporen wel verdiende.

De framing verschoof van ‘vindt u dat de tram uit de stad moet verdwijnen?’ naar ‘vindt u ook niet dat die tramsporen gevaarlijk zijn voor voetgangers en fietsers?’. Waarbij dan onuitgesproken de suggestie in de lucht bleef hangen: ‘als u dat ook gevaarlijk vindt, hoe kunt u dan in godsnaam nog pleiten voor een tram?’.

Maar misschien kunnen we de vraag ook herformuleren: ‘wetende dat de tram een voor de stad bijzonder geschikt en efficiënt vervoermiddel is en dat we er eerder meer dan minder van nodig hebben, hoe zorgen we er dan voor dat de sporen die ervoor nodig zijn veilig worden voor voetgangers en fietsers?’

En geef toe. Dat we op die vraag vooralsnog geen afdoend antwoord hebben, is een schande. We kunnen de wereld vernietigen met één druk op de knop. We kunnen auto’s vanzelf laten rijden (nu ja, toch al in omgevingen waar geen mensen zijn). We kunnen gaan wandelen op de maan. We kunnen auto’s in een baan om de aarde brengen. We kunnen een jeep op Mars laten rijden. We kunnen met precisiebombardementen alleen de slechten treffen en de goeien ontzien (of willen we dat alleen maar graag geloven?). We kunnen gewassen genetisch manipuleren. We kunnen organen transplanteren. We beschikken over eierrekjes die contact opnemen met je smartphone om je te laten weten hoeveel eieren er nog zijn.

Fiets in tramspoor (4) Maar wat we niet kunnen is

  • het gat dichten tussen perron en tram (nu ja, in andere landen kunnen ze het wel)
  • de sporen van trein en spoor in herfst en winter perfect berijdbaar houden
  • de tramsporen fiets- en voetgangervriendelijk maken

Het roept de vraag op: kunnen we het niet of willen we het niet?

Alvast ‘the gap’ tussen perron en tram/trein kunnen ze elders wel dichten. Misschien dat er voor de andere problemen ook al wel oplossingen zijn gevonden in het buitenland. En indien niet: waarom zouden we daar als Vlaanderen niet eens in willen excelleren? Veronderstelt het veilig maken van tramsporen nu echt zoveel rocketscience? We moeten toch echt wel verder kunnen komen dan het inrichten van een cursus ‘tramspoorfietsen’?

Recent gaven onze verenigde overheden meer dan 136 miljoen euro belastinggeld weg aan een constructeur die ons jarenlang systematisch belazerde, alleen maar om een auto voor de elite bij ons te kunnen bouwen. Wat als we nu eens een fractie van dat geld aan onze universiteiten gaven met de vraag om veilige tramsporen te ontwerpen?

Een Apollo-maanproject dus, maar dan één met de twee voeten op de grond.

Kijk eens aan hoe wij, met enkele creatief-kritische twists, van een ‘domme’ uitspraak van een politica zomaar een ‘slim’ maatschappelijk project zouden kunnen maken.

Tussen retoriek en daad

Morgen start de Week van de Mobiliteit. Dat wordt weer een week van debatten die we al eens hebben gevoerd. Ik kan mij er blauw aan ergeren, maar ik doe er wel aan mee.

Zo werkt het nu eenmaal. Een debat moet gevoerd en gevoerd en opnieuw gevoerd worden vooraleer er iets verandert. Wat ik met het ouder worden geleerd heb, is dit: als je van jezelf vindt dat je een zagevent bent, moet je hetzelfde nog eens zeggen.

Want uiteindelijk werkt het wel. Het mobiliteitsdebat is de laatste jaren opgeschoven. Dat werd deze week nog bevestigd door enkele VUB- en UHasselt-professoren. Op basis van de resultaten van de Stemcheck van De Standaard stelden ze vast dat de Vlaamse politieke partijen het er in grote lijnen over eens zijn: het rijk van Koning Auto is voorbij.

Het is de perfecte illustratie van wat ik al een tijdje tijdens mijn lezingen aanhaal: het mobiliteitsdebat is ‘geontideologiseerd’. Dit wil zeggen: vanuit welke ideologie of ‘invalshoek’ je ook vertrekt, je komt tot dezelfde conclusies. En dat is wat liberalen, socialisten, nationalisten, christendemocraten en ecologisten hebben gedaan.

Dat neemt niet weg dat mobiliteit nog steeds een bij uitstek ‘politieke’ materie is. Want iets met de lippen belijden, is één ding. Ernaar handelen een ander.

De hypocrisie is de voorbode van de vooruitgang, schreef ik al eerder. Eerst past het discours zich aan (iedereen zegt dat de auto aan banden moet worden gelegd, want zo hoort het), pas daarna de praktijk (de auto wordt daadwerkelijk aan banden gelegd). En voorts is het natuurlijk ook zo dat er vaak verschillende wegen zijn die leiden naar hetzelfde doel.

Beide zijn dus een kwestie van politieke keuze. Het maakt dus wel degelijk een verschil welk bolletje we over een maand zullen kleuren. Het komt er op eerst het kaf van het koren te scheiden: welke kandidaten zitten nog in de fase van de retoriek en welke hebben al de stap gezet naar het concrete handelen? En vervolgens (en wees gerust: de keuzestress is dan al grotendeels weg) is er de vraag: welke kandidaten hebben het beste ‘plan’ om dat concrete handelen vorm te geven?

The proof of the pudding is natuurlijk in the eating. Voor de zittende politici is het makkelijk: hen kan je al beoordelen op hun praktijk.

Dit weekend was ik op wandel in Bevel, deelgemeente van Nijlen, waar je hier en daar de adem van Pallieter nog in je nek voelt. En waar de kloof tussen retoriek en praktijk mij als een natte dweil in het gezicht trof.

Onderweg hadden we ze al her en der gezien, de ‘Veilig naar school’-affiches die de gemeente had verdeeld. Mooi, die retoriek.

Maar dan: de praktijk. Een te smal fietspad in slecht liggende betonstraatstenen? Willen we geen punt van maken. We zijn al blij dat het er ligt. Alleen jammer dat een groenbedrijf er dan geen graten in ziet om een container vol groenafval half op het fietspad te zetten. En dat de lokale handhavers niet in die mate bij de pinken zijn dat ze daar komaf mee maken. Blijkbaar is het geen prioriteit. En dat is een politieke keuze.

Bevel (1)-001

Resultaat is dit beeld met een bord ‘Niet zo vlug, je nadert mijn school’ (retoriek) en een metalen bak met scherpe randen die fietsers dwingt op te schuiven naar het langsrijdende autoverkeer (praktijk).

Voor ze in Nijlen gaan denken dat ik hen viseer: dit soort foto’s kan je vandaag in de meeste gemeenten maken. Laat dit stukje vooral een oproep zijn aan de kandidaten die het vandaag al/nog voor het zeggen hebben. Als jullie ernstig willen worden genomen, maak vandaag dan al werk van jullie verkiezingsprogramma. Moeilijk kan dat niet zijn, want iedereen is het er over eens.


Bevel (4)

Weg met de bomen: van Torhout tot dor hout

Oeps, foutje! 200 beuken legden er in Torhout het bijltje bij neer. Of het bijltje legde hen neer. Voor het Agentschap Wegen en Verkeer was het ook allemaal niet zo duidelijk. De aannemer was z’n boekje te buiten gegaan. Of er was slecht gecommuniceerd. Of, ja we maken het nog wat erger, het was eigenlijk toch wel de bedoeling om die bomen neer te leggen, maar we vergaten het te ‘overleggen’ met de gemeente Torhout. Woordvoerder Veva Daniëls had er een flinke kluif aan om het uitgelegd te krijgen. Minister Weyts hield wijselijk zijn mond, hopend dat de fall out van deze miskleun hem zou sparen.

Ten onrechte. Want het gaat niet om een spijtig ongelukje, wel om de desastreuze gevolgen van een systematisch verkeerde aanpak van een minister die het verband niet ziet tussen dieren- en mensenwelzijn. Of daar toch een heel merkwaardige visie op heeft. Meer dan een jaar geleden schreef ik er een stuk over voor De Standaard. In de slipstream ervan werd beloofd dat de praktijken gingen herdacht worden.

Daar blijkt dus weinig van in huis te zijn gekomen. Sindsdien hadden we de illegale kappingen om beter transmigranten te kunnen spotten (er was een tijd waarin zulks satire was) en deze week dus de 200 beuken in Torhout. Daartussen waren er ongetwijfeld nog vele geïsoleerde kappingen die de media niet haalden.

Omdat mijn stuk dus weinig aan actualiteitswaarde inboette, herneem ik het hieronder.

Boomkapping Geelseweg (21)

Boomkapping in opdracht van AWV (Geelseweg in Olen)

“Wie de voorbije maanden het partijtje armworstelen over de boskaart volgde, zou kunnen zijn gaan denken dat Vlaanderen te weinig bomen telt. Maar het tegendeel blijkt waar. Er zijn niet te weinig bomen. Er zijn er te veel. Toch als we minister van Mobiliteit Ben Weyts mogen geloven. Vorige week besliste hij dat langs  Vlaamse gewestwegen voortaan alleen nog dunne, traaggroeiende boompjes mogen worden aangeplant. Volgens het Agentschap Wegen en Verkeer is daar een goede reden voor: “Een botsing met een volgroeide boom loopt immers zelden goed af.”

Dat de natuur de vijand is van de auto en niet andersom, het lijkt in deze bermbeschaving common sense te zijn geworden. Op de aankondiging kwam alleszins opvallend weinig reactie. Zelfs bij milieu- en natuurverenigingen bleef het stil. Mogelijk hadden ze het te druk met hun verontwaardiging over Trumps terugtrekking uit het Klimaatakkoord van Parijs.

Een bruggetje lag nochtans voor de hand. Afhankelijk van de locatie compenseert één boom stikstof en CO2  a rato van 3 tot 10.000 autokilometers en het opslagvermogen stijgt exponentieel met de grootte van de boom. Ze hadden er ook aan kunnen herinneren dat bomen de lucht filteren, met alle daaruit voortvloeiende positieve effecten voor de volksgezondheid.

In een holistische bui hadden ze kunnen aanstippen dat het ‘voorruitperspectief’ van de Vlaamse wegbeheerder er alweer voor zorgt dat hij de consequenties voor niet-automobilisten domweg uit het oog verliest. Voor fietsers bijvoorbeeld verdwijnt met de stevige bomen ook de beschutting tegen zon en regen en tegen de door passerende vrachtwagens veroorzaakte luchtverplaatsing. Natuurverenigingen hadden de minister van Mobiliteit, tevens die van Toerisme, er zelfs op kunnen wijzen dat kale wegen niet echt wervend zijn voor Vlaanderen als vakantieland.

Maar dat gebeurde dus allemaal niet. Misschien kwam het ook door de motivering. Mensenlevens redden, daar kan toch niemand tegen zijn?

Toch is het nuttig om hierop, nu ja, even door te bomen.

Toegegeven, dan komen we eerst uit bij Touring, dat vorig jaar al de problematiek aankaartte met een ijzersterke logica: auto’s die tegen bomen rijden eisen veel slachtoffers – verwijder dus de bomen. Of bij de vzw Veilige Bermen. Die deelde het nieuwsbericht op haar Facebookpagina met het bondige commentaar: “Victorie!” Logisch, want haar lobbywerk heeft geloond. In haar eigen woorden: “Het is (…) goedkoper om geen bomen te planten en de winst daarvan kun je investeren in kreukelpalen.” Louter toeval natuurlijk dat de vzw banden heeft met een fabrikant van…  kreukelpalen.

We kunnen ook over het muurtje kijken. Naar Nederland bijvoorbeeld, waar ze deze discussie vorig jaar al eens voerden.  Daar luidde de ANWB de alarmbel maar kwam er wél tegenwind.

Van de Stichting De Bomenridders, jawel. Maar ook van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Uiteindelijk konden ze de minister overtuigen om af te zien van de voorgenomen kaalkap.

Ook daar was een goede reden voor. Zelfs als we alleen naar de verkeersveiligheid kijken, dan doen bomen langs de wegen meer goed dan kwaad. Er zullen er heus wel op een ‘ongelukkige’ plaats staan, maar er bestaan technieken om ze af te schermen. Niemand zegt dat een stuurfout bestraft moet worden met de doodstraf. Een boom rooien is geen taboe, maar het is wel wat anders dan simpelweg tabula rasa maken.

Bomen doen meer dan men op het eerste gezicht zou denken. Om te beginnen wijzen ze autobestuurders letterlijk de weg. Een dwarsende bomenrij maakt een kruispunt van op afstand zichtbaar. Een afbuigende bomenrij kondigt een bocht aan. Enkele bomen links en rechts creëren een poorteffect, bijvoorbeeld als overgang naar de bebouwde kom. En verder houdt een niet-eentonig landschap, met bomen en dan weer zonder, chauffeurs alert.

Beseffende dat snelheid nog steeds één van de ‘killers’ is in ons verkeer, is het ook nuttig om te weten dat bomen goed zijn voor een afname van de gemiddelde snelheid met 3 tot 5 km/u. Dat lijkt weinig, maar in termen van verkeersveiligheid scheelt het meer dan een slok op een borrel: 10% minder ongevallen met gewonden, 20% minder ongevallen met doden.  Helaas voor de bomen komen vermeden ongevallen niet in de krant.

Is het overigens niet vreemd dat het principe van de ‘vergevingsgezinde’ weg alleen voor bomen rigoureus wordt toegepast? Nog altijd bouwt het Vlaams gewest ‘duikers’ die fungeren als lanceerplatformen. Het laat toe dat pechstroken op grote schaal gebruikt worden als stockageplaats voor opleggers, wel wetende dat die bij een aanrijding veranderen in horizontale guillotines. Door auto’s aan flarden gereden bushokjes worden zonder nadenken op dezelfde plek heropgebouwd. Nieuwe fietsvoorzieningen worden bedacht met onwaarschijnlijk ingeplante paaltjes, met steeds meer eenzijdige ongevallen tot gevolg. En de Vlaamse lintbebouwing wordt nog altijd geen strobreed in de weg gelegd, terwijl de Nederlanders er 80 jaar geleden al paal en perk aan stelden met een Verkeerswet (!) tegen lintbebouwing.

Overigens concludeerde het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) zes jaar geleden al: “Er bestaan dus voldoende oplossingen voor het probleem, en het systematisch kappen van alle bomen, zoals sommigen aanbevelen, komt er op neer dat de verantwoordelijkheid verplaatst wordt. Het is beter om de werkelijke oorzaken aan te pakken die ertoe leiden dat iemand van de weg afraakt, en dat zijn in de eerste plaats overdreven snelheid en alcohol achter het stuur.”

Een  onverdachte bron, zeker als je in aanmerking neemt dat het Instituut gesponsord wordt door een producent van radarverklikkers en de Belgische Bierbrouwers.  Maar misschien moet minister Weyts zelf maar eens wat adviezen inwinnen. Ik heb er het volste vertrouwen in dat hij dan, net zoals zijn Nederlandse collega, door het bos opnieuw de bomen zal zien.”