RSS feed

“Wreed accident”

Wreed accident

Schuld van de boom natuurlijk.

 

Advertenties

Weg met de bomen: van Torhout tot dor hout

Oeps, foutje! 200 beuken legden er in Torhout het bijltje bij neer. Of het bijltje legde hen neer. Voor het Agentschap Wegen en Verkeer was het ook allemaal niet zo duidelijk. De aannemer was z’n boekje te buiten gegaan. Of er was slecht gecommuniceerd. Of, ja we maken het nog wat erger, het was eigenlijk toch wel de bedoeling om die bomen neer te leggen, maar we vergaten het te ‘overleggen’ met de gemeente Torhout. Woordvoerder Veva Daniëls had er een flinke kluif aan om het uitgelegd te krijgen. Minister Weyts hield wijselijk zijn mond, hopend dat de fall out van deze miskleun hem zou sparen.

Ten onrechte. Want het gaat niet om een spijtig ongelukje, wel om de desastreuze gevolgen van een systematisch verkeerde aanpak van een minister die het verband niet ziet tussen dieren- en mensenwelzijn. Of daar toch een heel merkwaardige visie op heeft. Meer dan een jaar geleden schreef ik er een stuk over voor De Standaard. In de slipstream ervan werd beloofd dat de praktijken gingen herdacht worden.

Daar blijkt dus weinig van in huis te zijn gekomen. Sindsdien hadden we de illegale kappingen om beter transmigranten te kunnen spotten (er was een tijd waarin zulks satire was) en deze week dus de 200 beuken in Torhout. Daartussen waren er ongetwijfeld nog vele geïsoleerde kappingen die de media niet haalden.

Omdat mijn stuk dus weinig aan actualiteitswaarde inboette, herneem ik het hieronder.

Boomkapping Geelseweg (21)

Boomkapping in opdracht van AWV (Geelseweg in Olen)

“Wie de voorbije maanden het partijtje armworstelen over de boskaart volgde, zou kunnen zijn gaan denken dat Vlaanderen te weinig bomen telt. Maar het tegendeel blijkt waar. Er zijn niet te weinig bomen. Er zijn er te veel. Toch als we minister van Mobiliteit Ben Weyts mogen geloven. Vorige week besliste hij dat langs  Vlaamse gewestwegen voortaan alleen nog dunne, traaggroeiende boompjes mogen worden aangeplant. Volgens het Agentschap Wegen en Verkeer is daar een goede reden voor: “Een botsing met een volgroeide boom loopt immers zelden goed af.”

Dat de natuur de vijand is van de auto en niet andersom, het lijkt in deze bermbeschaving common sense te zijn geworden. Op de aankondiging kwam alleszins opvallend weinig reactie. Zelfs bij milieu- en natuurverenigingen bleef het stil. Mogelijk hadden ze het te druk met hun verontwaardiging over Trumps terugtrekking uit het Klimaatakkoord van Parijs.

Een bruggetje lag nochtans voor de hand. Afhankelijk van de locatie compenseert één boom stikstof en CO2  a rato van 3 tot 10.000 autokilometers en het opslagvermogen stijgt exponentieel met de grootte van de boom. Ze hadden er ook aan kunnen herinneren dat bomen de lucht filteren, met alle daaruit voortvloeiende positieve effecten voor de volksgezondheid.

In een holistische bui hadden ze kunnen aanstippen dat het ‘voorruitperspectief’ van de Vlaamse wegbeheerder er alweer voor zorgt dat hij de consequenties voor niet-automobilisten domweg uit het oog verliest. Voor fietsers bijvoorbeeld verdwijnt met de stevige bomen ook de beschutting tegen zon en regen en tegen de door passerende vrachtwagens veroorzaakte luchtverplaatsing. Natuurverenigingen hadden de minister van Mobiliteit, tevens die van Toerisme, er zelfs op kunnen wijzen dat kale wegen niet echt wervend zijn voor Vlaanderen als vakantieland.

Maar dat gebeurde dus allemaal niet. Misschien kwam het ook door de motivering. Mensenlevens redden, daar kan toch niemand tegen zijn?

Toch is het nuttig om hierop, nu ja, even door te bomen.

Toegegeven, dan komen we eerst uit bij Touring, dat vorig jaar al de problematiek aankaartte met een ijzersterke logica: auto’s die tegen bomen rijden eisen veel slachtoffers – verwijder dus de bomen. Of bij de vzw Veilige Bermen. Die deelde het nieuwsbericht op haar Facebookpagina met het bondige commentaar: “Victorie!” Logisch, want haar lobbywerk heeft geloond. In haar eigen woorden: “Het is (…) goedkoper om geen bomen te planten en de winst daarvan kun je investeren in kreukelpalen.” Louter toeval natuurlijk dat de vzw banden heeft met een fabrikant van…  kreukelpalen.

We kunnen ook over het muurtje kijken. Naar Nederland bijvoorbeeld, waar ze deze discussie vorig jaar al eens voerden.  Daar luidde de ANWB de alarmbel maar kwam er wél tegenwind.

Van de Stichting De Bomenridders, jawel. Maar ook van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Uiteindelijk konden ze de minister overtuigen om af te zien van de voorgenomen kaalkap.

Ook daar was een goede reden voor. Zelfs als we alleen naar de verkeersveiligheid kijken, dan doen bomen langs de wegen meer goed dan kwaad. Er zullen er heus wel op een ‘ongelukkige’ plaats staan, maar er bestaan technieken om ze af te schermen. Niemand zegt dat een stuurfout bestraft moet worden met de doodstraf. Een boom rooien is geen taboe, maar het is wel wat anders dan simpelweg tabula rasa maken.

Bomen doen meer dan men op het eerste gezicht zou denken. Om te beginnen wijzen ze autobestuurders letterlijk de weg. Een dwarsende bomenrij maakt een kruispunt van op afstand zichtbaar. Een afbuigende bomenrij kondigt een bocht aan. Enkele bomen links en rechts creëren een poorteffect, bijvoorbeeld als overgang naar de bebouwde kom. En verder houdt een niet-eentonig landschap, met bomen en dan weer zonder, chauffeurs alert.

Beseffende dat snelheid nog steeds één van de ‘killers’ is in ons verkeer, is het ook nuttig om te weten dat bomen goed zijn voor een afname van de gemiddelde snelheid met 3 tot 5 km/u. Dat lijkt weinig, maar in termen van verkeersveiligheid scheelt het meer dan een slok op een borrel: 10% minder ongevallen met gewonden, 20% minder ongevallen met doden.  Helaas voor de bomen komen vermeden ongevallen niet in de krant.

Is het overigens niet vreemd dat het principe van de ‘vergevingsgezinde’ weg alleen voor bomen rigoureus wordt toegepast? Nog altijd bouwt het Vlaams gewest ‘duikers’ die fungeren als lanceerplatformen. Het laat toe dat pechstroken op grote schaal gebruikt worden als stockageplaats voor opleggers, wel wetende dat die bij een aanrijding veranderen in horizontale guillotines. Door auto’s aan flarden gereden bushokjes worden zonder nadenken op dezelfde plek heropgebouwd. Nieuwe fietsvoorzieningen worden bedacht met onwaarschijnlijk ingeplante paaltjes, met steeds meer eenzijdige ongevallen tot gevolg. En de Vlaamse lintbebouwing wordt nog altijd geen strobreed in de weg gelegd, terwijl de Nederlanders er 80 jaar geleden al paal en perk aan stelden met een Verkeerswet (!) tegen lintbebouwing.

Overigens concludeerde het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) zes jaar geleden al: “Er bestaan dus voldoende oplossingen voor het probleem, en het systematisch kappen van alle bomen, zoals sommigen aanbevelen, komt er op neer dat de verantwoordelijkheid verplaatst wordt. Het is beter om de werkelijke oorzaken aan te pakken die ertoe leiden dat iemand van de weg afraakt, en dat zijn in de eerste plaats overdreven snelheid en alcohol achter het stuur.”

Een  onverdachte bron, zeker als je in aanmerking neemt dat het Instituut gesponsord wordt door een producent van radarverklikkers en de Belgische Bierbrouwers.  Maar misschien moet minister Weyts zelf maar eens wat adviezen inwinnen. Ik heb er het volste vertrouwen in dat hij dan, net zoals zijn Nederlandse collega, door het bos opnieuw de bomen zal zien.”

Een zalige vertragingsmachine

In Nijmegen hebben ze dus een koppel onvervalste Beneluxbruggen: Belgische architect, Luxemburgse ingenieur, Nederlandse opdrachtgevers.

Vorige keer hadden we het over de Oversteek. We bewonderden de knappe vormgeving en de subtiele verankering in de lokale geschiedenis en haalden het wierookvat boven voor het feit dat deze brug ook letterlijk ruimte geeft voor aangenaam en veilig fietsen én verpozen.

Studiereis HSV Nederland 2018 (343)

De Oversteek

De voetgangers kwamen er evenwel wat bekaaid van af, zo dorsten wij voorzichtig op te merken. Voor sommigen was dat echt wel te voorzichtig geformuleerd. Er klonk de kritiek dat ook bij de Oversteek het voorruitperspectief toch wel sterk had doorgewogen en dat het op- en afgaan/rijden voor respectievelijk fietsers en wandelaars toch wel beter had gekund.

Jawel, en dan vergat men nog op te merken dat de brug onderaan een beetje krap berekend is.

Studiereis HSV Nederland 2018 (434)

Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn dus, maar desalniettemin is de Oversteek een brug die er wezen mag. De meeste bruggen in Vlaanderen kunnen er een puntje aan zuigen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Gezien het voorgaande ben ik benieuwd naar hoe de tweede Beneluxbrug, de Lentloper, hier zal worden ontvangen. Niet gewend te worden verweten dat ik niet kritisch genoeg ben, aarzel ik nu een beetje om te enthousiast te zijn.

Edoch. Laat ik mijn nek maar uitsteken: ik vind de Lentloper een zaligheid.

Studiereis HSV Nederland 2018 (383)

Kleinschalige materialen geven reliëf aan de brug en schaden de befietsbaarheid geenszins.

Wie er over fietst, stapt gegarandeerd af. De Lentloper is een vertragingsmachine in de meest positieve zin van het woord.

Studiereis HSV Nederland 2018 (374)

Als het woord ‘ingenieus’ érgens op zijn plaats is, dan wel hier: de brugstructuur ziet er ingewikkelder uit dan hij in werkelijkheid is, waardoor de meerkost voor een enorme meerwaarde verwaarloosbaar was. 

Ik nam de proef op de som met een nietsvermoedende meute Vlaamse studenten verkeerskunde en zie: niet één exemplaar kon de verleiding weerstaan.

Studiereis HSV Nederland 2018 (364)

Deze ‘promenadebrug’ is dan ook één groot uitnodigend gebaar om languit te gaan liggen in de zon of in de regen (al naargelang) en luidkeels ‘het làààànd van Waas en Waal’ te gaan zingen of, eerder nog, versteld en verstild uit te kijken over het voortdurend veranderende ‘rivierpark’ rondom.

Want de Nijmeegse beleidvoerders hebben de klimaatverandering en de daarmee samenhangende overstromingsdreiging omgebogen in hun voordeel. Ze hebben niet alleen de rivier haar bewegingsvrijheid gegeven, maar meteen ook hun inwoners.

Voor wie er nog aan twijfelde: Nijmegen werd niet zomaar ‘Green Capital’ van Europa. Daar moest het wel wat voor doen…

Studiereis HSV Nederland 2018 (386)

Voorlopig nog wat kaal, maar de tijd brengt dat vanzelf in orde…

Een brug tussen oorlog en vrede

“Nederland gidsland”, de tijd dat die slogan nog iets betekende ligt intussen al eventjes achter ons. Maar als het over bruggen gaat, staan onze Noorderburen nog altijd hun mannetje. Bijvoorbeeld in ‘Green Capital’ Nijmegen, de oudste stad van Nederland die, door toedoen van een domme oorlog, nu de facto één van de nieuwste is.

Daar grossieren ze zo’n beetje in bruggen-die-meer-zijn-dan-bruggen.

Neem bijvoorbeeld de Oversteek. Dat is een architecturaal hoogstandje van de hand van – hoe ironisch kan het worden – een Belgische architect, Chris Poulissen. Al is die zo eerlijk om toe te geven dat hij zijn mosterd haalde in het Italiaanse Firenze: “Daar heb je bruggen waarop je een afspraak maakt voor een ontmoeting.”

Studiereis HSV Nederland 2018 (427)

Of dat hier helemaal gelukt is, durf ik wel te betwijfelen. Al bij al is de voor ontmoeting gereserveerde ruimte beperkt gebleven. Voor voetgangers is er, behalve op het segment onder de eigenlijke ‘boogbrug’,  geen aparte plaats voorzien. Bij Nederlandse fietsintensiteiten betekent dit dat die zich er “op eigen risico” moeten wagen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Maar wat je deze brug moet nageven, is dat ze zich door een uitgepuurde vorm en zorgvuldig materiaalgebruik naadloos heeft ingepast in het land- en waterschap én respectvol aanknoopt bij de genius loci. Als eerbetoon aan de 48 Amerikaanse militairen die hier in 1944 de Oversteek waagden en daarbij het leven lieten, staan er evenveel lichtmastparen die elke avond van zuid (Nijmegen) naar noord (Lent) twee aan twee ontstoken worden, op het tempo van een trage mars.

Wie zei daar dat een brug alleen maar een verbinding is tussen a en b? Hier is het alvast ook een verbinding tussen gisteren en vandaag en tussen oorlog en vrede.

Indrukwekkend? Wacht tot we het over de Lentloper hebben, de andere Nijmeegse brug van Poulissen (en de Luxemburgse ingenieur Ney)…

Van last naar lust, tussen a en b

Nu we het toch over bruggen hebben… Vlaanderen investeert in de verhoging van alle bruggen over het Albertkanaal. De bedoeling? Goederenvervoer van de weg naar het water halen door grotere containerschepen op het kanaal mogelijk te maken. Een verhaal dat maar half waar is, heb ik geleerd, want in modelberekeningen voor bijvoorbeeld Oosterweel wordt rekening gehouden met een toename van vrachtverkeer met verwijzing naar het Economisch Netwerk Albertkanaal (ENA). De redenering? Al die scheepsvrachten komen voor hun first of last mile uiteindelijk toch op de weg terecht.

Dit gezegd zijnde: ook de bruggen vlakbij mijn woonst worden op korte termijn vervangen. Voor de ingenieurs van de Vlaamse Waterweg is het bandwerk. Als het enigszins kan, halen ze een brug uit hun catalogus en klaar is kees. Fluitje van een cent. Als de schepen er maar onder door kunnen. En het andere verkeer erover, ja, dat ook. Curieus eigenlijk: wat voor de ene categorie de barrière is, is voor de andere de manier om de barrière te nemen.

Met het zo vlot mogelijk kunnen nemen van de barrière is de klus voor de ingenieurs geklaard. Daarna beperkt het publieke debat (en de media-aandacht) zich al ras tot de hinder tijdens de werken: hoe lang zullen de mensen moeten omrijden?

Daarmee wordt dan een heel wezenlijk aspect zomaar uit het oog verloren: mobiliteit is véél meer dan mensen en goederen verplaatsen van a naar b. Er is namelijk ook nog zoiets als het onderweg zijn en de kwaliteit daarvan.

Brug Albertkanaal (3)

Een brug waar je snel over kan (of moet: anders hinder je het achteropkomende verkeer) is één ding. Een brug die je laat genieten van je (over)tocht een ander. Voor dit weggelachen wordt als een luxeprobleem: is het niet minister Weyts die voortdurend de mond vol heeft van het ‘verleiden’ van de mensen om te voet te gaan of de fiets te nemen?

Als je dat écht meent, dan moet je ervoor zorgen dat de bruggen die je laat bouwen meer zijn dan verkeersdingen. Dan moeten die ook een beetje verblijfsdingen worden. Dan voorzie je ruimte en aanleiding om onderweg even halt te houden, uit te kijken, zittend of lui over de reling hangend van de zonsondergang of een toevallige ontmoeting te genieten. Dan maak je van mobiliteit een lust in plaats van een last.

Brug Albertkanaal (2)

Dat ze daar bij ons niet aan gedacht hebben, had ik dat al gezegd? Daarom zijn er een stuk of wat wakkere burgers die een ludieke actie op het getouw hebben gezet. Toegegeven, ze hebben dat een beetje laat gedaan. Het ontwerp ligt er al en het openbaar onderzoek is al een tijdje afgerond. Maar wie weet is er hier of daar toch een ingenieur, een minister, een burgemeester of een schepen die het idee alsnog oppikt en zich van z’n creatiefste kant laat zien.

“Tegenwoordig kunnen ze alles,” hoor ik wel eens. Welnu, dit is zo één van die momenten waarop ik reikhalzend uitkijk naar het bewijs van die stelling.

Te veel onderhoudsgeld

Het was te denken. In Italië stuikt – door, laten we dat nog even zeggen, een nog onbekende oorzaak – een viaduct in elkaar en prompt wordt moord en brand geschreeuwd: wij investeren te weinig in onze weginfrastructuur!

De Tijd zocht het uit: België besteedt 0,32% van z’n BBP aan weginvesteringen en 0,12% is bestemd voor het onderhoud van het bestaande arsenaal. “Dat is te weinig,” zegt Bart Van Craeynest van Econopolis in diezelfde krant: “met een groeiende economie is dat niet voldoende.” En ook: “de vraag is vooral of de huidige inspanningen volstaan om ons land als logistieke speler aantrekkelijk te houden.”

Doodlopende weg

Nou nou nou. Dat zijn heel wat schijnbare vanzelfsprekendheden op een hoopje. Verwonderen moet dat niet. Economen grossieren nu eenmaal in het presenteren van politieke keuzes als natuurlijke wetmatigheden. Dat we moeten groeien. Dat groei per definitie meer wegverkeer genereert. Dat ons land een logistieke speler moet zijn. En dat een land logistiek alleen maar aantrekkelijk kan zijn als het over veel wegcapaciteit beschikt. Als Gustave Flaubert nog leefde, hij zou de stellingen stuk voor stuk in zijn encyclopedie van de “idées reçues” opnemen.

Dat de voorbije decennia over elk van die Heilige Huisjes hele boekwerken verschenen die een en ander minstens op losse schroeven zetten, is voor de kwaliteitskrant geen reden om er vraagtekens bij te plaatsen. Zélfs niet nu blijkt dat we eigenlijk niet genoeg centen hebben om ze te onderhouden.

Het vervolg laat zich raden. Straks trekken we de onderhoudskredieten op om infrastructuur te onderhouden waarvan niemand zich heeft afgevraagd of we die (nog) wel nodig hebben.

De vraag stellen zou ons nochtans veel geld kunnen opbrengen. Een klein kind kan zien dat tal van straten, wegen, bruggen en tunnels in dit land overgedimensioneerd zijn.

Een iets groter kind kan begrijpen dat dit teveel aan beton- en asfaltvlakken ons letterlijk en figuurlijk stukken van mensen kost, ook wanneer we ze niet onderhouden. Want meer verharding betekent meer wateroverlast, meer verdroging, meer klimaatopwarming en meer verkeersonveiligheid.

Nu ik er over nadenk: economen die zich bezighouden met de teveels, in plaats van met de tekorten, daar hebben we er te weinig van.

Ook rijken leven in een context van schaarste

Porsche Stuttgart (10)

Naar aanleiding van Tom Boonens op applaus onthaalde aankoop van een 700pk sterke Porsche – een vermogen dat de groene technogoeroe, Elon Musk, als ‘insane’ bestempelt (wat hem er niet van weerhoudt een soortgelijk model aan de man te brengen) – schreef ik vandaag een stukje in De Standaard: over hoe we, als het op volhoudbaar gedrag aankomt, van ‘armen’ kennelijk meer (mogen) verwachten dan van rijken.

“Misschien stellen we de verkeerde vraag. Misschien is de vraag niet of iets mag, wel of iets kan. Dat is alvast de reden waarom we de niet-kapitaalkrachtige wel ter verantwoording roepen: het geld is schaars, dus moet er zorgvuldig mee omgesprongen worden. Logisch.

Alleen: als een miljonair een nieuw fossiel speeltje koopt, dan gaat het niet alleen over geld. Dan gaat het ook over klimaat, milieu, energieverbruik. Stuk voor stuk hebben die een ‘eindig’ karakter – een andere manier om te zeggen dat er schaarste in het spel is.

Vanuit een infinity pool mag de aarde dan oneindig lijken, ze is het niet. Ook succesvolle wielrenners zijn deel van het ecosysteem. Earth Overshoot Day ging ook dit jaar weer bijna geruisloos voorbij en viel ook dit jaar weer wat vroeger. Sinds 1 augustus vreten we de reserves van onze planeet verder op. Als het over geld ging, noemden we het potverteren. Als het over de planeet gaat, zwijgen we erover.”

Overigens mag duidelijk zijn dat Tom Boonen alleen maar het voorbeeld van dienst is (al zal hij wel een beetje balen). Het gros van de reageerders op de sociale media hebben dat niet door (wat bij mij de indruk wekt dat ze alleen de titel hebben gelezen) en verwijten mij jaloersheid (wat de indruk dat ze het artikel niet hebben gelezen bevestigt, want dat verwijt illustreert net mijn punt).

Intussen zag ik op de sociale media ook constructieve reacties passeren: wat als pakweg de Rode Duivels hun voorbeeldfunctie in deze nu eens positief invulden?

En stiekem hoop ik dat dit ook de aanleiding mag zijn voor pakweg het Netwerk Tegen Armoede om hierover het woord te nemen.

Wordt hopelijk vervolgd.