RSS feed

Tagarchief: mobiliteit

Geen frisse lucht zonder frisse ideeën

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Misschien kreeg u er al lucht van. Mocht dat nog niet het geval zijn, dan vindt u hier mijn bijdrage aan het CurieuzeNeuzendebat in De Standaard en meer bepaald mijn antwoord op de vraag: ‘Wat nu?’

Kort samengevat: het is tijd voor een positief verhaal in termen van winsten in plaats van een verhaal in termen van verlies. Dat vergt verbeelding en een mental shift.

 

Advertenties

Houten (1)

Geplaatst op

Over fietsgemeenten gesproken. Wij waren onlangs in Houten. De Nederlandse ‘fietsgemeente van 2018’. En ook van 2008 trouwens. En naar verwachting van 2028.

Eerlijk: mijn vorige bezoek aan Houten was niet zo’n succes. Het stormde en toen ik met vertraging in het station arriveerde bleek de bus die ik had willen nemen al vertrokken. Een OV-fiets dan maar, er zat niets anders op. Ik onderhandelde (!) over een prijs en toog op weg bij nacht en ontij. Behalve ik was er niemand zo dom om bij windkracht 9 te gaan fietsen, dus was er niemand op straat om de weg aan te vragen. Ik moest me behelpen met wegwijzers die onzichtbaar waren door duisternis en regen. Met mijn zware koffer op het bagagerek zwalpte ik van links naar rechts. Een geluk bij een ongeluk: daardoor ontweek ik enkele keren een afgerukte tak.

Als een verzopen waterkieken (om het maar eens in goed Vlaams te zeggen) arriveerde ik tenslotte bij wat op Google Streetview nog een boerderij was geweest, maar nu een viersterrenhotel van een verdieping of twintig. Onder de grote luifel zette ik mijn fiets op zijn staander, pal achter een Bentley. Noblesse oblige, zelfs als de noblesse een beetje humide is. Dit haast symbolische statement bezorgde me in ieder geval een welgekomen adrenalinestoot.

Uitdruipend trok ik een spoor naar de balie, waar ik de sleutel kreeg om mijn ros in de fietsenstalling te zetten. Ik ontsnapte er aan een nacht van ontbering toen ik op het nippertje vermeed dat de ijzeren poort ervan door een windvlaag achter mij in het slot sloeg. Mijn gsm zat in mijn bagage bij de balie…

Houten Eerste indrukken (1)

A room with a view (Hotel Houten, tegenwoordig Hotel Van der Valk)

De quintessens van Houten is dat het ontworpen is met de fiets als uitgangspunt (‘bike oriented’ in goed Nederlands). Alleen met de fiets kan je er dwars door rijden en kan je tot in de kleinste uithoek doordringen. Met de auto moet je altijd terug naar de Rondweg om dan via één van de ‘inprikkers’ naar je bestemming elders in Houten te rijden. Ideaal wanneer je de weg kent en wanneer het geen noodweer is.

Houten Eerste indrukken (2)

Het uitzicht overdag. Mijn eerste indruk van ‘fietsstad’ Houten.

Ik moest een congres voorzitten in een – hoe vinden ze het uit – congrescentrum net buiten de Rondweg. Dat betekende dus dat ik de juiste ‘inprikker’ of onderdoorgang moest vinden om aan de andere kant van die weg te geraken.

Helaas was het weer nauwelijks beter dan de dag tevoren en Houten was door de regen gearceerd tot een lege verzameling. Telkens opnieuw stootte ik met mijn OV-fietsje op de berm van de Rondweg. Hoe ik ook zwoegde en draaide en keerde, de over- of onderdoorgang vond ik niet.

Helemaal doorweekt en opgejaagd door het vorderende uur greep ik uiteindelijk naar een noodmaatregel. Ik nam mijn fiets op de rug en klauterde de berm op, naar de voor fietsers verboden Rondweg. Van lieverlee voegde ik me tussen het luid toeterende autoverkeer. Je hoorde die Nederlandse chauffeurs denken: “Dat moet een Belg zijn.”* Een waterkieken is nu eenmaal een kieken.

Maar ik was op tijd én had mijn intro voor het congres.

Enfin, wat ik zeggen wou: mijn eerste kennismaking met Houten was niet meteen een groot succes.

Of mijn tweede bezoek beter verliep? Laat dat de cliffhanger van vandaag zijn.

Lees de rest van dit bericht

Kinder-wagen

Kinder-wagen

LISA en de mobiliteitsrevolutie

Geplaatst op

Vorige week zaterdag verscheen er onder de titel ‘De revolutie die er toch geen is’ een stuk van mij in De Standaard. De boodschap: dat we blij als kleine kinderen zijn telkens er een stap(je) richting ‘meer elektrische auto’s’ wordt gezet, is alleen verklaarbaar door een gebrek aan kritische zin. Andermaal gaan we gemakkelijk mee in de hoeraverhalen van de autoconstructeurs in het algemeen en Tesla in het bijzonder.

Bij nader toezien blijkt de elektrische auto niet zijn beloften waar te maken: niet op het vlak van luchtkwaliteit en gezondheid, niet op het vlak van klimaat en al helemaal niet op het vlak van mobiliteit. Wat de eerste betreft zijn er nog veel onbekende factoren. Zo zijn er ernstige aanwijzingen dat het niet-uitlaatgebonden fijn stof ernstig wordt onderschat, maar praktijkmetingen zijn er niet. De wetgever loopt weer hopeloos achter op de technologische ontwikkelingen.

Wat het klimaat betreft moet er aan een aantal voorwaarden voldaan worden om überhaupt beter te scoren dan klassieke auto’s met verbrandingsmotor. De belangrijkste, namelijk dat de elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen, is ook zonder elektrische mobiliteit al moeilijk te realiseren. Het is dus naïef om van deze opgave gewoon even ‘abstractie’ te maken en er op te vertrouwen dat dit vanzelf wel in orde zal komen.

Toekomst van de mobiliteit

Een relevante vraag is trouwens: is de enorme investering nodig voor de elektrificatie van ons wagenpark wel de meest rendabele investering om het Klimaatakkoord van Parijs uit te voeren? Heel wat specialisten wijzen er op dat in andere sectoren grotere winsten te boeken zijn.

Als we echter binnen de mobiliteit blijven, zou het best wel eens kunnen dat we dat geld (met minder scheeftrekking richting Mattheüseffect) beter investeren in een beleid dat gericht is op een modal shift richting (e-)fietsen. Wat in het bijzonder voor de piste pleit is dat deze investering niet alleen goed zou zijn voor het klimaat, maar voor àlle relevante criteria…

Verleden en toekomst

Ik sta verbaasd te kijken hoe mensen die het doorgaans goed met ons voor hebben spontaan gaan applaudisseren voor toestellen die twee ton wegen, doorgaans één persoon vervoeren en gebouwd zijn voor snelheden die noch toegelaten noch gewenst zijn vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, milieu of klimaat.

Beter zouden we inzetten op de ontwikkeling en introductie van zogenaamde LISA (LIght and SAfe)-cars. Uit de reacties de afgelopen dagen heb ik begrepen dat mijn toevoeging dat die misschien wel eens sterk zou kunnen lijken op de e-fiets voor verwarring heeft gezorgd. Daarom verwijs ik graag naar een recente publicatie ‘Lisa Car, La voiture de demain’ (met een redactioneel stukje van ondergetekende) van Pierre Courbe die komaf maakt met de mythe dat moderne auto’s om veilig te zijn noodzakelijkerwijze ‘oversized’ moeten zijn. Het kan hier gratis worden gedownload.

Mini elektrische wagen (1)

De adepten van de elektrische auto zijn nogal selectief in hun adoratie voor nieuwe technologische ontwikkelingen. Ze goochelen graag met innovaties die er mogelijk, maar mogelijk ook niet, aan zitten te komen.

Zo rekenen ze erop dat elektrische auto’s ons plots tot meer ‘delen’ zullen aanzetten. De pieken in het elektriciteitsverbruik (doordat iedereen op hetzelfde ogenblik zijn auto zal willen opladen) zouden dan weer opgevangen worden door een ‘smart grid’. Maar niet alleen wordt daar al jaren over gesproken (want het zou ook aardig van pas komen om de energie van zonnepanelen en windmolens te bufferen), maar tot nog toe komt er weinig van in huis. In het licht van het bestaan van een ochtend- en een avondspits lijkt het ook niet zo vanzelfsprekend dat uitgerekend auto’s hierin een sleutelrol zouden gaan spelen – zéker als vandaag blijkt dat die high tech paradepaardjes een aardig sluimerverbruik laten noteren, lees: ze verbruiken elektriciteit om alleen maar stil te staan.

Tot slot. Dat elektrische auto’s in essentie auto’s blijven en dus eerder ons mobiliteitsprobleem vergroten dan het op te lossen, lijkt een ongemakkelijke waarheid. Geen wonder dus dat een Teslarijder én de directeur van Transport & Environment (nochtans ook één van de ondertekenaars van het LISA-charter) mij enkele dagen later boos van antwoord dienden. De eerste beschuldigde mij van “Teslabashen”, de tweede dat ik het feestje verknal: “mogen we ook eens blij zijn als het de goede kant uitgaat?”

Dat mag natuurlijk, maar dan moet het wel écht de goede kant uitgaan. De kop boven de twee stukken vatte het probleem een beetje samen: “Willen we meer of minder elektrische auto’s?” Terwijl de echte vraag natuurlijk is: “Willen we meer of minder auto’s?”. En in ondergeschikte orde: “Willen we overgedimensioneerde, overgemotoriseerde auto’s of auto’s die licht én veilig zijn?”

Dat alles, uiteraard, na eerst de vraag te hebben beantwoord: “Willen we meer of minder mobiliteit?”

Een probleem oplossen begint met de juiste vragen te stellen.

Het Bilbao-effect: de andere helft van de waarheid

Geplaatst op

In afwachting van het Kasterlee-effect (een plotse omslag in het Vlaamse mobiliteitsbeleid ten gunste van de kwetsbaarsten als gevolg van een dodelijk ongeval met fietsers), keren we terug naar Baskenland.

Want ik had het hier al verschillende keren over Bilbao, maar nog niet over het Bilbao-effect. En dat is sinds 20 jaar onmogelijk geworden.

Bilbao-effect

Wikipedia omschrijft het effect als het fenomeen waarbij de bouw van een door een bekend architect ontworpen markant gebouw leidt tot een rijkere of belangrijkere stad. In Bilbao was dat dus het door Frank Gehry ontworpen Guggenheim Museum dat de sombere industrie- en havenstad deed verpoppen tot een hippe cultuurmagneet.

Kwam het echt alleen maar door het museum? Natuurlijk niet. Ook al is het belang van het in 1997 geopende museum met z’n 1 miljoen bezoekers per jaar en een terugverdientijd van amper 3 jaar moeilijk te overschatten (wie zei daar dat cultuur alleen maar geld kost?), het museum was ‘slechts’ het meest zichtbare en spectaculaire onderdeel van een veel breder programma.

Dat omvatte onder meer de restauratie en herbestemming van het rijkelijk aanwezige historisch erfgoed, het terugdringen van de rol van de auto in de stad en de daarmee sporende (sic!) reorganisatie van het openbaar vervoer: de reeds besproken bouw van een metro, de uitbouw van een busnetwerk (de ‘Bilbobus’) en de wederintrede van de tram.

Trams Bilbao

Waar verleden en toekomst elkaar ontmoeten… Omdat veel straten in de stad te smal zijn voor twee tramsporen, bestaat een belangrijk deel van het net uit een enkelspoor met een passageplek (hierboven) waar trams elkaar kunnen kruisen.

Bilbao tram gras

De tram als bijdrage aan de vergroening van de stad? Met groene beddingen werd het maatschappelijk draagvlak voor de (op)nieuwkomer verbreed.

Bilbao tram Koekendoos

Gaven we de indruk dat in het buitenland alles beter is? Dan volgt hier een rechtzetting. Soms maken ze er domweg dezelfde fouten. Zoals de ontmenselijking van de tram door hem oneerbiedig te reduceren tot een banaal billboard of, zoals hier, een haast letterlijke koekendoos…

Qua mobiliteit zat er ook een nieuwe luchthaven in het programma. Ook daarvoor ging men te rade bij een starchitect: Santiago Calatrava… (“Nergens anders ter wereld kennen zoveel mensen zoveel architecten bij naam,” zei de stedelijke mobiliteitsambtenaar, Mikel Gonzalez Vara en ik ben geneigd hem te geloven.)

Calatrava knutselde een gebouw met vleugels (dat doet hij altijd, maar hier paste het nog ook) dat, hoe verzinnen ze het, de bijnaam ‘La Paloma’ kreeg.

 

Luchthaven Bilbao

Zoals gewoonlijk bij Calatrava was er ook hier kritiek. Deze keer omdat het ‘gesloten’ design van het gebouw uitbreidingen moeilijk maakt. Al kunnen we dat in tijden van klimaatverandering natuurlijk ook als een voordeel beschouwen.

In het mobiliteitsprogramma werd overigens ook aan de voetgangers gedacht, met onder meer een heerlijke hangbrug getekend door… jawel, Santiago Calatrava. De Basken noemen haar de Zubizuri, wat origineler klinkt dan het is. Het betekent gewoon ‘Witte Brug’.

Voetgangersbrug Bilbao (2)

Ze hadden de Zubizuri ook ‘Gladde Brug’ kunnen noemen, want Calatrava maakte met zijn keuze voor glazen tegels een ontwerpfoutje: in de winter bleek de brug spekglad. Vandaag zijn de meeste tegels vervangen door een ‘wandeltapijt’.

Bilbao Zubizuri met glazen tegels

Een deel van de glazen tegels is nog zichtbaar.

Minder spectaculair maar eigenlijk belangrijker was de consequente herwaardering van het publieke domein. Parken, pleinen en straten werden onder handen genomen en systematisch vergroend, mensvriendelijker gemaakt en gepimpt met kunst.

Bilbao herwaardering openbaar domein

Met een zin voor detail die we doorgaans eerder aan het noorden toeschrijven, maar bij ons nauwelijks te vinden is. Toch niet in de publieke ruimte…

Kunst Bilbao

Niet voor mensen met een arachnofobie.

Tot slot was er de herontwikkeling van de rivieroever, die intussen een klassieker is bij oude industriesteden aan het water – zie onder meer Barcelona, Lyon, Parijs, Gent, Antwerpen, Brussel en Luik…

Herwaardering van de rivieroever Bilbao

En zo zijn we uiteindelijk weer bij het Guggenheimmuseum aanbeland…

Vrijheid, vrijblijvendheid, onveiligheid

Geplaatst op

Vrachtwagenverkeer combineren met fiets- en voetgangersverkeer is een slecht idee. Op die spijker heb ik de afgelopen week een keer of honderd geklopt en ik zal dat de komende weken en allicht maanden blijven doen.

Je zou denken dat het een open deur is, maar voor veel mensen zit ze nog potdicht.

Dat het niet realistisch is, kreeg ik vaak te horen.

Nochtans is het vrij eenvoudig: het verkeer dat je niet in ruimte kunt scheiden, moet je scheiden in tijd. Er is zoveel wat we kunnen doen: ruimtelijk ordenen met een doordacht locatiebeleid (bijvoorbeeld voor transportbedrijven…), vrachtroutes selecteren, in vrijliggende fietspaden en ongelijkgrondse kruisingen voorzien, werken met tonnagebeperkingen, rekeningrijden voor vrachtwagens toepassen op het gehele wegennet, werk maken van een duurzame route-navigatie, doorgaand verkeer weren, vrachten overslaan van grote vrachtwagens naar kleine lichte voertuigen (in lokale distributiecentra aan de rand van de kern) en het werken met tijdsvensters en strenge voorwaarden voor werfverkeer…

trucks-in-wijken-2

By the way, waar we het de laatste dagen nog niet over hadden: de kwalijke gewoonte in dit land om truckchauffeurs hun gerief naar huis te laten meenemen. Dat genereert niet alleen een lopende rekening van te herstellen bermen, trottoirs en opritten en aanzienlijke burenhinder (in de winter moeten die dingen ‘warm draaien’), op die manier trekken we vrachtwagens ook tot diep in onze woonwijken en in schoolomgevingen.

vws-in-wijken

Als het veiliger is, waarom is het dan vrijblijvend?

Maar daaraan raken, vergt politieke moed want vraagt aanpassing van de betrokkenen.

Vandaag mogen vrachtwagens in dit land op zowat elk moment om het even waar rijden. De bovenstaande beperkingen zullen het voor de transportbedrijven en hun chauffeurs dus allicht wat moeilijker maken. Ze zullen zich anders moeten organiseren. En allicht staat er ook een economische kost tegenover. Maar misschien is het dan goed eraan te herinneren dat de economische kost van één verkeersdode op zo’n 2,7 miljoen euro wordt geraamd – om het even niet over het onschatbare menselijke leed te hebben…

Het kan dus anders. We moeten het alleen willen.

Geloof het of niet: er bestaan mensen die het niet willen. Zij vinden het niet kunnen dat de bewegingsvrijheid aan banden (sic) wordt gelegd. Die van de vrachtwagens wel te verstaan. Want dat er voor fietsers, en zeker voor kinderen, in dit land uitgestrekte no go-area’s bestaan, is blijkbaar de normaalste zaak van de wereld.

Zo normaal dat we er ons geen vragen bij stellen dat op schoolroutekaarten voor leerlingen ‘te vermijden routes’ worden aangeduid.

Tot slot, voor de cynici onder ons: de Gistelsesteenweg in Brugge, waar vorige week het dramatische ongeval gebeurde, was niet aangeduid als een te vermijden route. Op de Westvlaamse schoolroutekaart is ze in het groen aangeduid…

 

Willy Willy!

Het is bekend dat deze blog doorgaans alleen thema’s van mondiaal belang behandelt – tenminste bij wie begrepen heeft dat de meeste stukjes fungeren als ‘pars pro toto’.

Maar af en toe zijn wij genoodzaakt af te wijken van deze redactionele lijn, al was het maar omdat ook in een gemondialiseerde wereld de lokale wereld vaak nog altijd de belangrijkste is.

Daarom bij wijze van uitzondering maar mét reden vandaag enige aandacht voor een evenement in mijn hometown ‘Herentals’. Voor haar nieuwjaarslezing heeft de lokale Milieuraad immers het lichtjes lumineuze idee gehad om Willy Miermans uit te nodigen.

Willy was noch meer noch minder dan mijn mobiliteitsmentor, de man die me in mijn eerste lessen ‘verkeerskunde’ liet ontdekken dat ik er eigenlijk veel minder van wist dan ik dacht, maar tegelijk ongelooflijk veel Rutteniaanse goesting gaf om er alles over te leren.

willy-miermans-2

Maaseikenaar en socioloog Willy Miermans zal het nu vrijdag 27 januari vanaf 20 in de Lakenhalle (Grote Markt, Herentals – toegang is gratis) hebben over de Keizerstede en hoe die zichzelf mobiliteitsgewijs zou kunnen verbeteren (kleine spoiler: ook al was ik er 6 jaar lang schepen voor mobiliteit, is er nog aardig wat marge).

Willy zou Willy niet zijn als hij dat niet deed op zo’n manier dat ook niet-Herentalsenaren er aardig wat van kunnen opsteken. Waardoor het voor u duidelijk zou moeten zijn dat u hier niet mag ontbreken.

En waardoor dit stukje alsnog onder de rubriek ‘pars pro toto’ valt. Oef.