RSS feed

Categorie archief: Amusement

Bezet!

“Niets dan opgestoken duimen, zelfs van passerende automobilisten!”

Alvast in Antwerpen waren de actievoerders tevreden over hun Park(ing)Day. Dat een parkeerplaats gezellig kan zijn, was kennelijk zelfs vanuit voorruitperspectief duidelijk.

Wie behoefte heeft aan nog meer argumenten om eens kritisch na te denken over hoe wij woekeren met onze publieke ruimte, nodig ik uit om mijn opiniebijdrage “De parkeerplaats bezet” vandaag in De Standaard te lezen.

Only in Belgium

Surrealism meets realism, zou je kunnen zeggen.

Hier kan je heerlijk ‘uit de wind zitten’, bij voorkeur in een geel truitje.

De Eddy Merckx-bank in Brussel

 

Gevaarlijk kruispunt!

Is de duif dood? Toon Hermans beweerde van wel.

Maar de duif weet wel beter. Aan een knipperlichtrelatie hield ze een zwangerschap over. En een warm nest.

Om het prille gezin toch enige privacy te gunnen, nam de gemeente de nodige maatregelen:

 

This must be Belgium.

Het Fietsbollennetwerk

Enkele maanden geleden vroeg het blad ‘Publieke Ruimte’ mij wie volgens mij een onderscheiding verdient voor zijn of haar inzet voor een kwaliteitsvollere publieke ruimte. Ik noemde de usual suspects, Jane Jacobs en Jan Gehl, en de te onbekend gebleven Dries Jageneau – een Antwerpenaar die als ambtenaar en als activist (“toen dat nog kon”, schreef Dirk Lauwers onlangs) de eerste kiemen legde voor de Renaissance van Antwerpen als verblijfsstad.

Toen ik gisteren met mijn eega langs het Fietsknooppuntennetwerk naar Gestel fietste (op aangeven van een tip van Elvis Peeters in De Standaard – zeg nooit dat romanschrijvers geen invloed hebben, zelfs al weten ze hun pseudoniemen slecht te kiezen), besefte ik dat ik nog iemand vergeten ben: ook Hugo Bollen verdient een onderscheiding.

“Hugo wie?”, hoor ik u al vragen en dat illustreert natuurlijk mijn punt. Hugo Bollen is de voormalige mijningenieur die in de nasleep van de ‘reconversie’ na de sluiting van de Limburgse steenkoolmijnen, het systeem van de fietsknooppunten bedacht. Als de man wat minder bescheiden was geweest, hadden we het vandaag wellicht over het ‘fietsbollennetwerk’ gehad. Schaarse interviews met de man, die nadien nog directeur was van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland (RLKM), vind je hier en hier. De man kreeg nog niet eens een Wikipediapagina.

Zonder Hugo Bollen was er vandaag geen sprake geweest van het fietsknooppuntennetwerk, dat intussen succesvol uitgerold werd over heel Vlaanderen met uitlopers tot in Nederland, Duitsland en zelfs Wallonië en Kroatië. Het knooppuntennetwerk gaf een enorme boost aan het recreatieve fietsen en ontsloot tegelijk een schatkamer aan landschappelijke parels voor het grote publiek.

Zijn bijdrage aan de fietscultuur in Vlaanderen (en daarbuiten)  én de waardering voor onze publieke ruimte kan dus niet worden overschat. In 2015 kreeg Bollen weliswaar van de Koning en de Koningin de eretitel ‘Commandateur in de Leopoldsorde’, maar behalve nog een Nederlandse designprijs in 2013, vind ik geen spoor terug van enige Vlaamse prijs die de man zou hebben gekregen – laat staan een prijs van de fietsbeweging of de verenigingen die zich ontfermen over monumenten en landschappen.

Laat dit dus een warme oproep zijn om deze vergetelheid op korte termijn recht te zetten.

Mechelen, stad van de zonneblussers

Geplaatst op

Een stad die zichzelf een ‘kinderstad’ noemt, is wat aan zichzelf verplicht.

In Mechelen lijken ze dat te hebben begrepen. ‘Mechelen Kinderstad’ slaat er niet alleen op het Speelgoedmuseum vlakbij Mechelen Neckerspoel.

Toen ik gisteren nietsvermoedend hun Grote Markt op struinde, zag ik plots dit beeld:

Gefotoshopt, denkt een 21e eeuwer dan spontaan, maar alle fake news nog aan toe, vooralsnog kunnen ze dat nog niet in real life. Dus kneep ik voor alle zekerheid in enkele pagadders (gehuil, geschreeuw, gejengel) en jawel, ze waren echt.

Blijkt dat ze er een dikke week lang de kinderen letterlijk in het centrum van de belangstelling zetten. Op hun Grote Markt, in het centrum van het centrum. Veel symbolischer kan het niet worden.

Er zijn steden – ik noem geen namen – die op hun Grote Markt nog altijd de auto centraal stellen. Ook symbolisch, als je het mij vraagt.*

Maar terug naar die kinderen. En dat beeld. Het vatte wat mij betreft een beleidsvisie samen die, al dan niet bewust, in één klap komaf maakt met het hitte eiland-effect, mobiliteitsarmoede (zie mijn vorige stukje, Louis Neefs had met zijn vriend Benjamin vandaag wél in zijn thuisstad terecht gekund) en sociale uitsluiting. Want een kleurrijke boel was het en op die paar kneepjes na was het al peis en vree en samenhorigheid.

Niet alleen de kinderen genoten trouwens met volle teugen. Passanten en terrasjesmensen genoten gulzig mee.

Alleen de vlag van het hoofdkwartier van het Vlaams Belang hing er een beetje slapjes bij. Maar dat zal van de warmte zijn geweest.

 

 

*I know, onder die Mechelse Grote Markt zit een knoert van een parking. Maar daarover zei burgemeester Somers een tijdje geleden dat ze daar nu spijt van hadden. Waarom? Dat merk je als je in de ‘aan- en afvoerstraten’ probeert te fietsen.

Smart not so smart

Geplaatst op

De afgebroken reis

Geplaatst op

In het jongste nummer van Mondig Mobiel, het ledenblad van TreinTramBus, staat er een korte boekbespreking van het boek ‘Vroeger was alles anders’. De teneur is positief: “De auteur, zelf een prille dertiger, beschrijft hoe het leven aan het eind van de jaren 1950 eruit zag. Daarvoor ging hij niet alleen in oude tijdschriften en kranten snuisteren, maar sprak hij ook met kennissen en familieleden die de tijd voor de Expo bewust meemaakten. De stijl is erg verhalend, met veel anekdotes, geïllustreerd met tientallen zwart-witfoto’s. Het boek leest dan ook heel vlot en werd goed onthaald.”

Toch heeft de recensent een punt van kritiek: het thema ‘mobiliteit’ beslaat zo’n 56 bladzijden en daarvan zijn er slechts 4 aan de trein gewijd. De auto, hoewel toen nog niet doorgebroken, krijgt 30 pagina’s. Geloof het of niet, maar dat is voor een stukje mijn schuld.  Auteur, Korneel De Rynck, sprak namelijk ook met mij en dat resulteerde onder meer in een anekdote over de eerste rij-ervaringen van mijn vader: die werd na een ‘rijles’ van geen half uur met zijn splinternieuwe Renault Dauphine de baan op gestuurd. “Dit is het gaspedaal, dit is het rempedaal, zo ontkoppel je.” Klaar.

Te mijner verdediging: ook in het anderhalve blad over ‘tram en bus’ word ik even geciteerd. Maar het kon de recensent niet vermurwen: “een TreinTramBus’er zal over mobiliteit niets bijleren”, schrijft hij.

Dat wil ik hier dus even tegenspreken. Deze TreinTramBus’er leerde namelijk wél iets bij. Daarvoor moest ik wel terugbladeren naar het hoofdstuk over ‘Seksualiteit’ in de jaren 50. Dat inzicht wil ik wel even met u delen, want het zal sommige van uw treinreizen een andere dimensie geven.

De Rynck vertelt er over het vrijwel volledig ontbreken van effectieve voorbehoedsmiddelen, waardoor de gemiddelde Belg “op een natuurlijke, primitieve manier, aan geboortebeperking” deed. “Meer dan de helft van de Belgen paste coitus interruptus toe: het terugtrekken vlak voor de ejaculatie.

De techniek werd eufemistisch beschreven als “voor het zingen de kerk uitgaan”, maar er was ook een mobiliteitsvariant: “een halte voor het eindstation uitstappen”. En blijkbaar bestonden daar geografische varianten op. “In het Gentse mocht de man niet naar Gent-Sint-Pieters, maar moest hij al uitstappen in Gent-Dampoort. In de regio van Antwerpen diende de brave echtgenoot de trein al in Berchem te verlaten. Wie naar Brussel wilde, moest er toch al uit in Schaarbeek.”

Geef toe, doorrijden tot in Gent-Sint-Pieters, Antwerpen Centraal of Brussel Centraal, het zal volgende keer toch een andere ervaring zijn.

 

  • DE RYNCK KORNEEL, Vroeger was alles anders, Het dagelijks leven in België vlak voor de golden sixties, Uitgeverij Angèle, Antwerpen, 2018, 300 blz.