RSS feed

Categorie archief: Eten en drinken

Shiften, shifte, geschift

De gratis krant De Zondag bracht dit weekend een interview met de Vlaamse minister van volksgezondheid. Een stukje daaruit wil ik u niet onthouden.

“Hoe wil u het gigantische obesitasprobleem oplossen?”

“Dat is een en-en-verhaal. Enerzijds stimuleren we de shift naar gezondere voeding en voldoende afwisseling in het menu. Dat moet zorgen voor minder gewicht op de weegschaal. Anderzijds investeren we grote bedragen in onze infrastructuur. We voorzien daarvoor dit jaar miljarden, een groot deel daarvan voor bijkomende banketzaken en goed bereikbare, overkapte snoepautomaten waarvoor we een contract hebben vastgelegd voor de komende vijftig jaar. We focussen bij onze investeringen op meer voedselveiligheid, slimme dieetformules en een vlottere bediening voor fastfoodadepten.”

Vreemd? Ik geef het toe. Eigenlijk stond er iets anders. Feitelijk was het een interview met de Vlaamse minister van mobiliteit. Maar ik denk dat ik eigenlijk wel las wat er stond.

Oordeel zelf:

“Hoe wil u het gigantische fileprobleem oplossen?”

“Dat is een en-en-verhaal. Enerzijds stimuleren we de shift naar duurzaam vervoer en combimobiliteit. Dat moet zorgen voor minder wagens op de weg. Anderzijds investeren we grote bedragen in onze infrastructuur. We voorzien dit jaar meer dan 5,5 miljard euro daarvoor. Oosterweel bijvoorbeeld: dat is goed voor 3,1 miljard. We focussen bij onze investeringen op meer verkeersveiligheid, conflictvrije kruispunten, slimme verkeerslichten en betere doorstroming.”

Archieffoto

Geen kwakkel

Mensen vragen me wel eens: “ben jij nu werkelijk àltijd bezig met mobiliteit?”

Beschamend genoeg is het antwoord bevestigend: ik ben àltijd bezig met mobiliteit.

Zoals gisteren nog, op café. Gewone mensen drinken daar een koffie of een pintje. Maar daar voelt deze mobiliteitsjongen zich net iets te goed voor.

Dat moet dan weer iets speciaals zijn. Een Kwak bijvoorbeeld. Niet omwille van het hoge alcoholgehalte (wat denkt u wel?), een beetje voor de smaak (“een licht moutig aroma en een fruitige afdronk”) en vooral omdat er een mooi mobiliteitsverhaal aan vasthangt. Noblesse oblige, quoi.

Nu wil u dat verhaal natuurlijk kennen, ja, zo ken ik u. Welnu, het is simpel: Kwak wordt geschonken in een glas dat vandaag extreem onhandig is (en dus vergezeld moet gaan van een houten houder om overeind te blijven), maar initieel de handigheid zelve was. Toch voor koetsiers.

Het bier werd in 1980 opnieuw gecommercialiseerd. De eerste try outs waren niet zo’n succes, omdat de koets er toen nog aanhing. Al kan dit ook een kwakkel zijn.

We keren even terug naar de tijd van Napoleon, toen drinken en rijden nog samen gingen, een idee waarvan wij modernen natuurlijk helemaal genezen zijn. Niet dat toen alles mocht: koetsiers mochten tijdens hun pitstops aan de herbergen hun gespan niet verlaten. Daardoor konden ze hun dorst niet samen met hun passagiers lessen.

Jammer. En dus vond de eigenaar van herberg ‘De Hoorn’ in het Dendermondse er iets op. Hij ontwierp een ‘koetsiersglas’: een glas dat in een uitsparing van de koets kon worden gehangen en dat, door het zwaartepunt middels een vergrote bolle onderzijde onderaan te leggen, altijd keurig rechtop bleef.

Zo ‘kwakte’ het bier ook nooit over de rand – al is die onomatopee net iets te mooi om relevant te zijn: de brouwer in kwestie heette gewoon Pauwel Kwak. Voor wie dat dan weer belachelijk vindt klinken: hij had ook Alfred Judokus Kwak kunnen heten. Dàt zou pas belachelijk zijn geweest.

Frituur ’t Boekske

Niet is wat het lijkt. Neem nu Frituur ’t Hoekske in Sint-Niklaas. Het staat er op: Frituur. En ook: ’t Hoekske.

Maar echte kenners weten: in wezen is het een slagerij. In het pand was ooit de slagerij gevestigd waar een slagerszoon met een brilletje zijn eerste stapjes zette.

Dat zal de friturist duidelijk worst wezen. Hij verkiest bouletten boven coupletten en noemt zijn zaak dus gewoon ’t Hoekske, alsof het de ligging is die haar uniek maakt.

Even stond ik er sprakeloos naar te kijken. Maar toen besefte ik: deze man heeft Lanoye écht wel gelezen.

Alleen is hij gestopt bij ‘Alles moet weg’.

Dubbele boodschap

Enkele weken geleden zat ik in een interview voor Zeno. Andere gesprekspartners waren Koen Van Wonterghem, voorzitter van Ouders van Verongelukte Kinderen (OVK) en politierechter Dina Van Laethem – een sympathieke dame die durft zeggen waar het op staat.

Alleen: de edelachtbare bleek zeer verknocht aan haar auto én aan de alomtegenwoordigheid van alcoholhoudende dranken. Die combinatie van een auto- en een alcoholcultuur eist jaarlijks veel slachtoffers, maar dat was voor haar geen argument om het beleid bij te sturen.

Ze gruwde van het idee dat mensen zouden moeten worden afgebracht van hun modale eenkennigheid. Fietsen? Te inspannend. Met de trein rijden? Vergt te veel tijd – ook al was de rechter de enige van ons drie die te laat op de afspraak verscheen.

Het alcoholslot veralgemenen? “Dan kan de horeca wel inpakken.”

En de verkoop van alcohol aan banden leggen, bijvoorbeeld in tankstations? Dom idee volgens haar, “want dan rijden mensen toch gewoon naar de nachtwinkel.”

Vreemde argumentatie. Ze gaat vrolijk voorbij aan heel veel volkswijsheid. Denk aan de aanbeveling om vooral niet de kat bij de melk (of het spek) te zetten of het inzicht dat de gelegenheid de dief maakt. Maar ook de wetenschap denkt er het hare van. Wanneer de ‘keuzearchitectuur’ het ongewenste gedrag (‘nudging’) faciliteert, dan wordt dat ongewenste gedrag waarschijnlijker. Daarover bestaat intussen een heel boekenrek aan gedragspsychologische studies.

Vandaar dat de Nederlanders, de Fransen, de Britten, de Denen, de Zweden, de Noren en zelfs de Italianen de verkoop van alcohol op autostrades hebben verboden. De Duitsers staan die alleen nog overdag toe en de Walen “evolueren naar minder alcoholverkoop in snelwegstations” door het verbod op te nemen bij de vernieuwing van concessies.

Het is duidelijk in welke richting het inzicht voortschrijdt. Overal, behalve in Vlaanderen.

Hier denken we nog altijd dat we het gaan halen met twee keer per jaar een in de media aangekondigde Bobcampagne.

Het is wachten op het volgende persbericht van Vias waarin verwonderd vastgesteld wordt dat zoveel Belgen toegeven (!) dat ze recent nog reden terwijl ze mogelijk boven de wettelijke alcohollimiet zaten. (“1 op 4 in de afgelopen maand”, volgens een internationale enquête uit 2019)

Aan dit alles moest ik denken, toen ik de afgelopen week ontdekte dat je tegenwoordig ook diesel van hoge gisting kunt tanken. De Leffe waarvoor hier reclame wordt gemaakt, is weliswaar alcoholvrij – maar om dat te weten moet je al de kleine lettertjes lezen én de spontane associatie met de klassieke lading van deze vlag opzij zetten.

Mijn hypothese is dat deze publiciteit de alcoholhoudende variant minstens evenveel promoot als de alcoholvrije variant. Bierbrouwers en hun marketeers weten echt wel hoe ze ons onder (hun) invloed kunnen krijgen.

Ze weten donders goed dat wij soms ook zonder te hebben gedronken een beetje dubbel denken.

 

 

 

K(n)ooppunten

Er bestaan natuurlijk mensen die hun computerscherm verwarren met een winkeletalage en hun brievenbus met een pashokje. Hun voorstelling van menselijk contact draagt doorgaans niet veel verder dan het beeld van een gestresseerde chauffeur die aan de voordeur om een krabbel voor ontvangst vraagt.

Voor normale mensen gaat er natuurlijk niets boven een winkel met echte mensen waar  groet, advies, smalltalk, analyse van het weer, oogcontact, misschien zelfs een lichte aanraking bij het overhandigen van de waar en een bedankje zomaar inbegrepen zijn in de prijs.

Buiten de kernen echter, in het nevelige gebied dat onze ruimtelijke planners (ja, die hebben wij) het ‘buitengebied’ zijn gaan noemen, is zo’n warme winkel in 3D met mensen van vlees en bloed meestal te hoog gegrepen.

Daar is het dus behelpen geblazen met automaten.

Aardbeienautomaat

Onpersoonlijk zijn ze en niet bepaald vriendelijk, maar ik ben niet te beroerd om toe te geven: soms zijn ze voor de passerende fietser het equivalent van de oase in de woestijn. Dan lijkt alles wat er uit komt – drank, brood, aardappelen, aardbeien en in een enkel geval zelfs verse melk – verdomd veel op manna uit de hemel.

Omgekeerd is alle pecunia die er in wordt gepropt levenselixir voor de lokale boer of bakker.

Melkautomaat

Wat mij betreft zijn die automaten dan ook niet de kwaadste manier om fietsknooppunten ‘op te laden’ en meer te laten zijn dan zomaar een kruising van twee fietsroutes.

Slot goed, al goed

De regering paste deze week de regelgeving over de toepassing van het alcoholslot aan. Elke aanscherping die het alcoholslot breder toepasbaar maakt is (veiligheids)winst, maar ik heb er toch drie bedenkingen bij:

Alcohol verboden-001

Hier hoorde je het argument dat met zo’n maatregel ‘iedereen wordt gestraft’ dan weer niet… 

1) het alcoholslot wordt voorbehouden voor recidivisten, waardoor het natuurlijk geen preventiemaatregel meer is (en al helemaal niet in een context waarin de pakkans nog altijd ontieglijk klein is)

2) doordat het alcoholslot alleen als een ‘straf’ wordt toegepast, krijgt het onterecht een stigma

3) het alcoholslot zou best algemeen worden toegepast als basisveiligheidsuitrusting. Het argument dat je daarmee ‘iedereen straft’ snijdt geen hout, aangezien de meerkost verwaarloosbaar zal worden door de schaalvergroting en/of makkelijk uit te wissen is door overbodige gadgets weg te laten of komaf te maken met de oversizing van auto’s. Maar dan zijn we natuurlijk bij een taboe aanbeland…

Naar aanleiding van een eerder mediastormpje over het alcoholslot schreef ik een tijdje geleden onder de titel ‘Bob de Brouwer’ onderstaande column in De Verkeersspecialist (uitgeverij Wolters-Kluwer).

“Je kent het wel, het verschijnsel dat politici eensklaps grote belangstelling tonen voor een beleidsthema, wat ballonnetjes oplaten, eventueel zelfs enkele beloftes lozen of een maatregel improviseren waarna ze het thema even plots weer loslaten en vergeten. De media noemen het ‘steekvlampolitiek’ en af en toe klagen ze erover.

Daarnaast is er het fenomeen van plotse journalistieke aandacht voor een thema die, na een hevige regenbui van bits and bytes en verontwaardigde editorialen, weer gaat liggen. De media klagen er niet over en noemen het kortweg journalistiek.

Ik van mijn kant, ik erger me eraan. Bij één weekendongeval beweegt er niets of niemand. Bij twee ongevallen rinkelt de telefoon al eens. Bij drie staat hij roodgloeiend. Wat er aan gedaan kan worden en waarom dat dan nog niet is gedaan? Graag vandaag nog een antwoord, want morgen is het geen nieuws meer.

Zo komt het dat verkeersveiligheid af en toe een thema wordt. Meestal voor de duur van één dag. Bij voldoende en/of voldoende jonge en/of voldoende bekende slachtoffers soms twee of drie dagen. Al naargelang van de vermoedelijke toedracht van de ongevallen verschuift de invalshoek. Van jongeren en ouderen over fietsers naar truckchauffeurs en motorrijders tot dode hoeken, speedpedelecs, medicatie en alcohol.

Laatst was het weer de beurt aan alcohol. Drie drama’s op enkele dagen met jonge fietsers onder de dodelijke slachtoffers en telkens een chauffeur met alcohol waar er verstand had moeten zitten. Mijn fairphone zoemde en de berichtjes van journalisten druppelden binnen. Ik zat in het buitenland en liet de kelk aan mij voorbijgaan. De jongste tijd ben ik ten prooi gevallen aan een zekere mediamoeheid. Bovendien zouden anderen vast hetzelfde zeggen. Iets met de voorspelbare ingrediënten: een hogere (gepercipieerde) pakkans, een consequente veiligheidscultuur waarin geen plaats is voor de combinatie van alcohol en rijden, de open deur dat voorkomen beter is dan genezen en dat een alcoholslot dus een reuzenstap voorwaarts zou zijn…

Verdorie, als ik een klomp had gehad was die toen gebroken. Want o akelige verrassing: er kwamen specialisten aan het woord die het alcoholslot van de hand wezen als een mooi, maar helaas onhaalbaar idee. “Belonen is beter dan bestraffen,” orakelde een hooggeleerde professor. Hij trad niet verder in detail, zodat ik me afvroeg hoe dat er concreet uit zou zien: een knuffel van de wijkagent (m/v/x) of  een gratis drankbonnetje voor iedere keer dat iemand betrapt wordt op nuchter rijden? Of wacht, ik weet het: een punt erbij op je rijbewijs! Misschien zou met deze positieve invulling het rijbewijs met punten eindelijk politiek draagvlak krijgen.

Alcoholslot (30)

“Het is makkelijk te omzeilen, zo’n alcoholslot,” leek een andere expert uit ervaring te spreken, “je laat je vriend blazen en kruipt vervolgens achter het stuur.” Zo’n extra barrière dat de dronken overtreder niet zonder een domme medeplichtige kan, dat leek me eigenlijk winst in vergelijking met de huidige situatie die lone wolves vrij spel geeft. Maar blijkbaar had ik dat toch niet goed begrepen.

“Het kost ook te veel,” wist een derde te melden. Ik verwachtte astronomische bedragen, maar meer dan het equivalent van een set lichtmetalen velgen bleek het niet te zijn. De journalist vergat jammer genoeg ook te vragen wat de kostprijs nog zou zijn als elk van de vijfhonderdduizend nieuwverkochte wagens met het snu(i)fje zou zijn uitgerust. Ik dacht ooit eens iets over schaalvoordelen te hebben gelezen, maar wellicht vergis ik mij.     

Maar goed, er waren nog meer argumenten om het alcoholslot niet te verplichten. “Het zou ontzettend veel mensen bestraffen, omdat een kleine groep iets fout doet.” Het rolde zomaar uit de mond van de woordvoerder van een instituut dat tot voor kort nog het woord ‘Verkeersveiligheid’ in zijn naam droeg. Een schrandere scribent had kunnen opmerken dat die kleine groep toch groot genoeg is om duizenden dodelijke en zwaargewonde slachtoffers per jaar te maken. En de vraag kunnen opwerpen of de doodstraf dan wel de levenslange straf voor de slachtoffers en hun families dan niet veel zwaarder woog dan de straf telkens voor het starten in een pijpje te moeten blazen. Maar Bourgondiërs die Weten Waarom stellen zo’n vragen niet. In dit land is het rijbewijs met pinten een onvervreemdbaar mensenrecht.

Overigens was de woordvoerder nog niet uitgepraat. “Je kunt beter mensen die iets verkeerd doen zwaarder straffen,” meldde hij nog. Wat mij dan weer vertwijfeld deed afvragen of die prof met zijn ‘belonen is beter dan bestraffen’ dan toch niet uit z’n nek had gekletst.

Ach, misschien bekijk ik de zaken gewoon te nuchter. Ik leg mij te rusten, in de geruststellende wetenschap dat het morgen over iets anders zal gaan. Over rekeningrijden bijvoorbeeld. Lang geleden trouwens dat we nog eens onderzocht hebben of dat wat uithaalt.

 

Surplacen voor beginners

Iets gaan drinken zonder de pedalen te verliezen?

In Mechelen kunnen ze het je garanderen. Op de Schoenmarkt is er tegenwoordig de gezellige koffiebar ‘Bar Klak’ die zijn klanten vast in het zadel zet.

bar-klak

Minister van economische gezondheid

Maggie De Block is de federale minister van volksgezondheid. Ik schrijf het hier even op, in de hoop dat ze deze mededeling onder ogen krijgt.

Want zelf schijnt ze er niet van op de hoogte te zijn. Gisteren verklaarde ze in de krant een verbod op alcoholverkoop in tankstations niet te willen overwegen. Haar motivatie had niets te maken met volksgezondheid, hoogstens met de ‘gezondheid’ van de economie: “Ik heb geen zin in meer faillissementen in de sector.”

Ik denk niet dat ook maar één iemand zin heeft in meer faillissementen in de sector, maar stel dat de vrees van de minister terecht is. Betekent dat dan niet dat we een levensgroot probleem hebben?

snelweg-5-001

Allicht heeft de gewenning ons er blind voor gemaakt, maar buitenlanders verwonderen zich er steevast over hoe makkelijk wij Belgen, zelfverklaarde bourgondiërs, de kat bij de melk zetten. In Groot-Brittannië en in Nederland is het verbod op alcoholverkoop langs de snelweg al vele jaren a fact of life. Bij ons is de genormaliseerde verkoop ervan a fact of death: bij 50% van de dodelijke ongevallen is er alcohol in het spel (BIVV).

Wetende dat ongevallen op de snelweg vier keer dodelijker zijn dan binnen de bebouwde kom, wil dit zeggen dat er hier een belangrijke veiligheidswinst te boeken valt door alcohol aan te pakken.

Dood-jammer dus dat onze minister van volksgezondheid financiële winst belangrijker vindt dan veiligheidswinst en dat onze aloude alcoholcultuur het voorlopig nog wint van de broodnodige nieuwe veiligheidscultuur.

Hamburg (3): stapelgekte

Geplaatst op

Havens hebben de kwalijke gewoonte de inwoners van de nabijgelegen nederzettingen niet alleen eten te geven, maar ze zelf ook op te eten. Denk aan de Antwerpse haven die achtereenvolgens Oosterweel, Oorderen, Wilmarsdonk en Lillo opvrat en vandaag nog altijd loert op Doel. De Hamburgse haven heeft het dorp Altenwerder achter de kiezen en in de stad zelf de wijk Kehrwieder. Al in 1883 moesten daar dik 20.000 mensen hun biezen pakken om plaats te maken voor een vrijhandelszone met bakstenen pakhuizen op palen.

Het geheel staat bekend als ‘Speicherstadt’. Letterlijk: ‘opslag-stad’: Duitsers zijn onklopbaar in hun ‘no nonsense’ en het mag dus als een historische vergissing gelden dat no nonsense Engels is.

IMG_3232

Hoewel. De Duitsers waren toch ook weer niet zo no nonsense dat ze hun stapelhuizen niet uitrustten met wat architecturale kwaliteit. Neogothiek werd het, met karakteristieke torentjes, ingenieus metselwerk, Jugendstil-smeedwerk en ornamenten in faience.

IMG_3210

Sommige bruggen lijken speciaal te zijn ontworpen om er spionnen op uit te wisselen.

Het resultaat mag dan streng en, zeker bij regenweer, somber ogen, het mag er wezen. Zo zeer zelfs dat de Unesco het vorig jaar uitriep tot werelderfgoed. Dat is een redelijke garantie op een eeuwige toekomst. Toch zo lang Joke Schauvliege geen Duits minister van monumentenzorg wordt.

IMG_3221

Het op een eilandje in de Elbe gelegen Speicherstadt heeft vandaag niet langer de functie van opslagplaats – al zijn er nog sporen van te vinden. In het voormalige Zollhaus, centraal op de foto hierboven, is er tegenwoordig het aanbevelenswaardig restaurant ‘Wasserschloss’ annex specerijenwinkel gevestigd. In die laatste krijg je een beeld van de exotische lekkernijen die hier ooit verhandeld werden.

IMG_3233

Anno 2016 zijn in de voormalige stapelhuizen vooral kantoren en bedrijven en hier en daar een horecazaak gehuisvest. Gewoond wordt er niet en dat voel je vooral ’s avonds en ’s nachts: dan ligt Speicherstadt er stil en verlaten bij. Dat is een poëtische manier om te zeggen dat het dan een dooie boel is.

IMG_3212-001

Rechts de oude Speicherstadt, links de nieuwe kantoorwijk. Ertussen een verkeersbarrière. Geen mens die er ’s avonds iets te zoeken heeft.

Toch maakt de smaakvolle uitlichting van het architecturale geheel een avondlijk bezoek de moeite waard.

En het helpt als je niet net daarvoor een thriller hebt gelezen.

Beweren dat er in en rond de oude Speicherstadt helemaal geen opslag meer is, zou de waarheid geweld aan doen. Hamburg is, zijn reputatie als vooruitstrevende ‘klimaatstad’ ten spijt, vandaag de dag nog altijd vooral een autostad en dat heeft z’n consequenties. Wie brede verkeersriolen tot in het stadscentrum gedoogt, moet natuurlijk zorgen voor een goede ‘afloop’. Dat betekent concreet dat er ongelooflijk veel ruimte opgaat aan parkeren. Op het openbaar domein zelf, maar ook in nieuwe, grote parkeergebouwen.

IMG_3454

Dat het parkeren niet ondergronds wordt afgehandeld, zal wel te maken hebben met de drassige ondergrond.

De vormtaal blijft soms zelfs opzettelijk dezelfde als die van de aloude stapelhuizen.

IMG_3537

IMG_3540-001

Hamburg blijft op die manier trouw aan zichzelf en een beetje stapel-gek.

IMG_4281