RSS Feed

Categorie archief: kunst

Uitgelezen kunst

Een bekentenis. In een vorig bericht heb ik overdreven. Een klein beetje maar.

Maar toch. Overdrijven is altijd overdreven, vind ik.

Daarom deze rechtzetting: in Kassel was er één installatie die wel degelijk indruk op mij maakte: the Parthenon of Books van Marta Minujin.

Kassel Parthenon of books (1)

De ‘replica’ van het beroemde bouwwerk op de Akropolis in Athene is opgetrokken uit boeken die ooit ergens ter wereld werden verboden – of nog verboden zijn. Doordat het om gedoneerde boeken gaat, zaten er nogal wat dubbels tussen (opvallend veel ‘Duivelsverzen’ en ‘1984’ bijvoorbeeld), maar niettemin is het een prachtig monument van dubbel-zinnigheid: van op afstand het symbool van democratie, wijsheid en beschaving, van dichtbij een symbool van dictatuur, domheid en barbarij.

Kassel ParthenonIMG_0670IMG_0679

Goeie kunst is altijd een beetje schizofreen.

Ik begin er ook over omdat er dezer dagen in de boekhandels een dystopisch boek over boekverbrandingen in de boekhandels ligt. Dat is een beetje veel ‘boek’ in één zin, maar laten we het er op houden dat de vorm in dit geval de inhoud afdekt.

‘Fahrenheit 451’ van Ray Bradbury, want daarover hebben we het, dateert al uit 1953 en ik las het zelf een jaar of acht geleden, maar het is me bijgebleven én het werd zopas herdrukt. Allicht omdat het, helaas, nog altijd, nou ja, brandend actueel is. En omdat het gewoon een ijzersterk boek is.

Waarschuwing: kijk nu niet op Wikipedia, want daar wordt het hele verhaal al verklapt. Ik beperk mij tot de aanzet van het verhaal: hoofdpersonage Guy Montag is een ‘brandweerman’ met als opdracht het opsporen en in brand steken van het gevaarlijkste bezit dat mensen kunnen hebben: boeken.

“Een boek is een geladen geweer in het huis van je buurman. Verbrand het. Haal de kogels uit het wapen. Sla een bres in de menselijke geest. Wie weet wie niet het doelwit zou kunnen worden van een belezen mens! Ik? Ik zou hem nog geen halve minuut dulden.”

Vanzelfsprekend gaat de protagonist aan het twijfelen en dat zorgt, behalve voor een gezonde dosis spanning, vooral voor snedige analyses en beschouwingen.

Dit is het moment om ‘Fahrenheit 451’ in verband te brengen met mobiliteit, want daarop zitten jullie natuurlijk te wachten. Welaan dan. Wat had u gedacht van dit citaat, een scherpe schets van wat ik in ‘De file voorbij’ zelf beschreef onder het kopje ‘Jack The Ripper en de fout van de V85’:

“Zelfs al was de straat volkomen verlaten, dan kon je er natuurlijk nog niet van op aan dat je hem veilig kon oversteken, want er kon eensklaps een auto opduiken vanachter de helling die vier zijstraten verder lag en bij je zijn en langs je heen schieten eer je een dozijn keer had kunnen ademhalen.” 

Spring die fiets op en peddel naar de onafhankelijke boekhandel waar nog 1000 bloemen mogen bloeien. (Of hoe een leestip toch nog een kleine reistip werd.)

Lees de rest van dit bericht

Advertenties

Allemaal vluchtelingen

Sommigen zullen denken dat het vorige blogbericht voor één keer niets met mobiliteit te maken had. Het pleit voor hen dat ze denken. Maar ze denken verkeerd.

Het ging over vluchtelingen en laat vluchtelingen net de meest extreme vorm van mobiliteit belichamen. En dus misschien wel het meest de essentie ervan raken.

Mensen verplaatsen zich omdat ze daar behoefte aan hebben. Omdat er op een andere plaats iets is wat ze op de ene plaats niet hebben: veiligheid, voedsel, werk, geliefden, vertier. De mobiliteit van vluchtelingen verschilt in wezen dus in niets van die van anderen.

Die anderen zijn overigens maar al te vaak ook vluchtelingen, zéker in deze tijd van het jaar. In dichte drommen ontvluchten zij de geestdodende repetitiviteit van hun werk, de kopzorgen, het gebrek aan levenskwaliteit op de plek waar ze wonen. Ze gaan op zoek naar ruimte, natuur, gezonde lucht, water waarin je nog kan zwemmen, een plek waar hun kinderen veilig kunnen spelen, rust en stilte – al die dingen die ze als vanzelfsprekend zichzelf zijn gaan ontzeggen, maar waarvan ze vinden dat ze er één keer per jaar toch wel recht op hebben.

Brussel (33)

En dus eisen ze voor zichzelf het recht op absolute mobiliteit op: de wachtrijen op de luchthavens moeten zo kort mogelijk zijn, de tunnels in Oostenrijk en Zwitserland berekend op onze massale doortocht, de grenscontroles tot een minimum beperkt, de prijzen voor het gebruik van infrastructuur matig en liefst gratis, de parkeerplaatsen op de bestemmingen overvloedig… Barrières moeten zoveel mogelijk geslecht, grenzen gesloopt. Want het is allemaal ‘welverdiend’ en als ze op het vliegtuig niet naast elkaar kunnen zitten (omdat ze uit principe weigeren enkele euro’s meer te betalen) of door een ongeval enkele uren vertraging oplopen, dan worden dat nieuwsitems.

Dat ze voor zichzelf, dat we voor onszelf opeisen wat ze, wat we anderen blijkbaar niet of node gunnen, daar moeten we vooral vandaag niet op wijzen. Want hé, ze en we zijn met vakantie. Mag het even?

Sorry dus voor deze kleine inconvenience.

Lees de rest van dit bericht

Het shockingcenter

De vijfjaarlijkse Documenta, nummer 14 ondertussen, trok ons deze zomer naar het Duitse Kassel. En om meteen maar te openen met een spoiler: we kwamen terug van een kale reis.

Er was nauwelijks iets wat ons echt ‘raakte’, ons oplaadde met nieuwe vragen of manieren om naar de werkelijkheid te kijken – wat mij betreft de essentie van goeie kunst. In de plaats kregen we vooral statements die stijf stonden van het eigen eendimensionale gelijk.

Of gewoon gratuite waren.  Zo stond er bijvoorbeeld ‘Beingsafeisscary’ op de fries van één van de sleutelgebouwen. Best provocerend in deze tijden, maar er was schijnbaar niemand die er de ironie van inzag dat om dit gebouw te betreden twee keer moest worden aangeschoven: één keer om je rugzakje in te leveren (er zou een bom in kunnen zitten) en één keer om (oppervlakkig) gefouilleerd te worden vooraleer het pand te betreden. Notbeingsafeisapparentlyscarier.

Kassel (3)

Best mogelijk natuurlijk dat het aan ons lag, maar gesprekken met andere Documentabezoekers en een kritische recensie in de NRC gaven aan dat we niet alleen stonden.

De meest ontwrichtende, in het gezicht slaande confrontatie was trouwens een toevalstreffer:

IMG_0746

 “Wij shoppen niet, wij kopen ons gelukkig” staat er schaamteloos te lezen op de gesloten gevel van het shoppingcenter.

Dat de homo shoppicus niet ziet hoe de kans op echte zingeving letterlijk over straat loopt onder de vorm van mensen op de vlucht voor oorlog, honger en ellende is één ding. Maar dat hij daar dan ook nog eens schaamteloos fier mee uitpakt, dàt vond ik shockerend.

The bridge

Jaagpad Turnhout-Ravels (30)

Over het kanaal tussen Turnhout en Ravels

‘De Paai’ heet ze en ik heb geen idee waarom. Maar het is een brug en ze doet wat van een brug verwacht mag worden: ze verbindt twee oevers.

Hoewel.

Natuurlijk is er een ‘hoewel’. Anders zou ze deze blog nooit halen.

Ze dateert vermoedelijk uit de overgang van het pre-fiets-tijdperk, waarin men fietsers bekeek als een uitstervende diersoort en er dus geen infra voor voorzag, naar het fietstijdperk, toen het begon te dagen dat de fiets aan een comeback bezig was. Het werd dus een voetgangersbrug met een fietsgootje. Ik heb de tijd nog geweten dat we daar al blij mee waren.

Intussen zijn we enkele decennia verder en zijn de fietsers niet uitgestorven maar vermenigvuldigd. Dus kwam er bij wijze van retrofitting een nieuwe, centrale goot in statement-geel. Ook de tevredenheid daarover kan ik me nog voorstellen.

Al is ze van korte duur geweest, want kijk: daar kwamen de elektrische fietsen. Die zijn een stuk zwaarder (en hebben hun zwaartepunt vaak achteraan, op de bagagedrager) en hebben een publiek dat gemiddeld wat meer jaren op de teller heeft.

Jaagpad Turnhout-Ravels (32)-001

“Gaat het Jos?” 

Tel op: zware fiets + steile helling. De som is er één met veel gezucht en gevloek. De brug verbindt niet langer. Ze wordt opnieuw een barrière.

Ik stond erbij en keek ernaar (en stak een  handje toe, zo hardvochtig ben ik nu ook weer niet): hoe koppels fiets per fiets de helling op duwden, zwetend en met een bang hart dat ze hun fiets niet gingen kunnen houden. Of hoe een plezierrit plots een spannende opdracht wordt.

De volgende aanpassing van de brug staat dus in de sterren geschreven: een ‘automatische’ goot waarin fietsen zachtjes mee naar boven worden getrokken.

Vervolgens zal blijken dat het systeem af en toe defect geraakt en de brug dan opnieuw een barrière wordt. Dan zullen er jaren voorbijgaan waarin er wordt gepraat over een brug met aangepaste hellingen voor fietsers. Uiteindelijk zullen die er natuurlijk komen – in het rood, stel ik me dan voor, zodat de Mondriaan compleet is.

We zullen dan weer enkele decennia verder zijn en ooit schrijft een blogger dan een stukje over hoe de infrastructuur met grote vertraging de fietsers volgt.

Als je het zo bekijkt: waar klagen die chauffeurs van elektrische auto’s eigenlijk over?

Dank (u)!

img_20161023_114919

Om het met Rik De Saedeleer te zeggen: “Daar is ‘m!” De postkaartencarrousel is, gewoon door hem in een museum te zetten, zomaar een ‘installatie’ geworden.

Heel graag had ik de zijde getoond die gevuld is met jullie kaartjes, maar uitgerekend die foto blijkt bij thuiskomst te onscherp voor publicatie. Waarschijnlijk was de fotograaf te zeer ‘bewogen’ door jullie inbreng.

Laat deze omissie dan maar een goede reden zijn om eens ter plaatse te gaan kijken. De tentoonstelling ‘A glimpse of where we’re going’ van curator Elly Van Eeghem is trouwens ongemeen inspirerend en boeiend voor al wie wel eens nadenkt over de toekomst van de stad.

Voor ons allemaal dus.

Warme groet!

Kris

Drukdrukdruk

img_2977

Het is een beetje stil hier, de laatste tijd.

Die stilte heeft een verklaring: tijdsgebrek.

Ook dat tijdsgebrek heeft een verklaring: andere verplichtingen.

Die verplichtingen hebben dan weer geen verklaring, tenzij mijn onvermogen om ‘nee’ te zeggen. Maar ik blijf oefenen.

Voorbeelden van verplichtingen waarop ik niet vermocht ‘nee’ te zeggen, zijn:

  • zaterdag 22 oktober: om 11u een lezing in de bib van Elsene over slechte luchtjes, mobiliteit en Brussel
  • zondag 23 oktober in de voormiddag: opening van de tentoonstelling ‘Stad van morgen: A glimpse of where we’re going’ van Elly Van Eeghem in het STAM in Gent, met een ‘installatie’ van ondergetekende (met een bijdrage van sommige van jullie). Voor een tip van de sluier, zie een voorgaande blogbericht.
  • zondag 23 oktober in de namiddag: salongesprek van bibi en twee interessante mensen
  • nog tot en met 6 november in het kasteel Cortewalle in Beveren: tentoonstelling ‘Buiten de context’ met een resem kunstenaars en teksten van Ludo Abicht, Christophe Busch, Petra De Sutter, Ignaas Devisch, Johan de Vos, Elwin Hofman, Veerle Provoost, Herbert Roeyers, Rik Torfs, Jean Paul Van Bendegem, Marc Van den Bossche, Herman Van Rompuy, Koen Vanmechelen, Hendrik Vos en, wat had u gedacht, ondergetekende.

Dat laatstgenoemde expositie als thema ‘identiteit’ had, kon niet voorkomen dat ik de laatste tijd soms niet meer wist waar mijn hoofd stond. Maar bij sommigen onder u bestond dat vermoeden al langer, heb ik begrepen.

Enfin, ik heb er goede hoop op over enkele weken weer wat meer tijd te hebben om mij vrolijk te maken over mensen die, gevraagd hoe het ermee gaat, ‘drukdrukdruk’ antwoorden. De aanstellers!

Subtiele Toets

Jean Toots Thielemans (1)

Enkele jaren geleden, op wandel in Brussel, viel ons dit onopvallende huis op. Dat lijkt contradictorisch, maar het kon dankzij een memo die met punaises was aangebracht op het huis ernaast. Die herinnerde ons eraan dat ketje Toots Thielemans hier zijn roots had. Ook dat was een beetje vreemd, want wij werden daarmee herinnerd aan iets wat we nog niet wisten.

Eerst waren wij verontwaardigd dat een koperen plaat er blijkbaar niet had afgekund. Maar toen bedachten wij: zo’n subtiele, haast nonchalant aangebrachte toets, in feite is het een prachtig stukje improvisatie. Gepaster kan het niet zijn.

Jean Toots Thielemans (2)

In memoriam Jean ‘Toots’ Thielemans + 22 augustus 2016