RSS feed

Tagarchief: Brussel

Drukdrukdruk

img_2977

Het is een beetje stil hier, de laatste tijd.

Die stilte heeft een verklaring: tijdsgebrek.

Ook dat tijdsgebrek heeft een verklaring: andere verplichtingen.

Die verplichtingen hebben dan weer geen verklaring, tenzij mijn onvermogen om ‘nee’ te zeggen. Maar ik blijf oefenen.

Voorbeelden van verplichtingen waarop ik niet vermocht ‘nee’ te zeggen, zijn:

  • zaterdag 22 oktober: om 11u een lezing in de bib van Elsene over slechte luchtjes, mobiliteit en Brussel
  • zondag 23 oktober in de voormiddag: opening van de tentoonstelling ‘Stad van morgen: A glimpse of where we’re going’ van Elly Van Eeghem in het STAM in Gent, met een ‘installatie’ van ondergetekende (met een bijdrage van sommige van jullie). Voor een tip van de sluier, zie een voorgaande blogbericht.
  • zondag 23 oktober in de namiddag: salongesprek van bibi en twee interessante mensen
  • nog tot en met 6 november in het kasteel Cortewalle in Beveren: tentoonstelling ‘Buiten de context’ met een resem kunstenaars en teksten van Ludo Abicht, Christophe Busch, Petra De Sutter, Ignaas Devisch, Johan de Vos, Elwin Hofman, Veerle Provoost, Herbert Roeyers, Rik Torfs, Jean Paul Van Bendegem, Marc Van den Bossche, Herman Van Rompuy, Koen Vanmechelen, Hendrik Vos en, wat had u gedacht, ondergetekende.

Dat laatstgenoemde expositie als thema ‘identiteit’ had, kon niet voorkomen dat ik de laatste tijd soms niet meer wist waar mijn hoofd stond. Maar bij sommigen onder u bestond dat vermoeden al langer, heb ik begrepen.

Enfin, ik heb er goede hoop op over enkele weken weer wat meer tijd te hebben om mij vrolijk te maken over mensen die, gevraagd hoe het ermee gaat, ‘drukdrukdruk’ antwoorden. De aanstellers!

Advertenties

Verduidelijking

img_3058

Wat het dan wél is? Ik dacht: gewoon een Brusselse fietssuggestiestrook. Maar het blijkt meer dan dat: de dubbele chevron duidt aan dat deze fietssuggestiestrook onderdeel uitmaakt van het gewestelijk fietsroutenetwerk.

Met dank aan Lieven Muyldermans voor de verduidelijking van de verduidelijking.

Subtiele Toets

Jean Toots Thielemans (1)

Enkele jaren geleden, op wandel in Brussel, viel ons dit onopvallende huis op. Dat lijkt contradictorisch, maar het kon dankzij een memo die met punaises was aangebracht op het huis ernaast. Die herinnerde ons eraan dat ketje Toots Thielemans hier zijn roots had. Ook dat was een beetje vreemd, want wij werden daarmee herinnerd aan iets wat we nog niet wisten.

Eerst waren wij verontwaardigd dat een koperen plaat er blijkbaar niet had afgekund. Maar toen bedachten wij: zo’n subtiele, haast nonchalant aangebrachte toets, in feite is het een prachtig stukje improvisatie. Gepaster kan het niet zijn.

Jean Toots Thielemans (2)

In memoriam Jean ‘Toots’ Thielemans + 22 augustus 2016

Hamburg (4): Manneke Pis Bis

Geplaatst op

Het was een weerkerend refrein bij onze studenten Verkeerskunde in Diepenbeek. Bevraagd naar hun impressies van Hamburg, kwam het steeds terug: hoe de auto de stad domineert door brede stadswegen, massa’s parkeerplaatsen in de openbare ruimte en daar bovenop nog eens talrijke parkeergebouwen. Qua ruimtebeslag kan het inderdaad wel tellen.

Een doorgaans goed ingelichte lezeres reageerde op mijn vorige blogbericht met de blijde toevoeging: “De duurste parking van Hamburg zal nog moeten openen, samen met de nieuwe Elbphilharmonie erbovenop. Die moet zowat de ‘kathedraal’ onder de parkeergebouwen worden.Het nieuwe concertgebouw heeft het record qua overschrijding van budget en uitvoeringstermijn.”

Helaas heeft ze gelijk. Het megalomane gebouw is nog niet officieel geopend, maar de Hamburgers zeggen er al wel van dat het “even hoog is als de rekening.”

Wanneer het aan de Elbe gelegen gebouw in gebruik zal worden genomen, zal het ongeveer 789 miljoen euro hebben gekost, waarvan 575 miljoen euro voor de belastingbetaler. Bij de eerste steenlegging in 2007 werd de Hamburgse bijdrage nog op 77 miljoen geraamd.

IMG_3521En neem van mij aan: dat is écht hoog. 26 verdiepingen of 110 meter om precies te zijn.

IMG_3500

De plint, als dat bij deze afmetingen nog de correcte term is, is een typisch Hamburgs pakhuis, waarin cacao, thee en tabak werden opgeslagen. In de toekomst herbergt het onder meer een hotel, een warenhuis, appartementen en de al vermelde parking. Die zal plaats bieden voor 540 auto’s, waarvan 170 voor de hotelgasten en de flatbewoners.

Je zou denken dat deze nieuwe publieke voorziening heel goed bereikbaar is met het openbaar vervoer, maar ook hier: helaas. Een directe aansluiting op de U-bahn (die nota bene pal onder het gebouw doorloopt) bleek… te duur. Zo zie je maar: alles is relatief.

In het glazen bovengedeelte zitten drie concertzalen: één voor meer dan 2000 mensen, één voor 550 en één voor 170 muziekliefhebbers. Afgaande op de simulaties die je her en der kunt vinden, zal zelfs het slechtste optreden hier nog niet kunnen vervelen.

Tussen het bakstenen en het glazen gedeelte zit een open publieke ruimte, een ‘plaza’, met een vermoedelijk grandioos uitzicht over de stad, de haven en – uiteraard – de Elbe.

Het gebouw is een ontwerp van de Zwitserse architecten Herzog & de Meuron en misschien heeft het daarom wel wat van een besneeuwd berglandschap – al spreken ze zelf wel van een ‘gigantische kristal’.

 

IMG_3461

IMG_3484

Onze gids wist te melden dat de Elbphilharmonie een nieuwe landmark moest worden voor de hanzestad. Tot nog toe ontbrak het Hamburg immers aan een voor city marketing bruikbaar stadssymbool.

Hij kon er niet echt mee lachen toen ik opmerkte dat ze dat in het veel verguisde Brussel dan toch goedkoper hebben opgelost.

Zebra-artiest

Roodlichtentertainment

Wachten voor rood kan ook leuk zijn. Op wandel in Brussel zag ik vandaag deze variant op de straatartiest aan het werk, werk, enthousiast jonglerend om het gemotoriseerde Ongeduld te temperen.

In ruil voor een kleine gift natuurlijk: de rateltikker vertelde hem feilloos wanneer hij zijn act moest beëindigen en kon overgaan tot het innen van de wegentol.

In het diepe

“Fietsen in de stad is als zwemmen tussen de haaien.” Aan die uitspraak van de Colombiaanse mobiliteitsdeskundige Penalosa moest ik denken toen ik vorige week in golven autoverkeer naar het Autosalon op de Brusselse Heizel crawlde. Vaker dan mij lief was, greep ik naar adem happend naar de kant – als de eerste de beste beginneling in het diepe grotemensenbad.

Brusselfietsen 2

De verwondering over de afwezigheid van andere fietsers maakte gaandeweg plaats voor begrip. Eerlijk: meer dan eens ben ik afgestapt, heb ik de situatie overschouwd, vastgesteld dat ze onoverzienbaar was, en uit laf zelfbehoud besloten dat ik deze klip niet fietsend zou nemen. (Ik beken: die man met een Bluebike op z’n rug in de met schroot bezaaide berm van die megacarrousel, aangeduid als een rotonde en functionerend als een Russisch roulettespel, die man was ik.)

Niet alleen de Brusselse infrastructuur laat schandelijk te wensen over, ook de Brusselse chauffeur doet dat. In plaats van de hachelijke positie van de fietser te compenseren met empathische voorzichtigheid, vindt de doorsnee-automobilist in de hoofdstad dat een fietser daar niets te zoeken heeft. Bijgevolg mag die aan hoge snelheid gesneden worden en gepasseerd op nauwelijks enkele centimeters. De directie is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen. Die mentaliteit.

De fietser wordt, alvast buiten de kleine Ring, letterlijk gemarginaliseerd. Wordt hij niet in de goot gereden, dan is het omdat hij verbannen is naar de ventwegen waar vrolijk geladen, gelost, verhuisd en dubbel geparkeerd wordt.

Brusselfietsen

Hier en daar werd een schamele poging gedaan om de schijn op te houden: met wat witte verf en, in een zeldzame gulle bui, zowaar ook wat rode specie (fietsersbloed?). Die laatste soms met een merkwaardige bonus: doordat het rood is weggesleten, worden de echte conflicten zichtbaar.

Of hoe slijtage de veiligheid van de fietser ten goede kan komen. Schuldig verzuim is soms toch nog érgens goed voor.

Op jacht in het stadsbos

Sint-Hubertusgalerij (2)

De Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen zijn één van mijn favoriete plekken in Brussel.

Altijd vind ik er asiel als de drukte me te veel wordt. De mensenstroom verstroopt er op de grijze tegelvloer tot een vriendelijke va-et-vient die zich laat monsteren vanop het terras met de ‘Parijse’ tafeltjes van Mokafé halfweg het galerijcomplex. Nippend van een sterke koffie bij een stevig stuk gebak is het er genieten van het licht dat zomaar vanillekleurig door het glazen dak valt. Het mag geen toeval heten dat de eerste filmvoorstelling ooit op Belgische bodem hier werd georganiseerd (in 1896), door de gebroeders – ik kom op mijn punt – Lumière zelve.

Een 19e eeuws shoppingcenter, op een schaal die nog menselijk was, zo omschreef ik de doorgang tot nu toe.

Sint-Hubertusgalerij (15)

Maar er is een betere benadering, zo leerde ik van Bram Borloo in ‘Gestolde tijd’, een publicatie van Erfgoed Brussel en Brukselbinnenstebuiten. Hij beschrijft de passage als een “stedelijke dreef met de geritmeerde opeenvolging van traveeën met daarboven een glazen dak.” In die metafoor zijn de rustige terrassen het equivalent van de open plek in het bos (een ‘tra’), terwijl de gemarmerde zuilen van de galerij de bomen vormen.

Zo ervaar ik het ook telkens weer: als een plaats die zuurstof geeft aan de stad, als een doorgang die toch aanzet om eventjes te verwijlen.

En zo blijkt het alsnog logisch dat Sint-Hubertus, de patroonheilige van de jacht, zijn naam heeft geleend aan deze galerij.