RSS feed

Tagarchief: politie

Vogelvrij en vrank

Geplaatst op

Chauffeurs aanmanen tot het aanpassen van hun snelheid. Als ik met de fiets onderweg ben, doe ik het bijna voortdurend. Meestal door met één hand een temperend gebaar te maken. In extreme gevallen met een tikje tegen het voorhoofd.

Mijn echtgenote vindt dat ik dat niet moet doen. Omdat ik mij er nodeloos problemen mee op de hals haal. Soms heeft ze daarin gelijk. Dan blijkt zo’n extreem gehaast iemand eensklaps heel veel tijd op overschot te hebben. Genoeg tijd alleszins om alle remmen dicht te gooien en het dispuut te willen beslechten met de blote vuist. De ironie wil dan dat het initiële probleem, hoge snelheid, dan plots mijn redding wordt.

Mijn echtgenote vindt ook dat ik het niet moet doen omdat het mijn taak niet is. Volgens haar heb ik er ook geen mandaat voor. Taak en mandaat berusten bij de politie. Ook daarin heeft ze gelijk.

Alleen: de politie doet het niet. Naar eigen zeggen heeft die nog andere taken en die zijn blijkbaar belangrijker. Huftergedrag in een smalle straat in een zone 30 waar elke ochtend honderden schoolkinderen fietsen en wandelen? Het is voor de politie geen prioriteit. In ieder geval niet voor de politie in de zones waar ik woon en werk.

Het resultaat is dat de zelfverklaarde Senna’s en Schumachers elke ochtend opnieuw ongestoord hun gangetje kunnen gaan. Sportief rijgedrag, heet dat in de autorubrieken. Onsportief gedrag heet dat in alle andere rubrieken.

Snelheidsbeperkingen.JPG

Huftergedrag. Je mag er in ons verkeerssysteem ook reclame voor maken.

Omdat de politie het niet doet en omdat ik vind dat iemand het moet doen, doe ik het dus: een signaal geven dat dit gedrag maatschappelijk ongewenst is.

Sommigen denken dat ik er plezier in schep, maar dat is niet zo. Ik doe het tegen heug en meug, want de reacties worden almaar agressiever. De voorbije weken werd mijn kalmerend bedoelde handgebaar, dat blijkbaar niet echt kalmerend werkt, twee keer beantwoord door doelbewust en frontaal op mij af te stevenen en pas op het laatste moment het stuurwiel om te gooien.

Eigenlijk had ik een klacht moeten gaan neerleggen bij de politie, maar die moeite heb ik me bespaard. De ervaring leert dat het, zo lang er niets over Allah wordt geroepen, niets oplevert. Integendeel. Binnen de kortste keren worden de rollen omgedraaid: of ik misschien denk zomaar in de plaats van de politie te mogen treden?

Andere mensen in gevaar brengen, respectievelijk doelbewust bedreigen met de dood (want daar hebben we het over), zou in elke andere omstandigheid gekwalificeerd worden als poging tot doodslag en poging tot moord. Het zou dus door de autoriteiten ernstig worden genomen. Iemand die wild om zich heen slaat met een hamer, een mes, een ijzeren staaf, een stok, met een strijkijzer desnoods – de melding daarvan zou onmiddellijk een hele keten van gebeurtenissen en procedures in gang zetten. Maar niet als het wapen een wagen is. Dan hoort het tot het gewone en ‘dus’ normale register van fricties en akkefietjes die inherent zijn aan het dagelijkse leven. Wie dat soort ongemakken er niet wil bijnemen, moet maar in de bossen gaan fietsen.

Eén van de autopioniers – ik ben vergeten wie – sprak ooit de ambitie uit de automobiel zo te ontwerpen dat ook de grootste idioot ermee zou kunnen rijden.

Ergens is het dus logisch dat het, nu die droom is uitgekomen en honderdduizenden van de mogelijkheid gebruik maken, geen prioriteit is die idioten er terug uit te halen.

Intussen is het lente en voel ik me vrij als een vogel. Vogelvrij, zoals ze zeggen.

 

Advertenties

Net niet te klein: Central Park

Over parkjes gesproken. Ken je Central Park? Bart Dewever liep er een tijdje geleden verloren tijdens zijn ochtendjogging en sinds ik er geweest ben geloof ik dat. Central Park is écht wel groot. 341 hectare om precies te zijn. De New Yorkers vonden dat zelfs groot genoeg om het park z’n eigen ambulances te geven.

IMG_0193

Tegelijk is het eigenlijk ook niet zo groot. Wij waren er op een zonnige zondag en toen bleek het maar net op z’n belangrijke taak bemeten: overal waar we keken was het een leuke mensenboel. Het had echt niet kleiner mogen zijn.

IMG_0067

De variatie is groot: bloemperken, rotspartijen, sportterreinen (vooral voor baseball, of wat had je gedacht?), speeltuinen, meren en vijvers, fonteinen en beelden, ligweiden, kronkelige paadjes, pleinen… Het is er allemaal. Central Park is wat mij betreft op z’n best op de plekken waar het zich voordoet als ‘puur natuur’.

In werkelijkheid is het ‘man-made nature’ van het zuiverste pompwater en beantwoordt het aan het oude ideaal van de ‘veilige natuur’. De wilde natuur getemd, als het ware.

IMG_0212

Neem bijvoorbeeld ‘the ravine’ in het noorden van het park. Er is geen ravijn in de wereld dat zo goed is in het ravijn-zijn als dit ravijn, maar dan zonder de gevaarlijke trekjes die de soortgenoten doorgaans hebben.

Als doorsnee-Europeaan is het in het park als in de rest van Manhattan: het is een beetje thuiskomen. Ook al ben je er nooit eerder geweest, toch is het overheersende gevoel er één van herkenning. Komt natuurlijk door al die films en feuilletons die het park (en de stad) als decor kozen. Zelfs ik die al bijna dertig jaar nauwelijks televisie kijk, bleek er voldoende van doortrokken.

En toch had het park nog enkele verrassingen in petto.

Ten eerste: de surrealistische zichten op de stad. Hier het groen, ginds het blauwgrijze glazen en stenen gebergte dat de wolken krabt. Dat had ik natuurlijk ook wel al in films gezien, maar ‘in het echt’ is het toch nog een ander paar mouwen. Dat was de aangename verrassing.

Er was er ook een onaangename: dwars door Central Park rijden er auto’s. Dat wist ik niet. Ik leefde in de illusie dat Central Park een autovrij gebied was. Niet dus. Alleen na 19u en in het weekend is het park vrij van autoverkeer. En dan nog, want het New York Police Department (NYPD) staat overal op de uitkijk met groot én klein rollend materieel.

Het is voor dit stadsleger dat, denk ik, het woord ‘ubiquiteit’ is uitgevonden. Want het fenomeen beperkt zich allerminst tot Central Park. Niet voor niets telt de NYPD naar verluidt meer manschappen dan de hele federale politie van de VS tezamen.

IMG_0114IMG_0190

Maar wanneer het park op z’n zondags is, wordt de rondweg een heuse velodroom. Je ziet er de New Yorker rondjes fietsen (één rondje: 10 km), als hamsters in hun stadskooi. Dan en daar, en alléén dan en daar, kan het zonder je leven te riskeren.

Een kooi om vrij te kunnen zijn, dat Orwell dààr nooit op gekomen is.

IMG_0225

Wie niet graag fietst, behelpt zich met een elektrisch aangedreven skateboard of, minder uitzonderlijk, laat zich voeren met een riksja voor 5 of 6 dollar per minuut.

Te oordelen naar het succes van de taxifietsen is die prijs ‘marktconform’. Hij weerspiegelt de schaarste van dit soort plezier in een stad als deze. Lees de rest van dit bericht

Wir schaffen das (nicht)

De afgelopen week volgde ik het nieuws met stijgende verbazing. Dat gebeurt wel meer, maar nu was mijn verbazing nog stijgender dan anders.

Een Gents gezin stelde vast dat z’n tijdelijk leegstaande woning gekraakt was door een Roma-familie en deelde z’n onmacht via Facebook: blijkt dat er wat gaatjes in de wet zitten die maken dat krakers niet op 1-2-3 kunnen worden uitgedreven. Wie zich wederrechtelijk toegang verschaft tot een pand, breekt in. Maar wie er vervolgens gaat verblijven, kan niet meer als inbreker worden aangeklaagd. Vreemd, maar niet uniek want zeer vergelijkbaar met de situatie waarin auto’s die voorbij een bord C3 (rond wit bord met rode rand) geparkeerd staan niet kunnen beboet worden, ook al is het zonneklaar dat ze om daar te komen het bord moesten passeren.

Het was dus niet daarom dat ik de wenkbrauwen fronste. Wel omdat de solidariteit slechts één kant uitging: die van de eigenaar. Enigszins begrijpelijk, al leert twee keer nadenken toch dat ‘kraken’ meestal op een dieperliggende problematiek wijst: leegstand, speculatie, gebrek aan huisvesting, armoede… Het was zo erg dat uitgerekend de gedupeerde eigenaars zélf zich genoopt voelden om het evenwicht in het debat te herstellen. Chapeau!

Mijn verbazing had evenwel nog niet zijn hoogtepunt bereikt. Want zie, amper was er een lacune in de wetgeving aangeklaagd of daar kondigden de parlementsleden van vier politieke partijen al aan dat ze “versneld nieuwe voorstellen hebben uitgewerkt voor een strengere wetgeving”.

Wow. Het kan dus. Snel en kort op de bal spelen. De problemen tacklen. Waar een wil is, is kennelijk een weg. Het is het soort voluntarisme dat ik zo vaak mis als het pakweg over verkeersveiligheid gaat.

Denk even terug aan het drama dat enkele weken geleden in Brugge plaatsvond: de zesjarige Yamen werd voor de ogen van zijn moeder verpletterd door een vrachtwagen. De chauffeur zag het jongetje letterlijk over het hoofd. Los van alle overwegingen over de gedoemde combinatie van vrachtwagens en kinderen, is iedereen het er over eens: het was niet gebeurd als er een gemachtigd opzichter had gestaan.

Dat die er niet stond, kwam door een politie-inspecteur. Die had de school aangemaand toch vooral voorzichtig te zijn. ‘Voorzichtig’ in de betekenis van een verzekeringsmakelaar dan toch. De arm der wet had uitgevogeld dat de reglementering inzake gemachtigd opzichters enigszins onduidelijk is. Dat zou wel eens voor problemen kunnen zorgen mocht er iets gebeuren.

DIGITAL CAMERA

De school en de schrandere politieman kunnen dus tevreden zijn. Die problemen hebben ze effectief vermeden.

Overigens had noch hij noch de school het nodig gevonden om de letterlijke interpretatie te dubbelchecken, laat staan bij de overheid aan te dringen op een eenduidige reglementering.

Erg? Ja, erg. Maar erger nog is dat tot op heden geen politicus het initiatief nam, of zelfs maar aankondigde, om de problematiek van de gemachtigd opzichters eens ten gronde aan te pakken. Ja, de GO’s zijn pleisters voor onveilige verkeerssituaties en op de keper beschouwd niet meer dan een surrogaat voor de inzet van politie. Maar ze zijn ook met veel te weinig en ze zijn maatschappelijk ondergewaardeerd.

Helaas. In plaats van ‘Wir schaffen das’, horen we alleen een stilte die oorverdovend is. Zoals zo dikwijls als het gaat over verkeersveiligheid, is de weg er. Maar niet de wil.

De ontbrekende ‘E’

afbeelding-flitscamera

In publicaties over verkeersveiligheid hebben ze het steevast over de 3 E’s: Engineering (betere weginfrastructuur en voertuigen), Education (sensibilisering) en Enforcement (handhaving). Iedereen die het veld een beetje volgt weet intussen dat die laatste E meer en meer het zwakke broertje is. De ontbrekende ‘E’ – het zou een stripalbum van Blake & Mortimer kunnen zijn, maar helaas is het geen fictie.

Verkeerspsycholoog Jos Vrieling schreef deze week in De Standaard een interessant stuk over de noodzaak van meer handhaving in het verkeer. Hij slaat enkele nagels met koppen die eigenlijk open deuren zouden moeten zijn:

  • hoe hoger je de kans inschat om gestraft te worden, hoe beter je je gedraagt
  • de belangrijkste killers in het verkeer zijn nog steeds overdreven snelheid, alcohol en drugs en gsm-gebruik
  • er is dus niet minder handhaving nodig, maar juist méér

Op basis van cijfers van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid stelt Vrieling evenwel vast dat de subjectieve pakkans sinds 2003 gestaag daalt. Toen schatte respectievelijk 48 en 21% van de chauffeurs de kans om gepakt te worden voor snelheid of alcoholmisbruik in als ‘hoog’. Negen jaar later, zegt hij, was dat nog maar 33 en 7%.

Niet dat het in 2003 allemaal zo geweldig was. De objectieve pakkans was toen in België 10 keer kleiner dan in Nederland.

Vreemd dat Vrieling cijfers van 2012 gebruikt, want er bestaan recentere (Vijfde Nationale Attitudemeting). Het enige punt dat de Arcadis-expert als ‘positief evoluerend’ vermeldde, de kans op controle op gordeldracht, blijkt tussen 2012 en 2015 gehalveerd en wordt nu nog slechts door 9% als “hoog” of “zeer hoog” ingeschat.  De subjectieve pakkans voor snelheid was in 2015 verder gedaald naar 31%, terwijl die voor alcohol een beetje steeg, tot 11% – wat betekent dat 89% van de automobilisten die kans niet als hoog inschat… Ik verwacht geen onredelijke dingen. Het was de Staten-Generaal voor de Verkeersveiligheid zelf die in  2002 vooropstelde dat minstens 90% van de bestuurders de kans om gecontroleerd te worden op rijden onder invloed als zeer groot zou moeten ervaren. Het BIVV-rapport van 2015: “Deze doelstelling staat in schril contrast met de praktijk. Ook in 2015 wijken de resultaten nog steeds ver af van deze doelstelling: slechts 2% van de respondenten is van mening dat de pakkans voor alcohol (subjectieve pakkans) “zeer groot” is.” Het is dus nog allemaal veel erger dan Vrieling beschrijft.

Dat gevoel van vrijheid-blijheid bij automobilisten mag niet verbazen. De federale politie klaagt al jaren over te weinig mensen en middelen. In sommige politiezones verbieden burgemeesters ‘hun’ politie om snelheidscontroles te doen. En sedert de terreuraanslagen liggen de prioriteiten bij politie én parketten duidelijk nog minder in het verkeer – hoewel het risico om het slachtoffer te worden van een verkeersongeval nog altijd vele malen groter is dan van een terreurdaad. Het zou interessant zijn om eens te onderzoeken hoeveel extra verkeersslachtoffers die verschoven focus ons uiteindelijk zal hebben gekost. Mijn hypothese: zelfs zonder dat er echt een nieuwe terreuraanslag plaatsvindt, kost de terreurdreiging mensenlevens.

img_2205

Zelf voel ik me als fietser de laatste jaren steeds vaker ‘vogelvrij’, want blootgesteld aan door waaghalzerige automobilisten gecreëerde gevaren zonder dat er enigerlei vorm van handhaving tegenover staat. Met name in zones 30 wordt vrijwel nergens gecontroleerd. Wie het aandurft om met z’n tweeën naast elkaar te fietsen wordt opgejaagd door spatbordklevers die op de koop toe denken dat ze de wet aan hun kant hebben. Het is één van die dingen waarrond het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid nu nooit eens een sensibiliseringscampagne zal voeren. De Brusselse fietsers klagen dagelijks de laksheid van de politie aan met pijnlijk fotomateriaal. Voor een normaal gevoelige organisatie zou zoiets werken als ‘Chinese torture’ en leiden tot bezinning over het eigen (niet-)functioneren, maar bij de Brusselse politie vallen de verwijten op een koude steen.

In een democratisch land mag je verwachten dat de politie er is om de meest kwetsbaren te beschermen. Maar hier en daar een lokale loffelijke uitzondering niet te na gesproken worden fietsers in België overgelaten aan het lot – dikwijls het noodlot. Als er al aandacht is voor fietsers, dan is het om hen aan te manen zich in fluo te hullen en een helm op te zetten. Daarmee wordt dan het idee bevestigd dat fietsen “uit zichzelf” gevaarlijk is en dus niet door te veel, te snel en te roekeloos autoverkeer…

Maar terug naar Vrieling, die zich in zijn betoog verrassend afzet tegen de “onzichtbare handhaving” van de trajectcontroles. Zijn argument: de feedback op je overtreding komt pas weken later onder de vorm van een envelop in de bus en dat is slecht voor de subjectieve pakkans.  Natuurlijk heeft hij een punt dat directe feedback beter is dan uitgestelde, maar daaruit concluderen dat meer trajectcontroles leiden tot minder subjectieve pakkans lijkt me te kort door de bocht.

Ten eerste zijn de meeste van die camera’s open en bloot zichtbaar en worden ze meestal (altijd?) aangekondigd met borden. Ten tweede heeft minister Weyts van de veralgemeende toepassing van trajectcontroles zo duidelijk een speerpunt gemaakt dat de subjectieve pakkans op Gewestwegen, in tegenstelling tot op de meeste gemeentewegen, eerder groot is. Ik ken mensen die hun Coyote uitschakelen omdat ze horendol worden van het waarschuwende gepiep.

Maar wat ik zeggen wou is dit: als minister Weyts al érgens een voorbeeldig parcours loopt, dan is het wel in het dossier van de trajectcontroles. Eigenlijk vult hij de gaten die zijn federale collega’s Bellot (Mobiliteit) en Jambon (Binnenlandse Zaken) laten vallen. Het zou dus een beetje dom zijn om de enige die inzake handhaving zijn verantwoordelijkheid opneemt daarop te pakken.

Altijd omweg

Ik geef het toe. Ik heb de neiging om te laat te vertrekken. ’s Avonds bijvoorbeeld. En daardoor ook ’s morgens. En bijgevolg dus ’s middags.

Terugkijkend kan ik wel zeggen dat mijn leven één grote domino is. In mijn jeugd moet ik ooit veel tijd hebben verloren en ik ben nog altijd bezig die in te halen.

Toen ik vanmorgen naar het station trapte, op weg naar een klokvaste trein, was ik dus opgelucht toen een bord onderweg aankondigde dat de kortste weg naar het station weliswaar afgesloten was, maar niet voor fietsers en voetgangers.

Nattigheid had ik moeten voelen toen ik halfweg de straat was en een vrouw mij toeriep: “Je kan niet door!” Gek mens, dacht ik, zo’n stadsbestuur gaat toch niet een beetje zitten liegen met zijn verkeersborden zeker? Daar laten die lui zich niet aan kennen. Enkele hectometers verder moest ik mijn vertrouwen in de wegbeheerder opzeggen. De straat bleek inderdaad afgesloten. En niet zomaar ‘afgesloten’. Zeg gerust: ‘gebarricadeerd’.

st-1

Behalve een kranige kraan op poten stonden er afsluitingen, hingen er linten en waren er strategisch geparkeerde bestelwagens. Iemand wou er heel zeker van zijn dat er geen fietser of geen voetganger zou kunnen passeren.

Maar straten zijn er om statements te maken. Dus worstelde ik mij een weg door de barricade: onder het lint, langs een hek, onder de kraan, onder verontwaardigd geschreeuw en gevloek van de kraanman en zijn discipelen.

Mijn statement was dubbel. Ten eerste: het is niet normaal dat je zomaar een straat afsluit voor voetgangers en fietsers. Het is noch meer noch minder dan een gemakkelijkheidsoplossing die pakweg in een beschaafd land als Zwitserland ondenkbaar zou zijn. Daar leggen ze gewoon een ander type kranen op, waar je comfortabel onderdoor wandelt of fietst. Ten tweede: op een belangrijke woon-schoolroute (en woon-stationsroute) borden plaatsen met verkeerde informatie getuigt in het beste geval van nonchalance, in het slechtste van arrogantie.

In het station miste ik mijn trein, wat mij tijd gaf om de foutieve signalisatie te melden bij de politie. Dacht ik. Twee keer werd de verbinding verbroken en het zou tot op mijn bestemming duren vooraleer ik via een vaste lijn mijn verhaal kon doen. “Ik zal een patrouille langssturen,” zei de dame die me alsnog aan het lijntje hield. Mijn vraag om op de hoogte te worden gehouden van het vervolg, was vele bruggen te ver: “Daar kunnen wij ons niet mee bezighouden.”

Dus was ik oprecht benieuwd naar de avondlijke situatie. De kraan was weg, de straat weer open. Het verkeer kon er weer in. Toch als het een verbod om af te slaan negeerde, want dat bord had de aannemer in zijn vlucht naar huis pardoes vergeten te verwijderen. Een mens kan niet aan alles denken.

st-2

Ik fietste naar het einde van de straat en keek naar de signalisatie daar: het onderbord ‘uitgezonderd fietsers’ was inderdaad verwijderd, daar had mijn telefoontje kennelijk voor gezorgd. Alleen: het bord ‘doodlopende straat’ was domweg blijven staan.

Eindbalans van één dag jongleren met bordjes en kranen: ’s morgens werden de fietsers en de voetgangers gedwongen tot een omweg door hen te doen geloven dat er een doorgang was, ’s avonds gebeurde hetzelfde door hen het tegengestelde te doen geloven.

Kennelijk gaat mijn stadsbestuur ervan uit dat zachte weggebruikers goedgelovige naïevelingen zijn.

Ook dat heb ik willen ontkrachten met mijn statement.

De Antischervenbrigade

Idee nummer 13 intussen…

IMG_0139
Scherven brengen niet altijd geluk. Zeker niet voor fietsers, die op hun (fiets)pad maar al te vaak te maken krijgen met de collateral damage van het overige verkeer. En dus dikwijls met lekke banden.

Wat is er dan eenvoudiger dan alle politiecombi’s in de toekomst te voorzien van een stoffer, een blik en een klein afvalbakje? Als de agenten dan ook de reflex kweken om de rijweg na een ongeval weer berijdbaar te maken voor àlle weggebruikers (en dus niet alleen voor de automobilisten) dan hebben we een voelbare winst geboekt.

Politietaal: werk aan de winkel voor de taalpolitie

Geplaatst op

Ik denk dat ze eigenlijk bedoelen: ‘Pas op uw fiets!’

Als er ‘Pas op… uw fiets!’ wordt geroepen, is het gewoonlijk al te laat.

Maar taal en politie, het is nooit een gelukkig huwelijk geweest.

Meestal leidt het alleen maar tot taalpollutie.