RSS feed

Tagarchief: Antwerpen

Omlegging

“Als je iemand hebt omgelegd, ga je recht naar de Begijnenstraat”*

Wegomlegging

Met dank aan Evi De Bruyne (foto) en Frank De Bruyne (tekst)

*Voor de niet-sinjoren onder ons: in de Begijnenstraat bevindt zich een gevangenis

Advertenties

Het DAKPark

Geplaatst op

DAKPark (2)

Tijd om het toe te geven. Stiekem heb ik er altijd van gedroomd dat er ooit een plaats naar mij zou worden genoemd. Een promenade of liever nog een gezellig pleintje, al zou er voor een klein, doodlopend steegje vanuit symbolisch oogpunt ook veel te zeggen zijn.

Groot was mijn verbazing toen ik vorige week ontdekte dat de Rotterdammers er al werk van hadden gemaakt. Blijkbaar hebben ze gekozen voor een park – ook een optie waar ik mee kan leven. Het De Andere Kris Peeterspark, afgekort ‘DAKPark’, blijkt het grootste openbare park op een dak en is, dat doet me bijzonder veel plezier,  het resultaat van een samenwerking tussen buurtbewoners en gemeente.

DAKPark

De nietsvermoedende wandelaar ziet eerst een vrij banale plint met ketenwinkels, wordt daarna getriggerd door wat warempel een serre lijkt, daar boven op het dak.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

En dan, een olifantenpaadje (op de 2×2-boulevard werd een veilige oversteek domweg vergeten) en aansluitend een trap of een lift later, ontvouwt zich een groene verademing. In de ene richting ziet die er voorlopig nog wat te Teletubbie-achtig clean uit, in de andere richting intrigeren de grote serres en wat kleinere elementen.

DAKPark (1)

Dankzij het dakpark ligt de achterliggende woonwijk nu in de luwte van wind en verkeers- en havenlawaai.

DAKPark (7)

Wel jammer dat men er toch nog in geslaagd is om tussen woonwijk en Dakpark een autohaag te installeren.

Eén van de paradepaardjes van het park is de watertrap – op mooie dagen een speelaanleiding waar geen kinderbroekje droog bij blijft (durf ik te wedden).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Lange, smalle parken – ze zijn een logisch gevolg van steden die zich ontworstelen aan de industriële residu’s van de 19e en de 20e eeuw. In Rotterdam gaat het om een havenbuurt-in-transitie. Elders ging het om in onbruik geraakte sporen. Parijs zette de toon met z’n Promenade Plantée bovenop een spoorviaduct en kreeg navolging in New York, waar op de oude spoorlijn van het Meat District het Highline Park ontstond (en daarmee één van de nieuwe parels van New York – ik vergat schromelijk jullie daarover al eerder te vertellen. Dat maken we nog goed.). Antwerpen blies met z’n Park Spoor Noord een verpauperde buurt nieuw leven in en Utrecht opende niet lang geleden z’n Oosterspoorpark.

Ja, er is nog leven na de dwarsliggers.

De vernaculaire straat

lubeck-vernaculaire-mobiliteit-1

De laatste jaren kenden we een kleine tsunami aan nieuwe woorden om een ‘mensvriendelijke’ straat aan te duiden. Het begon met de ‘speelstraten’ van Steve Stevaert. In 2013 kwamen de Gentse ‘leefstraten’ en daarna volgde Antwerpen met ‘tuinstraten’ en ‘toekomststraten’. Recent pakte Rotterdam uit met een ‘droomstraten’-project.

Au fond dienen ze allemaal hetzelfde doel: de herontdekking van eenvoudige, ooit vanzelfsprekende concepten als ‘woonstraten’ of ‘woonerven’. Kennelijk is onze kennis en ervaring door de invasie van de auto tot in de fijnste poriën van de stad zo grondig uitgewist dat we ze nu opnieuw moeten verwerven. Voorzichtig, in de tijd beperkt, proberen we ons weer in te beelden dat een straat ook voor andere dingen kan dienen dan om blik te stallen of de doorstroming te dienen.

Zoals elk afkickproces blijkt ook dit er één van lange adem te zijn. Nochtans: het is ni moeilijk, het is gemakkelijk. Laat de auto weg en binnen de kortste keren nemen mensen opnieuw bezit van de straat. Zonder dat er ingenieus ontwerpwerk aan te pas moet komen, zelfs zonder dat er grote participatieprojecten moeten uit de grond gestampt. De straat organiseert zichzelf, het overleg gebeurt spontaan.

lubeck-vernaculaire-mobiliteit-2

Lübeck, Duitsland

Het resultaat is wat Ivan Illich ‘vernaculair’ zou hebben genoemd: nieuwe (maar op de keper beschouwd meestal oeroude) praktijken van de mensen zelf, in een subtiel samenspel van geven en nemen, van sturen en bijsturen en al doende leren uit fouten die, dankzij de per definitie bescheiden schaal, nooit groot zijn.

Het is de, zoals Nassim Nicholas Taleb opmerkt, in onze maatschappij al te vaak hovaardig aan de kant geveegde praktische wetenschap die dan aan zet komt. Traditioneel ‘moeilijke’ kwesties als het verzamelen en ophalen van afval, de groenvoorziening, de waterhuishouding, de straatverlichting, de versterking van het sociale weefsel (de ‘convivialiteit’ zou Illich hebben gezegd) en de overgang van privé naar publiek worden op de meest natuurlijke manier opgelost – zonder spectaculaire, dure dan wel omslachtige tussenkomsten van juristen of techneuten.

Voor dit alles moet maar één voorwaarde worden vervuld. De straat moet auto-vrij worden. En laat dat nu net een horde zijn die zich niet makkelijk laat nemen. Zo lang de auto de geesten blokkeert, is er nood aan tijdelijke speel-, leef-, toekomst- of droomstraten. Om mensen weer te laten voelen wat ze zijn verloren zonder dat ze het beseften. Noem het stuk voor stuk lessen in gemis.

Maar eenmaal de auto uit de straat gebannen is het verbazend hoeveel ruimte er vrijkomt in de menselijke geest.

Achter de schermen van Mercedes

Geplaatst op

De dingen kunnen soms een vreemde wending nemen.

Steden doen doorgaans hun best om hun onroerend erfgoed zo goed mogelijk te beschermen. Of in ere te herstellen in voorkomend geval. Dat laatste was er dan vaak de oorzaak van dat de mooiste gebouwen soms jarenlang achter stellingen en grijze doeken verdwenen – letterlijk achter de schermen. Zonde, vonden velen. En dus kwamen er doeken met een print die alvast een voorproefje gaf van wat er zou komen. Minder storend in het stadsbeeld en gewoon leuker, positiever, wervender.

Zoals hier bijvoorbeeld, waar het allereerste verkeerslicht ooit, op Potsdamer Platz in Berlijn, tijdens de restauratie een trompe l’oeil-jasje  aangemeten kreeg (wie goed kijkt ziet onder het ronde dak de drie lichten, toen nog in horizontale opstelling).

In restauratie

Marketingjongens vonden dat natuurlijk zonde: zo’n grote, zichtbare oppervlakken die monumenten vaak kunnen bieden, niet benutten voor publiciteitsdoeleinden? Tssss!

De monumentenwereld van haar kant reageerde vooral afwijzend op de oneerbare voorstellen van de moneymakers. Eerbiedwaardige, vaak symbolisch zwaar beladen monumenten reduceer je toch niet zomaar tot billboards voor vaak dubieuze producten?

Maar het moet zijn dat besparingen op restauratiebudgetten de monumentenzorgers tot wat meer pragmatisme dwingen, want kijk wat er recent op het Antwerpse Zuid verscheen:

Mercedesreclame 1

Het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in restauratie liet zich domweg vermommen in een pitlane voor Mercedessportwagens.

Het resultaat is in meer dan één opzicht bevreemdend. Behalve het onmiskenbaar surrealistische effect, is er vooral het effect dat één van de potentieel mooiste plekken van de Scheldestad zichzelf degradeerde tot een blinde gevel met garagepoorten – zeg maar uitgerekend zo’n stadszicht dat stedelijke overheden met hun vergunningenbeleid proberen te voorkomen.

Mercedesreclame4

Maar misschien leg ik wel op te veel slakken zout.

Uiteindelijk staan er al jarenlang twee 2pk’s bovenop het dak van het museum.

En heeft daar ooit iemand over geklaagd?

Tweepk

En daarmee PASTA

Tandpasta-001

Wat heeft tandpasta te maken met mobiliteit? Wie het wil weten zal eens naar één van mijn lezingen moeten komen.

Wat PASTA in het algemeen met mobiliteit van doen heeft, dat kan ik al wél vertellen. Gewoon, omdat ik al lang nog eens het woord ‘acroniem’ wou gebruiken en de gelegenheid zich nu voordoet. PASTA is het acroniem van ‘Physical Activity through Sustainable Transport Approaches’. Soms zou een mens willen dat het mobiliteitsbeleid even creatief was als de namen van de onderzoeksprojecten.

In mensentaal gaat het erover dat wetenschappers gedurende vier jaar willen nagaan hoe het zit met de link tussen fysieke activiteit enerzijds en mobiliteitsgedrag anderzijds in zeven Europese steden: Barcelona, Londen, Örebrö, Rome,Wenen, Zürich en (provincie) Antwerpen.

Daarvoor zijn de onderzoekers op zoek naar 2000 proefkonijnen (voetgangers, fietsers openbaar vervoer-gebruikers, carpoolers, automobilisten) in en rond elk van deze steden. Dat hoeven niet allemaal lezers van deze blog te zijn. Enkele zijn al voldoende om de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek tot schrikbarende hoogten te stuwen.

Vandaar deze oproep aan de lezers uit de provincie (!) Antwerpen om zich kandidaat te stellen. (ja, lezers uit één van de andere steden zijn ook welkom, maar ik ga er even van uit dat ze minder goed vertegenwoordigd zijn)

Geïnteresseerden surfen vlotjes naar Pasta (en klikken op ‘Midden-Brabant’) waar ze een vragenlijst invullen over hun verplaatsingsgedrag en hun fysieke activiteit (wat, er weze aan herinnerd, voor automobilisten twee heel verschillende dingen zijn).

Mensen die er klaar voor zijn de waarheid onder ogen te zien, kunnen zich ook kandidaat stellen voor een experiment waarbij ze de eigen blootstelling aan luchtvervuiling meten. Deelnemers maken naar verluidt kans op een mooie prijs, maar bijdragen tot de vooruitgang van de wetenschap zou natuurlijk voldoende moeten zijn als motivatie. En daarmee pasta.

Smakelijk!

Eerbetoon aan Dries Jageneau

IMG_7454

Kent u Dries Jageneau? Ik vrees dat de kans klein is. Eerlijk gezegd heb ik de man zelf maar één keer ontmoet, kort voor zijn voortijdige dood in 1995. En toen had ik geen idee wie de man eigenlijk was. Pas later vernam ik dat hij een voorloper was in het mobiliteitsdenken in dit land. Letterlijk soms: hij voerde ooit actie tegen op het zebrapad geparkeerde auto’s door er gewoon overheen te lopen.

De man schreef ook geschiedenis met de eerste acties voor autovrije pleinen in Antwerpen. Dat was in juni 1968. Dries maakte deel uit van de Vrije Actiegroep Antwerpen (VAGA), een licht anarchistisch kunstenaarscollectief. Dat was niet echt vanzelfsprekend, want Dries werkte als ambtenaar-architect voor ’t stad.

De groep besliste op een zaterdag om de automobilisten die op het Conscienceplein kwamen parkeren in de kleine straatjes er naartoe tegen te houden. Met overredingskracht en door op straat te gaan zitten lukte dat. Tot de politie op het toneel verscheen en de actie beperkt moest worden tot het uitdelen van pamfletten.

Een week later wilden de activisten hun actie herhalen. Maar dat was opnieuw buiten de arm der wet gerekend. Die had namelijk een tegenactie opgezet en de nabijgelegen Wolstraat voor het verkeer afgesloten. Daardoor werd het autoverkeer gestuurd over uitgerekend het plein dat de actievoerders autovrij wilden maken. Een streep door de rekening, zo leek het wel.  Tot er in de file een vrachtwagen verscheen. De bestuurder, ene Ludo Loose, vroeg de politie of hij even zijn lading mocht lossen.

Jawel, dat mocht. Dus werden de ijsblokken, die zouden moeten dienen voor de koeling van de eetwaren in een restaurantje vlakbij, gelost en op de volle breedte van het smalle straatje gestapeld. Merkwaardig genoeg staken de actievoerders ongevraagd een handje toe. Onder hen onder meer Dries Jageneau en ene Panamarenko.

Maar ook het weer hielp mee. Door de zomerse temperatuur (we schrijven juni) smolten de gestapelde ijsblokken aan elkaar en vormden in geen tijd een ‘natuurlijke’ barrière tegen het autoverkeer.

Toeval? Absoluut niet. De chauffeur van de vrachtwagen was Ludo Loose, militant van de Communistische Partij. Hij was de bedenker van het creatief complot. Hij werd opgepakt en kon, zo vertelt Wybrand Ganzevoort in een interview met Taana Peeters, over de boordradio volgende conversatie horen:

‘Hier actie Conscienceplein. Het verkeer kan niet meer langs het pleintje omgeleid worden. Kunnen wij de Wolstraat weer openstellen?’
‘Hoezo, waarom?’
‘Er ligt ijs in het straatje en er kunnen geen auto’s meer door.’
‘Wat, ijs in juli?’
‘Ja, ijsblokken.’
‘Leg die dan opzij.’
‘Hm. Dat kan niet. Dat is niet mogelijk.’
‘Hoezo, niet mogelijk?’
‘De blokken zijn aaneengesmolten.’

Niet veel later werd het Conscienceplein effectief autovrij en heraangelegd op basis van een ontwerp van…  Dries Jageneau.

Ganzevoort weet nog te melden dat burgemeester Craeybeckx (die van de tunnel, jawel) de actie toegejuicht had en dat hetzelfde gold voor de hoofdcommissaris van politie. Beiden zagen het protest als het begin van de broodnodige sanering van de Antwerpse binnenstad.

Enfin, aan dit alles moest ik denken bij het zien van het tafereel hierboven. Met onverklaarbaar heimwee, want ik was er niet bij.

* Voor het volledige interview, zie https://sites.google.com/site/belgiumishappening/home/interviews/wybrand-ganzevoort-t-peeters-2009

Werp eens een blik op de stad

In mei hing er nog een icoontje dat mensen op het geldende rookverbod wees.

Wie vandaag van het panorama vanop het Antwerpse Museum Aan de Stroom gaat genieten, merkt dat men blijkbaar tot andere inzichten is gekomen. Rokers zijn geen probleem meer, wel mensen die de uitdrukking ‘een blik werpen op de stad’ kennelijk te letterlijk opvatten…

IMG_5439

 

Zie ook vorige berichten over het MAS: https://deanderekrispeeters.wordpress.com/tag/mas/