RSS feed

Tagarchief: kinderen

Veilig Vlaanderen

Geplaatst op

Subjectieve en objectieve verkeersveiligheid, het is een moeilijke verhouding. Vooral omdat het niet zo’n eenvoudige is: soms maakt subjectieve verkeersonveiligheid het objectief veiliger, gewoon omdat mensen voorzichtiger worden wanneer ze weten dat iets gevaarlijk is. Omgekeerd kan het gevoel ‘veilig te zijn’ voor het perverse effect zorgen dat het objectief gezien onveiliger wordt.

Op dat mechanisme is het hele ‘shared space’-verhaal gebaseerd. Het is er het succes van, maar ook de achilleshiel. Als pakweg voetgangers en fietsers zich ergens te onveilig voelen, gaan ze wellicht een andere route kiezen. Of niet langer wandelen en fietsen. Waardoor het eindresultaat soms niet méér maar net minder verkeersveiligheid is. Het is dus zaak subjectieve onveiligheid in zo’n dosis aan te bieden dat de objectieve veiligheid gemaximaliseerd wordt.

Los van het voorgaande is de subjectieve onveiligheid over het algemeen wel een goede indicator van het algemene verkeersveiligheidsklimaat. Om die reden peilt de Gemeentemonitor er naar.

Wachtende kinderen

Enkele weken geleden werden de resultaten van de enquête van 2017 voorgesteld. Wat daarin opvalt is dat in de 13 Vlaamse centrumsteden 38% van de respondenten meent ‘dat kinderen zich in hun buurt veilig en zelfstandig kunnen verplaatsen’. Dat is een beleefde manier om te zeggen dat 62% meent dat kinderen dat in hun buurt niet kunnen.

Ik prefereer de tweede formulering, want het is stilaan tijd voor een klets in onze zelfgenoegzame gezichten. Niettegenstaande ik mij van de afgelopen jaren alleen maar persberichten van ministers en stadsbesturen kan herinneren waarin die zeggen dat ze verkeerssituaties ‘veiliger’ maken, wordt het niet beter. Integendeel: het wordt slechter. In vergelijking met de resultaten van 2014 zijn we er voor de centrumsteden 4% op achteruitgegaan. Voor Vlaanderen als geheel is er geen vergelijkingsmateriaal, maar het resultaat van 2017 is nog minder bemoedigend: 67%, twee op de drie dus, oordeelt dat kinderen zich in hun buurt niet veilig en zelfstandig kunnen verplaatsen.

Tel daarbij het feit dat mensen zonder kinderen de situatie nog iets veiliger inschatten dan de mensen mét kinderen en je weet dat we echt wel met een probleem zitten.

Door de manier waarop we onze publieke ruimte en onze mobiliteit organiseren, moeten in deze maatschappij massa’s mensen leven tegen een permanente achtergrond van angst of, als ze de keuze hebben, in een voortdurende modus van ‘beschikbaarheid’ als taxiouder. Dat mag dan ‘leefbaar’ zijn, het is geen leefkwaliteit. Niet voor de ouders en eigenlijk nog minder voor de kinderen die hierdoor geremd worden in hun ontplooiing en beperkt in hun vrijheid. Het is vreemd dat in deze liberale tijden hieraan niet meer aandacht wordt besteed.

Veilig Vlaanderen

Maar er is meer. Als mensen denken dat iets niet veilig kan, kan je van die mensen bezwaarlijk verwachten dat ze dat toch gaan doen. En helemaal niet dat ze het hun kinderen laten doen. Anders gezegd: zo lang de basisvoorwaarde ‘veiligheid’ zowel in haar subjectieve als in haar objectieve variant niet is vervuld, is het onredelijk (en zelfs onethisch) te hopen op een modal shift richting fietsen en te voet gaan.

‘Veilig thuis in een welvarend Vlaanderen’ luidt de campagneslogan van de partij van de Vlaamse minister van mobiliteit. Alvast voorlopig moet die ‘veilig thuis’ dus letterlijk worden opgevat.

Advertenties

Beleidsarmoede

Gisteren was het weer van dat. De nieuwste file-indicatoren werden gepubliceerd. Surprise: we stonden met z’n allen weer langer in de file dan ooit tevoren.

Pardon? Lees de vorige zin nog eens. Stonden we écht met zijn allen in de file? Natuurlijk niet.

Sommige mensen stonden dagelijks in de file. Dat waren degenen die de afweging maakten en concludeerden dat de lusten van de file opwegen tegen de lasten – anders hadden ze al wel de trein en/of de fiets genomen, waren ze verhuisd of hadden ze een andere job gezocht.

Andere mensen, nog steeds een meerderheid, stonden niet dagelijks in de file. Dat waren de gelegenheidsdeelnemers, zoals uw dienaar. Die hebben af en toe eens pech, wanneer een vrachtwagen met siliconen kantelt of een snelheidsduivel besluit door de middenberm te gaan.

Daarnaast zijn er de mensen die eigenlijk wat graag in de file zouden staan, maar er niet de kans voor krijgen. Wegens geen auto (partner weg met de gezinsauto, auto te duur, te oud of te jong om te rijden, een beperking of gewoon morele bezwaren): meer dan de helft van de Belgische bevolking herkent zich daarin, want er is ongeveer 1 auto voor elke twee Belgen én de auto’s zijn ongelijk over de bevolking verdeeld. Die mensen zijn aangewezen op te voet gaan, fietsen of het openbaar vervoer.

Dat lukt niet altijd. Omdat, door de metastase die bij ons ‘ruimtelijke ordening’ heet, de af te leggen afstanden naar de verschillende functies te groot zijn geworden om fiets- of wandelbaar te zijn. Of omdat fietsen of te voet gaan op de af te leggen trajecten te gevaarlijk zijn geworden: dat is het geval voor nogal wat volwassenen en dus nog méér voor heel veel kinderen. De autonomie van kinderen – lees: de actieradius waarin kinderen zich zelfstandig kunnen en mogen verplaatsen – is de voorbije generaties gestaag afgenomen. Geen wonder dat de minister kan uitpakken met minder dode kinderen op de weg: ze zitten binnen te versuikeren tot diabetespatiënten. Als de risico-expositie minder is, is het nogal wiedes dat er minder ongevallen gebeuren. Het betekent niet dat het verkeer veiliger is geworden voor kinderen.

Idem dito voor ouderen en mensen met een handicap. Die zijn vaak aangewezen op openbaar vervoer dat er steeds vaker niet is. Niet op het traject waar het nodig is. Of wel op het traject dat nodig is, maar niet wanneer het nodig is. Dat komt natuurlijk door de besparingen en de prioriteiten die moeten worden gesteld. Maar zelfs als de bus of de trein wél rijdt garandeert dat nog geen mobiliteit: amper 10% van de bus- en tramhaltes in het welstellende Vlaanderen is toegankelijk voor personen met een motorische beperking. 26% is toegankelijk met assistentie. (Bron: Bart Van Moerkerke, Naar meer toegankelijke bus- en tramhaltes, in: Lokaal, december 2017)

Met assistentie, dat wil zeggen dat mensen 24 uur op voorhand voor ‘bijstand’  moeten bedelen. Mijn openbaar vervoer, mijn onvrijheid.

File (1)

Krijgt u hier ook de tranen van in de ogen?

Laat ons wel wezen: is de facto verstoken zijn van autonome mobiliteit niet van een lichtjes andere orde dan gepamperd in een (als het even meezit door ons allen meegesubsidieerde) luxekooi wat langer doen over zijn verplaatsing dan idealiter zou kunnen?

En toch krijgt mobiliteitsarmoede nauwelijks media-aandacht. En ‘dus’ wordt mobiliteitsarmoede al gauw beleidsarmoede. Een zichtbare file is nu eenmaal makkelijker te problematiseren dan een onzichtbare wachtrij.

Dan krijg je een minister van mobiliteit die van het luxeprobleem een topprioriteit maakt en trots tweet dat de ‘recordfiles’ te lijf worden gegaan met ‘recordinvesteringen’.

Vooral in extra wegcapaciteit, zo blijkt. Asfalt is opium van het chauffeursvolk. Ben Weyts is een marxist in het diepst van zijn gedachten. Daar getuigt ook zijn warme solidariteit met de zwaksten in het verkeer van: “Ik laat de chauffeur niet koudweg in de steek,” zegt hij in zijn persmededeling. Wat hij dus wél doet met de niet-chauffeur die aangewezen is op wat nog altijd ‘de alternatieven’ heet. Versta: de auto is de norm, al de rest is facultatief.

Maar de minister, we weten het intussen, is er één van het én-én-verhaal: “Bedoeling is om meer chauffeurs te verleiden om de auto te ruilen voor bijvoorbeeld de fiets.”

Voor mobiliteitsexperts is het een raadsel hoe je chauffeurs verleidt tot niet-rijden door hen het rijden makkelijker te maken. Maar mobiliteitsexperts zijn natuurlijk wereldvreemd en activistisch. In plaats van ‘fundamentele filewetten’ uit hun duim te zuigen zouden ze zich beter bezig houden met berekeningen hoe verwaarloosbaar de impact is van nog een shoppingcentrum of verkaveling in de wei.

Intussen gaat de oorlog op de weg gewoon verder. Stilstand is geen bestand. Vorige week zweeg de minister toen de directeur-generaal van AWV, Tom Roelants, in een interview mensenlevens afwoog tegen kwade mails over een gebrek aan doorstroming. Nu kondigt hij kort-op-de-bal een ‘nieuw wegenwerkenoffensief’ aan.

De mobiliteitsarmen mogen zich gelukkig prijzen, het ziet er niet naar uit dat ze de eerstvolgende jaren zullen worden gemobiliseerd.

 

Da’s Autodenken

IMG_1024

 

In deze tijden wordt graag beweerd dat bizarre gebeurtenissen altijd het gevolg zijn van politiek handelen. Of toch minstens van de overheid. De theorie dat ambtenaren hele dagen bijeen hokken om complotten te smeden tegen de rest van de bevolking lijkt snel terrein te winnen. In zo’n atmosfeer kan het dan al eens gebeuren dat een pleidooi voor meer verkeersveiligheid ontaardt in een gesneer naar witte kassa’s en andere inbreuken op onze vrijheid en privacy.

Daarom hier wat tegengewicht: de bedrijfssector, de privé zeg maar, kan er ook wat van.  Neem nu deze advertentie van Volkswagen. Bij het eerste aanschouwen bekroop mij al het buikgevoel dat hier iets grondig mee mis was. Maar wat precies?

Nadere analyse reveleerde wel wat.

Om te beginnen vloekte het als “cool” bedoelde bericht met mijn empathisch vermogen. “Deze kinderen gaan slecht terecht komen,” zei dat vermogen. En ik ben nog altijd zoveel mens dat ik mij daar dan niet vrolijker van ga voelen. Volkswagen wel, blijkbaar. Volkswagen lijkt te denken dat kinderen ook airbags hebben – een denkfout die autoconstructeurs wel vaker maken.

Dat ik die foto niet zo letterlijk mag nemen, zegt U? Dat is toch wel de bedoeling. Lees de tekst: “Perfect om er met z’n allen op uit te vliegen.” En de kinderen vliegen wel degelijk. Eventjes toch.

In de hoop fotoshop-sporen te ontdekken (die onomstotelijk zouden aantonen dat ik mij verder geen zorgen meer moet maken over die bloedjes van kinderen), bekeek ik de foto nog wat beter. Toen zag ik het plots: het schooltje op de achtergrond.

“Vlieg er eens uit,” moest hier dus begrepen worden als woon-schoolverkeer. De ochtendrit naar school als gezinsuitstap verkopen, daar moet je inderdaad een autofabrikant voor zijn.

Toen drong zich een nieuwe vraag op: waar is de papa, de mama, de chauffeur, wie het ook mag wezen? Niet in de auto alleszins. Zou de kapitein zo moedig zijn geweest eerst te springen? En stond die nu de foto te maken van z’n neersmakkende kleuter? (even gloorde er toch weer wat hoop: zou het kunnen dat die rugboekentas een megaparachute verbergt die op het aller-allerlaatste nippertje grootmoedig opengaat?)

Maar zelfs als dat laatste waar zou zijn, dan nog kon ik niet helemaal gerustgesteld zijn. De school bevindt zich immers aan de overkant: moesten die kinderen, luttele seconden eerder nog gereduceerd tot op de achterbank gestouwde bagage, die barrière nu helemaal alleen klaren?

Mijn angst bleek voorbarig. Verdere analyse van het beeld leerde mij dat de straat leeg was. Er is niemand buiten. Geen ouder te zien, geen kind te zien, geen leerkracht, geen gemachtigd opzichter, geen kat. Niemand.

Opeens wist ik het (ik kon mij wel voor het hoofd slaan, dat het zo lang had moeten duren): dit gezin stond gewoon in de file en de school is al een kwartier geleden begonnen met de de kinderen die te voet en met de fiets kwamen. Of hoe z’n tijd vooruit zijn soms letterlijk waar kan worden.

In stilte dankte ik Volkswagen voor dit bemoedigende inzicht.

Laatste dag van de schoolvakantie

IMG_1090

 

Laatste dag van de kerstvakantie. En dus veel spelende kinderen.

Alleen jammer dat ze binnen moeten zitten.

Hoe gordeldracht ‘kinderspel’ wordt

Veiligheidsgordel (8)-001

We kennen het probleem: nog al te vaak blijken kinderen in de auto de gordel niet te dragen. Een kwestie die het verschil kan maken tussen leven en dood nochtans.

De gordeldracht blijft natuurlijk de verantwoordelijkheid van de ouders, maar waarom zouden we de achtergordels niet een wat speelsere vorm geven waardoor het ‘kinderspel’ wordt om zich vast te maken?

Met dit prototype bijvoorbeeld, waarbij de boodschap zou kunnen zijn: “Vang de draak en je bent veilig.”

Toegelaten te spelen

Geplaatst op

De laatste veertig-vijftig jaar is er een sluipende omkering gebeurd van wat als normaal wordt bevonden. Ooit mochten kinderen vrijwel overal spelen. Nu zijn ze teruggedrongen tot hier en daar nog een mini-reservaatje. Kinderen zijn de indianen van de wereld.

De ruimten die hen nog resten, vaak letterlijke restruimten, zijn doorgaans omheind om de auto’s buiten te houden en de kinderen binnen. Het resulteert in een apartheid waar niemand zich nog vragen bij stelt.

Ik weet niet of de Olense kindergemeenteraad zich ten volle bewust was van het provocerende karakter van haar daad: ergens een bord planten met de boodschap dat spelen “toegelaten” is.

Spelen? Nu ja. Ik durf er om te wedden dat een kind dat hier een put graaft of een kamp bouwt op de vingers wordt getikt.

Maar het statement is er niet minder door. Het is een schrijnende aanklacht die ons volwassenen het schaamrood zou moeten bezorgen. Jef Nijs is dood, maar de kinderrevolutie is noodzakelijker dan ooit.