RSS feed

Tagarchief: voorruitperspectief

Maar niet voor vandaag…

Geplaatst op
ruimtevoormorgen

Credits: Dimitri Pellens

 

Advertenties

Beleidsarmoede

Gisteren was het weer van dat. De nieuwste file-indicatoren werden gepubliceerd. Surprise: we stonden met z’n allen weer langer in de file dan ooit tevoren.

Pardon? Lees de vorige zin nog eens. Stonden we écht met zijn allen in de file? Natuurlijk niet.

Sommige mensen stonden dagelijks in de file. Dat waren degenen die de afweging maakten en concludeerden dat de lusten van de file opwegen tegen de lasten – anders hadden ze al wel de trein en/of de fiets genomen, waren ze verhuisd of hadden ze een andere job gezocht.

Andere mensen, nog steeds een meerderheid, stonden niet dagelijks in de file. Dat waren de gelegenheidsdeelnemers, zoals uw dienaar. Die hebben af en toe eens pech, wanneer een vrachtwagen met siliconen kantelt of een snelheidsduivel besluit door de middenberm te gaan.

Daarnaast zijn er de mensen die eigenlijk wat graag in de file zouden staan, maar er niet de kans voor krijgen. Wegens geen auto (partner weg met de gezinsauto, auto te duur, te oud of te jong om te rijden, een beperking of gewoon morele bezwaren): meer dan de helft van de Belgische bevolking herkent zich daarin, want er is ongeveer 1 auto voor elke twee Belgen én de auto’s zijn ongelijk over de bevolking verdeeld. Die mensen zijn aangewezen op te voet gaan, fietsen of het openbaar vervoer.

Dat lukt niet altijd. Omdat, door de metastase die bij ons ‘ruimtelijke ordening’ heet, de af te leggen afstanden naar de verschillende functies te groot zijn geworden om fiets- of wandelbaar te zijn. Of omdat fietsen of te voet gaan op de af te leggen trajecten te gevaarlijk zijn geworden: dat is het geval voor nogal wat volwassenen en dus nog méér voor heel veel kinderen. De autonomie van kinderen – lees: de actieradius waarin kinderen zich zelfstandig kunnen en mogen verplaatsen – is de voorbije generaties gestaag afgenomen. Geen wonder dat de minister kan uitpakken met minder dode kinderen op de weg: ze zitten binnen te versuikeren tot diabetespatiënten. Als de risico-expositie minder is, is het nogal wiedes dat er minder ongevallen gebeuren. Het betekent niet dat het verkeer veiliger is geworden voor kinderen.

Idem dito voor ouderen en mensen met een handicap. Die zijn vaak aangewezen op openbaar vervoer dat er steeds vaker niet is. Niet op het traject waar het nodig is. Of wel op het traject dat nodig is, maar niet wanneer het nodig is. Dat komt natuurlijk door de besparingen en de prioriteiten die moeten worden gesteld. Maar zelfs als de bus of de trein wél rijdt garandeert dat nog geen mobiliteit: amper 10% van de bus- en tramhaltes in het welstellende Vlaanderen is toegankelijk voor personen met een motorische beperking. 26% is toegankelijk met assistentie. (Bron: Bart Van Moerkerke, Naar meer toegankelijke bus- en tramhaltes, in: Lokaal, december 2017)

Met assistentie, dat wil zeggen dat mensen 24 uur op voorhand voor ‘bijstand’  moeten bedelen. Mijn openbaar vervoer, mijn onvrijheid.

File (1)

Krijgt u hier ook de tranen van in de ogen?

Laat ons wel wezen: is de facto verstoken zijn van autonome mobiliteit niet van een lichtjes andere orde dan gepamperd in een (als het even meezit door ons allen meegesubsidieerde) luxekooi wat langer doen over zijn verplaatsing dan idealiter zou kunnen?

En toch krijgt mobiliteitsarmoede nauwelijks media-aandacht. En ‘dus’ wordt mobiliteitsarmoede al gauw beleidsarmoede. Een zichtbare file is nu eenmaal makkelijker te problematiseren dan een onzichtbare wachtrij.

Dan krijg je een minister van mobiliteit die van het luxeprobleem een topprioriteit maakt en trots tweet dat de ‘recordfiles’ te lijf worden gegaan met ‘recordinvesteringen’.

Vooral in extra wegcapaciteit, zo blijkt. Asfalt is opium van het chauffeursvolk. Ben Weyts is een marxist in het diepst van zijn gedachten. Daar getuigt ook zijn warme solidariteit met de zwaksten in het verkeer van: “Ik laat de chauffeur niet koudweg in de steek,” zegt hij in zijn persmededeling. Wat hij dus wél doet met de niet-chauffeur die aangewezen is op wat nog altijd ‘de alternatieven’ heet. Versta: de auto is de norm, al de rest is facultatief.

Maar de minister, we weten het intussen, is er één van het én-én-verhaal: “Bedoeling is om meer chauffeurs te verleiden om de auto te ruilen voor bijvoorbeeld de fiets.”

Voor mobiliteitsexperts is het een raadsel hoe je chauffeurs verleidt tot niet-rijden door hen het rijden makkelijker te maken. Maar mobiliteitsexperts zijn natuurlijk wereldvreemd en activistisch. In plaats van ‘fundamentele filewetten’ uit hun duim te zuigen zouden ze zich beter bezig houden met berekeningen hoe verwaarloosbaar de impact is van nog een shoppingcentrum of verkaveling in de wei.

Intussen gaat de oorlog op de weg gewoon verder. Stilstand is geen bestand. Vorige week zweeg de minister toen de directeur-generaal van AWV, Tom Roelants, in een interview mensenlevens afwoog tegen kwade mails over een gebrek aan doorstroming. Nu kondigt hij kort-op-de-bal een ‘nieuw wegenwerkenoffensief’ aan.

De mobiliteitsarmen mogen zich gelukkig prijzen, het ziet er niet naar uit dat ze de eerstvolgende jaren zullen worden gemobiliseerd.

 

Omkering

Geplaatst op

Dat heb je met actieve weggebruikers: ze krijgen het al snel hoog in hun bol.

Geef je ze een eigen bedding waar geen auto’s mogen komen, dan gaan ze direct denken dat de hele wereld van hen is.

Dus kan je ze maar beter met beide voetjes terug op de grond zetten als ze weer in de ‘normale’ wereld komen. Ook al betreft het een aansluiting op een doodlopende straat met uitsluitend bestemmingsverkeer: voorrang afgeven.

Knoop het goed in je oren: voelde je je eventjes zo vrij als een vogel, vanaf hier ben je weer vogelvrij!

IMG_0260

Dikke fout

Geplaatst op

Dat we in rare tijden leven, zeg ik u. De ene dag is het van responsabilisering hier en voor-wat-hoort-wat ginder. De volgende dag barsten we van clementie en is vergevingsgezindheid de weg die we moeten gaan. In het mobiliteitsbeleid komt dat er nogal eens op neer dat de responsabilisering vooral gereserveerd is voor de meest kwetsbaren die de risico’s lopen en de vergevingsgezindheid voor de sterken die de risico’s creëren.

De mededeling van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) dat het in de toekomst alleen nog dunne boompjes langs zijn wegen zou planten, was daarvan een zoveelste illustratie.

Ik krabde mijn kruin en schreef er een stukje over dat vandaag in De Standaard verscheen. Alfabeten die het Nederlands machtig zijn kunnen het hier lezen.

dikke-800

En intussen kwam er (massale) reactie “vanuit het veld”: inleiding en open brief aan de minister vind je hier.

Geen ongeval in Kasterlee, wel doden en zwaargewonden

Geplaatst op
kruisterlee-800In Kasterlee is een zwaar ongeval gebeurd. Zo wordt het vandaag gecommuniceerd. Zo zal het morgen ook in de kranten staan.
Fake news, want het is geen ongeval: het is het gevolg van keuzes die werden gemaakt. Of net niet worden gemaakt. Door het en-en-verhaal waar minister Weyts vandaag weer mee uitpakte toen hij ging spreken bij Voka. ‘En-en’ is een populair riedeltje, want het geeft de indruk dat, bijvoorbeeld, hoge snelheden voor auto’s en veiligheid voor fietsers en voetgangers te combineren zijn.
Daardoor krijg je een administratie die de kool en de geit wil sparen en zich verschanst achter ‘bijkomend onderzoek’. Intussen verschrompelt de kool en sterft de geit. Vandaag mogen we die beeldspraak concreet vertalen in “zeker” twee dode en drie zwaar gewonde fietsers. Pro memorie: 80% van de zwaargewonden herstelt nooit meer helemaal.  En elk van die slachtoffers heeft familie en vrienden die natuurlijk ook slachtoffer zijn – rouw, pijn, verdriet, een leven dat ingrijpend zal veranderen omdat partners, vaders, moeders, broers en zussen voor de rest van hun leven afhankelijk zijn geworden van de steun van anderen.
IMG_4305
Op het web lees ik dat de waarnemend burgemeester van Kasterlee opmerkt dat het ongeval (sic) gebeurde op “een cruciale oversteekplaats voor het lokale fietsroutenetwerk. Fietsers moeten daar echter een tweevaksbaan oversteken waar het verkeer 90 kilometer per uur mag rijden. We zijn als gemeente dan ook al langer vragende partij om er verkeerslichten te plaatsen. Het Agentschap Wegen en Verkeer onderzoekt momenteel de opties, maar jammer genoeg komt dat te laat voor de betrokkenen van dit ongeval.”
Laat het even doordringen: de gemeente is al langer vragende partij voor verkeerslichten; de administratie onderzoekt momenteel de opties.
Intrigerende vraag: welke zijn dan wel de opties? Niks doen, opdat het autoverkeer gewoon kan verder razen? 90-70-90-70. Een spel van versnellen en weer vertragen, want de snelheidsbeperkingen op de bewuste weg zijn bedacht door iemand die in z’n jeugd graag met een jojo speelde. Of toch iets doen? Verkeerslichten aanbrengen kost tijd en geld. In afwachting daarvan had men de snelheidslimiet al kunnen aanpassen. Kost een paar borden, meer niet.
70-70-70-70. Een geleidelijke snelheid zorgt voor veiliger verkeer, minder uitstoot, minder lawaai – geen detail want op het bewuste stuk wordt geëxperimenteerd met soorten asfalt en hun geluidseffect.
Verkeerslichten kosten overigens niet eens zoveel tijd en geld. Ze zijn het veel goedkopere alternatief voor wat op punten als deze de keuze zou moeten zijn: een ongelijkgrondse kruising.
Nu vandaag minstens een deel van de onderzoeksvragen van de administratie een antwoord hebben gekregen, is er een nieuw onderzoek gestart: dat naar de precieze oorzaak van het ongeval.
Het wrange is dat dit tweede onderzoek het eerste wellicht nog zal vertragen: want nu verkeerslichten zetten, kan door verzekeringsmaatschappijen en advocaten geïnterpreteerd worden als een schuldbekentenis. En dat is wel het laatste wat de wegbeheerder en z’n verantwoordelijke minister willen.

Intussen gaat het kromdenken van het voorruitperspectief gewoon verder. Ik citeer verder uit het webartikel: “Het verkeer vanuit Turnhout naar Kasterlee of Geel wordt gevraagd om te rijden via Retie (E34), vanuit Geel naar Turnhout is er een lokale omleiding langs Retie en Lichtaart.” “Het” verkeer? Fietsers worden dus opgeroepen om voorlopig even de E34 te nemen. Of bedoelt men met “het” verkeer alleen het autoverkeer?

Laat dat precies de fout zijn die de ingenieurs die deze weg ontwierpen destijds maakten.

Over schuinsmarcheren in Berlijn, Delft en Donostia – San Sebastian

We blijven nog even bij de zebrapaden. De geschiedenis van het verkeer sinds de opkomst van de auto is er één van disciplinering, in de eerste plaats die van de andere weggebruikers. Cru gesteld: de verdwijning van het paard dwong de actieve weggebruikers in het gareel.

Was het schuin oversteken van een kruispunt tot dan de normaalste zaak van de wereld, plots moest dat in ‘hoeken’ gebeuren. Nu is de logica omgekeerd: het heel ‘natuurlijke’ schuine oversteken is nu bijzonder geworden.

Zo bijzonder dat hedendaagse verkeerskundigen in katzwijm vallen wanneer ze er oog in oog mee komen te staan. Dan worden de fototoestellen bovengehaald.

Dat deed ik alvast enkele jaren geleden in Berlijn, bij deze ‘vierkant groen’ vlakbij het vroegere Checkpoint Charlie. De voetgangers hebben er op zeker moment in Alle Richtingen Groen, waardoor de regeling af en toe in de literatuur ook wel eens onder het verschrikkelijke acroniem ‘ARG’ opduikt – niet te verwarren met het Antwerpse “(hieël) aarg”.

Berlijn1 657

Bemerk dat de Berlijners hier eenvoudige stippellijnen gebruiken in plaats van zebra’s: nog minder verf en nog minder kans op gladheid dan in Bilbao. Tijdens onze vorige studiereis naar Hamburg leidde dit tot het Grote Zebrapadendebat

Die brave Pruisen bleken zo gedisciplineerd dat ze ook in deze situatie nog in hoeken bleven oversteken. Vrijheid is een vreemd ding als je er niet aan bent gewend.

Enkele weken geleden kiekte ik de onderstaande variant in Delft. Hier gaat het om een niet-lichtengeregeld kruispunt, waar schuinsmarcheren maar ook ‘schuinsfietsen’ actief worden aangemoedigd met een shared space-inrichting. De basisgedachte: veiligheid door onzekerheid – een moeilijk concept om uit te leggen, maar doorgaans werkt het wel (“Dankzij de risicohomeostase!”, roepen onze studenten nu in koor).

Delft shared space

In Donostia – San Sebastian, met een aandeel van 53% voetgangersverplaatsingen in de modal split allicht één van de best scorende ‘wandelsteden’,  lusten ze er ook pap van. Daar is op enkele belangrijke kruispunten de ‘vierkant groen’ zelfs aangevuld met een ‘diagonaal groen’, want ook die relatie kreeg een verkeerslicht.

Diagonaal groen San Sebastian

In België hebben we ook enkele ‘vierkant groens’ (of zijn het ‘vierkanten groen’?), maar ik vermeld ze maar even niet met naam en toenaam. Strikt genomen zijn ze niet legaal. Ook hier steekt de wegcode weer stokken in de wielen: 61.3.2. Wanneer de verkeerslichten op een kruispunt geplaatst zijn, mogen het groene of oranjegele licht slechts verschijnen wanneer de rode lichten branden voor het verkeer dat uit de dwarswegen komt.” Groen geven aan de voetgangers in de ene richting terwijl ook voetgangers in de andere richting groen hebben kan dus niet – een onbedoeld gevolg van het impliciete voorruitperspectief dat veel regels in onze wegcode parten speelt.

Wie legaal dwars over een kruispunt wil kunnen lopen, moet ook een beetje dwars kunnen denken.

Of hoe iets perfect logisch kan lijken, maar het bij nader inzien helemaal niet is.

Leermoment

Het is in de mobiliteit niet anders dan in andere beleidsdomeinen. Maatregelen bedoeld om een probleem op te lossen hebben vrijwel altijd neveneffecten. Soms zijn het prettige neveneffecten, soms onschuldige, af en toe levensbedreigende. Die laatste komen in het domein van de mobiliteit waarschijnlijk meer voor dan elders.

Een voorbeeldje. Een aantal jaar geleden stelde men vast dat ter hoogte van een aantal afritten op de E313 veel ongevallen gebeurden. Kop-staart-botsingen, om precies te zijn. Ze waren het gevolg van wachtrijen op de afritten die zich uitstrekten tot op de snelweg. Dat wil je natuurlijk niet en dus gaf toenmalig minister voor mobiliteit Crevits de opdracht om de probleemafritten onder handen te nemen. Ze werden verlengd en de doorstroming naar het onderliggende wegennet werd verbeterd. Dat gebeurde onder meer in Olen. Er kwamen verkeerslichten, waardoor het verkeer dat de autostrade verlaat voortaan zeker is van af en toe een hiaat in de verkeersstroom. Beoogd resultaat: minder file-opbouw en dus ook minder kop-staart-botsingen op de snelweg.

Voor zover ik weet, is dat doel bereikt. Alleen: precies om die file-opbouw te vermijden, werd ervoor gekozen om de afrit buiten de verkeerslichtenregeling te houden. Op die manier kan het afrijdende verkeer niet alleen profiteren van hiaten bij rood, maar ook van toevallige hiaten bij groen.

Jammer maar helaas. De Administratie Wegen en Verkeer maakte een fout die ze wel eens meer maakt. Ze vergat dat er ook zoiets als fietsers bestaat. Het STOP-principe is, hoewel een jaar of veertien geleden decretaal vastgelegd, bij AWV nog steeds niet doorgedrongen tot de bedrijfscultuur. Het voorruitperspectief is er nog altijd dominant.

En dus kon het gebeuren dat ter hoogte van de snelwegafrit in Olen fietsers nietsvermoedend door het groen rijden en daarbij gesneden worden door auto- en vrachtwagenverkeer.

Afrit Olen (2)

Groen voor (o.m.) de fietsers rechtdoor. De grijze wagen komt buiten de verkeerslichtenregeling opgereden.

Dat oprijdende verkeer moet natuurlijk wel voorrang verlenen, zo gek zijn ze bij AWV nu ook weer niet, maar je weet hoe dat gaat met chauffeurs die nog in een Autobahntrance verkeren en het bestaan van fietsers en voetgangers zijn vergeten…

Het was dus wachten tot het zo ver zou zijn. En jawel, tijdens een warme zomernacht in 2015, cynisch genoeg de Vlaamse feestdag,  fietste een 24-jarige nietsvermoedend door het groen. Hij werd geschept door een zware truck. Letterlijk over het hoofd gezien: de dodehoek vooraan, we hebben het er recent nog over gehad. De jongeman bekocht het met zijn leven.

Afrit Olen

Saillant detail: het kruisje stond eerst dichter bij het kruispunt. Het werd verplaatst omdat het er af en toe aangereden werd.

Het onbedoelde neveneffect leidde dus tot een fataal falen. Een mens zou denken: zoiets genereert een leermoment voor de wegbeheerder, een aanleiding om de zaak eens te herbekijken. Voor de jongeman is het te laat, maar het zou z’n dood nog enige zin geven. Noem het een vorm van postuum respect.

Helaas. Straks zijn we twee jaar verder en behalve dat er een bermmonumentje is bij gekomen, ziet het kruispunt er nog hetzelfde uit als toen. Door nalatigheid? Door de tergende traagheid van de besluitvorming? Uit schrik dat een wijziging aan de verkeerssituatie geïnterpreteerd zou worden als een schuldbekentenis van de wegbeheerder? Ik weet het niet.

Ik stel slechts vast dat het neveneffect nog steeds bestaat en loert op een volgend slachtoffer. Dit is alleen mogelijk in een maatschappij die dodelijke crashes beschouwt als ‘ongelukken’, genre ‘op het verkeerde moment op de verkeerde plaats’ of ‘het noodlot’, en ze dus niet te baat neemt om er lering uit te trekken.

Is het zo’n absurd idee dat onze overheid elk zwaar ongeval voortaan zou beschouwen als een potentieel leermoment en er een gedegen analyse op los zou laten: hoe is dit kunnen gebeuren, hoe kunnen we herhaling voorkomen?

Het zou al raar moeten uitpakken mocht het niet helpen om de sprong te maken van Zero Vision naar Vision Zero.