RSS Feed

Tagarchief: voetgangers

Over honden, katten en mensen

Geplaatst op

Hondenweer. En dus is er geen kat op straat. Toch?

Detmold bij regen (7)

Niet zo in Detmold in het Duitse Noordrijn-Westfalen. Daar regende het afgelopen maandagochtend (en maandagmiddag en maandagavond en dinsdagochtend en…) oude wijven en toch waren de centrumstraten vol mensen. Het stadje bleek dus de ‘regentoets’ met glans te doorstaan en ik vroeg mij af waarom.

Het antwoord lag, zoals zo vaak, gewoon op straat. Of toch daar in de buurt.

Om te beginnen was er de beschutting. Behalve dat mensen over paraplu’s bleken te beschikken (een uitvinding die in geschiedschrijvingen van onze mobiliteit systematisch over het hoofd wordt gezien), was ook de stad zelf voorzien op regen: er waren arcades, afdaken, luifels en daken die eenvoudig overhingen als de randen van een hoed – simpele dingen, maar wel zaken die op dagen als deze het verschil maken tussen nat en droog.

Detmold bij regen

Dat gold overigens niet alleen voor het hoofd, maar ook voor de voeten. Het stadscentrum bleek te beschikken over een efficiënt afvoersysteem van overtollig water en over comfortabel, effen plaveisel waardoor plasvorming tot een minimum werd beperkt.

En voor zich iemand het hoofd breekt over wat er tussen hoofd en voeten zit: ook daar zat het snor, louter dankzij de afwezigheid van auto’s en dus van opspattend water.

Maar alleen met een droogtegarantie krijg je natuurlijk nog geen volk op straat. De belangrijkste factor is natuurlijk: een omgeving die boeit. Mensen moeten een reden hebben om de regen te trotseren.

Detmold bij regen (5)

Nu, die waren er in het historische centrum van Detmold in overvloed: een breed pallet aan kleinhandel (weinig of geen ‘ketens’, kleine percelen en dus een snelle ‘afwisseling’, een hoge graad van serendipiteit), gezellige café’s en eetgelegenheden met parasols die zomaar groepsparaplu’s werden, vage grenzen tussen ‘binnen’ en ‘buiten’, gedetailleerde gevels.

Maar ook dat zou nog niet voldoende zijn om mensen behalve ‘moet’- ook ‘wens’-verplaatsingen te laten maken. Detmold gooide dus nog wat extra’s in de schaal: korte afstanden van de frequent bediende bus- en tramhaltes en de randparkings tot het winkelcentrum en een grote fijnmazigheid voor voetgangers: kleine bouwblokken met veel doorsteekjes, een doorwaadbaar park, wisselende perspectieven, een flinke scheut groen en hier en daar een monument of een kunstwerk – ook dit alles is  niet spectaculair, maar wel bepalend voor het onderscheid tussen een stad waar je wil zijn en één waar je alleen maar moet zijn.

En toch was met dit alles de code nog niet helemaal gekraakt. Hoe kon het immers dat ondanks het grauwe weer de stad en dus ook de mensen – of was het andersom? – toch vrolijk bleef?

Detmold bij regen (4)

Het was mijn eega die het raadsel ontsluierde: dankzij het gebruik van lichtgekleurde materialen bleef Detmold zelfs op donkere dagen als deze nog stralen.

In het centrum dan toch. Vanaf de binnenring rouwde het asfalt als overal elders. Maar gelukkig was er daar dan weer het opspattend water van het autoverkeer, zodat je er niet te veel op kon letten…

Advertenties

Blauwe zone

Geplaatst op

In het Kempische carnavalsdorp Herenthout houden ze wel van wat gekheid. Die hoeft niet eens op een stokje. Gewoon op de grond mag ook.

 

Als iets niet mag, kunnen we doorgaans niet genoeg borden hebben om dat duidelijk te maken. Maar om iets toe te laten, hebben we genoeg aan een streep verf.

Ik verwed er mijn hoofd op dat op drukke dagen elke automobilist de lijn zal lezen als een toestemming om op het trottoir te parkeren. De slimsten zullen hoogstens twijfelen: moeten we een parkeerschijf leggen of niet?

Van een stoetersdorp een stoepersdorp maken, dat is zo gesmurft. In beide gevallen is het een kwestie van over de schreef gaan.

Voetgangersstraat

Geplaatst op

Op gevaar af de indruk te wekken dat zebrapaden het belangrijkste thema waren op onze studiereis door Baskenland, wil ik het er toch nog één keer over hebben.

Startpunt: onderstaand kiekje genomen in de wijk Bilbaose (sic) wijk Portugalete.

Voetgangers prioriteit

Curieus genoeg zien we om te beginnen wat er niet is: de ontbrekende streep. Een mooi voorbeeld van hoe onze geest vaak genoeg heeft aan een aanzet om het plaatje zelf af te maken.

Voorts valt ons oog op de tekst “Oinezkoak lehentasuna”. Alvast voor buitenlanders is het een ongemeen effectieve snelheidsremmer. Het is Baskisch is voor “Voetgangers hebben voorrang” en dat weet ik niet omdat mijn Baskisch zo goed is, wel omdat Baskenland voorbeeldig tweetalig is. Boven het voetgangersfiguurtje staat, zo durf ik aan te nemen, hetzelfde in het Spaans: “Prioridad Peaton”.

We hebben dus te maken met wat we het voetgangersequivalent zouden kunnen noemen van een fietsstraat bij ons: de auto mag er door, maar de voetganger heeft prioriteit. Of het in de praktijk ook zo werkt? Misschien op de drukste momenten, wanneer de critical mass haar gewicht in de schaal legt. Op andere momenten allicht niet. Daarvoor is de straatinrichting te klassiek: links en rechts een strook die aanvoelt als een trottoir met objectenzone, in het midden iets wat toch alle kenmerken van een rijstrook heeft. De dwarsrelaties zijn niet zichtbaar en door de rechte boordstenen en de laanbeplanting ligt de klemtoon op de lengteas.

Niettemin is deze straat een stuk voetgangersvriendelijker dan wat wij in onze stadswijken gewend zijn. Dat is wat mij betreft vooral te danken aan de bijna-volstrekte afwezigheid van geparkeerde auto’s. Geen ijzeren haag links en rechts scheelt meer dan een slok op de borrel voor de oversteekbaarheid van een straat. Een kind dat plots uit zo’n haag tevoorschijn komt, je wil er niet aan denken.

Ik schrijf het even op vanwege het idée fixe dat ik steeds vaker hoor: “in een zone 30 horen geen zebrapaden”. Klopt als een bus, maar alleen als de zone 30 echt een zone 30 is. Dit wil zeggen: er wordt langzaam gereden, er is geen al te hoge intensiteit van autoverkeer, het aandeel bussen en vrachtwagens is beperkt én er is een goed zicht op de voetgangers op het trottoir. Van zodra aan één van deze voorwaarden niet is voldaan, zijn zebrapaden een ‘noodzakelijk kwaad’. Bij ons geven zebrapaden de voetgangers immers rechten (voorrang bij het oversteken), maar beperken ze ook hun bewegingsvrijheid: bij aanwezigheid van zo’n streepjescode mag er 30 meter links en rechts niet meer overgestoken worden – wat chauffeurs nogal eens doet denken dat in de rest van de straat het rijk van hen is. Wat mij betreft heeft de Voetgangersbeweging dan ook een punt als ze ijvert voor de afschaffing van die regel.

Een streepje minder

Van Brugge naar Bilbao. Tegenwoordig is het maar een kleine stap voor de mensheid. En dus zetten we hem moeiteloos, samen met een select gezelschap Vlaamse verkeerskundigen (in spe).

Op wandel in de stad waren de zebrapaden één van de dingen die ons het eerst opvielen. De Basken bleken zowel gul als zuinig met hun strepen.

Gul: op de grote voetgangersassen wordt er niet beknibbeld op de breedte. De oversteken zijn royaal bemeten om grote aantallen voetgangers ruim baan te geven.

Zuinig: hier en daar laten de Baskische wegbeheerders een streepje weg. Eén per rijstrook om precies te zijn.

Baskenland studiereis 2017 (242)

Het gladheidsprobleem wordt ook bestreden met reliëfpatronen in de strepen

Is dit ingegeven door kostenbewustzijn? Of is het bedoeld om voetgangers makkelijk te kunnen laten inschatten hoeveel rijstroken ze moeten dwarsen?

Verschillende hypotheses werden geformuleerd, maar uiteindelijk bleek het antwoord eenvoudig en voor de hand liggend: het is een motorfietsvriendelijke maatregel. Motorfietsen krijgen een streepje voor door een streepje minder.

Wetende dat verf op de rijweg nogal eens aanleiding geeft tot gladheid, nog niet zo’n gek idee. Zeker niet in een stad waar het regelmatig regent én waar Vespazwermen tot het normale decorum behoren.

Baskenland studiereis 2017 (462)

De Belgische wegcode stipuleert dat de ruimte tussen de strepen zo’n 50 cm moet bedragen, maar het mag duidelijk zijn dat de door de Basken bedachte uitvoering perfect herkenbaar blijft als een oversteekplaats voor voetgangers…

Foutgestreept?

Een tijdje geleden schreef ik een stukje over het gaybrapad ofte het regenboogpad dat tegenwoordig in Nederlandse steden opduikt als symbool van hun tolerantie tegenover lgbt’s, wat staat voor lesbische vrouwen, gay men, bisexuals & transgenders. (mag ik wat heimwee hebben naar het lekkerder bekkende ‘holebi’s’?)

gaybrapad

Ik verwees toen naar de Nederlandse verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen die er problemen mee had. Niet vanwege de boodschap, wél omdat de afwijkende vormgeving twijfel zou kunnen zaaien over het statuut van de plek: is het nu een zebrapad of niet? Ik zette daar enkele tegenargumenten tegenover: de regenboogpaden spreken een verblijfstaal die beter past in de zones 30 waarin ze liggen, ze vallen nog beter op en de weggebruikers begrijpen de paden wel degelijk als zebrapaden.

Nu ik erover nadenk is dat zelfs een mooie onderliggende boodschap: doorheen de verschillen toch de gemeenschappelijke noemer zien. Gay, lesbisch, bi, transgender of hetero, we zijn allemaal mensen.

Ik besloot mijn betoog met de vaststelling dat de regenboogpaden overlangse strepen hebben, “waardoor de kans op juridische ‘verwarring’ met een echt zebrapad verwaarloosbaar is.”

Nu blijkt dat uitgerekend dit laatste ze misschien wel effectiever maakt dan onze klassieke zebrapaden. Want, eerlijk, ik had er nooit eerder bij stilgestaan, maar van de week vond ik op een Nederlandse site een interessante kanttekening terug van een andere Nederlandse psycholoog.

Frits Visser stelt dat onze voetgangersoversteekplaatsen “psychologisch verkeerd in elkaar steken: de strepen zijn langsstrepen voor het rijverkeer, zoiets als voorsorteerstrepen zonder pijlpunt, dat geeft geen prikkel om op te letten of af te remmen. Terwijl ze voor de voetganger een reeks visuele blokkades vormen dwars op hun looprichting. Het zou juist andersom moeten zijn: dwarsstrepen over de rijweg waar de voetganger in lengterichting overheen of tussendoor loopt.”

Als alternatief stelt hij voor: “twee duidelijke brede strepen overdwars met daartussen een gekleurde ruimte (kleur wettelijk uniform vast te stellen) en aan de aanrijkant voorzien van een onderbroken streep plus haaietanden vóór de brede streep, aan de afrijkant van een onderbroken streep aan de binnenzijde van de voetgangersoversteekplaats. Daarmee is dan gelijk geregeld dat rijverkeer niet via de linkerweghelft mag oversteken.”

oversteekplaats-voetgangers-duitsland

Ver gezocht? Denk de haaientanden weg en we houden over wat in Frankrijk (“passage clouté”) en Duitsland al vrij courant is. Tijdens de Hamburgreis met onze verkeerskundestudenten leidde dat tot boeiende debatten tussen voor – en tegenstanders.

De tegenstanders uitten hun bezorgdheid over de zichtbaarheid. De voorstanders wierpen de vraag op: waarom ingewikkeld als het ook eenvoudig kan? Vrij vertaald voor een wereld die vooral met een economische bril naar de dingen kijkt: waarom met veel verf als het ook met weinig kan?

Zelf behoorde ik tot het kamp van de twijfelaars. Maar intussen heb ik me gerealiseerd dat dwarsliggers meestal toch wel het beste zijn.

Openbaar domein met gebruiksaanwijzing

Sommige wegbeheerders nemen hun werk heel ernstig. Ze denken dan ook goed na over het juiste gebruik van het openbaar domein en de zware verantwoordelijkheid die ze daar in dragen.

En dus werden deze betonnen obstakels voorzien van duidelijke aanwijzingsborden die smartphonende voetgangers voor het ergste moeten behoeden.

Let trouwens ook even op het bord dat parkeren en stilstaan verbiedt. Omdat je in Italië nu eenmaal altijd voorbereid moet zijn op de komst van een heel smal Fiatje.

4 Torino (284)

Hamburg (6): de ‘regentoets’

Geplaatst op

Is het rechtvaardig een stad te beoordelen als het tijdens je verblijf bijna voortdurend geregend heeft?

Misschien niet, want een streepje zon, wat warmte en wat droogte kunnen een wereld van verschil maken: mensen die op straat verschijnen, terrassen die tot leven komen, de natuur die ontwaakt, kleuren die opgloeien, een andere soundscape…

Stel je voor hoe onderstaande foto’s eruit hadden gezien bij mooi weer. De afwezigheid van regendruppels op de lens zou voorwaar niet het enige verschil zijn geweest…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Anderzijds heeft de ‘regentoets’ ook wel haar merites. Een stad die ook bij slecht weer een goede indruk maakt, moet echt wel een geslaagde stad zijn. Misschien moeten we de lat inderdaad zo hoog leggen?

Als het menens is met de klimaatverandering – en daar ziet het echt wel naar uit – dan zal onze leefomgeving ingericht moeten zijn op extreme weersomstandigheden: hoge windsnelheden, langere natte periodes afgewisseld met warme, droge periodes,…

De stad van de toekomst zal dus beschutting en bescherming moeten bieden en het mogelijk maken dat het leven, ook het publieke leven op straat, niet stilvalt in grote delen van het jaar. We hadden het al over arcades, maar er is nog veel meer waarmee de klimaatbestendige stad aan de slag kan. Een voldoende diversiteit aan plaatsen waar mensen kunnen vertoeven afhankelijk van het weer: in de lommer dan wel in het zonnetje, beschut tegen de wind (maar toch nog met een mooi uitzicht) en/of tegen neerslag… Afdaken, luifels, overdekte pleinen, bruggen die ook aangenaam zijn om te schuilen, groen… ze worden alleen maar belangrijker.

In Hamburg lijkt dat besef langzaam maar zeker door te dringen. In het stadsvernieuwingsproject HafenCity, dat voor Hamburg is wat ‘het Eilandje’ is voor Antwerpen, zien we daar sporen van.

IMG_3494

Zicht op HafenCity. Men is zo verstandig geweest om de oude havenkranen als ‘lasagnelaag’ te laten staan.

Hier heb je, in tegenstelling tot in het naastgelegen Speicherstadt, wél een mix van functies en dus alvast in theorie de klok rond sociale activiteit en de daarbij horende  controle.

IMG_3513

Een olijfboompje blijft moedig de mogelijkheid van mooi weer suggereren. Let ook  op de hoogte van het gebouw: binnen de menselijke maat. Ook vanop de hoogste verdieping is er nog communicatie met het straatniveau mogelijk. Remember Jan Gehl. 

Zowel appartementen als kantoren beschikken over beschutting biedende terrassen en (dubbele) ramen en soms ook (zonnewerende) luiken waarmee gemakkelijk kan worden geschoven. Zo kan binnen in een handomdraai ‘buiten’ worden – en omgekeerd. Dat is leuk voor de mensen die er wonen, maar ook niet zonder belang voor de straat: vanop straat waarneembaar leven in de gebouwen maakt het publiek domein een pak aangenamer.

Oplettende lezers zullen onderaan iets merkwaardigs zien. Daar laten de Duitsers zich van hun beste kant zien met maatregelen die er geen halve zijn: zware metalen ‘poorten’ maken dat de plint iets van de Gemütlichkeit van een kelder van een bankfiliaal heeft. Maar eerlijk is eerlijk: het was of een volledig blinde wal, ofwel deze kluis- of beter sluisdeuren.

Ze zijn nu eenmaal nodig voor wanneer de Elbe springtij kent. De ultieme regentoets zeg maar…

IMG_3512