RSS Feed

Tagarchief: klimaatverandering

Lol trappen

Geplaatst op

Met de klimaatverandering in volle ontplooiing weten we wat ons te wachten staat: meer extreme weersomstandigheden zoals langere droogteperiodes en hevigere onweders. De ‘regentoets’ zal in de toekomst dus alleen maar winnen aan belang.

Het kan dus geen kwaad om eens te kijken hoe ze hiermee omgaan in van oudsher ‘regenachtige’ streken. In Spaans Baskenland bijvoorbeeld hoort regen erbij zoals een hamburger bij Mc Donald’s.

Als een stad dan ook nog eens bovenop een heuvel is gebouwd, zoals de onbekende en dus onbeminde hoofdstad Vitoria-Gasteiz, dan heb je het perfecte recept om mensen nooit te voet te laten gaan. Zou je denken.

Maar daar hebben die Basken het volgende op gevonden:

Een overdekt rollend trottoir, dat daar nooit eerder iemand op gekomen is!

Ernaast blijft het nog eenvoudigere alternatief van klassieke, onoverdekte trappen beschikbaar en de overkapping met geïntegreerde verlichting voelt, zelfs in een uitgesproken historische context, dankzij zijn discrete en transparante karakter allesbehalve als een Fremdkörper aan. Integendeel zelfs. Het voelt aan als de vanzelfsprekendheid zelve. Er is zelfs geen reglement, handleiding of gebruiksaanwijzing nodig. Het correcte gebruik wijst zichzelf uit.

Met gezond verstand kom je al een heel eind, zélfs in het domein van de mobiliteit. We zijn nogal eens geneigd dat te vergeten.

Overigens zorgde de wispelturigheid van hun weer ervoor dat die van Vitoria-Gasteiz ook tot het volgende compromis kwamen:

Werd het plein een sporthal of het sporthal een plein? De deuren staan uitnodigend open, iedereen kan binnen en buiten wandelen zoals bij een plein. Er is een dak, maar het gebouw is ‘open’, waardoor binnen een beetje buiten werd en buiten binnen.

Ik kan mij het tafereel al zo voorstellen:

– “Ma, het is slecht weer, ik ga buiten spelen!”

– “Dat is goed jongen! Kleed je niet te warm aan.”

Met vertraging

autosalon-2017

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, heeft de NMBS niet het patent op vertragingen. Zijn files trouwens niet gewoon een ander woord voor vertragingen? Zo bekeken wint het ons treinsysteem het nog altijd met vlag en wimpel van het autosysteem.

Maar daarover wou ik het niet hebben. Wel over het stukje dat ik een week of twee geleden voor De Standaard schreef naar aanleiding van de opening van het 45e Autosalon. Dat moest een ‘klein’ Salon worden, dit wil zeggen een Salon met alleen maar bedrijfswagens, maar in een land waar zelfs sportwagens bedrijfswagens kunnen zijn, viel dat niet vol te houden.

Maar ook daarover wou ik het niet hebben. Eigenlijk wou ik gewoon maar meegeven dat wie het stuk in de krant miste, het via dit link linkje alsnog kan lezen. Met excuses voor de vertraging. Als het er op aankomt ben ik geen haar beter dan de NMBS of Koning Auto.

Omdat ik de opmerking zo vaak kreeg “dat dat van die dansende moslims er eigenlijk niets mee te maken had”, geef ik nog even mee: het had en heeft er àlles mee te maken (nè!). Het is gewoon een ander voorbeeld van hoe met de waarheid een loopje werd gelopen omdat het toevallig goed in iemands kraam paste.

Maar voor het overige: oordeel vooral zelf!

 

 

Hamburg (6): de ‘regentoets’

Geplaatst op

Is het rechtvaardig een stad te beoordelen als het tijdens je verblijf bijna voortdurend geregend heeft?

Misschien niet, want een streepje zon, wat warmte en wat droogte kunnen een wereld van verschil maken: mensen die op straat verschijnen, terrassen die tot leven komen, de natuur die ontwaakt, kleuren die opgloeien, een andere soundscape…

Stel je voor hoe onderstaande foto’s eruit hadden gezien bij mooi weer. De afwezigheid van regendruppels op de lens zou voorwaar niet het enige verschil zijn geweest…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Anderzijds heeft de ‘regentoets’ ook wel haar merites. Een stad die ook bij slecht weer een goede indruk maakt, moet echt wel een geslaagde stad zijn. Misschien moeten we de lat inderdaad zo hoog leggen?

Als het menens is met de klimaatverandering – en daar ziet het echt wel naar uit – dan zal onze leefomgeving ingericht moeten zijn op extreme weersomstandigheden: hoge windsnelheden, langere natte periodes afgewisseld met warme, droge periodes,…

De stad van de toekomst zal dus beschutting en bescherming moeten bieden en het mogelijk maken dat het leven, ook het publieke leven op straat, niet stilvalt in grote delen van het jaar. We hadden het al over arcades, maar er is nog veel meer waarmee de klimaatbestendige stad aan de slag kan. Een voldoende diversiteit aan plaatsen waar mensen kunnen vertoeven afhankelijk van het weer: in de lommer dan wel in het zonnetje, beschut tegen de wind (maar toch nog met een mooi uitzicht) en/of tegen neerslag… Afdaken, luifels, overdekte pleinen, bruggen die ook aangenaam zijn om te schuilen, groen… ze worden alleen maar belangrijker.

In Hamburg lijkt dat besef langzaam maar zeker door te dringen. In het stadsvernieuwingsproject HafenCity, dat voor Hamburg is wat ‘het Eilandje’ is voor Antwerpen, zien we daar sporen van.

IMG_3494

Zicht op HafenCity. Men is zo verstandig geweest om de oude havenkranen als ‘lasagnelaag’ te laten staan.

Hier heb je, in tegenstelling tot in het naastgelegen Speicherstadt, wél een mix van functies en dus alvast in theorie de klok rond sociale activiteit en de daarbij horende  controle.

IMG_3513

Een olijfboompje blijft moedig de mogelijkheid van mooi weer suggereren. Let ook  op de hoogte van het gebouw: binnen de menselijke maat. Ook vanop de hoogste verdieping is er nog communicatie met het straatniveau mogelijk. Remember Jan Gehl. 

Zowel appartementen als kantoren beschikken over beschutting biedende terrassen en (dubbele) ramen en soms ook (zonnewerende) luiken waarmee gemakkelijk kan worden geschoven. Zo kan binnen in een handomdraai ‘buiten’ worden – en omgekeerd. Dat is leuk voor de mensen die er wonen, maar ook niet zonder belang voor de straat: vanop straat waarneembaar leven in de gebouwen maakt het publiek domein een pak aangenamer.

Oplettende lezers zullen onderaan iets merkwaardigs zien. Daar laten de Duitsers zich van hun beste kant zien met maatregelen die er geen halve zijn: zware metalen ‘poorten’ maken dat de plint iets van de Gemütlichkeit van een kelder van een bankfiliaal heeft. Maar eerlijk is eerlijk: het was of een volledig blinde wal, ofwel deze kluis- of beter sluisdeuren.

Ze zijn nu eenmaal nodig voor wanneer de Elbe springtij kent. De ultieme regentoets zeg maar…

IMG_3512

Hamburg (5): Arcadië

Geplaatst op

IMG_3353

Behalve aan de Elbe ligt Hamburg ook aan de Alster. Die laatste is een riviertje van niemendal, ware het niet dat die uitgeslapen Duitsers het wat gepimpt hebben. Resultaat: een klein meer (de Aussenalster) dat overloopt in zeg maar een grote vijver (de Binnenalster) die op zijn beurt overgaat in een bassin hartje stad.

IMG_3368

Het effect is een uitzonderlijk ruimtegevoel in wat verder dan toch één van de meest dense delen van de stad is. De plassen zijn geen verloren ruimte.

IMG_3376

De oevers, vrij spartaans ingericht met wandelpaden, wat goed- en kwaadschiks aangebrachte beplanting en hier en daar een bank, worden intensief benut door vissers, en ademscheppers van het slag wandelaars, joggers en romantici die hetzij verdrinken in de ogen van hun geliefde hetzij gefascineerd raken door de stad die zich in het water op haar kop zet.

De watervlakte zelf wordt intensief benut voor watersport en recreatief verkeer.

IMG_3362

Bijzondere attracties zijn een antiek over- en weer stampend stoombootje, een grote ‘mehr muss es nicht sein’-stadsfontein en, we zijn niet voor niets in het land van Wagner, zwanen.

IMG_3378

Rondom het bassin krijgt Hamburg zelfs bij regenweer iets zuiders over zich. Door het water natuurlijk, maar ook door de arcades aan de rand.

Arcades (1)

Beschutten galerijen in het zuiden tegen de zon, hier in het noorden bieden ze vooral bescherming tegen regen en wind.

IMG_3393

Onder de arcades: tegelijk binnen en buiten, privé en publiek

Bij winkels, horecazaken en zelfs woningen zorgen ze voor een aangename, als natuurlijk aangevoelde overgang tussen binnen en buiten en tussen privé en publiek.

Arcades (2)

Een eigentijdse improvisatie op het arcadenthema

Draaf ik door als ik, tegen de achtergrond van de klimaatverandering en de daarmee samenhangende steeds extremere weersomstandigheden, arcades een grotere rol toedicht in de stad van de toekomst? Ze kunnen een belangrijke rol spelen in het aangenaam houden van de meest volhoudbare verplaatsingswijze van allemaal: het te voet gaan.

Dat, tenslotte, arcades dezelfde ruimte meermaals benutten en daardoor voor een aanzienlijke ruimtebesparing zorgen in een dense omgeving, is dan mooi meegenomen.

Twee minuutjes

Hasselt vanuit de lucht

Afgelopen dinsdag had ik de eer als spreker te mogen aanschuiven op de allereerste Vlaamse Klimaattop. Dat Vlaanderen in het verleden veel tijd heeft verloren, bleek al uit de strakke programma-opbouw: op de eerste spreker na kregen alle experts twee minuten toegemeten om welgeteld één slide toe te lichten.

Gelukkig had architect-stedenbouwkundige Leo Van Broeck daarvoor al een stevige ‘keynote’ geserveerd waarin hij de aanwezigen duidelijk maakte waar het kalf gebonden is. We moeten dringend naar een ander ruimtelijk beleid waarin niet langer spreiding, versnippering en verharding de ordewoorden zijn maar bundeling, kernversterking en verknoping. Dat vergt niet wat kleine bijsturingetjes, maar een heuse beleidsomslag.

Dat sloot naadloos aan op mijn mobiliteitsverhaal. Kern van mijn boodschap: gepriegel in de marge volstaat niet meer, er is nood aan een heuse systeemshift.

In een allereerste versie van mijn slide had ik het nog over een ‘paragdigmashift’, maar dat leek me wat zwaar op de hand. Het bleek de goede keuze, want zonder dat de sprekers het er vooraf over hadden gehad bleek dat de rode draad in de aanbevelingen voor minister-president Bourgeois en zijn milieuminister Schauvliege.

Inzake mobiliteit zitten we vandaag nog gevangen in een systeem dat gebaseerd is op auto-afhankelijkheid en dat gebaseerd is op de overtuiging dat mobiliteit hetzelfde is als verkeer. Het systeem gaat ervan uit dat verkeer alleen maar positief is. Het adagium is ‘meer, sneller, verder’ en daarvoor gaat het over lijken: rücksichtslos verbruikt het aan een almaar versnellend tempo de grond- en brandstoffen van deze planeet en offert het letterlijk alles op aan de Groei-economie. Het dorpje Doel, snel verstikkend in de economische wurggreep van een naar steeds ‘meer’ hunkerende haven en in de schaduw van een energiefabriek die de risico’s in de nek schuift van de komende generaties, kan model staan voor dit systeem. Alle retoriek ten spijt blijven we ook vandaag nog beslissingen nemen die perfect passen in dit verhaal. Denk aan de miljardensubsidie voor de salariswagens, Uplace (de vervanging van een brownfield door een blackspot), Essers en de grote infrastructuurdossiers die gericht zijn op meer (auto)capaciteit en die mensen ééndimensionaal beschouwen als ‘consumenten’.

Nou moe. Gelukkig had ik maar twee minuten. Omdat de laatste 25 jaar stilaan duidelijk is geworden dat dit Mad Max-scenario toch niet het ideale is, wordt het stilaan afgelost door een nieuw verhaal: dat van de multimodaliteit. De auto is dan niet langer alleen zaligmakend, maar moet aangevuld worden met zogenaamde ‘alternatieven’: fietsen, te voet gaan, openbaar vervoer. We dromen ervan in James Bond-termen: met de helikopter op een yacht gedropt worden, overstappen op een jetski en eenmaal aan de kade vlotjes in een klaarstaande Aston Martin springen die ons zonder hinderlijke wachttijden aansluiting geeft op een sneeuwscooter… In dit scenario beschouwen we mensen als hyperactieve ‘verkeersdeelnemers’. Op het eerste gezicht lijkt het een mooi verhaal en er zitten inderdaad wel wat mooie aanzetten in. Denk aan de renaissance van de fiets en van de tram, de boost van de E-bike en nieuwe benaderingen als het mobiliteitsbudget. Helaas zitten er enkele fouten in. De eerste fout is dat we de multimodaliteit (comodaliteit, combimobiliteit – whatever) opvatten als een en-en-verhaal, zélfs in de door plaatsgebrek getekende steden. We weigeren keuzes te maken. Daardoor krijgen we visnochvlees-oplossingen en dus vooral problemen: te weinig ruimte, te weinig veiligheid, te weinig doorstroming, te weinig leefkwaliteit.  De tweede fout is dat we van de multimodaliteit verwachten dat het tot stilstaand komend verkeer er weer door zal worden gladgetrokken. Helaas is dat buiten de Wet van Behoud van Reistijd en Verplaatsing gerekend, die maakt dat de vrijkomende wegcapaciteit binnen de kortste keren wordt ingevuld door nieuw (auto)verkeer. Zo komen we er natuurlijk niet…

Systeemshift

Foto: Mobiliteitsraad Vlaanderen (via Twitter)

Misschien denkt u dat mijn twee minuten hier al ruim waren opgesoupeerd. Eerlijk gezegd denk ik dat ook, maar niemand onderbrak mij. Dus ging ik vrolijk over naar het derde systeem: een scenario waaraan nog volop wordt geschreven. Bij gebrek aan een betere benaming noem ik het voorlopig ‘MobiliTijd’, omdat het ‘mobiliteit’ inpast in een dubbele tijdsdimensie: die van de korte termijn (de Breverwet) en die van de lange termijn (duurzaamheid of volhoudbaarheid). Het is hier dat de droom van Leo Van Broeck en de mijne convergeren, want de beste mobiliteit (word ik niet moe te herhalen) is ‘nabijheid’. Ruimtelijk vertaald: verdichting, verknoping, bundeling…

Anders dan wat veel mensen denken is het geen scenario van ‘minder mobiliteit’ maar juist van ‘meer mobiliteit’, zij het met minder (auto)verkeer. We gaan voor niks minder dan ‘gelukkige’ mobiliteit. Dat is mobiliteit die ons, anders dan in de huidige scenario’s, in plaats van hinder (die we dan met vereende krachten trachten te beperken tot het net nog ‘leefbaar’ is) ‘geluk’ en die mensen beschouwt als ‘burgers’ met behoeften die niet alleen maar economisch zijn gedefinieerd. Als het goed is, wordt de Groei-economie van Arm Vlaanderen hier vervangen door een Bloei-maatschappij die niets minder dan een Warm Vlaanderen zal zijn.

Hapt u nu naar adem? Dat deed ik ook – en allicht ook de journalisten die uit dit alles vooral mijn kritiek op Uplace, Essers en de Grote Boze Wegenwerken onthielden. Wat ook geen kwaad kan natuurlijk. Want als we het écht menen met een Vlaams klimaatbeleid, is het afzweren van dit soort fratsen een goed begin… 

Als olie broodnodig is geworden

Hoe vaak kreeg ik het verwijt al niet te horen: ‘U bent een autohater!’

Alleen maar omdat ik er mijn missie van heb gemaakt te wijzen op de onbedoelde kwalijke neveneffecten van de auto én op het feit dat we er zo afhankelijk van zijn geworden dat het ons binnen niet al te lange tijd zuur zal opbreken. Daarvoor hoef je niet eens de wetenschappers van het International Panel on Climate Change (IPCC) te volgen. Een beetje gezond verstand volstaat. Als wij onze hele samenleving op olie bouwen en als de olievoorraad eindig is, dan loopt dat een tijdje gesmeerd (heeft u hem?), maar eerder vroeg dan laat loopt het faliekant af.

In afwachting van die tragedie zit ik met het drama dat ik geen autohater ben. Integendeel zelfs. Ik hou van auto’s. Als ik op vakantie ben en er is een automuseum in de buurt, dan ben ik niet te houden.

Erger nog. Toen ik enkele jaren geleden op een regenachtige dag in Zuid-Frankrijk naar een automuseum trok in de hoop daar enkele zeldzame Matra’s te zien, was ik oprecht teleurgesteld toen het oldtimermuseum plaats had gemaakt voor… een ecomuseum.

Nee, wat mij betreft is het duidelijk. Auto’s horen thuis in het museum (we kunnen er niet genoeg zorg voor dragen) en alles wat ‘eco’ is hoort thuis daarbuiten (om precies dezelfde reden).

IMG_2632

Ik ben geen autohater. Mijn kinderen begrijpen dat beter dan wie ook.

En dus weten ze dat ik met vaderdag als een klein jongetje blij ben met een autootje dat op boterhammen met confituur rijdt. Zero emissies, hier en daar een kruimel niet te na gesproken.

Te gast in Wonderland

 

Ik vond dat zelfs een krant af en toe een sprookje kan verdragen. Vandaar deze bijdrage aan De Standaard van vandaag:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=FC3KOQHS