RSS feed

Tagarchief: verkeersveiligheid

Het gat in de parkeerhaag

Kent u het zinnetje? ‘Het kind stak plots over, de bestuurder kon een aanrijding niet meer vermijden.’ Soms wordt de bestuurder een auto en de aanrijding een botsing, maar het kind steekt altijd ‘plots’ over.

Klopt ook. Want dikwijls had er ook kunnen staan: ‘Het kind kon niet anders dan plots oversteken.’

Dat heb je met aaneengesloten hagen van steeds hogere wagens langsheen onze trottoirs. Het kind heeft dan geen zicht op het aankomende verkeer. Het aankomende verkeer heeft geen zicht op het overstekende kind.

Toch blijven we die parkeerhagen faciliteren of tolereren, soms tot tegen het zebrapad – ook al zegt de wet al een tijdje dat er vijf meter voor de oversteekplaats niet geparkeerd mag worden.

De parkeernorm gaat nog al te vaak voor de kindnorm. Vrij vertaald: sommigen hebben nog liever een kind minder dan een parkeerplaats minder. De verantwoordelijken zullen het natuurlijk niet zo stellen: ze prefereren impliciete keuzes boven expliciete. Zo lang een keuze onbenoemd blijft, lijkt het alsof de keuze er geen was. Het resultaat is dan ‘pech’ – en daar kan niemand wat aan doen.

Maar zo hoeft het niet te gaan. In Karlstadt in Zweden zag ik hoe het ook anders kan, zelfs in straten die nog op een make-over wachten. Hoe simpel kan het zijn: door de parkeerhaakjes wat verder uit elkaar te zetten, ontstaat er een gat in de haag.

Tijd voor spijt?

Van witte donderdag kenden we het bestaan al. Maar van zwarte donderdag? Die valt kennelijk voor Allerheiligen, de dag dat de christenen hun heiligen en martelaren gedenken. Zo bekeken kon hij niet beter vallen, deze zwarte donderdag.

Foute titel

Hoe fout kan een krantentitel zijn? ‘Zwarte donderdag voor vier fietsers’. Kennelijk behoort de eindredacteur die deze titel koos tot de kleine minderheid die nog nooit een familielid of vriend verloor in het verkeer. Anders had hij/zij geweten dat een dodelijk ongeval niet alleen een tragedie is voor de slachtoffers zelf, maar ook voor hun familie, hun vrienden, de getuigen en de andere betrokken weggebruikers. ‘Zwarte donderdag voor vier fietsers’ is in werkelijkheid ‘zwarte donderdag voor honderden mensen’. En na deze zwarte dag zullen nog veel donkere dagen volgen.

Voor de nabestaanden kan niet alleen het treuren beginnen, maar ook het be-treuren – zeg maar de allesverterende pijn van de spijt. Had ik maar dit. Had ik maar dat. Had ik maar niet – enzovoort. Rouw is vaak rauw.

Fout artikel

De journalist deed nochtans zijn best om de ongevallen voor te stellen als gebeurtenissen waarbij geen andere personen betrokken waren. De slachtoffers werden respectievelijk ‘door een bestelwagen gegrepen’, ‘door een vrachtwagen aangereden, ‘aangereden’ (door een auto, een vrachtwagen, een bureaustoel? we hebben er het raden naar) en ‘door een afslaande auto aangereden’. Kennelijk ging het telkens over autonome voertuigen. Van chauffeurs of bestuurders geen spoor.

In één geval wordt gehint op een door de fietser genegeerd verbod aan de ene kant en een dodehoek aan de andere kant. Eigen schuld versus overmacht dus.

Maar vier mensen die in één provincie op één en dezelfde dag het verkeerde lotje trekken, is dat niet een beetje van het slechte te veel? De vraag blijft merkwaardig buiten beeld. Journalisten die over ongevallen berichten komen in het beste geval tot een suggestie van individuele verantwoordelijkheid. Tot systemische verantwoordelijkheid komen ze zelden of nooit. Zo blijven de systeemverantwoordelijken altijd buiten beeld en buiten schot. Voor hen geen treurnis, laat staan spijt over gemaakte keuzes.

Foute keuzes

Nochtans zijn die keuzes wel degelijk gemaakt. Het eerste ongeval gebeurde op een kruispunt met een niet-conflictvrije regeling: overstekende fietsers en afslaande motorvoertuigen hebben er tegelijk groen. Het tweede ongeval gebeurde ter hoogte van een werf waar voor de duur van de werken éénrichtingsverkeer geldt. Heeft iemand zich afgevraagd of de omrijfactor voor fietsers misschien niet onredelijk groot was – een factor die het grote aantal overtreders kan verklaren? Kennelijk ging het ook over een ‘dodehoekongeval’, wat de vraag oproept of de vrachtwagen in kwestie uitgerust was met sensoren die fietsers langszij kunnen detecteren. Allicht niet, want onze wetgevers hebben tot nog toe nagelaten die beschikbare technologie verplicht te maken. Over het derde ongeval krijgen we geen enkele info, maar het vierde gebeurde alweer op een kruispunt zonder conflictvrije regeling.

Niemand die zich de vraag stelt wie daarvoor gekozen heeft.

Zo lijkt het alsof ons verkeer zoals het er vandaag uitziet door de Goden gegeven is en niet het resultaat is van opeenvolgende beleidskeuzes – aka ‘politieke keuzes’ over pakweg voertuignormen, inrichtingsnormen voor kruispunten of de inrichting van wegenwerven.

Toch moet onze eindredacteur hier ergens een vermoeden van hebben gehad. Want hij/zij plaatste het artikel in de rubriek ‘politiek’. Terecht.

Laat het voor politiek verantwoordelijken de aanzet zijn om zich af te vragen of ook voor hen geen tijd van spijt is aangebroken.

Zweedvoeten

In een vorig blogje had ik het over de Zweedse attitude op de weg. De gemiddelde Zweed pakt het aanstekelijk ontspannen aan op de weg.

Maar zoals altijd en overal zijn er ook in Zweden mensen die overdrijven.

Het afgebeelde model is een Benen Met Wielen

Voor wie z’n ogen niet gelooft:

De traagheid vieren

“Hej hej”, zei ze. De Zweedse freule betrapte me bij het bewonderen van haar slagschip: een Chevrolet Impala, geboortejaar 1959 en pas geïmporteerd vanuit de US. Ze kon de belangstelling wel waarderen en beantwoordde gewillig mijn vragen. Hoeveel dat ding verbruikte? Ze mompelde iets van “15 liter”. Het was duidelijk dat ze het liever in het ongewisse liet. Wat haar zo aantrok in deze manier van verplaatsen? Ze haalde haar schouders op. “Just cruising,” zei ze, “having fun, listening to music and annoying everyone else.” Ze grijnsde hartveroverend ondeugend.

Als er al ergernis werd opgewekt, dan had ik daar onderweg weinig van gemerkt. De meeste Zweden houden altijd keurig afstand, ook als hun voorligger aan de trage kant is. Dat komt vaker voor dan je zou denken: zeker in het weekend deinen de Amerikaanse sleeën uit fifties en sixties in grote getale over de Zweedse wegen. Het is een heuse subcultuur: in de winter eraan sleutelen, in de zomer over de wegen wiegen. Af en toe zagen we ze samenklitten bij tankstations, de amechige Chevrolets, Mercury’s, Fords, Chryslers, Cadillacs, Buicks, Oldmobiles en Nashes en hun frisse inhoud: jongelui die de traagheid vierden in een zee van gevleugeld chroom.

Hoewel Belg, ergerde ik me er niet aan. Integendeel. Als ik al de neiging had om te gaan bumperkleven, was dat om merk en model te verifiëren. Mijn echtgenote kreeg het overigens behoorlijk op haar zenuwen van mijn enthousiasme. Telkens ik ‘kijk, kijk dan!’ riep, meende ze eindelijk die langverwachte eland te zien te krijgen. Quod non.

Eigenlijk werkte het cruisen best aanstekelijk. Het is verbazend ontspannend als je alleen maar afstand moet houden tot je voorganger, zelfs als het snelheidsregime harmonicagewijs varieert van 40km/u (in elk gehucht) over 50, 60, 80 en, heel uitzonderlijk, 110 km/u. Niks, geen ergernis. Integendeel: genieten.

Toen ze vernam waar wij vandaag kwamen, vertelde een dienster in een restaurant over de goede herinneringen die ze had overgehouden aan ons land. “Maar,” voegde ze er aan toe, “als ik toch één minpuntje mag aanstippen: jullie rijden als gekken.” Ik ontken niet dat ik niet ontkende.

Of de Zweden dan zo’n voorbeeldige chauffeurs zijn? Jawel. Al zijn er natuurlijk de spreekwoordelijke uitzonderingen die de regel bevestigen. Op de snelweg naar Göteborg werden we één keer voorbijgevlamd door een spiksplinternieuwe Mustang. Hij had een gepersonaliseerde nummerplaat: “IAMLATE”.

Voor één keer aanvaardden we het excuus.

Daar is de kindnorm!

Geplaatst op

Vrijdag keurde de Vlaamse regering op voorstel van minister van mobiliteit Lydia Peeters het nieuwe Verkeersveiligheidsplan goed. Dat staat bol van goede voornemens en the proof of the pudding is in the eating, maar toch permitteer ik het mij om al blij te zijn.

Daar heb ik zo mijn redenen voor.

Ten eerste: de retoriek is veranderd. Woorden mogen dan geen daden zijn, ze gaan die vaak wel vooraf. Zoals ik een tikje sarcastisch pleeg te zeggen: hypocrisie is een teken van vooruitgang. Zelfs als de praktijk niet onmiddellijk verandert, dan beseft men toch al dat het eigenlijk anders hoort. Denk aan het STOP-beginsel, dat straks 20 jaar het officiële uitgangspunt is van het Vlaamse mobiliteitsbeleid en dat in de praktijk nog altijd niet is, maar intussen wel fungeert als een kiezel in de schoenen van alle beleidsverantwoordelijken.

De in het plan opgenomen zinssnede dat voortaan gestreefd wordt naar het maximaal conflictvrij maken van verkeerslichtenregelingen betekent natuurlijk niet dat het Agentschap Wegen en Verkeer morgen plots het (verkeers)licht zal hebben gezien. Maar in combinatie met een mondig middenveld en assertieve burgers wordt het weer een stukje minder vanzelfsprekend om doorstroming te laten primeren op verkeersveiligheid.

Ook het door de Fietsersbond al jaren gehuldigde principe dat de snelheidslimiet moet worden aangepast als de benodigde infrastructuur niet aanwezig is, staat in het plan en wordt officieel beleid. Vanaf nu kunnen de verantwoordelijken er op aangesproken worden. Dat is een stap vooruit.

Ten tweede: dit Verkeersveiligheidsplan mag dan, zoals elk plan, niet volmaakt zijn (door wat er niet in staat, door wat er wel in staat), het bevat een aantal aanzetten om te evolueren naar een heuse veiligheidscultuur. Er is het hernieuwde streven naar nul verkeersslachtoffers, met aangescherpte tussendoelstellingen. En er is de vermelding van de kindnorm – bij mijn weten de eerste keer in een beleidsdocument van een regering in dit land: dat is revolutionair, want de kiem van een totaal andere manier van denken.

Met de kindnorm wordt niet alleen radicaal van perspectief gewisseld (dat van een achtjarig kind in plaats van dat van de geïdealiseerde volwassene, meestal achter het stuur van een auto). Hij zorgt er ook voor dat de lat veel hoger komt te liggen. Vanaf nu is de ultieme evaluatievraag bij elke verkeersmaatregel: “Zorgt hij ervoor dat een kind zich zelfstandig veilig kan verplaatsen?” Of nog beter: “dat mijn kind zich zelfstandig veilig kan verplaatsen?” Want concrete namen en gezichten zorgen voor betere beslissingen. Daarom was het ook zo belangrijk dat op de persconferentie vrijdag ook vertegenwoordigers van Ouders van Verongelukte Kinderen én voor het leven getekende verkeersslachtoffers zelf aanwezig waren.

Tot slot een kleine disclaimer: ik zit, samen met heel wat eminente collega’s, in de ‘Taskforce Verkeersveiligheid’ die de totstandkoming van het Verkeersveiligheidsplan mee begeleidde. Het pleit voor de verantwoordelijke minister dat ze haar oor ook te luisteren legt bij mensen van wie ze weet dat die niet altijd zeggen wat ze graag wil horen.

Dat is in het verleden wel eens anders geweest.

Het IJzeren Gordijn (bis)

Geplaatst op

Mijn eerste colleges verkeerskunde kreeg ik van Willy Miermans, nu professor emeritus, toen nog gewoon eminent. Aan de hand van dia’s liet de socioloog ons kijken naar de N78, de gewestweg die in het oosten van Limburg van noord naar zuid snijdt. De grootouders van mijn eega hielden het destijds al decennia vol aan die weg en hij was me dan ook tamelijk vertrouwd. Toch zou ik na die lessen de N78 nooit nog met dezelfde ogen bekijken.
Intussen zijn we 25 jaar verder en zou je denken dat de inzichten van vele verkeerskundigen hun weg naar de Gewestweg hebben gevonden.

Helaas. Sindsdien is de weg alleen maar verder van het paadje afgeraakt. Ik beweer wel eens dat het laaghangend fruit inzake verkeersveiligheid stilaan is geplukt, maar dat is zonder de Rijksweg gerekend.
70km/u in bebouwde kom? Ja hoor! Een snelheidslimiet van 70km/u, hier en daar zelfs 90km/u, in combinatie met langsparkeren? Check! Te smalle fietspaden! Hebbes! Te smalle parkeerstroken? Vink maar aan! Te smalle parkeerstroken langs te smalle fietspaden, zonder schrikstrook? Okido! Niet-conflictvrij geregelde verkeerslichten? Aanwezig! Een aanliggend fietspad waarlangs 70 km/u mag worden gereden? Present!

Doorheen de jaren is de weg een snoer van functies geworden: supermarkten, bouwmarkten,
tuincentra, restaurants, dancings, autodealers, tankstations, banken en verzekeringskantoren,
bruidswinkels, scholen, zonnebanken, fitnesscentra, villa’s, appartementen, ze zijn er allemaal. Het is perfect mogelijk een heel leven te leiden zonder ooit de Rijksweg te verlaten.

Dat wordt dan misschien wel een kort leven. De N78 geniet een macabere reputatie. In de lengte zijn er om de zoveel meter voor elke functie apart in- en uitritten met druk in- en uitrijdend autoverkeer. Carmageddon, maar dan in het echt. En in de breedte? Tja, in de breedte worden mensen verondersteld aan de kant te blijven waar ze zijn geboren.

Maasmechelen, waar Donald Trump van zou likkebaarden

Alvast in een deel van Maasmechelen dwingen ze dat ook echt af. Daar hebben ze het gebrek aan doorstroming door te veel dodelijke ongevallen aangepakt met de inplanting van een zeshonderd meter lang ondoordringbaar hekwerk. Oversteken is er fysiek onmogelijk.
‘Een verkeersveilige schoolomgeving’ noemden ze het project in 2014. Een kwarteeuw eerder heette dat nog gewoon ‘IJzeren Gordijn’.

Ik weet niet of dat nu vooruitgang is.

De som van eigenbelangen levert geen algemeen belang op

Geplaatst op

Zegt de ‘tirannie van de kleine beslissingen’ u iets? Het is een uitdrukking die gebruikt wordt om aan te geven dat de vrije markt met haar befaamde onzichtbare hand toch niet altijd tot het voor iedereen ideale resultaat leidt. Het is een van die dingen die in elke cursus economie zouden moeten zitten, maar dat nog altijd niet doen.

Het inzicht is nochtans niet van gisteren. Het werd zestig jaar geleden al gemunt door professor Alfred E. Kahn. Aanleiding was het feit dat de treinverbinding tussen New York en Ithaca, de plaats van de universiteit waar hij doceerde, in de jaren vijftig werd opgeheven omdat ze niet langer rendabel was. Dat kwam natuurlijk door de opkomst van de auto, waardoor steeds meer individuen beslisten om de auto te nemen in plaats van de trein. Een perfect ‘rationele’ beslissing vanuit het eigenbelang op de korte termijn, maar niet op de lange termijn. Met de afschaffing van de trein, die in alle weersomstandigheden reed, werd Ithaca ’s winters gedurende langere periodes onbereikbaar. Dat had niemand gewild, en toch gebeurde het. Door ‘de tirannie van de kleine beslissingen’ dus.

De econoom (!) Kahn wees er destijds op dat de vrije markt sturing nodig heeft vanuit een instantie die waakt over het algemeen belang. Om de simpele reden dat dit niet altijd gelijk is aan de som van individuele verstandige beslissingen.

Dat het inzicht niet werd en wordt meegegeven in ons onderwijs, heeft grote gevolgen. Samen met de opkomst van het neoliberalisme heeft het ertoe geleid dat steeds meer mensen zijn gaan denken dat de overheid – en bij uitbreiding de democratie – een dure overbodigheid is die alleen een meerwaarde biedt als je toevallig een ambtenaar bent.

Mensen zijn zichzelf steeds meer gaan definiëren als consumenten en steeds minder als burgers.

Erger nog: onze politici zijn hen daarin gevolgd. Het streven naar een ‘slanke’ en ‘bescheiden’ overheid was jarenlang de officiële doelstelling van politieke partijen van rechts tot links. Liberalisering, privatisering en deregulering waren decennialang de ordewoorden.

En toen kwam corona. Plots waren we blij dat er een overheid was om op terug te vallen.

Die overheid zorgde voor de financiering van het onderzoek naar vaccins (een financiering die de pharmabedrijven jaren eerder niet op zich hadden willen nemen, wegens te weinig vooruitzicht op winst), voor de financiering van de vaccins, voor de verdeling ervan – en intussen ook nog voor de verzorging van covidpatiënten in het ziekenhuis en voor regelingen waardoor wie werkloos werd niet meteen failliet ging of tot de bedelstaf werd veroordeeld. Eventjes was de overheid weer populair.

Die tijd ligt nu ook alweer achter ons. Intussen vinden velen dat de overheid ons te veel beperkingen oplegt en heeft Big Pharma ons wijsgemaakt dat die wonderbaarlijke vaccins helemaal door henzelf en op hun kosten werden ontwikkeld – meteen reden, menen ze, waarom zij de macht hebben om feitelijk te beslissen over de dood van miljoenen mensen in ontwikkelingslanden, want ‘no pay, no cure’.

Sorry, not sorry. Dat is nu eenmaal de vrije markt. De onzichtbare hand is af en toe een wurgende hand, maar we zijn te veel met onszelf bezig om ons er druk over te maken.

Dat we er met de (meestal niet zo) vrije markt alleen niet komen, zien we nochtans ook in onze eigen straten.

Neem nu de problematiek van geparkeerde vrachtwagens in woonwijken. Een lust voor de truckers die ’s morgens meteen op hun werk zijn en ’s avonds meteen thuis – een last voor alle anderen. Buren worden wakker door de warm draaiende dieselmotoren en moeten de ramen sluiten omwille van de fijnstofwalmen. Bermen en vaak ook trottoirs worden kapot geparkeerd. Zware vrachtwagens in woonwijken zijn de slechtst mogelijke mix met spelende kinderen. En esthetisch zijn de metalen mastodonten ook al niet.

‘Zone Scania’

Toch worden er geen afspraken gemaakt over het stallen van die tuigen op het terrein van het transportbedrijf, zelfs al willen die bedrijven dat eigenlijk ook zelf, want ook voor de vrachtwagen zelf is het een pak veiliger.

Waarom ze het dan niet opleggen? Omdat een bedrijf dat z’n chauffeurs oplegt de wagen bij het bedrijf te stallen personeel verliest. Chauffeurs gaan dan wel voor de concurrent werken die het wel toelaat.

Een regeling zal dus niet van de markt zelf komen. En dus blijft over: de overheid. Die kan een beslissing nemen die zowel door veel wijkbewoners als door de transportbedrijven zou worden verwelkomd.

Het recept om iederéén ongelukkig te maken: je verantwoordelijkheid half en half opnemen. Veiligheid voor kinderen is niet ‘vrijblijvend’.

Alleen hebben slechts weinig overheden de ballen om hun verantwoordelijkheid op te nemen – omdat ze (ten onrechte) denken zich er onpopulair mee te maken én omdat ze zelf niet meer beseffen dat zij de bewakers van het algemeen belang zijn. Als onze overheden het algemeen belang niet meer willen of mogen behartigen, wie zal het dan nog doen?

Met andere woorden: als de politiek de wijk neemt, jawel, dan is de wijk genomen.

Wat als de staart nu eens kwispelde?

Geplaatst op

Mijn pleidooi voor een proactieve snelheidsverlaging op snelwegen – ik had ook kunnen zeggen: voor een snelheidslimiet die rekening houdt met de reële context van veiligheid, gezondheid, milieu en capaciteit -, leverde me steunbetuigingen én scheldtirades op.

Om het eerst over de steun te hebben: gouverneur Berx gaf tijdens de uitzending op RTV aan dat we hierover het debat moeten durven aangaan. Terecht had ze het over ‘durven’, want ik stel vast dat zelfs de politici die heel goed beseffen dat mordicus (sic) vasthouden aan de huidige limieten niet kan vooral strategisch zwijgen. De linkerzijde van het politieke spectrum laat zich er graag op voorstaan meer aandacht te hebben voor People en Planet dan voor Profit, maar als het er echt op aankomt is ontbeert het de moed om echte keuzes te maken. (Tot daar mijn 1 mei-boodschap. De andere gaan vandaag over de verdeling van de Profit, met weinig aandacht voor de andere P’s.)

De scheldtirades komen meestal van de andere kant. Pleiten voor lagere snelheidslimieten is betuttelend en bedilzuchtig, luidt het daar. Zich tegen maxima verzetten getuigt dan van vrijheidsliefde en moedig verzet, al is er aan conformisme natuurlijk niks heldhaftigs. Trouwens, de wetten waar deze lieden het echt moeilijk mee hebben zijn die van de fysica, niet die van de overheid. Om maar eens de conservatieve filosoof Roger Scruton te parafraseren: de rede heeft al lang geleden zijn steun voor hoge snelheidslimieten ingetrokken.

Wie aan een snelheid hoger dan 80km/u tegen een stalen muur aanknalt, heeft bitter weinig overlevingskansen. De dag na mijn pleidooi op RTV werd het nog maar eens bewezen. Een jonge vrouw liet het leven – talrijken achterlatend in rauwe rouw, om niet te spreken over de trauma’s voor de hulpverleners.

In het interview van vorige week werd ook benadrukt dat de vrachtwagens en hun chauffeurs in de recentste reeks ongevallen geen enkele schuld trof. Het waren telkens personenwagens die achteraan op de file beukten. True.

Toch wil dat niet zeggen dat er geen sprake is van medeverantwoordelijkheid. De vraag die we ons moeten stellen is of de eigenaars van de vrachtwagens alles hebben gedaan om het ergste te voorkomen. Ik denk dat het antwoord ontkennend is.

Elke crash weer valt het grote contrast in de geleden schade op. Aan de ene kant een onherkenbare schroothoop, aan de andere kant een laadbak met nauwelijks een schrammetje. Komt natuurlijk doordat vrachtwagens achteraan geen kreukelzones hebben. Die toevoegen lijkt me moeilijk haalbaar, maar het wil niet zeggen dat er geen ruimte voor verbetering is.

Misschien ligt die meer voor de hand dan men op het eerste gezicht zou denken. De oorzaak van de ongevallen is meestal duidelijk: de slachtoffers hadden te laat gezien dat de realiteit niet strookte met hun verwachting. Ze dachten dat hun voorliggers aan 100km/u of meer voortraasden, maar in werkelijkheid bleken die stil te staan. Afleiding door smartphone en andere verleiders is allicht de belangrijkste verklaring en daar moet uiteraard hard op ingegrepen worden. Maar wat als we de afgeleiden nu eens tijdig op de file attent konden maken?

Doen we al, hoor ik u mompelen, met borden en met al dan niet dynamische portalen. Die worden almaar verder voor de file geplaatst, om toch maar tijdig de aandacht te trekken. Alleen: op de duur is die afstand zo groot dat de gewenning alweer ingetreden is tegen de tijd dat de stilstaande colonne er echt is. De verrassing mag dan al lang aangekondigd zijn, het blijft een verrassing.

Wat als die laatste vrachtwagen in de rij nu eens niet alleen maar schamele richtingaanwijzers had om zijn immobilisatie aan te geven, maar een lichtboodschap zo groot als z’n hele achterkant? Of een lichtbak met bewegende ‘stop’-boodschappen bovenop – en dus van heel ver zichtbaar? Wat, met andere woorden, als we de staart van de file nu eens lieten kwispelen?

Het kan niet zo moeilijk zijn om vrachtwagens te verplichten hun gebrek aan kreukelzones (deels) te compenseren met dit soort ’jam warning’. Dat mag de kostprijs van zo’n wegkoningin dan enigszins opdrijven, maar alle truckchauffeurs en exploitanten van transportbedrijven die ik ooit sprak gaven aan dat betrokken geraken bij zo’n ongeval hun ergste nachtmerrie was. De bereidheid in de sector zal dus vermoedelijk groot zijn.       

Verpletterende (on)verantwoordelijkheid

Ooit begon de E313 als een koninklijke weg: de Koning Boudewijnsnelweg. Maar die tijd ligt ver achter ons. Wat ooit een betonnen loper naar een roze toekomst leek, blijkt steeds vaker een Highway to Hell. De afgelopen weken bouwde de autostrade verder aan z’n morbide reputatie met een reeks zware ongevallen ter hoogte van een werf. Naar aanleiding daarvan was ik vanmorgen samen met gouverneur Berx te gast bij onze regionale televisie.

De gouverneur, een vurig pleitbezorger van meer verkeersveiligheid, klaagde in niet mis te verstane bewoordingen het gedrag van veel weggebruikers aan. Te dikwijls rijden die te snel én zijn ze daar bovenop ook nog eens in de weer met hun smartphone. 

Als de uitdrukking ‘een verpletterende verantwoordelijkheid’ érgens op z’n plaats is, dan wel hier. De meedogenloosheid van onze taal benadert soms aardig die van de realiteit.

“Highway to Hell”

Toch is daarmee de kous niet af. Er is ook nog de vraag of onze maatschappij alles doet wat in haar macht ligt om dat ongewenste gedrag te voorkomen. Het antwoord is, helaas, ontkennend.

Als het gaat over verkeersveiligheid sluiten we nog al te vaak compromissen. Een paar voorbeelden? Welaan dan…

  • We kunnen heel verontwaardigd doen over bellen en texten achter het stuur. Maar we weten intussen dat handenvrij bellen bijna even gevaarlijk is. Toch staan we het toe. “Geen maatschappelijk draagvlak,” luidt het dan vaak verontschuldigend. Blijkbaar is dat er dus wel voor de vele dodelijke ongevallen.
  • De inrichting van veel wegenwerven kan veel beter. Keer op keer moeten we vaststellen dat er eerst een paar zware ongevallen moeten gebeuren vooraleer alles uit de kast gehaald wordt om werven goed te signaliseren. Hoe meer mensen achter het stuur in de weer zijn met toeters en bellen, hoe meer toeters en bellen je nodig hebt om hun aandacht te vangen als het nodig is. Maar daarop gaan we dan besparen. De bouwheer-wegbeheerder door niet het allerbeste materieel (zoals bijvoorbeeld dynamische portaalsignalisatie) te eisen in de lastenboeken. De aannemers door alleen te doen wat er uitdrukkelijk wordt geëist. Meer winst, meer verlies van mensenlevens.
  • Jaren geleden voerden we rekeningrijden voor vrachtwagens in. Een onbedoeld neveneffect daarvan was de zogenaamde camionettisering: transporteurs vervingen vrachtwagens door kleine bestelwagens. Daarvoor is geen kilometerheffing verschuldigd. Bovendien zijn ze ook niet gebonden aan vervelende rij-en rusttijden en hoeven ze niet uitgerust te zijn met een tachograaf of een snelheidsbegrenzer. We herkennen ze intussen in de ongevallenstatistieken: de white van men. Maar politici negeren het fenomeen tot vandaag met veel succes. 
  • Verkeersveiligheidsbeleid is nog altijd in hoge mate een reactief beleid. We gaan bijvoorbeeld pas extra handhaven als er al ongevallen zijn gebeurd. Dat wijten we aan een tekort aan personeel. Vreemd, want een veelvoud van dat personeel (politie, brandweer, ambulanciers, dokters) is er na de fatale klap plots wel.

Wat als we nu eens werk maakten van een echte veiligheidscultuur? Als we nu eens geen halfslachtige keuzes meer maakten als het gaat om veiligheid op de weg?

Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat we de snelheidslimiet op de snelweg niet zouden verlagen wanneer de file er al staat, maar al op voorhand. Niet reactief dus, maar proactief – al is ‘preventief’ nog juister.

Stel dat we het Nederlandse voorbeeld zouden volgen en de maximumsnelheid verlagen naar 100km/u. Met een te verwaarlozen investering (vervanging van borden) zou dat (behalve minder uitstoot van stikstof en fijnstof, minder lawaaihinder en minder energieverbruik) onmiddellijk een pak veiligheidswinst opleveren. 

100km/u zorgt voor minder ongelukken (meer reactietijd, kortere remafstanden,  kleinere snelheidsverschillen tussen vrachtwagens en personenwagens) en minder zware ongelukken. En dus ook voor minder incidentfiles, de vervelendste én gevaarlijkste files die er zijn.  De reistijd zou overigens ook verkorten doordat aan een lagere maximumsnelheid de capaciteit van de snelweg beter wordt benut. Door minder snel te rijden is dus niet alleen de kans dat we aankomen groter, ook de kans dat we eerder aankomen is dat.

Aanknopend bij het begin van dit verhaal: de zware ongevallen op de E313 en andere snelwegen in ons land zijn echt wel de verantwoordelijkheid van àlle bestuurders in dit land: autobestuurders en politieke bestuurders.

Het Voortuinperspectief

Commotie in Lier, de voorbije week. Blijkt dat ze daar de wet gaan doen naleven! Zoiets is in Vlaanderen nieuws. Want we hebben de mond dan wel vol van nultolerantie, maar alleen als het gaat over de misdrijven die we zelf niet begaan.

Trouwens, het verharden van een voortuin, want daar gaat het over, wat is daar nu mis mee? Kunnen ze niet beter terroristen gaan pakken?

Bwah. Er zijn wel wat argumenten om geen verharde voortuinen meer te willen.

Een moeilijke: is een voortuin met een laadpaal voor elektrische auto’s eigenlijk geen groene voortuin?

Meer verharding betekent minder groen en dus minder biodiversiteit en minder verkoeling in de stad.

Meer verharding betekent ook meer verdroging in droge tijden en meer kans op overstromingen bij de piekbuien die ons steeds vaker overkomen.

Meer verharding betekent ook meer materiaalgebruik in een wereld waar grondstoffen stilaan uitgeput geraken.

Meer verharding betekent ook meer kapotgereden trottoirs en meer onveiligheid voor (vooral de kleintjes onder de) voetgangers.

Maar ik begrijp dat dit voor de rechtgeaarde Vlaming nauwelijks argumenten zijn.

Dat heeft ook het Lierse stadsbestuur begrepen, want het speelde vooral één argument uit dat zelfs automobilisten begrijpen. Elke verharde parkeerplaats in een voortuin betekent een parkeerplaats minder op de openbare weg.

Wie nu nog volhardt in de boosheid, is écht een harde.