RSS feed

Categorie archief: Monumentenbeleid

Waarover het morgen (bijvoorbeeld) gaat

Zo. De campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen zit er bijna op. Morgen begint die voor de regionale, de federale en de Europese verkiezingen. Of nee, eigenlijk was die al bezig, want de lokale thema’s werden zonder veel gewetensbezwaren met de andere gemengd – om niet te zeggen: op één hoopje gegooid.

Daardoor werden heel concrete keuzes wel heel abstract. Ik heb geen partij gevonden die niet voor sociaal welzijn was, voor het milieu en voor dierenrechten  – vooral dierenrechten deden het goed, opvallend beter dan pakweg ‘mensenrechten’. Toch ben ik er niet gerust op. Als er morgen bijvoorbeeld een oordeel moet geveld worden over de aanvraag van een lokaal ziekenhuis om een parking te mogen aanleggen in de vallei van de Nete, wat gaan de nieuwe verkozenen dan beslissen?

Ik had het graag vernomen uit de programma’s en de brochures, maar ik vond bij maar één partij het antwoord. En dus kan het nog alle kanten uit.

Netevallei ziekenhuisparking

Zicht op de potentiële parkinglocatie

Het toeval wil dat ons ziekenhuis effectief zo’n aanvraag gaat indienen. Volg even mee: uit het onderzoek van de CurieuzeNeuzen bleek dat de luchtkwaliteit ter hoogte van het Herentalse Sint-Elisabethziekenhuis ‘slecht’ is. Bij de ziekenhuisdirectie deed dat geen alarmbelletje rinkelen, wel integendeel: zij besliste dat er extra parkeerplaatsen nodig zijn. Hoe men tot die conclusie is gekomen, is tot op vandaag een goed bewaard geheim: de herhaaldelijke vraag om het behoefteonderzoek (if any) te mogen inkijken, bleef onbeantwoord. Wie vragen stelt over de opportuniteit van bijkomende parkeergelegenheid voor het ziekenhuis, wordt in de hoek gezet van de tegenstanders van het ziekenhuis. Een lege hoek, voor alle duidelijkheid, want er is bij mijn weten niemand die het ziekenhuis weg wil. Wel integendeel: iedereen is blij dat ons ziekenhuis, in tegenstelling tot pakweg dat van Turnhout (Maaseik, Mechelen, Roeselare, Tienen, Hasselt,…), bij het stadscentrum wil blijven en niet in the middle of nowhere wil gaan zitten. Laat dat ook precies een argument zijn om geen extra parkeerplaatsen te hoeven aanleggen: vlakbij het centrum en op wandelafstand van het station gelegen is het ziekenhuis minstens potentieel voor een groot deel van het publiek heel goed bereikbaar zonder auto. Maar die discussie wordt dus niet gevoerd.

Er moet en zal een parking komen. Eerst zou dat een parkeergebouw worden. Low budget, zo werd erbij gezegd. Maar dat viel naar verluidt een beetje tegen. Volgens de geruchtenmolen – bij gebrek aan open informatiebronnen baseren we ons daarop – heeft het ziekenhuis het project van het parkeergebouw laten vallen. In de plaats ervan heeft het zijn oog laten vallen op de Netevallei: daar liggen nog gronden in het bezit van het plaatselijke OCMW en een asfaltvlakte kost minder geld dan een parkeergebouw. Makkelijk zat.

Hier komt dus de kat op de koord. Gaat de nieuwe bestuursploeg hierin meegaan of niet? In onze gemeente worden momenteel miljoenen overheidsgeld gespendeerd om de Netevallei in haar oude glorie te herstellen (mijn eerste betoging ooit, ik denk in 1975, was er één tegen de kanalisering van de Nete: het is die fout die nu wordt ‘rechtgezet’). De Nete mag weer meanderen en de vallei wordt, behalve een gebied voor natuur en natuurrecreatie, een buffergebied om de wijde omgeving voor overstromingen te behouden. Prachtig!

En dus een beetje raar dat een kilometer stroomafwaarts de overheid in alle sérieux overweegt om in diezelfde Netevallei, in een waterziek gebied, op een plek waar de Nete nog min of meer zichzelf is kunnen blijven, een parking aan te leggen voor een ziekenhuis. Een mens zou denken dat alle betrokken partijen, van politieke partijen over gemeente, provincie en Vlaams Gewest, hier heel helder over zouden kunnen zijn: nee, dit is een no go-area. We hébben die fouten al eens gemaakt, die gaan we niet meer opnieuw maken. Maar die duidelijkheid is blijkbaar te veel gevraagd: er wordt warm en koud geblazen. ‘Als er een aanvraag komt, zullen we die onderzoeken.’ Peter Sloterdijk noemt dat integrale onterving: ons dommer voordoen dan we zijn. We wéten dat bouwen in een waterziek gebied sowieso een slecht idee is, laat staan dat we dat niet zouden weten voor een autoparking op enkele honderden meter van een belangrijk trein- en busstation.

Ziekenhuisparking zaterdagnamiddag 13 oktober

De huidige ziekenhuisparking, op zaterdagnamiddag 13 oktober

Niet langer dan twee weken geleden werden de bewoners nog uitgenodigd om een zonnige zaterdagnamiddag lang mee te komen nadenken over de toekomstige bestemming van de Netevallei. Opvallende afwezige: het ziekenhuis (al was het er misschien wel incognito). Bleek dat de meeste aanwezigen voor het behoud van de open ruimte waren en het verhaal van de Vlaamse Bouwmeester en de ‘betonstop’ begrepen hadden. De organisatoren van de provincie beloofden ‘de input mee te nemen’ – een eufemisme voor: het kan nog alle kanten uit.

Al hoop ik er nog stiekem op dat minstens enkele kandidaten vandaag alsnog klare wijn zullen schenken. Voor een ziekenhuis zijn we allemaal. Maar wie is er gewonnen voor een ziekenhuisparking in de Netevallei en wie niet?

Zo maar een suggestie: als we dit probleem nu eens herformuleerden als een ‘uitdaging’ (ja, ik heb managersboekjes gelezen) en de komende maanden samen uitvlooiden hoe we ons ziekenhuis in de toekomst bereikbaar kunnen maken zonder extra parkeerplaatsen?

Intussen ben ik op een leeftijd gekomen dat ik liever wat extra studeer en vergader dan nog eens met een spandoek de straat op te moeten gaan.

Advertenties

Een brug tussen oorlog en vrede

“Nederland gidsland”, de tijd dat die slogan nog iets betekende ligt intussen al eventjes achter ons. Maar als het over bruggen gaat, staan onze Noorderburen nog altijd hun mannetje. Bijvoorbeeld in ‘Green Capital’ Nijmegen, de oudste stad van Nederland die, door toedoen van een domme oorlog, nu de facto één van de nieuwste is.

Daar grossieren ze zo’n beetje in bruggen-die-meer-zijn-dan-bruggen.

Neem bijvoorbeeld de Oversteek. Dat is een architecturaal hoogstandje van de hand van – hoe ironisch kan het worden – een Belgische architect, Chris Poulissen. Al is die zo eerlijk om toe te geven dat hij zijn mosterd haalde in het Italiaanse Firenze: “Daar heb je bruggen waarop je een afspraak maakt voor een ontmoeting.”

Studiereis HSV Nederland 2018 (427)

Of dat hier helemaal gelukt is, durf ik wel te betwijfelen. Al bij al is de voor ontmoeting gereserveerde ruimte beperkt gebleven. Voor voetgangers is er, behalve op het segment onder de eigenlijke ‘boogbrug’,  geen aparte plaats voorzien. Bij Nederlandse fietsintensiteiten betekent dit dat die zich er “op eigen risico” moeten wagen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Maar wat je deze brug moet nageven, is dat ze zich door een uitgepuurde vorm en zorgvuldig materiaalgebruik naadloos heeft ingepast in het land- en waterschap én respectvol aanknoopt bij de genius loci. Als eerbetoon aan de 48 Amerikaanse militairen die hier in 1944 de Oversteek waagden en daarbij het leven lieten, staan er evenveel lichtmastparen die elke avond van zuid (Nijmegen) naar noord (Lent) twee aan twee ontstoken worden, op het tempo van een trage mars.

Wie zei daar dat een brug alleen maar een verbinding is tussen a en b? Hier is het alvast ook een verbinding tussen gisteren en vandaag en tussen oorlog en vrede.

Indrukwekkend? Wacht tot we het over de Lentloper hebben, de andere Nijmeegse brug van Poulissen (en de Luxemburgse ingenieur Ney)…

Over speelgoedauto’s en roddelmobiliteit

Geplaatst op

Voor verkeerskundigen trap ik een open deur in, maar voor ongeveer alle andere mensen is het nog altijd nieuws: wij mensen hebben een ingebouwd klokje. Dat zorgt ervoor dat wij gemiddeld drie verplaatsingen per dag willen doen (niet meer, niet minder) en daar 70 tot 90 minuten per dag aan willen besteden (niet meer, niet minder). Deze wetmatigheid is teruggevonden bij mensen op alle continenten en blijkt over de jaren heen constant te blijven – al is het de vraag of ze zal standhouden wanneer de zelfrijdende auto werkelijkheid wordt: als we onze reistijd dan niet meer als reistijd zouden ervaren, zou het best wel eens kunnen dat we dan plots bereid zijn langer onderweg te zijn.

Maar tot het zover is – en alle techno-peptalk ten spijt zal dat nog wel even duren – hangen we met zekerheid vast aan de ‘Breverwet’, de wet van BEhoud van REistijd en VERplaatsing. Eén van de consequenties ervan is dat ‘noodzakelijke’ en ‘recreatieve’ verplaatsingen zich gedragen als communicerende vaten. Kijk naar je eigen verplaatsingsgedrag tijdens je vakantie: de tijd die je niet spendeert aan woon-werkverplaatsingen spendeer je spontaan aan ‘pleziertripjes’. Vraag het maar aan onze Harley Davidson-adepten.

Ik heb dit soort verplaatsingen wel eens ‘roddelmobiliteit’ genoemd, want sociaal gesproken zijn die pleziertripjes even noodzakelijk als de woon-werkverplaatsingen dat economisch zijn.

In Praag observeerde ik hoe toeristen die vaste ‘verplaatsingstijd’ consumeerden met behulp van het aangeboden arsenaal. Het oude stadscentrum dat, opnieuw omgetoverd tot voetgangersgebied, aanzet tot slenteren en flaneren.

Praag deel 1 (679)

Er bestaan ook Skoda’s voor meer dan 100 passagiers. Let op de feestvlaggetjes: het openbaar vervoer viert mee op feestdagen.

De handige, goedkope dagtickets voor het nog steeds uitstekende openbaar vervoer (een snelle metro en trams die nu eens retro dan weer helemaal bij de tijd zijn).

Praag deel 1 (751)

Praag Turistificatie

Hop on-hop off-toeristenbussen die je binnen je tijdsbudget alle must see’s serveren (en zorgvuldig vermijden wat men toeristen liever niet laat zien). De occasionele koets met paard.

Praag Auto op de Moldau

En last but not least de talloze varianten om te gaan spelevaren op de Moldau – tot en met drijvende trapautootjes. Tenslotte zijn volwassenen niet meer dan kinderen in een groter formaat.

Praag deel 1 (1318)

Een attractie: een Lamborghini die verkeersdrempels neemt…

The only difference between men and boys is in the size of their toys. Voor vrouwen rijmt het niet, maar is het niet anders. Dat zien we in de sjieke Parijsstraat, een catwalk voor mensen op hakken en op wielen. Het is een veel voorkomende misvatting dat in winkelstraten alleen de etalages willen etaleren.

Tot zover verschilt Praag niet van andere steden: ze hebben intussen allemaal wel hun toeristenbussen en -treintjes, hun voetgangerszones en m’as-tu-vu-podia en hun varianten op de ware pleziervaart. Wat Praag niet of nauwelijks heeft, zijn interessante fietsroutes. In de voetgangerszone is fietsen recent verboden en daarbuiten is het geen pretje. Geen wonder dat de schaarse fietsverhuurdiensten maar een matig succes kennen.

Wat de Gouden Stad dan weer wél heeft zijn speelgoedautootjes op ware grootte.

Wie er de centen voor heeft kan zich laten rondrijden in classic cars, mobiele monumentjes die herinneren aan de tijd toen rijden en gereden worden nog ontspanning was. Back to the roots, maar dan comfortabeler. Want bij nader inzien gaat het (in de meeste gevallen) om een vorm van façadisme of juister, want we munten al eens graag een nieuw woord, carrosserisme.

Praag deel 1 (1428)

De open koetswerken zijn replica’s van oude legendes (Mercedes, Alfa Romeo, Praga, tot en met de good old Ford T), maar de onderliggende techniek is nieuw.

Praag deel 1 (266)

Fremdkörper in een ecosysteem bedoeld voor mensen

Toch blijft het behelpen, want ook deze stad is met haar vaak smalle en kronkelige straatjes nu eenmaal niet gebouwd voor auto’s. Wie de beroemde Karelsbrug wil ‘beleven’, zal hoe dan ook moeten uitstappen en de benenwagen gebruiken.

Praag deel 1 (359)

‘Verkeersvrij’ staat er over die brug in de boekjes, terwijl er nergens in Praag meer verkeer is dan daar. Ook de auteurs van toeristische gidsen hangen nog vast in het voorruitperspectief – al is er hoop. Eén reisgids geeft als tip: ‘Neem tram 22 en je hebt voor een prikje een pracht van een rondrit door de stad’.

Over koningen (en hun dienaren)

En zo rolden wij dan ook 2018 binnen, pardoes tot Driekoningen. We komen er bij onze positieven in de schaduw van onze gemeentelijke kerststal waar Koning Auto met meer dan drie blijkt te zijn gekomen. Al springt er eentje, zoals elk jaar, letterlijk bovenuit. Koning Kia – voor mijn stadsgenoten is hij intussen een vertrouwder zicht dan het kindeke Jezus.

Koning Kia

Weldra zal hij worden verloot onder de klanten van de lokale middenstand. Wij Kempenaars drukken de gelukzoekers nog wél aan het hart.

De gelukkige winnaar zal voortaan makkelijker de concurrerende baanwinkels en shoppingcentra kunnen bereiken en met nog meer recht en reden steen en been klagen over het jammerlijke gebrek aan parkeerplaatsen. ‘Koning Klant vertrekt met Koning Auto’ – de kop voor de bijhorende persmededeling van de lokale middenstand is al klaar.

Dat Koning Kia wekenlang ongecontesteerd publieke ruimte mag innemen is overigens opmerkelijk. Niet alleen omdat het compleet haaks staat op alles wat ons gemeentebestuur pretendeert na te streven: een levendig handelscentrum, respect voor onze monumenten, een vage duurzaamheid in klimaat- en mobiliteitsplannen, een gezonde en sportieve bevolking.

Er is ook het curieuze feit dat dit Gouden Kalf er wonderwel in slaagt buiten beeld te blijven bij alle discussies over de al dan niet gewenste aanwezigheid van religieuze symbolen in de publieke ruimte. Over kruisbeelden en hoofddoeken winden velen zich op. Maar niet over een metafoor op vier wielen voor uitgerekend alles wat de kerstgedachte in vraag wil stellen: materialisme, consumentisme, vluchtigheid en de instant-bevrediging van onze behoeften.

Of is de boodschap perfide en zit de ware betekenis verscholen in de locatie van Koning Kia? Pal tegenover de kerststal, aan het andere uiterste van het continuüm. Misschien is een klein bordje met wat duiding voor de argeloze passant dan toch geen overbodige luxe.

Zo slim zijn wij nu ook weer niet.

Reis naar de toekomst

Er zijn er die mij graag wegzetten als een autohater. Dat ben ik niet. Integendeel. In werkelijkheid ben ik een autoliefhebber. Veel auto’s zijn kunstwerken op vier wielen. Het zijn in metaal, glas en rubber gegoten verhalen. Ik houd ervan.

Doorheen de jaren heb ik evenwel geleerd dat de auto in zijn huidige verschijningsvorm zijn tijd gehad heeft. De match is afgelopen, de blessuretijd is bezig. De toekomst van de auto ligt in het museum.

Dankzij het bestaan van vele automusea, kan ik dus af en toe op bezoek in de toekomst.

Zoals laatst nog in Den Haag, waar zich één van de grootste en belangrijkste autocollecties ter wereld bevindt. Een aanrader, ook voor wie niet van auto’s houdt. Er rijden bussen van Den Haag Centraal tot vlakbij het museum richting Wassenare.

“Hier bewaar ik de droom van snelheid en vrijheid,” verklaart eigenaar Evert ouwman, rijk geworden met de import van Toyota’s, in het boek ‘Snelwegverhalen’ van Melle Smets en Bram Esser.

Leeuwenpoort Louwmanmuseum

Hij heeft gelijk, maar het is dan wel grappig en wellicht onbedoeld symbolisch dat de toegangsweg naar het automausoleum er één is met kinderkopjes. Helemààl symbolisch wordt het als je weet dat de stenen leeuwen links en rechts van de toegang afkomstig zijn van het (gesloten) dierenpark van zijn broer. Dierentuin of autotuin – in beide gevallen is het een spiegel voor de menselijke eigenaardigheden. Zowel in de dieren als in de auto’s projecteren we wie we willen zijn.

Overigens klinkt het woord ‘autotuin’ ook weer wat cynisch voor wie weet dat Louwman jaren in de clinch lag met de milieubeweging om zijn museum te kunnen neerpoten op de plaats van een bos.

Maar genoeg gezeurd. Binnen is de droom in tact. Elk item ademt er inderdaad snelheid en vrijheid. Bijvoorbeeld deze gepimpte Amerikaan in Art Déco-stijl met een Harley Davidson aan boord. Prachtig onpraktisch. Het voorbijgestreefde verpakt als futurisme. Ik hou ervan.

Louwman snelheid

Bevat het museum honderden en honderden unieke exemplaren, het ene al spraakmakender en legendarischer dan het andere, de allermooiste ‘les’ zit toch helemaal op het einde. Daar wordt de vermoeide bezoeker uitgenodigd om iets te drinken en te eten.

Anders dan men zou verwachten heeft Louwman daarvoor geen snelwegrestaurant met fastfood uit de grond gestampt. Wel een replicaplein dat getuigt van een grote nostalgie naar toen er nog leven tussen de huizen was en de auto nog niet het publieke domein domineerde.

Zo schijnt zelfs deze petrol head bij uitstek te hebben ingezien: als het écht gezellig moet zijn, heb je vooral geen auto’s nodig.

Louwman autovrij

 

Old New York & New New York

Er is het oude New York dat we allemaal kennen van de films en de iconische foto’s: de stad van de steen en staal en glas geworden hoog-moed. Aan die stad wordt nog altijd voortgebouwd. Uit blinde gewoonte, denk ik, omdat nog niet iedereen de tijd heeft gevonden om twee keer na te denken. Het is de stad die reikt naar de hemel en het contact met de werkelijkheid ergens onderweg is kwijtgeraakt.

Daarnaast is er het nieuwe New York, de stad die zichzelf heruitvindt en zo goed en zo kwaad als het gaat terugbrengt naar een mensenmaat. Beetje bij beetje, vierkante meter per vierkante meter. Deze stad is er één van bottom-up en wortelt stevig in het leven en de realiteit van alledag.

Hier en daar komen die twee werelden samen, zoals op onderstaande foto.

Op de achtergrond prijkt de Flat Iron Building, opgetrokken in 1902 en met zijn 87 meter één van de eerste wolkenkrabbers van de stad (en, om de symboliek nog wat op te voeren, decennia later een tijdlang het kantoor van stadsingenieur Robert Moses). Dat zijn de oude vormen en gedachten.

Op de voorgrond ontkiemen de parasols als kleine paddenstoelen van hoop, op een ondergrond van beton en asfalt die tot voor kort nog het speelterrein van de auto was. Geïnspireerd door de Kopenhaagse stadsarchitect Jan Gehl wordt de straat er ge(re)animeerd met mensen in plaats van blik.

Oud en Nieuw New York

“A breath of fresh air/ No smoking” staat er op het bordje. Ter plaatse klinkt dat een ietsiepietsie ironisch wanneer de hitte van de verbrandingsmotoren en hun uitlaatgassen bijna lijfelijk te voelen is.

Maar de (in)gezetenen zijn erger gewend. Ze laten het niet aan hun hart komen en genieten ervan dat hun stad met eenvoudige middelen (wat verf, bloembakken, straatmeubilair, enkele kiosken met drank en voedsel) meer en meer plekjes vrij maakt om hen tot rust te laten komen. Broodnodig in a city that never sleeps.

Lol trappen

Geplaatst op

Met de klimaatverandering in volle ontplooiing weten we wat ons te wachten staat: meer extreme weersomstandigheden zoals langere droogteperiodes en hevigere onweders. De ‘regentoets’ zal in de toekomst dus alleen maar winnen aan belang.

Het kan dus geen kwaad om eens te kijken hoe ze hiermee omgaan in van oudsher ‘regenachtige’ streken. In Spaans Baskenland bijvoorbeeld hoort regen erbij zoals een hamburger bij Mc Donald’s.

Als een stad dan ook nog eens bovenop een heuvel is gebouwd, zoals de onbekende en dus onbeminde hoofdstad Vitoria-Gasteiz, dan heb je het perfecte recept om mensen nooit te voet te laten gaan. Zou je denken.

Maar daar hebben die Basken het volgende op gevonden:

Een overdekt rollend trottoir, dat daar nooit eerder iemand op gekomen is!

Ernaast blijft het nog eenvoudigere alternatief van klassieke, onoverdekte trappen beschikbaar en de overkapping met geïntegreerde verlichting voelt, zelfs in een uitgesproken historische context, dankzij zijn discrete en transparante karakter allesbehalve als een Fremdkörper aan. Integendeel zelfs. Het voelt aan als de vanzelfsprekendheid zelve. Er is zelfs geen reglement, handleiding of gebruiksaanwijzing nodig. Het correcte gebruik wijst zichzelf uit.

Met gezond verstand kom je al een heel eind, zélfs in het domein van de mobiliteit. We zijn nogal eens geneigd dat te vergeten.

Overigens zorgde de wispelturigheid van hun weer ervoor dat die van Vitoria-Gasteiz ook tot het volgende compromis kwamen:

Werd het plein een sporthal of het sporthal een plein? De deuren staan uitnodigend open, iedereen kan binnen en buiten wandelen zoals bij een plein. Er is een dak, maar het gebouw is ‘open’, waardoor binnen een beetje buiten werd en buiten binnen.

Ik kan mij het tafereel al zo voorstellen:

– “Ma, het is slecht weer, ik ga buiten spelen!”

– “Dat is goed jongen! Kleed je niet te warm aan.”