RSS feed

Tagarchief: parkeren

De Praagse zomer

Geplaatst op

Dat het eventjes heel stil was op deze blog, had natuurlijk zijn redenen. Ik was er even tussenuit. Naar Praag, de hoofdstad van Tsjechië.

Aan bijnamen voor deze parel geen gebrek: de gouden stad, de stad van de 100 torens, het moedertje met haar klauwen dat je niet loslaat (Kafka)… Voor mij is vooral de laatste van toepassing. Ik was er als tiener met mijn ouders (1979), als student met een ontluikend politiek bewustzijn (1986), als jongeman op huwelijksreis (1993) en nu, met een kroost met aanhang, als jonge oudere. De conclusie: zowel de stad als ikzelf zijn veranderd, maar we houden nog altijd van elkaar. In die zin was Praag als bestemming voor onze huwelijksreis destijds een visionaire metafoor.

En toch – hoe gaat dat met ouder wordende mensen – betrapte ik mezelf er op vooral te zoeken naar wat gebleven is.

Om te beginnen de Moldau. Met op de achtergrond nu eens hoorbaar maar meestal stilgezwegen de soundtrack van Smetana, stroomt de rivier er nog altijd in al haar trage pracht, zij het, na de Grote Overstroming van 2002, beter bedwongen.

Paradoxaal genoeg gebeurt dat door haar meer haar gang te laten gaan: de randen van de stad zijn nu zo aangelegd dat ze probleemloos overstroombaar zijn. Dat heeft een aanzienlijke winst aan menselijk leven aan de waterkant opgeleverd. Er zijn nu stranden, kaaien met kraampjes op, terrassen, boten met horecavoorzieningen en publieke ruimte waar dag en nacht geflaneerd kan worden. Ook Praag is nu een volwaardige stad aan de stroom.

Voorts, om het nog even vloeibaar te houden, het bier. Duurder nu, maar nog steeds in overvloed. Idem dito voor de rokers: nog altijd oververtegenwoordigd, al zijn ze ook hier uit de cafés en restaurants gedreven, waardoor sommige etablissementen alleen betreedbaar zijn doorheen een rookgordijn.

Praag deel 1 (1501)

Verder de oude gebouwen, ooit vaal en gehuld in grijs en oker, nu vaak gerestaureerd in frisse kleuren, soms aangevuld met nieuwe architectuur of graffiti. De afbladderende muren van weleer vind je alleen nog in de buitenwijken of aan de achterkanten. De grootschaligheid van de staat van weleer is vervangen door die van de projectontwikkelaars. De belletjes aan de deuren zijn er nog, maar kenners kunnen er de gentrificatie van aflezen.

De commerciële logica heeft uiteindelijk het antwoord geleverd waarnaar de heersers van de stad eeuwenlang op zoek waren. Uitgerekend in het Gouden Straatje, waar ooit de alchemisten koortsachtig experimenteerden, is dat het duidelijkst: de toegang is er niet langer gratis, waardoor vijftien armzalige huisjes nu de facto leem veranderen in goud.

Ook gebleven: de leuzen en de slogans. Ooit riepen ze op om meer te produceren, tegenwoordig om meer te consumeren. Hier en daar valt de boodschap nog in dovemansoren: nieuw in het straatbeeld zijn de daklozen en de bedelaars, al zijn de bruggen waaronder ze slapen wel mooier geworden. De gemiddelde levensstandaard is opgetrokken, maar de uitersten zijn opgerokken.

Praag deel 1 (20)

“Waar woon jij?” “In de deur van de nieuwe Mercedes.”

Tot slot het grootste verschil met 25 jaar geleden: de ruimte die Koning Auto inneemt. Naarmate de auto gedemocratiseerd werd, werd de ruimte gemonopoliseerd – vooral voor stilstaand blik.

Haaks parkeren en trottoirparkeren zijn de nieuwe norm geworden. Al merken we ook hier dat de ‘Car Peak’ stilaan is bereikt. Autovrije voetgangerszones breiden uit en de auto keert langzaam maar zeker terug naar wat hij 120 jaar geleden was: een aardig stukje speelgoed.

Daarover zal ik het een volgende keer hebben.

Advertenties

Deze week in de aanbieding: flexibiliteit

Klimmers

Zoals de naam ‘Carrefour’ terecht suggereert, heeft het door deze supermarktketen aangekondigde ontslag van 1233 werknemers alles te maken met mobiliteit.

Dat komt om te beginnen door ons evoluerende koopgedrag.  Wat bij Bol.com en andere Amazons gekocht wordt kan natuurlijk niet meer bij Carrefour of in de wijkspar worden gekocht. Met een boutade: enkele klikken van de muis en er komt geen kat meer naar de winkel.

Voor veel economen is het geen reden tot mededogen. Al die rekkenvullers en kassiersters moeten maar bestelwagens gaan laden. Of ermee gaan rijden. Of aan pickordering gaan doen. Tot de volautomatische robots het van hen overnemen dan toch, parce qu’une disruption peut en cacher une autre. Economen hebben geen tijd voor sentiment. Zij zijn het soort mensen dat altijd aan de kant van de geschiedenis staat. Zelfs als dat soms rare bokkesprongen vereist. Flexibiliteit heet dat.

Wat is, is. Sterker nog: wat is, is onvermijdelijk. Of dat dan gewenst of wenselijk is, doet er dan niet toe. E-commerce bestaat nu eenmaal en omdat het bestaat moeten we het omarmen. Winsten zijn maakbaar, de werkelijkheid niet. Die moeten we dus ondergaan. Het is aanpassen of opkrassen. En als het management te laat beslist om aan te passen: aanpassen én opkrassen.

Wie dan empathie toont voor wie het gelag betaalt, wordt weggezet als een Gutmensch wiens goede bedoelingen recht naar de afgrond leiden. In het carambolische politieke discours van vandaag is sociaal zijn pas écht asociaal zijn, want bezorgdheid verraadt gebrek aan vertrouwen en we weten wat de beurzen daarmee doen: ze straffen het af en dan zijn we nog verder van huis.

Dus in naam van het sociale: laat ons kiezen voor de korte pijn. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Negeer de opgehouden hand van de met ontslag bedreigde werknemers. De enige hand die telt is de onzichtbare. Negeer het zelfbeklag en vertel de werknemers eerlijk dat het zondagswerk in de supermarkt nu is ingehaald door de 24uurseconomie. Die vereist nachtwerk en een hoger werkritme en, in naam van de competitiviteit, lagere uurlonen en meer flexibiliteit. Eerlijkheid duurt het langst en meevoelend zijn verglijdt al snel in pamperen, dat kan elke baby u vertellen (gesteld dat baby’s konden spreken).

Eerlijk waar, ik was onder de indruk van dit plotse vermogen van onze economen om niet alleen op lange termijn te denken, maar ook nog eens op het  niveau van het grotere geheel –  zo los, zeg maar, van het hier en nu en van de particuliere belangetjes van wat individuen. Ik was trouwens niet alleen onder de indruk. Ik was ook verrast.

Dat vermogen heb ik immers steevast gemist toen het ging over de implementatie van lang van tevoren aangekondigde mobiliteits- en circulatieplannen in steden en gemeenten. Daar waren het niet de langere termijn en de grotere gemeenschap die prevaleerden. Daar ging het over het lot van individuele winkeliers die (misschien) zouden moeten opkrassen, omdat ze weigerden blijk te geven van de hun toegedichte creativiteit en zin voor innovatie en halsstarrig vasthielden aan hun voorbijgestreefde businessmodel van runshopping.

De ene ‘creatieve vernietiging’ is blijkbaar de andere niet en met de begrippen ‘flexibiliteit’ en ‘innovatie’ kan naar hartenlust worden geschoven. Nu eens zijn ze het recht van de werkgevers, dan weer de plicht van de werknemers of de overheid.

Het doet ook denken aan de selectieve verontwaardiging wanneer het concept ‘gratis’ op tafel komt. Zoals “de Jane Jacobs van het parkeerbeleid” (Jeff Speck), Donald Shoup, opmerkt: ‘random’ gratis parking uitdelen aan wie lang genoeg blokjes om rijdt is niet rechtvaardiger én even contraproductief als gratis elektriciteit of water verstrekken aan wie toevallig voorbijkomt.

Flexibiliteit. Vooralsnog is het vooral een handige eigenschap voor geesten die het status-quo in de verdeling – weze het die van macht, van rijkdom of van ruimte – heel genegen zijn.

 

De stad van de overmaat

De maat van The Big Apple is die van de overmaat, van in het (dus niet zo) kleine tot in het (heel heel) grote. Hoogbouw wordt, in velerlei opzichten overbodig, de hemel ingeprezen omdat het bij zou dragen aan een zuinig ruimtegebruik. Maar wie naar New York kijkt, kan er niet omheen: er wordt daar met ruimte gemorst bij het leven.

IMG_0155 (2)

Niet alleen zijn er grote delen van de stad waar laagbouw en braakliggende gronden aan de orde van de dag zijn, ook en vooral zijn er de immense oppervlaktes die, niettegenstaande een bijzonder performant openbaar vervoerssysteem (de Subway), opgeofferd worden aan King Car (broertje van King Kong, ook thuis in New York).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Geloof het of niet: straatparkeren is in deze stad nog steeds gratis. De parkeerdruk is echter – maar eigenlijk moet ik zeggen: daardoor – zo hoog dat parkeergarages nog gouden zaken doen.

IMG_1977

Daarnaast zijn er de ruimtevretende Expressways van Robert Moses zaliger die de stad letterlijk aan stukken rijten en ondanks (eigenlijk moet ik zeggen: door) hun enorme spanwijdtes het verkeer niet kunnen slikken.

Tel daarbij dat de meeste auto’s en vrachtwagens ‘oversized’ zijn en je komt aan hectaren en hectaren asfalt en beton die handen vol geld kosten in aanleg en onderhoud.

Het mag dus geen verwondering wekken dat ze in zo’n lamentabele toestand verkeren dat wij Belgen het over een ‘failed state’ zouden hebben. Maar de Amerikanen hebben zich er schijnbaar in geschikt, al zal Trumps verkiezingsbelofte om te investeren in de infrastructuur van het land hier en daar wel in goede aarde zijn gevallen. Dat is dan weer tot overmaat van ramp.

Dreigingsniveau 3

Geplaatst op
Inritdefensie

“The car that last parked here is still missing”

Tafereel

Geplaatst op

Zonder Jeep kan je blijkbaar ook buiten de lijntjes parkeren.

Blijft de vraag: komt het door de kleur of door de sjoemelsoftware? Of zijn er nog andere gemeenschappelijke kenmerken?

Wegbeheerders kunnen hoe dan ook concluderen dat investeren in comfortabele parkeerfaciliteiten niet echt noodzakelijk is.

IMG_0382

Blauwe zone

Geplaatst op

In het Kempische carnavalsdorp Herenthout houden ze wel van wat gekheid. Die hoeft niet eens op een stokje. Gewoon op de grond mag ook.

 

Als iets niet mag, kunnen we doorgaans niet genoeg borden hebben om dat duidelijk te maken. Maar om iets toe te laten, hebben we genoeg aan een streep verf.

Ik verwed er mijn hoofd op dat op drukke dagen elke automobilist de lijn zal lezen als een toestemming om op het trottoir te parkeren. De slimsten zullen hoogstens twijfelen: moeten we een parkeerschijf leggen of niet?

Van een stoetersdorp een stoepersdorp maken, dat is zo gesmurft. In beide gevallen is het een kwestie van over de schreef gaan.

Bordenzone

zone-30-verboden-te-parkerenWe kennen allemaal het fenomeen: mensen vinden dat er te snel wordt gereden in hun straat en dezelfde mensen vinden dat het in andere straten niet snel genoeg vooruit gaat. Voor politici een haast onmogelijke opdracht om dan iedereen tevreden te stellen.

“Haast”, want de creativiteit van politici wordt al te makkelijk onderschat. In mijn gemeente bijvoorbeeld hebben ze er een mooi compromis op gevonden.

Ze bakenen zones 30 af maar zorgen ervoor dat niemand ze ziet. Resultaat: de bewoners hebben hun zones, de bestuurders hebben er geen last van. Iedereen blij. Noem het gerust het ei van Columbus.

In Herentals laten ze de zone 30 beginnen op de meest onlogische en dus ook onverwachte plaatsen: geen aanknopingspunt, geen grens, geen poort, alleen een plompverloren bord dat soms letterlijk schuil gaat achter geparkeerde voertuigen.

Een cynisch mens zou kunnen opmerken: “Gelukkig wordt er niet gecontroleerd door de politie, want dat zou oneerlijk zijn.”

Toch vallen er nog verrassingen te noteren. Pas toen ik thuis mijn foto bekeek, merkte ik de merkwaardige bebording op: een zonebord ‘verboden te parkeren’ met daaronder een bord ‘verboden te parkeren’ met begeleidende pijl.

Intrigerend wel. Wat zou het betekenen? Dat op sommige plaatsen het verbod nog méér geldt dan elders? Of is het fijnzinnige ambtenarenhumor, een postmodernistische knipoog naar de verboden te verbieden-paradox?

Overigens is zo’n zonebord ‘verboden te parkeren’ best wel een goed idee. Het past een mouw aan een domme Belgische regel waar Willy Miermans mij onlangs nog attent op maakte: parkeren is hier (enkele uitzonderingen daargelaten) “overal toegelaten tenzij het uitdrukkelijk verboden is”. Die logica zorgt ervoor dat wij fortuinen uitgeven aan foeilelijke roodblauwe borden in onze dorps- en stadskernen.

Dan hebben de Nederlanders, met hun spreekwoordelijke zuinigheid én nuchterheid, dat beter bekeken: daar is parkeren sowieso “overal verboden behalve waar het uitdrukkelijk toegelaten is.” Misschien is het een ideetje voor onze altoos naar besparingen speurende overheden?