RSS feed

Tagarchief: verkeersborden

Gepersonaliseerd

Gepersonaliseerde kentekenplaten zijn intussen algemeen bekend. Maar in Herentals gaan we nog een stapje verder. Er wordt hier voorzichtig geëxperimenteerd met gepersonaliseerde borden. Met de boodschap “opgelet, wielrenner!” kan in de Keizerstede alleen maar Rik Van Looy zijn bedoeld.

Wielrenner

Advertenties

Wat hebben we geleerd vandaag?

IMG_0085

Antwoord: dat garages sneller kunnen rijden dan 20 kilometer per uur.

De ‘bordstop’

We verwachten van weggebruikers dat ze zich aan de regels houden. Daarom wordt er door velen zwaar gehamerd op de kennis van de wegcode. Er wordt dan op vertrouwd dat als iedereen de regels kent, alles wel in orde komt.

Ten onrechte natuurlijk. Want voldoende kennis is allerminst een waarborg voor gewenst gedrag. Regels waarvan mensen het nut niet inzien worden alleen gerespecteerd als de handhaving draconisch is. Regels worden dus best als legitiem ervaren. Het waarom en dus de zin ervan moet duidelijk zijn. De beste regels zijn zo logisch dat ze geen extra bord nodig hebben en spontaan worden toegepast.

Bovendien moet ook duidelijk zijn waar welke regels van toepassing zijn. Dubbelzinnige, laat staan tegenstrijdige signalen kunnen we dus wel missen als kiespijn.

IMG_0035

Met bovenstaande wegsituatie, terug te vinden op tal van plaatsen in Vlaanderen, is dus heel wat mis. De automobilist krijgt hier tegelijk het signaal ‘einde zone 50’ (dwz: ‘vanaf hier mag je sneller dan 50’) én het signaal ‘bebouwde kom’ (dwz: ‘begin zone’, vanaf hier mag je niet sneller dan 50′). Omdat men er kennelijk van uitgaat dat niet iedereen de wegcode kent en weet dat ‘bebouwde kom = 50km/u’ werd er nog een sjabloon op de grond aan toegevoegd. Als leesbaarheid en logica hier de criteria waren, dan zou de wegbeheerder alvast het bord ‘einde zone 50’ weghalen – maar door één of andere capriool in de plaatsingsvoorschriften kan dat niet… Deze aberratie in de wetgeving weghalen, zou ons niet alleen veel duidelijkheid opleveren, maar ook veel geld. Mijn collega aan de Hogeschool PCVO Afdeling Verkeerskunde, Joris Willems, berekende enkele jaren geleden dat elk verkeersbord de gemeenschap 20 tot 25 euro per jaar kost aan installatie- en onderhoudskosten.

Maar er is meer. Soms haalt de formele regel ook de ‘gezond verstand’-regel onderuit. In dit geval luidt die dat elke bestuurder gehouden zijn snelheid aan te passen aan de omstandigheden. In dit geval: veel in- en uitritten, bebouwing en bewoning en dus mogelijke aanwezigheid van kinderen, de afwezigheid van een trottoir en van een fietspad en over  120 meter een kruispunt waar voorrang moet worden gegeven. Op zo’n locatie het signaal geven dat je 50km/u mag rijden, is contraproductief.

Dat er toch een bord ‘bebouwde kom’ staat, volgt uit de houding van de handhavers: de algemene regel vinden ze onvoldoende als rechtsbasis om op te treden en aan de logische snelheid ‘zone 30’ verbinden ze de verplichting dat die moet worden afgedwongen – iets wat ze, bijvoorbeeld, voor de maximumsnelheid 120km/u op snelwegen niet doen.

Tot slot. De verkeersveiligheid en wellicht ook de gemeentekas zouden ermee gebaat geweest zijn als de gemeente had gekozen voor lantaarnpalen en niet voor verlichtingspalen van het type dat je naast hoofdwegen zou verwachten. Soms ondersteunen zo’n ogenschijnlijke details meer het gewenste gedrag dan een woud van verkeersborden dat er vooral voor zorgt dat de wegbeheerder wettelijk ingedekt is.

Wat als we onszelf, naar analogie van de betonstop, eens een bordstop zouden opleggen?

Sneeuw-val

Sneeuwval

Zelfs verkeersborden worden wel eens het slachtoffer van de selffulfilling prophecy.

CarToon


Andere (69)-001Dat het leven niet altijd eerlijk is, werd de voorbije week weer eens aardig in de verf gezet. Zo aardig dat ik geen zin heb om er nog verf aan toe te voegen. Laat ons zeggen dat ik er lak aan heb. Omdat, alle grote woorden ten spijt, voor het Grote Onrecht alvast voorlopig alle woorden te klein zijn, richt ik mij van lieverlee op het kleine onrecht.

Met (hoe toepasselijk én vergezocht kunnen de dingen zijn) met een cartoon dan nog wel. Of beter: een car-toon . Ook in moeilijke tijden moet een mens zichzelf blijven.

Het kleine onrecht dus. In dit geval het onrecht dat architecten soms ten deel valt door de schuld van het automobilisme: hoe beter hij (of zij, maar meestal hij) in z’n opzet slaagt, hoe bekaaider hij ervan afkomt.

Zoals in bovenstaand geval. De architect is in al z’n creatieve virtuositeit tot het uiterste gegaan om een gevel te creëren die én blind én stom is. Blind doordat elke zichtrelatie tussen binnen en buiten vakkundig is vermeden. Stom omdat de gevel consequent nietszeggend is: hij verraadt niets over wat er binnen aan de hand is. Puik werk, zullen architectuurcritici vinden.

Maar dan komt het onrecht. In plaats van beloond wordt de architect bestraft. Net omdat hij zo goed geslaagd is in zijn opzet, wordt er door nietsvermoedende automobilisten geparkeerd voor de garagepoort. Rotvervelend voor de gebruikers en dus nemen die ondankbare barbaren hun toevlucht tot het grof geschut: verbods- en dreigementsbordjes in kleuren die vloeken met alles wat de ontwerper voor ogen had.

Weg is het concept. Weg is het strakke lijnenspel met z’n subtiele referenties naar – ik doe een gok en kan ernaast zitten – verdwenen wouden en gevangenissen. Kortom, doordat de architect z’n werk te goed heeft gedaan, is het ten gronde ongedaan gemaakt.

Ik hoor het de man, het potlood zoals altijd in de aanslag, zo verzuchten: “Je suis gechareld.”

Of hoe in het kleine onrecht het grote soms nog doorschemert.

 

Revolutie!

Snelheidsbeperkingen (3)

En als we 2015 nu eens begonnen met een revolutie?

Een revolutionaire revolutie bijvoorbeeld: één waarbij er in plaats van méér doden juist minder doden en gewonden vallen?

In De Standaard van 3 januari stond alvast mijn kleine handleiding. Maar omdat die blijkbaar niet voor iedereen te lezen was, krijgen jullie hem hieronder alsnog geserveerd – met een beetje vertraging, maar met de nieuwe wetenschap in het achterhoofd dat minister Galant intussen heeft laten weten een proefproject te willen starten:

“Zullen we gemakshalve aansluiten bij wat we nog kennen van vorig jaar? Bij de succesreeks ‘wat als’ bijvoorbeeld? Met als eerste aflevering: wat als we dit jaar nu eens écht de verkeersveiligheid verbeterden? Dat waren we in 2014 ook al van plan, maar het bleef bij goede voornemens. Volgens het BIVV was dat vooral de schuld van het goede weer: zachte winters zorgen voor sneller verkeer en dus zwaardere ongevallen. Zo geformuleerd is het voeren van een snelheidsbeleid al even ‘ondenkbaar’ als het voeren van een klimaatbeleid. Nochtans liet BIVV-ingenieur Johan Van Vooren enkele jaren geleden nog optekenen dat het standaard in auto’s installeren van Intelligente Snelheids Aanpassing (ISA) slechts “enkele tientallen euro” zou kosten.

Wat is in godsnaam ISA, hoor ik u vragen. ISA is een technologisch snufje dat al twee decennia voor ‘nieuw’ wordt versleten. Het helpt automobilisten de snelheidslimieten te respecteren. Bij de open variant, nu al standaard in veel GPS-systemen, blijft het bij informeren of waarschuwen. Bij de gesloten variant weigert de auto sneller te rijden dan toegestaan. En bij de halfopen variant geeft het gaspedaal waar nodig ‘tegendruk’. In die vorm is ISA niet méér dan de pendant van een deurpomp en, zo blijkt uit tests in binnen- en buitenland, even acceptabel. Chauffeurs blijken nà gebruik enthousiaster dan ervoor. De redenen? Minder stress en geen snelheidsboetes meer.

Ze hadden ook kunnen noemen: minder slijtage aan motor en banden, een fors lager brandstofverbruik (15%) en dus ook minder uitstoot van schadelijke stoffen, van fijn stof tot broeikasgassen. Mocht ongeveer 20% van het wagenpark er mee zijn uitgerust, dan zou dat, aldus een studie uit 2005, zorgen voor zo’n 36% minder ongevallen met letsel. En volgens een studie van de Nederlandse ondernemersorganisatie EVO onder meer daardoor ook voor 15% minder files.

Als de baten zo enorm zijn, wat weerhoudt ons er dan van er werk van te maken? Wie het weet, mag het zeggen. Officieel is niemand tegen. In de laatste 20 jaar keurden zowel de Kamer als het Vlaams Parlement bij herhaling resoluties over ISA goed, telkens met bijna-unanimiteit. De vorige Vlaamse Minister van mobiliteit, Crevits, nam ISA op in haar beleidsnota. De nieuwe federale minister van mobiliteit, Galant, doet dat opnieuw. Minister Weyts niet, maar laat net hij al zijn nek hebben uitgestoken voor meer verkeersveiligheid én over de beste kaarten beschikken.  

Letterlijk zelfs. Want zijn voorgangster liet een Vlaamse ‘verkeersbordendatabank’ opzetten, de basis voor een digitale kaart van alle snelheidsregimes in Vlaanderen. Volgens sommigen een doodgeboren kind, want niet up to date gehouden en dus onbruikbaar. Maar daarin kan snel verandering komen. Bijvoorbeeld wanneer we degenen die de data moeten ingeven ervan kunnen overtuigen dat er met hun werk ook iets gebeurt. Een beslissing tot de invoering van ISA zou een perfecte stimulans zijn voor de realisatie van de belangrijkste voorwaarde ertoe.

Zal dat niet veel kosten? Integendeel, het is een gigantische besparingsoperatie. In mensenlevens, in leefkwaliteit én in centen. Wat zou het niet opleveren mochten we kunnen stoppen met het huidige pleisterbeleid waarbij we straten en wegen volplakken met snelheidsremmers? Hoe effectief ze vaak ook zijn, het blijven end-of-the-pipe-oplossingen die behalve duur en veelal lelijk, ook nog eens hinderlijk zijn voor hulpdiensten en huisvuilwagens en niet zelden zorgen voor extra lawaai, energieverbruik en uitstoot. We kunnen ISA aangrijpen om eindelijk eens onze snelheidsregimes te vereenvoudigen en te harmoniseren, waardoor die aan legitimiteit zullen winnen. Alle woonwijken zouden op korte termijn ‘zone 30’ kunnen worden, in plaats van tot Sint-Juttemis te moeten wachten tot de gemeente geld heeft voor de aanleg van drempels en plateaus. En ‘30’ zou ook daadwerkelijk ‘30’ zijn, zonder gedoe met flitsapparatuur.

Het mag duidelijk zijn. De invoering van ISA zou een revolutie zijn. Het zou een schaalsprong zijn in ons verkeersveiligheidsbeleid en Vlaanderen op de kaart zetten als de technologische topregio die het zo graag wil zijn.

Voor de invoering kunnen we, conform de voorbeeldfunctie, beginnen met de voertuigvloot van de overheid zelf: de dienstwagens van de ministers, de bedrijfswagens van steden en gemeenten en van het Vlaams Gewest, de bussen van De Lijn. Daarnaast verplichten we ISA  in taxi’s en nieuwe bedrijfswagens. Dat is pure winst voor het bedrijfsleven, al was het maar omdat vandaag de helft van de arbeidsongevallen gebeurt op weg naar het werk. Daarmee zouden de salariswagens hun pretentie van ‘wagenparkverbeteraar’ echt kunnen waarmaken en ervoor zorgen dat ISA versneld doorstoot naar de privéwagens. Voor die laatste zouden de overheid en de verzekeringsmaatschappijen chauffeurs met ISA financieel kunnen aanmoedigen.

Wat als we hier eens écht werk van maakten? In 2004 verklaarde toenmalig SP.A-kamerlid Daan Schalck dat hij de algemene invoering van het systeem pas in 2015 verwachtte. Zou het niet mooi zijn mocht een N-VA-minister er wetens en willens voor zorgen dat een socialist voor één keer gelijk kreeg?”

Bedrogbord?

Naarmate de fietser emancipeert wordt hij veeleisender.

Er was een tijd dat hij het normaal vond dat een bord aangaf dat de weg doodliep wanneer dat alleen maar voor het autoverkeer het geval was.

Daarna was er een tijd dat de fietser blij was met de komst van een nieuw bord: dat voor de dooRlopende weg, dat eindelijk erkende dat fietsers en voetgangers ook recht hebben op correcte informatie.

En nu is stilaan de tijd gekomen dat de fietser verwacht dat dit bord ook daadwerkelijk staat waar het hoort te staan, namelijk overal waar er wel degelijk een doorgang is voor de zachte weggebruikers.
In onderstaand geval blijft de wegbeheerder nog schaamteloos in gebreke.

Het bord is een bedrogbord.

Bedrogbord2

Al zou het bij nader inzien kunnen dat de schijn hier bedriegt.

Misschien waarschuwt de rode dwarsstreep in dit geval naar de uit-stekende oplegger die met ijzeren geduld wacht tot hij een passerend fietser de keel zal oversnijden.