RSS Feed

Categorie archief: Monumentenbeleid

Old New York & New New York

Er is het oude New York dat we allemaal kennen van de films en de iconische foto’s: de stad van de steen en staal en glas geworden hoog-moed. Aan die stad wordt nog altijd voortgebouwd. Uit blinde gewoonte, denk ik, omdat nog niet iedereen de tijd heeft gevonden om twee keer na te denken. Het is de stad die reikt naar de hemel en het contact met de werkelijkheid ergens onderweg is kwijtgeraakt.

Daarnaast is er het nieuwe New York, de stad die zichzelf heruitvindt en zo goed en zo kwaad als het gaat terugbrengt naar een mensenmaat. Beetje bij beetje, vierkante meter per vierkante meter. Deze stad is er één van bottom-up en wortelt stevig in het leven en de realiteit van alledag.

Hier en daar komen die twee werelden samen, zoals op onderstaande foto.

Op de achtergrond prijkt de Flat Iron Building, opgetrokken in 1902 en met zijn 87 meter één van de eerste wolkenkrabbers van de stad (en, om de symboliek nog wat op te voeren, decennia later een tijdlang het kantoor van stadsingenieur Robert Moses). Dat zijn de oude vormen en gedachten.

Op de voorgrond ontkiemen de parasols als kleine paddenstoelen van hoop, op een ondergrond van beton en asfalt die tot voor kort nog het speelterrein van de auto was. Geïnspireerd door de Kopenhaagse stadsarchitect Jan Gehl wordt de straat er ge(re)animeerd met mensen in plaats van blik.

Oud en Nieuw New York

“A breath of fresh air/ No smoking” staat er op het bordje. Ter plaatse klinkt dat een ietsiepietsie ironisch wanneer de hitte van de verbrandingsmotoren en hun uitlaatgassen bijna lijfelijk te voelen is.

Maar de (in)gezetenen zijn erger gewend. Ze laten het niet aan hun hart komen en genieten ervan dat hun stad met eenvoudige middelen (wat verf, bloembakken, straatmeubilair, enkele kiosken met drank en voedsel) meer en meer plekjes vrij maakt om hen tot rust te laten komen. Broodnodig in a city that never sleeps.

Advertenties

Lol trappen

Geplaatst op

Met de klimaatverandering in volle ontplooiing weten we wat ons te wachten staat: meer extreme weersomstandigheden zoals langere droogteperiodes en hevigere onweders. De ‘regentoets’ zal in de toekomst dus alleen maar winnen aan belang.

Het kan dus geen kwaad om eens te kijken hoe ze hiermee omgaan in van oudsher ‘regenachtige’ streken. In Spaans Baskenland bijvoorbeeld hoort regen erbij zoals een hamburger bij Mc Donald’s.

Als een stad dan ook nog eens bovenop een heuvel is gebouwd, zoals de onbekende en dus onbeminde hoofdstad Vitoria-Gasteiz, dan heb je het perfecte recept om mensen nooit te voet te laten gaan. Zou je denken.

Maar daar hebben die Basken het volgende op gevonden:

Een overdekt rollend trottoir, dat daar nooit eerder iemand op gekomen is!

Ernaast blijft het nog eenvoudigere alternatief van klassieke, onoverdekte trappen beschikbaar en de overkapping met geïntegreerde verlichting voelt, zelfs in een uitgesproken historische context, dankzij zijn discrete en transparante karakter allesbehalve als een Fremdkörper aan. Integendeel zelfs. Het voelt aan als de vanzelfsprekendheid zelve. Er is zelfs geen reglement, handleiding of gebruiksaanwijzing nodig. Het correcte gebruik wijst zichzelf uit.

Met gezond verstand kom je al een heel eind, zélfs in het domein van de mobiliteit. We zijn nogal eens geneigd dat te vergeten.

Overigens zorgde de wispelturigheid van hun weer ervoor dat die van Vitoria-Gasteiz ook tot het volgende compromis kwamen:

Werd het plein een sporthal of het sporthal een plein? De deuren staan uitnodigend open, iedereen kan binnen en buiten wandelen zoals bij een plein. Er is een dak, maar het gebouw is ‘open’, waardoor binnen een beetje buiten werd en buiten binnen.

Ik kan mij het tafereel al zo voorstellen:

– “Ma, het is slecht weer, ik ga buiten spelen!”

– “Dat is goed jongen! Kleed je niet te warm aan.”

Dikke fout

Geplaatst op

Dat we in rare tijden leven, zeg ik u. De ene dag is het van responsabilisering hier en voor-wat-hoort-wat ginder. De volgende dag barsten we van clementie en is vergevingsgezindheid de weg die we moeten gaan. In het mobiliteitsbeleid komt dat er nogal eens op neer dat de responsabilisering vooral gereserveerd is voor de meest kwetsbaren die de risico’s lopen en de vergevingsgezindheid voor de sterken die de risico’s creëren.

De mededeling van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) dat het in de toekomst alleen nog dunne boompjes langs zijn wegen zou planten, was daarvan een zoveelste illustratie.

Ik krabde mijn kruin en schreef er een stukje over dat vandaag in De Standaard verscheen. Alfabeten die het Nederlands machtig zijn kunnen het hier lezen.

dikke-800

En intussen kwam er (massale) reactie “vanuit het veld”: inleiding en open brief aan de minister vind je hier.

Het Bilbao-effect: de andere helft van de waarheid

Geplaatst op

In afwachting van het Kasterlee-effect (een plotse omslag in het Vlaamse mobiliteitsbeleid ten gunste van de kwetsbaarsten als gevolg van een dodelijk ongeval met fietsers), keren we terug naar Baskenland.

Want ik had het hier al verschillende keren over Bilbao, maar nog niet over het Bilbao-effect. En dat is sinds 20 jaar onmogelijk geworden.

Bilbao-effect

Wikipedia omschrijft het effect als het fenomeen waarbij de bouw van een door een bekend architect ontworpen markant gebouw leidt tot een rijkere of belangrijkere stad. In Bilbao was dat dus het door Frank Gehry ontworpen Guggenheim Museum dat de sombere industrie- en havenstad deed verpoppen tot een hippe cultuurmagneet.

Kwam het echt alleen maar door het museum? Natuurlijk niet. Ook al is het belang van het in 1997 geopende museum met z’n 1 miljoen bezoekers per jaar en een terugverdientijd van amper 3 jaar moeilijk te overschatten (wie zei daar dat cultuur alleen maar geld kost?), het museum was ‘slechts’ het meest zichtbare en spectaculaire onderdeel van een veel breder programma.

Dat omvatte onder meer de restauratie en herbestemming van het rijkelijk aanwezige historisch erfgoed, het terugdringen van de rol van de auto in de stad en de daarmee sporende (sic!) reorganisatie van het openbaar vervoer: de reeds besproken bouw van een metro, de uitbouw van een busnetwerk (de ‘Bilbobus’) en de wederintrede van de tram.

Trams Bilbao

Waar verleden en toekomst elkaar ontmoeten… Omdat veel straten in de stad te smal zijn voor twee tramsporen, bestaat een belangrijk deel van het net uit een enkelspoor met een passageplek (hierboven) waar trams elkaar kunnen kruisen.

Bilbao tram gras

De tram als bijdrage aan de vergroening van de stad? Met groene beddingen werd het maatschappelijk draagvlak voor de (op)nieuwkomer verbreed.

Bilbao tram Koekendoos

Gaven we de indruk dat in het buitenland alles beter is? Dan volgt hier een rechtzetting. Soms maken ze er domweg dezelfde fouten. Zoals de ontmenselijking van de tram door hem oneerbiedig te reduceren tot een banaal billboard of, zoals hier, een haast letterlijke koekendoos…

Qua mobiliteit zat er ook een nieuwe luchthaven in het programma. Ook daarvoor ging men te rade bij een starchitect: Santiago Calatrava… (“Nergens anders ter wereld kennen zoveel mensen zoveel architecten bij naam,” zei de stedelijke mobiliteitsambtenaar, Mikel Gonzalez Vara en ik ben geneigd hem te geloven.)

Calatrava knutselde een gebouw met vleugels (dat doet hij altijd, maar hier paste het nog ook) dat, hoe verzinnen ze het, de bijnaam ‘La Paloma’ kreeg.

 

Luchthaven Bilbao

Zoals gewoonlijk bij Calatrava was er ook hier kritiek. Deze keer omdat het ‘gesloten’ design van het gebouw uitbreidingen moeilijk maakt. Al kunnen we dat in tijden van klimaatverandering natuurlijk ook als een voordeel beschouwen.

In het mobiliteitsprogramma werd overigens ook aan de voetgangers gedacht, met onder meer een heerlijke hangbrug getekend door… jawel, Santiago Calatrava. De Basken noemen haar de Zubizuri, wat origineler klinkt dan het is. Het betekent gewoon ‘Witte Brug’.

Voetgangersbrug Bilbao (2)

Ze hadden de Zubizuri ook ‘Gladde Brug’ kunnen noemen, want Calatrava maakte met zijn keuze voor glazen tegels een ontwerpfoutje: in de winter bleek de brug spekglad. Vandaag zijn de meeste tegels vervangen door een ‘wandeltapijt’.

Bilbao Zubizuri met glazen tegels

Een deel van de glazen tegels is nog zichtbaar.

Minder spectaculair maar eigenlijk belangrijker was de consequente herwaardering van het publieke domein. Parken, pleinen en straten werden onder handen genomen en systematisch vergroend, mensvriendelijker gemaakt en gepimpt met kunst.

Bilbao herwaardering openbaar domein

Met een zin voor detail die we doorgaans eerder aan het noorden toeschrijven, maar bij ons nauwelijks te vinden is. Toch niet in de publieke ruimte…

Kunst Bilbao

Niet voor mensen met een arachnofobie.

Tot slot was er de herontwikkeling van de rivieroever, die intussen een klassieker is bij oude industriesteden aan het water – zie onder meer Barcelona, Lyon, Parijs, Gent, Antwerpen, Brussel en Luik…

Herwaardering van de rivieroever Bilbao

En zo zijn we uiteindelijk weer bij het Guggenheimmuseum aanbeland…

De zwevende dag

Geplaatst op

 

Er is mobiliteit die enerveert en er is mobiliteit waar je gelukkig van wordt.

Voor de eerste hoef je je huis niet uit te komen. Het volstaat om eventjes naar de radio te luisteren. De in hun kooi van Faraday opgesloten luisteraars krijgen er gemiddeld genomen om het kwartier aandacht, waarbij vooral het medeleven opvalt. De presentatoren beseffen: deze mensen zijn het slachtoffer van het Grote Filemonster. Helemaal wat anders dan de drenkelingen op de Middellandse Zee. Die hebben er zelf voor gekozen.

Ook voor gelukkige mobiliteit hoef je doorgaans niet ver te gaan. Als de omgeving er naar is, volstaat een wandelingetje. Maar er zijn ook spectaculaire varianten. Die zo gelukkig maken dat mensen ervan gaan zweven. Soms zelfs letterlijk.

In Bilbao hebben ze er een specimen van. Aan de monding van de Nervión staat sinds 1893 de Puente de Vizcaya, de oudste zweefbrug van de wereld.

zweefbrug 12

Sinds 2006 staat ze op de Werelderfgoedlijst van de Unesco, wat betekent dat als er oorlog komt ze één van de eerste doelwitten zal zijn. Krijgsheren hebben zo mogelijk nog meer verstand van symboliek dan autobouwers.

Niet dat ik in Spanje morgen een nieuwe burgeroorlog verwacht, maar ik wou dit staaltje van meccanokunst toch zeker gezien hebben.

Voor wie de stijl bekend zou voorkomen: de brug werd ontworpen door een leerling van een zekere Gustave Eiffel. Volgens Wikipedia heette die Alberto Palacio, al staat er op de brug zelf een andere naam.

zweefbrug 10

Zijn ontwerpopdracht was niet eenvoudig: een brug over de rivier bouwen waar grote schepen geen last van zouden ondervinden. Dat moest dus een heel hoge brug worden of, jawel, een brug die z’n gebruikers tot passagiers maakt en ze in een gondel naar de overkant transporteert.

Tenzij er een schip voorbij vaart vertrekt de gondel elke 8 minuten met maximaal 6 auto’s en enkele tientallen mensen aan boord. Die mensen betalen elk 10 cent. Met de glimlach, want het is goed besteed pretgeld. Zo’n overzet schommelend boven het water aan stalen kabels hééft iets wat het oversteken met een gewone brug beslist niet heeft.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

En doordat het wat trager gaat, gebeurt de overzet ook bewust. De rivier mag rivier blijven en de beweging naar de overkant apelleert aan het aloude liedje ‘Schipperke mag ik overvaren?’ Waarbij het een grappige bijkomstigheid is dat dit schipperke Bart heet. Bart De Zwever, al kan het zijn dat ik dat laatste er zelf heb bijgedroomd.

 

Hamburg (6): de ‘regentoets’

Geplaatst op

Is het rechtvaardig een stad te beoordelen als het tijdens je verblijf bijna voortdurend geregend heeft?

Misschien niet, want een streepje zon, wat warmte en wat droogte kunnen een wereld van verschil maken: mensen die op straat verschijnen, terrassen die tot leven komen, de natuur die ontwaakt, kleuren die opgloeien, een andere soundscape…

Stel je voor hoe onderstaande foto’s eruit hadden gezien bij mooi weer. De afwezigheid van regendruppels op de lens zou voorwaar niet het enige verschil zijn geweest…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Anderzijds heeft de ‘regentoets’ ook wel haar merites. Een stad die ook bij slecht weer een goede indruk maakt, moet echt wel een geslaagde stad zijn. Misschien moeten we de lat inderdaad zo hoog leggen?

Als het menens is met de klimaatverandering – en daar ziet het echt wel naar uit – dan zal onze leefomgeving ingericht moeten zijn op extreme weersomstandigheden: hoge windsnelheden, langere natte periodes afgewisseld met warme, droge periodes,…

De stad van de toekomst zal dus beschutting en bescherming moeten bieden en het mogelijk maken dat het leven, ook het publieke leven op straat, niet stilvalt in grote delen van het jaar. We hadden het al over arcades, maar er is nog veel meer waarmee de klimaatbestendige stad aan de slag kan. Een voldoende diversiteit aan plaatsen waar mensen kunnen vertoeven afhankelijk van het weer: in de lommer dan wel in het zonnetje, beschut tegen de wind (maar toch nog met een mooi uitzicht) en/of tegen neerslag… Afdaken, luifels, overdekte pleinen, bruggen die ook aangenaam zijn om te schuilen, groen… ze worden alleen maar belangrijker.

In Hamburg lijkt dat besef langzaam maar zeker door te dringen. In het stadsvernieuwingsproject HafenCity, dat voor Hamburg is wat ‘het Eilandje’ is voor Antwerpen, zien we daar sporen van.

IMG_3494

Zicht op HafenCity. Men is zo verstandig geweest om de oude havenkranen als ‘lasagnelaag’ te laten staan.

Hier heb je, in tegenstelling tot in het naastgelegen Speicherstadt, wél een mix van functies en dus alvast in theorie de klok rond sociale activiteit en de daarbij horende  controle.

IMG_3513

Een olijfboompje blijft moedig de mogelijkheid van mooi weer suggereren. Let ook  op de hoogte van het gebouw: binnen de menselijke maat. Ook vanop de hoogste verdieping is er nog communicatie met het straatniveau mogelijk. Remember Jan Gehl. 

Zowel appartementen als kantoren beschikken over beschutting biedende terrassen en (dubbele) ramen en soms ook (zonnewerende) luiken waarmee gemakkelijk kan worden geschoven. Zo kan binnen in een handomdraai ‘buiten’ worden – en omgekeerd. Dat is leuk voor de mensen die er wonen, maar ook niet zonder belang voor de straat: vanop straat waarneembaar leven in de gebouwen maakt het publiek domein een pak aangenamer.

Oplettende lezers zullen onderaan iets merkwaardigs zien. Daar laten de Duitsers zich van hun beste kant zien met maatregelen die er geen halve zijn: zware metalen ‘poorten’ maken dat de plint iets van de Gemütlichkeit van een kelder van een bankfiliaal heeft. Maar eerlijk is eerlijk: het was of een volledig blinde wal, ofwel deze kluis- of beter sluisdeuren.

Ze zijn nu eenmaal nodig voor wanneer de Elbe springtij kent. De ultieme regentoets zeg maar…

IMG_3512

Hamburg (4): Manneke Pis Bis

Geplaatst op

Het was een weerkerend refrein bij onze studenten Verkeerskunde in Diepenbeek. Bevraagd naar hun impressies van Hamburg, kwam het steeds terug: hoe de auto de stad domineert door brede stadswegen, massa’s parkeerplaatsen in de openbare ruimte en daar bovenop nog eens talrijke parkeergebouwen. Qua ruimtebeslag kan het inderdaad wel tellen.

Een doorgaans goed ingelichte lezeres reageerde op mijn vorige blogbericht met de blijde toevoeging: “De duurste parking van Hamburg zal nog moeten openen, samen met de nieuwe Elbphilharmonie erbovenop. Die moet zowat de ‘kathedraal’ onder de parkeergebouwen worden.Het nieuwe concertgebouw heeft het record qua overschrijding van budget en uitvoeringstermijn.”

Helaas heeft ze gelijk. Het megalomane gebouw is nog niet officieel geopend, maar de Hamburgers zeggen er al wel van dat het “even hoog is als de rekening.”

Wanneer het aan de Elbe gelegen gebouw in gebruik zal worden genomen, zal het ongeveer 789 miljoen euro hebben gekost, waarvan 575 miljoen euro voor de belastingbetaler. Bij de eerste steenlegging in 2007 werd de Hamburgse bijdrage nog op 77 miljoen geraamd.

IMG_3521En neem van mij aan: dat is écht hoog. 26 verdiepingen of 110 meter om precies te zijn.

IMG_3500

De plint, als dat bij deze afmetingen nog de correcte term is, is een typisch Hamburgs pakhuis, waarin cacao, thee en tabak werden opgeslagen. In de toekomst herbergt het onder meer een hotel, een warenhuis, appartementen en de al vermelde parking. Die zal plaats bieden voor 540 auto’s, waarvan 170 voor de hotelgasten en de flatbewoners.

Je zou denken dat deze nieuwe publieke voorziening heel goed bereikbaar is met het openbaar vervoer, maar ook hier: helaas. Een directe aansluiting op de U-bahn (die nota bene pal onder het gebouw doorloopt) bleek… te duur. Zo zie je maar: alles is relatief.

In het glazen bovengedeelte zitten drie concertzalen: één voor meer dan 2000 mensen, één voor 550 en één voor 170 muziekliefhebbers. Afgaande op de simulaties die je her en der kunt vinden, zal zelfs het slechtste optreden hier nog niet kunnen vervelen.

Tussen het bakstenen en het glazen gedeelte zit een open publieke ruimte, een ‘plaza’, met een vermoedelijk grandioos uitzicht over de stad, de haven en – uiteraard – de Elbe.

Het gebouw is een ontwerp van de Zwitserse architecten Herzog & de Meuron en misschien heeft het daarom wel wat van een besneeuwd berglandschap – al spreken ze zelf wel van een ‘gigantische kristal’.

 

IMG_3461

IMG_3484

Onze gids wist te melden dat de Elbphilharmonie een nieuwe landmark moest worden voor de hanzestad. Tot nog toe ontbrak het Hamburg immers aan een voor city marketing bruikbaar stadssymbool.

Hij kon er niet echt mee lachen toen ik opmerkte dat ze dat in het veel verguisde Brussel dan toch goedkoper hebben opgelost.