RSS feed

Tagarchief: elektrische auto’s

2019 in twee citaten

“Winkelhieren” werd het woord van het jaar. Daar kan ik mee leven, al kwam het voor onze buurtwinkel schromelijk te laat. Hopelijk heeft de middenstand het woord zélf begrepen. Geen evidentie als we zien hoe die theoretische autobereikbaarheid en doelgerichte runshopping nog altijd verkiest boven praktische bereikbaarheid en de gezelligheid van serendipiteit.

Maar er is hoop. In mijn gemeente bijvoorbeeld verloot de middenstand voor het eerst sinds jaren géén auto waarmee de winnaar voortaan makkelijker naar het shoppingcentrum kan. De prijzenpot bestaat dit jaar uit elektrische steps en een stuk of wat city trips. Ik weet het. We zijn er nog niet helemaal. Maar het bougeert. Eindelijk.

Met dank aan onze jongeren, laat ons wel wezen. Ze schopten ons dit jaar een geweten en verrijkten onze woordenschat ook met een woord: ‘vliegschaamte’. Alvast de Zweden voegden de daad bij het woord en gingen effectief minder vliegen, terwijl elders in Europa de slaaptrein aan zijn comeback lijkt te zijn begonnen. Het bougeert, zei ik dat al?

Een woord dat zich alvast warm loopt om woord van het jaar 2020 te worden is ‘beleidsschaamte’: de nieuwe rage onder politici om niet langer aan te kondigen wat ze gaan doen (waarna er vaak niets volgt), maar wel wat ze vooral niet gaan doen: rekeningrijden invoeren, salariswagens laten uitdoven, de betonstop – nu ja – hard maken, een regering vormen… We zouden het ook gewoon ‘spijbelen’ kunnen noemen. Of staken, maar dan wel betaald.

We zouden het ook gewoon ‘spijbelen’ kunnen noemen. Of staken, maar dan wel betaald.

Voorlopig leidt een en ander vooral tot plaatsvervangende schaamte. Ik ben oud genoeg om de mantra “Wat we zelf doen, doen we beter” nog te kennen. Ook al was ik er een koele minnaar van, altijd was er de hoop dat het misschien toch waar kon zijn. Van die illusie ben ik nu wel genezen. Wat we zelf doen, doen we niet.

In wat voor mijn part “het boek van het jaar” was, ‘Grand Hotel Europa’,  schreef Ilja Leonard Pfeijffer daarover een treffende passage:

“Ik heb het altijd verbazingwekkend gevonden dat mensen geloven dat alle reëel bestaande problemen automatisch worden opgelost met meer zeggenschap. Het antwoord wordt gezocht in de procedure van besluitvorming, terwijl de werkelijke vraag mij lijkt welke besluiten vervolgens wenselijk zouden zijn. Anderzijds is het psychologisch begrijpelijk dat mensen de neiging hebben om hun problemen te externaliseren. Het voelt aan als de helft van de oplossing wanneer je iemand kunt bedenken die je de schuld kunt geven van je ongemakken.”

Een alternatief is om de ongemakken te ontkennen – of ze systematisch niet te zien. Dat is wat de zogenaamde ecomodernisten doen. Zelden klonk de omschrijving “optimist tot in de kist” cynischer. Deze technofielen wisselen al naargelang van de noodwendigheden het geweer van schouder. De klimaatopwarming wordt nu eens geminimaliseerd (“vroeger was er ook al klimaatverandering”) dan weer geidealiseerd (“meer CO2 betekent meer plantengroei”, “hogere temperaturen zorgen voor minder doden”). Ook over de rol van de mens wordt warm en koud geblazen. Enerzijds moeten we bescheiden zijn wat ons aandeel in de klimaatverandering betreft. Anderzijds moeten we erop vertrouwen dat de mens het wel weer recht gaat trekken met extra technologie.

Voor de geïnteresseerden: een mooie staalkaart van dit onsamenhangend gedaas vind je in het boek ‘Ecomodernisme’ van Marco Visscher e.a. Daarmee heb ik dan meteen ook mijn grootste lectuur-teleurstelling van 2019 vermeld.

Microklimaat auto

Klimaatverandering aan het werk

Een citaatje ter illustratie? Welaan dan. Op bladzijde 22 lezen we dit:

Dankzij fossiele brandstoffen bleven de bomen gespaard die we eeuwenlang kapten om vuur mee te maken, ons te verwarmen en om ons eten op te koken. We hoefden niet langer walvissen en zeehonden te doden om van hun vet olie te produceren waarmee we onze lampen brandende konden houden. Ook de slaven konden worden bevrijd; ze werden onrendabele, onpraktische arbeidskrachten toen concurrerende machines veel meer werk konden verzetten zonder te klagen. Kinderen hoefden niet langer op het land te werken, vrouwen kregen het in het huishouden ook steeds minder zwaar.

Bij een eerste lezing lijkt zo’n bewering een verfrissende kijk op de zaak. Fossiele brandstoffen hebben ons veel goeds gebracht! Wie twee keer nadenkt beseft echter dat deze bewering alleen maar stand houdt vanuit een exclusief westers perspectief. Slaven bestaan natuurlijk wél nog. Sterker nog: er zijn er vandaag meer dan ooit eerder in de wereldgeschiedenis. In 2018 schatte men hun aantal op 40 miljoen slaven. Mo Magazine schreef enkele jaren geleden dat zelfs ons land er niet aan ontsnapte. Al dient gezegd: met “slechts” 2000 slaven scoorden we nog redelijk goed. Voor een globaal overzicht is er de Global Slavery Index – een meetinstrument waar de ecomodernisten in al hun selectiviteit nog nooit van hebben gehoord.

In de mate dat arbeiders, vrouwen en kinderen het vandaag wél beter hebben, is het misschien ook een beetje kort door de bocht om te stellen dat we dit helemaal te danken hebben aan onze geliefde fossiele brandstoffen en de bijhorende machines. Ecomodernisten hebben kennelijk nooit gehoord van de arbeiders- of de vrouwenbeweging. Verwondert het nog iemand dat de ecomodernisten en de identitairen elkaar het afgelopen jaar gevonden hebben?

Ten slotte, voor de volledigheid: ook kinderarbeid bestaat nog altijd. Het aantal werkende kinderen wordt op zo’n 152 miljoen geschat. Een deel daarvan delft zeldzame aarden voor de elektrische auto’s die hier gepresenteerd worden als de redders dankzij wie de klimaatmaatregelen “geen pijn” gaan doen.

Om maar te zeggen: als er vandaag iets beweegt, dan is dat dankzij mensen die het doen bewegen – niet door mensen die op hun luie krent afwachten tot de Chinezen dan wel de ingenieurs het voor ons opknappen.

Wat we zelf doen, gebeurt tenminste.

 

Op zijn kop

Geplaatst op

Een beetje cynicus zou in de Vlaamse en federale besparingen op het openbaar vervoer een vorm van kernversterkend beleid kunnen zien: wie in de toekomst nog openbaar vervoer wil, zal zich in een grotere kern moeten vestigen.

Daarmee wordt het platteland op termijn de facto het woonprivilege van wie zich eigen vervoer kan permitteren. Noem het landelijke gentrificatie.

Sint-Maartens Latem (63)

Schijnbaar heeft niemand het daar echt lastig mee, want ik hoor er nauwelijks iets van. Al kan dat snel veranderen: met de inwerkingtreding van de Vervoersregio’s, de dichtgenaaide portemonnee die minister Weyts de afgelopen week aan de steden en gemeenten gaf, zal de frank bij de lokale politici binnenkort misschien alsnog vallen.

Merkwaardig toch. Als iemand ook nog maar durft opperen dat het fiscale gunstregime voor de salariswagen – een permanente financiële drainage van (conservatief geschat) 1,9 miljard euro van ons allen naar een kleine minderheid en naar buitenlandse economieën – best zou uitdoven, dan is het kot onmiddellijk te klein. Broodroof! Jaloezie! Communisme!

Idem dito wanneer het thema ‘rekeningrijden’ ter sprake komt, zelfs in de onzinnige vorm waarin de automobilist “het niet zal voelen” en bijgevolg zijn gedrag niet zal veranderen.

En helemaal niemand lijkt zich vragen te stellen wanneer voor elektrische wagens trots fiscale (aankoopsubsidies, vrijstelling van BIV en verkeersbelasting) en andere financiële voordelen (gratis parking, geen doorrekening van de kosten voor laadinfra, voorbehouden parkeerplaatsen…) worden aangekondigd.

Nochtans zijn elektrische auto’s zoals ze vandaag geconcipieerd zijn gewoon de elektrische kopie van een fout design – Teslaïsme in plaats van Porschisme. Daardoor wordt niet alleen de ecologische winst discutabel, maar worden de schaarse overheidsmiddelen ook nog eens afgeleid naar net die mensen die er geen nood aan hebben.

Nochtans zijn salariswagens vooral een voordeel voor de meest bemiddelden en maken rekeningrijden noch Low Emission Zones in hun huidige ontwerp een onderscheid tussen de overgedimensioneerde, aan zijn omgeving totaal onaangepaste Range Rover Evoque en de no nonsense kleine Dacia, laat staan tussen kapitaalkrachtige luxerijders en ‘captive users’ die moeten schrapen om het vervoer naar hun werk te kunnen bekostigen.

Even stil blijft het wanneer gemeenten gratis of bijna gratis ‘bewonerskaarten’ uitdelen aan hun bewoners die een auto bezitten, wat nochtans niets anders is dan een financiële transfer van niet-autobezitters naar autobezitters en een ruimtelijke transfer van fietsers, voetgangers en openbaarvervoergebruikers naar automobilisten en van kinderen naar volwassenen.

Wat ik hiermee wil zeggen? Dat mobiliteitsmaatregelen nooit los mogen worden gezien van hun herverdelingseffect.

En dat ‘herverdeling’ tegenwoordig politiek en maatschappelijk alleen problematisch en “onrechtvaardig” wordt als de meest behoeftigen erdoor begunstigd zouden worden.

Staat de wereld op zijn kop of zijn het alleen onze normen en waarden?

Van VW-gate over Dieselgate naar Cargate

Tesla2015

Eindelijk is het dan zover: de automobielwereld zit middenin een reality check. Naar het zich laat aanzien, pakt die niet goed uit. Niet voor de Volkswagengroep, die dacht de waarheid een pootje te kunnen lichten met bedrogsoftware, maar evenmin voor de anderen. Enerzijds omdat net nu de Europese Commissie moet beslissen over een verstrenging van de normen en de controle erop. Anderzijds omdat het met de billen dichtgeknepen wachten is op de volgende onthulling over bewuste manipulatie. Of zou het zedige zwijgen van de concurrentie dan toch ingegeven zijn door een plotse moraalopstoot die nu uitpakken met de eigen betrouwbaarheid als ongepast kwalificeert?

‘We moeten niet naïef zijn,’ zoals onlangs een Vlaamse partijleider niet moe werd te herhalen. De sterkste indicatie dat het techno-optimisme weinig grond heeft om op te staan, kregen we van autojournalist Vic Heylen – iemand die de branche van binnenuit kent. Volgens hem maken de strenge milieunormen de auto kapot, wat eigenlijk een perfide manier is om te zeggen dat de autosector niet aan die normen kan voldoen. Een bevestiging daarvan vinden we ook in de stelling dat de CO2-doelstellingen (maximaal 95 gram CO2/100km in 2010) alleen kunnen worden gehaald “met een voldoende groot aandeel dieselmotoren in de verkoopmix.” Alleen moeten we er dan weer een overschrijding van de NOx-normen bijnemen. Genereus van de sector dat we mogen kiezen tussen de pest en de cholera. 

Wat de voorbij weken aan het licht kwam is een kwaadaardige overdracht van fragiliteit: om zich staande te houden in de concurrentiestrijd verleggen de autoconstructeurs de eigen fragiliteit naar ons milieu en onze gezondheid. De lusten voor hen, de lasten voor ons. En als het toch misloopt, dan is er altijd nog chantage waarop kan worden teruggevallen. Politieke leiders moeten in geen geval denken dat ze de autosector zomaar de wet kunnen doen naleven – zélfs al werd die op maat van diezelfde sector geboetseerd. Dat de familie Quandt, hoofdaandeelhouder van BMW, de verkiezingscampagne van Frau Merkel sponsorde, hoeft dan nog niet eens het zwaarst te wegen. 600.000 werknemers zijn een voldoende grote groep gijzelaars om een en ander gedaan te krijgen. In België volstaan zelfs dik 8000 mensen om de doel-middelverdraaiing haar vernietigende werk te laten doen. Dus betalen drie van onze regeringen in totaal 130 miljoen euro aan Audi Vorst (lees: Koning Auto) om de auto-afhankelijkheid van onze economie met nog een paar jaar te verlengen. Dus wordt de jaarlijkse miljardensubsidie voor salariswagens niet in vraag gesteld. En dus buitelen de politici over elkaar heen als Elon Musk van het ene Europese land naar het andere hopt om te kijken wie the race to the bottom wint.

Als er al één fabrikant de afgelopen week in de handen wreef, dan was het wel Tesla. Dat mocht zich weer verheugen over bakken gratis airplay voor haar mirakelproducten die alleen voor- en helemaal geen nadelen hebben.

Het lijkt te mooi om waar te zijn en dus is het ook niet waar. Maar het is fijner om het wél te geloven. Auto’s kan je alleen ‘groen’ noemen mits voldoende bewustzijnsvernauwing. Een Tesla is alleen milieuvriendelijk voor wie bereid is zich te concentreren op de afwezigheid van een uitlaat en blind te blijven voor al de rest: de uitstoot bij de elektriciteitsproductie (meestal steenkool, kernenergie of gas), het fijn stof van banden en remmen, het enorme ruimtebeslag en de daarmee samenhangende verdrijvingseffecten voor zachte weggebruikers, de conflictgenererende schaarse grondstoffen nodig voor de batterijen, het sluipmoordenaarskarakter van een snel accelererende auto die je niet of te laat hoort aankomen, het perverse reboundeffect en de daaruit voortvloeiende verlenging van de files. Dat Tesla met haar Model X uitgerekend nu toetreedt tot de sufSuv-club, maakt het plaatje er alleen maar triester op, al kan je het ook lezen als een arrogante opgestoken middelvinger.

Dat kortzichtige politici en door de autojournalisten gebrainwashte burgers daarin meegaan, kan ik begrijpen. Maar niet dat ook de milieubeweging Tesla World als een na te streven ideaal blijft zien.

Wie op iets langere termijn durft te denken, weet dat het vandaag niet gaat over de toekomst van Volkswagen of van de dieselmotor, maar over de volhoudbaarheid van het autoregime als het dominante mobiliteitssysteem. Want wat er onder onze ogen gebeurt heet niet Volkswagen- of Dieselgate, maar Cargate.

Naschrift januari 2016: De 130 miljoen euro blijkt intussen te zijn opgelopen tot ‘ruim 140 miljoen euro’.

De waarheid komt altijd met vertraging

De waarheid komt altijd met vertraging. Zeker in de wereld van de auto-industrie. Nieuwe wagens worden aan de man gebracht als absoluut veilig en zuinig. Tot het volgende model: dan blijkt het huidige model plots toch nog voor verbetering vatbaar te zijn geweest.

Als gebruiker zou je mogen verwachten dat nieuwe technologieën ten gronde zijn beproefd vooraleer ze op de markt worden gebracht. Maar dat blijkt minder en minder het geval: de ontwikkelingstijd wordt steeds korter, waardoor steeds meer tekortkomingen pas later aan de oppervlakte komen. Met als gevolg dat terugroepacties stilaan een vast onderdeel zijn geworden van de introductie van een nieuw model.

De introductie van de elektrische auto is geen uitzondering op dit mechanisme. Integendeel, de problemen komen zo snel aan het licht dat er al aanpassingen nodig zijn bij de eerste generatie. Vandaag kondigen Chevrolet en Opel aan dat hun Volt/Ampera-model zal worden verbeterd. Aanleiding is een zwaar ongeval in de Verenigde Staten waarbij een exemplaar blijkbaar plots vuur vatte.

Knack/auto bericht: “Er komen veranderingen aan de dragende structuur van de wagen en aan het koelsysteem van de batterijen. Op die manier wil men de batterijen nog beter beschermen bij een eventueel (zwaar) lateraal (sic) impact.” Let op het woordje ‘nog’ in het zinnetje, dat verraadt dat het vertrouwen van de autojournalist in de nieuwe technologie niet geschonden is (of dat de journalist alleen maar het perscommuniqué heeft overgeschreven) en ons ervan moet overtuigen dat alles nu onder controle is.

Tot het volgende foutje aan het licht komt natuurlijk.

Reclame voor de Opel Ampera. Let op het addertje onder het gras.

Kernachtige leugens

Is het u ook opgevallen hoe hartstochtelijk eensgezind de ‘realisten’ de afgelopen week een lans braken voor het openhouden van de kerncentrales? Zonder kernenergie zou het niet mogelijk zijn ons elektriciteitsverbruik te volgen. Vreemd toch wel, want dezelfden die nu de passie voor atoomenergie preken, preken ook de passie voor elektrische auto’s. Gingen die niet de oplossing brengen voor de dure olie? Werden ze ons niet voorgesteld als auto’s op zonne-energie of windenergie? Zou het misschien kunnen dat het dan toch niet allemaal zo rooskleurig is en dat elektrische auto’s als puntje bij laadpaaltje komt in hoofdzaak elektriciteit zullen vreten die afkomstig is van steenkoolcentrales, gascentrales en kerncentrales?

Van twee dingen één dus. Ofwel is het niet waar dat we die kerncentrales nodig hebben. Ofwel hebben we ze echt nodig omdat de hernieuwbare bronnen die capaciteit niet kunnen opvangen. In dat geval maken elektrische auto’s het probleem alleen maar erger. Wat van de twee ook waar is: men heeft ons in ieder geval een leugen willen verkopen.