RSS feed

Tagarchief: Bilbao

Op de rooster

In ‘Weg van mobiliteit’ legde ik het omstandig uit. Steden, dorpen, plekken zijn in essentie verhalen. Als het goed is, zijn het lasagnes van verhalen: de ene verhaallaag bovenop de andere.

Hoe meer lagen, hoe interessanter – met Rome als hoogtepunt (het kan geen toeval zijn dat lasagne Italiaans is). Hoe minder lagen hoe saaier, tot de plaats een niet-plaats wordt, wat de Franse antropoloog Marc Augé een ‘non-lieu’ noemde: de plaats zonder eigenschappen, die daarmee ophoudt een plaats te zijn. Denk aan anonieme verkavelingswijken, onderling verwisselbare luchthavens, identieke tankstations langs autosnelwegen, identiteitsloze shoppingmalls overal ter wereld.

Goeie ontwerpers kunnen hier het verschil maken. Zie de luchthaven van Bilbao of het World Center Transportation Hub in New York. Toevallig, maar natuurlijk ook niet toevallig, allebei van Calatrava. Zijn projecten hebben de reputatie onbetaalbaar te zijn, maar gelukkig is het eindresultaat dat meestal ook.

De luchthaven van Bilbao (Spanje)
World Center Transportation Hub in New York

Niet dat we altijd ontwerpers nodig hebben. Soms heeft het verhaal aan zichzelf genoeg. Voor een voorbeeldje blijven we in New York. We begeven ons naar Lexington Avenue en houden halt ter hoogte van 52nd Street. Daar bevindt zich een ventilatierooster van de metro waar nog dagelijks volk naar komt kijken.

Ik kan dat weten. Ik ben er zelf naar gaan kijken. Om vast te stellen dat het metrorooster maar een metrorooster is. Of wacht, juist niet: het is het rooster waarop op 15 september 1954 ene Marilyn Monroe onder massale belangstelling en voor de lens van tientallen fotografen en de camera van Billy Wilder haar zomerjurk zwoel liet opwaaien. Zogezegd door een voorbijrijdend metrostel. In werkelijkheid door een zwoegende windmachine. It’s all in the mind: het beeld werd iconisch.

Ter plaatse is er vanzelfsprekend niks meer van te zien. Zie de foto: er is alleen een rooster. En af en toe een vrouw die een flauwe poging tot imitatie waagt. Zinloos, want de windmachine is er ook niet meer. Toch komen we er voor van heinde en verre. We staan er bij en kijken er naar.

Wie er over nadenkt, bergt meteen alle smalende opmerkingen over vrome bedevaarders op. Hij of zij realiseert zich: in beide gevallen heet het mechanisme ‘genius loci’, de geest van de plek.

De ene keer neemt die de vorm aan van een maagd in een koningsblauwe mantel, de andere keer die van een sekssymbool in witte jurk. Of de verschijning nu Maria heet of Marilyn, telkens is hij de onzichtbare driver van verplaatsingen.

Tot slot, voor wie de vergelijking maar niks vindt, nog een weetje over de jurk van Monroe. In 2011 werd die verkocht op een veiling in Beverly Hills voor 5,6 miljoen dollar. ‘Als een relikwie van een heilige,’ noteert Connie Palmen.

*Bron: PALMEN CONNIE, De zonde van de vrouw, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse boek, 2017, blz. 10-24

Gehry am Rhein

Geplaatst op

Mag ik nog even terugkomen op onze studiereis naar Baskenland?

Van het Guggenheimmuseum beweerde ik dat het niet de enige verklaring is voor het Bilbao-effect.

Behalve de argumentatie dat de bouw van het museum kaderde in een heel breed programma voor de make over van Bilbao, is er voor deze stelling ook een bewijs uit het ongerijmde. Daarvoor moeten we naar het Duitse Dusseldorf, waar Gehry zijn titaniumtruukje nog eens dunnetjes overdeed.

Dusseldorf Gehry

 

Maar geef toe: heb jij ooit gehoord van het Dusseldorfeffect? Komt het doordat het gebouw in kwestie de belastingsdiensten huisvest? Helpt alvast niet echt om een levendige plint te krijgen.

Maar het komt natuurlijk vooral doordat de Duitsers dachten dat het voldoende was wat spektakelarchitectuur naast elkaar te schikken.

Wandelen in de oude Rijnhaven is als bladeren in een glossy architectuurmagazine. Interessant, maar na een tijdje leg je het verveeld weg. Omdat je je begint te storen aan de nietjes. En omdat je aanvoelt dat, om te blijven boeien, het spektakel niet van de gebouwen moet komen, maar van de gebruikers – of, nog beter, van hun interactie met die gebouwen.

Dusseldorf haven

De Gehrygebouwen kregen de bijnaam ‘de buigende torens’ – en daar is iets van.

Waarmee ik overigens niet gezegd wil hebben dat er in Dusseldorf niets te beleven valt. Maar daarvoor moet je niet in de oude haven zijn.

Het Bilbao-effect: de andere helft van de waarheid

Geplaatst op

In afwachting van het Kasterlee-effect (een plotse omslag in het Vlaamse mobiliteitsbeleid ten gunste van de kwetsbaarsten als gevolg van een dodelijk ongeval met fietsers), keren we terug naar Baskenland.

Want ik had het hier al verschillende keren over Bilbao, maar nog niet over het Bilbao-effect. En dat is sinds 20 jaar onmogelijk geworden.

Bilbao-effect

Wikipedia omschrijft het effect als het fenomeen waarbij de bouw van een door een bekend architect ontworpen markant gebouw leidt tot een rijkere of belangrijkere stad. In Bilbao was dat dus het door Frank Gehry ontworpen Guggenheim Museum dat de sombere industrie- en havenstad deed verpoppen tot een hippe cultuurmagneet.

Kwam het echt alleen maar door het museum? Natuurlijk niet. Ook al is het belang van het in 1997 geopende museum met z’n 1 miljoen bezoekers per jaar en een terugverdientijd van amper 3 jaar moeilijk te overschatten (wie zei daar dat cultuur alleen maar geld kost?), het museum was ‘slechts’ het meest zichtbare en spectaculaire onderdeel van een veel breder programma.

Dat omvatte onder meer de restauratie en herbestemming van het rijkelijk aanwezige historisch erfgoed, het terugdringen van de rol van de auto in de stad en de daarmee sporende (sic!) reorganisatie van het openbaar vervoer: de reeds besproken bouw van een metro, de uitbouw van een busnetwerk (de ‘Bilbobus’) en de wederintrede van de tram.

Trams Bilbao

Waar verleden en toekomst elkaar ontmoeten… Omdat veel straten in de stad te smal zijn voor twee tramsporen, bestaat een belangrijk deel van het net uit een enkelspoor met een passageplek (hierboven) waar trams elkaar kunnen kruisen.

Bilbao tram gras

De tram als bijdrage aan de vergroening van de stad? Met groene beddingen werd het maatschappelijk draagvlak voor de (op)nieuwkomer verbreed.

Bilbao tram Koekendoos

Gaven we de indruk dat in het buitenland alles beter is? Dan volgt hier een rechtzetting. Soms maken ze er domweg dezelfde fouten. Zoals de ontmenselijking van de tram door hem oneerbiedig te reduceren tot een banaal billboard of, zoals hier, een haast letterlijke koekendoos…

Qua mobiliteit zat er ook een nieuwe luchthaven in het programma. Ook daarvoor ging men te rade bij een starchitect: Santiago Calatrava… (“Nergens anders ter wereld kennen zoveel mensen zoveel architecten bij naam,” zei de stedelijke mobiliteitsambtenaar, Mikel Gonzalez Vara en ik ben geneigd hem te geloven.)

Calatrava knutselde een gebouw met vleugels (dat doet hij altijd, maar hier paste het nog ook) dat, hoe verzinnen ze het, de bijnaam ‘La Paloma’ kreeg.

 

Luchthaven Bilbao

Zoals gewoonlijk bij Calatrava was er ook hier kritiek. Deze keer omdat het ‘gesloten’ design van het gebouw uitbreidingen moeilijk maakt. Al kunnen we dat in tijden van klimaatverandering natuurlijk ook als een voordeel beschouwen.

In het mobiliteitsprogramma werd overigens ook aan de voetgangers gedacht, met onder meer een heerlijke hangbrug getekend door… jawel, Santiago Calatrava. De Basken noemen haar de Zubizuri, wat origineler klinkt dan het is. Het betekent gewoon ‘Witte Brug’.

Voetgangersbrug Bilbao (2)

Ze hadden de Zubizuri ook ‘Gladde Brug’ kunnen noemen, want Calatrava maakte met zijn keuze voor glazen tegels een ontwerpfoutje: in de winter bleek de brug spekglad. Vandaag zijn de meeste tegels vervangen door een ‘wandeltapijt’.

Bilbao Zubizuri met glazen tegels

Een deel van de glazen tegels is nog zichtbaar.

Minder spectaculair maar eigenlijk belangrijker was de consequente herwaardering van het publieke domein. Parken, pleinen en straten werden onder handen genomen en systematisch vergroend, mensvriendelijker gemaakt en gepimpt met kunst.

Bilbao herwaardering openbaar domein

Met een zin voor detail die we doorgaans eerder aan het noorden toeschrijven, maar bij ons nauwelijks te vinden is. Toch niet in de publieke ruimte…

Kunst Bilbao

Niet voor mensen met een arachnofobie.

Tot slot was er de herontwikkeling van de rivieroever, die intussen een klassieker is bij oude industriesteden aan het water – zie onder meer Barcelona, Lyon, Parijs, Gent, Antwerpen, Brussel en Luik…

Herwaardering van de rivieroever Bilbao

En zo zijn we uiteindelijk weer bij het Guggenheimmuseum aanbeland…

Fosteritos

Geplaatst op

Baskenland studiereis 2017 (208)

Terug naar Bilbao, want we zijn er nog niet over uitgepraat. Er is daar sinds twintig jaar ook een metro (met op dit moment 3 lijnen, 48 stations en 175.000 gebruikers per dag). Handig, niet in de laatste plaats doordat hij over in- en uitgangen beschikt. Die komen de bruikbaarheid echt wel ten goede.

Ze zien er uit als glazen slakkenhuizen. Dat is een beetje paradoxaal voor een bij uitstek snel vervoermiddel als een metro, maar niemand neemt daar aanstoot aan. Integendeel. De inwoners van Bilbao (Bilbaoëzen, Bilbaoërs?) noemen ze liefkozend ‘de Fosteritos’, naar de ontwerper ervan, sir Norman Foster.

Dat de gebruikers je ontwerp spontaan met je naam gaan aanduiden, moet zo ongeveer het mooiste compliment voor een architect zijn.

 

Geen wonder dat Foster er de beste herinneringen aan overhoudt. Hij getuigt ervan op een metromuur – zelfs voor de graffiti zorgt hij zelf:

Bilbao Fosteritos Metro (6)

De metro als een bijna-religieuze ervaring neerzetten en de link leggen met de kracht van verandering, Norman Foster kan het.

De lof die hem te beurt viel is terecht wat mij betreft. Foster vond met zijn ontwerp een perfect evenwicht tussen rustige discretie en uitnodigende vindbaarheid.

Bilbao Fosteritos Metro (8)

Het daglicht begeleidt de roltrappende reiziger nog een eind in de diepte en verderop wachten metrostations van een weldoende betonnen soberheid – jawel, dat kan.

Bilbao Fosteritos Metro (9)

En passant ontdekten we dat een metro niet noodzakelijk een uitvergrote versie van de binnenkant van een kleverige afvalbak hoeft te zijn. Voor properheid gaven we dan ook een welverdiende negen.

De zwevende dag

Geplaatst op

 

Er is mobiliteit die enerveert en er is mobiliteit waar je gelukkig van wordt.

Voor de eerste hoef je je huis niet uit te komen. Het volstaat om eventjes naar de radio te luisteren. De in hun kooi van Faraday opgesloten luisteraars krijgen er gemiddeld genomen om het kwartier aandacht, waarbij vooral het medeleven opvalt. De presentatoren beseffen: deze mensen zijn het slachtoffer van het Grote Filemonster. Helemaal wat anders dan de drenkelingen op de Middellandse Zee. Die hebben er zelf voor gekozen.

Ook voor gelukkige mobiliteit hoef je doorgaans niet ver te gaan. Als de omgeving er naar is, volstaat een wandelingetje. Maar er zijn ook spectaculaire varianten. Die zo gelukkig maken dat mensen ervan gaan zweven. Soms zelfs letterlijk.

In Bilbao hebben ze er een specimen van. Aan de monding van de Nervión staat sinds 1893 de Puente de Vizcaya, de oudste zweefbrug van de wereld.

zweefbrug 12

Sinds 2006 staat ze op de Werelderfgoedlijst van de Unesco, wat betekent dat als er oorlog komt ze één van de eerste doelwitten zal zijn. Krijgsheren hebben zo mogelijk nog meer verstand van symboliek dan autobouwers.

Niet dat ik in Spanje morgen een nieuwe burgeroorlog verwacht, maar ik wou dit staaltje van meccanokunst toch zeker gezien hebben.

Voor wie de stijl bekend zou voorkomen: de brug werd ontworpen door een leerling van een zekere Gustave Eiffel. Volgens Wikipedia heette die Alberto Palacio, al staat er op de brug zelf een andere naam.

zweefbrug 10

Zijn ontwerpopdracht was niet eenvoudig: een brug over de rivier bouwen waar grote schepen geen last van zouden ondervinden. Dat moest dus een heel hoge brug worden of, jawel, een brug die z’n gebruikers tot passagiers maakt en ze in een gondel naar de overkant transporteert.

Tenzij er een schip voorbij vaart vertrekt de gondel elke 8 minuten met maximaal 6 auto’s en enkele tientallen mensen aan boord. Die mensen betalen elk 10 cent. Met de glimlach, want het is goed besteed pretgeld. Zo’n overzet schommelend boven het water aan stalen kabels hééft iets wat het oversteken met een gewone brug beslist niet heeft.

Deze diashow vereist JavaScript.

En doordat het wat trager gaat, gebeurt de overzet ook bewust. De rivier mag rivier blijven en de beweging naar de overkant apelleert aan het aloude liedje ‘Schipperke mag ik overvaren?’ Waarbij het een grappige bijkomstigheid is dat dit schipperke Bart heet. Bart De Zwever, al kan het zijn dat ik dat laatste er zelf heb bijgedroomd.

 

Voetgangersstraat

Geplaatst op

Op gevaar af de indruk te wekken dat zebrapaden het belangrijkste thema waren op onze studiereis door Baskenland, wil ik het er toch nog één keer over hebben.

Startpunt: onderstaand kiekje genomen in de wijk Bilbaose (sic) wijk Portugalete.

Voetgangers prioriteit

Curieus genoeg zien we om te beginnen wat er niet is: de ontbrekende streep. Een mooi voorbeeld van hoe onze geest vaak genoeg heeft aan een aanzet om het plaatje zelf af te maken.

Voorts valt ons oog op de tekst “Oinezkoak lehentasuna”. Alvast voor buitenlanders is het een ongemeen effectieve snelheidsremmer. Het is Baskisch is voor “Voetgangers hebben voorrang” en dat weet ik niet omdat mijn Baskisch zo goed is, wel omdat Baskenland voorbeeldig tweetalig is. Boven het voetgangersfiguurtje staat, zo durf ik aan te nemen, hetzelfde in het Spaans: “Prioridad Peaton”.

We hebben dus te maken met wat we het voetgangersequivalent zouden kunnen noemen van een fietsstraat bij ons: de auto mag er door, maar de voetganger heeft prioriteit. Of het in de praktijk ook zo werkt? Misschien op de drukste momenten, wanneer de critical mass haar gewicht in de schaal legt. Op andere momenten allicht niet. Daarvoor is de straatinrichting te klassiek: links en rechts een strook die aanvoelt als een trottoir met objectenzone, in het midden iets wat toch alle kenmerken van een rijstrook heeft. De dwarsrelaties zijn niet zichtbaar en door de rechte boordstenen en de laanbeplanting ligt de klemtoon op de lengteas.

Niettemin is deze straat een stuk voetgangersvriendelijker dan wat wij in onze stadswijken gewend zijn. Dat is wat mij betreft vooral te danken aan de bijna-volstrekte afwezigheid van geparkeerde auto’s. Geen ijzeren haag links en rechts scheelt meer dan een slok op de borrel voor de oversteekbaarheid van een straat. Een kind dat plots uit zo’n haag tevoorschijn komt, je wil er niet aan denken.

Ik schrijf het even op vanwege het idée fixe dat ik steeds vaker hoor: “in een zone 30 horen geen zebrapaden”. Klopt als een bus, maar alleen als de zone 30 echt een zone 30 is. Dit wil zeggen: er wordt langzaam gereden, er is geen al te hoge intensiteit van autoverkeer, het aandeel bussen en vrachtwagens is beperkt én er is een goed zicht op de voetgangers op het trottoir. Van zodra aan één van deze voorwaarden niet is voldaan, zijn zebrapaden een ‘noodzakelijk kwaad’. Bij ons geven zebrapaden de voetgangers immers rechten (voorrang bij het oversteken), maar beperken ze ook hun bewegingsvrijheid: bij aanwezigheid van zo’n streepjescode mag er 30 meter links en rechts niet meer overgestoken worden – wat chauffeurs nogal eens doet denken dat in de rest van de straat het rijk van hen is. Wat mij betreft heeft de Voetgangersbeweging dan ook een punt als ze ijvert voor de afschaffing van die regel.

Een streepje minder

Van Brugge naar Bilbao. Tegenwoordig is het maar een kleine stap voor de mensheid. En dus zetten we hem moeiteloos, samen met een select gezelschap Vlaamse verkeerskundigen (in spe).

Op wandel in de stad waren de zebrapaden één van de dingen die ons het eerst opvielen. De Basken bleken zowel gul als zuinig met hun strepen.

Gul: op de grote voetgangersassen wordt er niet beknibbeld op de breedte. De oversteken zijn royaal bemeten om grote aantallen voetgangers ruim baan te geven.

Zuinig: hier en daar laten de Baskische wegbeheerders een streepje weg. Eén per rijstrook om precies te zijn.

Baskenland studiereis 2017 (242)

Het gladheidsprobleem wordt ook bestreden met reliëfpatronen in de strepen

Is dit ingegeven door kostenbewustzijn? Of is het bedoeld om voetgangers makkelijk te kunnen laten inschatten hoeveel rijstroken ze moeten dwarsen?

Verschillende hypotheses werden geformuleerd, maar uiteindelijk bleek het antwoord eenvoudig en voor de hand liggend: het is een motorfietsvriendelijke maatregel. Motorfietsen krijgen een streepje voor door een streepje minder.

Wetende dat verf op de rijweg nogal eens aanleiding geeft tot gladheid, nog niet zo’n gek idee. Zeker niet in een stad waar het regelmatig regent én waar Vespazwermen tot het normale decorum behoren.

Baskenland studiereis 2017 (462)

De Belgische wegcode stipuleert dat de ruimte tussen de strepen zo’n 50 cm moet bedragen, maar het mag duidelijk zijn dat de door de Basken bedachte uitvoering perfect herkenbaar blijft als een oversteekplaats voor voetgangers…