RSS feed

Tagarchief: klimaatmoeheid

Dansen op een slapper wordende koord

Geplaatst op

In De Standaard van 10 augustus verscheen onderstaande opiniebijdrage van mijn hand onder de ietwat provocerende titel ‘Ecoschaamte voor Rammstein? Nu even niet’. Ik hoop dat het stuk de nuance tussen ‘periodiek teveel’ en ‘systematisch’, heel vaak: ‘systemisch teveel’, voldoende verduidelijkt.

Tot mijn oprechte verwondering waren de meeste reacties instemmend en positief – al was er wat collateral damage van klimaatsceptici (ja, ze bestaan nog altijd) die elk artikel aangrijpen om Het Grote Complot in de verf te zetten en een handvol je m’n fou-tisten die er verkeerdelijk een legitimatie voor hun houding in lazen. De afwijzende ‘ecofundamentalistische’ reacties die ik eigenlijk vooral had verwacht, bleven ver in de minderheid.

Een ervan wil ik u niet onthouden: ‘Het is voor mij duidelijk dat deze socioloog en antropoloog een reeks schaamlapjes zoekt voor zijn toch opspelende omvangrijke ecoschaamte. Natuurlijk weet hij als socioloog en antropoloog dat zelfs de grootste schaamlap de schaamte niet doet verdwijnen. Ook na het schrijven van deze tekst en het hem aangeboden forum, zal de ecoschaamte, die hij, meer dan terecht, voelde, in hem blijven woekeren.’

Ik denk dat het een thema is waarop we later nog wel eens zullen moeten terugkomen.

Liebe ist für alle da.’

Eerlijk? Ik worstel ermee. Ik verdenk mezelf van cognitieve dissonantie als ik uitleg dat ik, alle klimaatverandering ten spijt, naar Rammstein ben geweest en, meer nog, er onbeschroomd van heb genoten. Praat ik recht wat krom is? Ben ik gewoon handig geworden in het verzinnen van excuses? Bijvoorbeeld: als je de uitstoot van zo’n megaspektakel deelt door 100.000 toeschouwers, dan valt die best mee, toch? Of zijn die 100.000 juist het probleem, want evenzoveel verplaatsingen die lang niet allemaal met het openbaar vervoer of de fiets gebeurden?

Ik moet me niet heiliger voordoen dan de Paus. Ik ben deze zomer ook nog eens op vakantie geweest. Naar Spanje. Met de auto. Hoe verantwoord is dat, in een zomer die de rampzalige vorige nu al in de schaduw zet? Er zijn niet alleen meer de onmiddellijke effecten, maar ook de tweedeorde-effecten. Te weinig neerslag leidt tot meer hitte. Meer hitte leidt tot meer waterverbruik. Meer waterverbruik leidt tot een groter watertekort. Kerncentrales worden stilgelegd bij gebrek aan koelwater. Binnenscheepvaart wordt onmogelijk door te lage waterstanden. Noodgedwongen wordt teruggegrepen naar steenkool en meer wegvervoer, waardoor het broeikaseffect nog meer wordt gestimuleerd. Enzovoort. De keten van gebeurtenissen is nu echt wel in gang gezet.

Toen ik de eerste ochtend wakker werd in mijn hotel, was de parking herschapen in een opvangkamp voor mensen wier camping werd ontruimd voor een bosbrand. Er is geen ontkomen meer aan. De toerist van vandaag is zoals de hoofdpersoon in het bekende gedicht ‘De tuinman en de dood’ van Pieter Nicolaas van Eyck. De man gaat op reis om te ontsnappen aan de actualiteit en aan de realiteit, maar wordt er meedogenloos door ingehaald.

Wei- en wij-gevoel

De klimaatverandering is verpopt van mogelijkheid naar feit. Low Impact Man Steven Vromman stond jarenlang op de barricaden om de opwarming af te wenden, maar verlegt nu zijn aandacht naar overlevingsstrategieën. Voor zijn nieuwe boek twijfelt hij tussen titels als ‘Eerste hulp bij klimaatverandering’ en ‘Genoeg gelachen’.

Tegen die achtergrond ging ik dus op reis en naar een show van een band die, in tegenstelling tot Coldplay, niet eens dééd alsof hij rekening hield met het klimaat. Heb ik dan te veel gelachen?

Het herinnert aan het apocriefe verhaal over Winston Churchill. Toen die tijdens de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd werd met het voorstel om te besparen op cultuur, zou hij geantwoord hebben: ‘No way, what else are we fighting for?’ Wat mij betreft is het ook in de nieuwe ecologische context de nagel op de kop: overleven heeft slechts zin als we ook nog kunnen leven.

Was ik er dan van doodgegaan als ik niet naar Rammstein was gegaan? Natuurlijk niet. Maar tegelijk voelde ik de adrenaline door mijn aderen stromen toen het weigevoel een wij-gevoel werd en de massa zich even wentelde in luidkeelse samenhorigheid. Zou het kunnen dat ik niet de enige was die hier brandstof (sic) heeft getankt om er weer voor even tegen te kunnen?

We zijn murw van de nieuwsbulletins die ons dag na dag, uur na uur, treffen als mokerslagen: versneld smeltende gletsjers, afstervende koraalriffen, mislukte oogsten, oncontroleerbare branden, uitdrogende rivieren en daarbovenop rondwarende virussen, de ellende van Oekraïne en de dreiging van een nieuwe wereldoorlog. Als almaar meer mensen zich daarvoor afsluiten, is dat niet een teken van ontkenning maar van erkenning van de realiteit. Het is een manier om overeind te blijven. Ecomoeheid, klimaatmoeheid, nieuwsmoeheid … we moeten erover waken dat we niet collectief doorschieten naar levensmoeheid.

Georganiseerd escapisme

Een context van elkaar opvolgende desastreuze gebeurtenissen is de nieuwe condition humaine waarin we ons een (levens)houding zullen moeten aanmeten die het ons mogelijk maakt om gelukkig te zijn. Niet ondanks, maar omdat. Geluksgevoel hoeft geen schuldgevoel te genereren. Integendeel: het levert juist het motief om ervoor te blijven gaan. Daarvoor doen we het, voor minder niet. Schrap alle Rammsteins uit ons leven en het ziet eruit als een van hun apocalyptische ensceneringen.

Dat besef brengt ons bij het inzicht dat het sporadische teveel ook deel uitmaakt van het Genoeg waarmee we, na een korte periode te hebben vertoefd in de illusie van de oneindige groei en overvloed, zullen moeten leren leven. Opnieuw, want onze voorouders pasten het principe al toe. Elke cultuur kent zijn ventielen waarbij de grenzen eventjes ophouden te bestaan en de regels wat losser mogen: religieuze en andere feestdagen, carnaval, ‘the burning man’, vakantie en … festivals. Een voor een zijn het intervallen van georganiseerd tijdelijk escapisme en zorgen ze voor voldoende ‘teveel’.

We hebben er allemaal nood aan. Arbeiders. Bedienden. Zelfstandigen. Soldaten aan het front. Verplegend personeel. Mensen met een te grote ecologische voetafdruk. Mensen die stempelen of leven van een uitkering. Wat die twee laatste betreft: is het niet merkwaardig dat het recht van de eerste categorie slechts door een minderheid in vraag wordt gesteld en van de tweede nu zelfs door sociaaldemocraten?

Het teveel wordt maar decadentie in zijn volgehouden, vanzelfsprekende vorm. In zijn hoedanigheid van uitzondering is ze juist een verschijningsvorm van het noodzakelijke: de maatschappelijke en mentale buffer die we niet kunnen missen. ‘Het socialisme zal gezellig zijn of niet zijn,’ wist Steve Stevaert al. Met het ecologisme is dat niet anders. Het is dansen op een slapper wordende koord. Want wie ophoudt met dansen, valt onherroepelijk in de diepte.

Klimaatmoeheid (en goed nieuws)

Geplaatst op

Er wordt dezer dagen zoveel over het klimaat geschreven en gesproken dat de kans reëel is dat we tegen de verkiezingen mei met z’n allen klimaatmoe zijn.

En toch is het kennelijk nog niet genoeg geweest. Neem nu De Tijd eind vorige week. De kwaliteitskrant pakte op haar voorpagina uit met de resultaten van een studie van het Federaal Planbureau. Samengevat: in 2040 zullen de files rond Antwerpen 12% langer zijn en zal het wegtransport 3% meer broeikasgassen uitstoten.

Twee keer raden welke van de twee terecht kwam in de kop van De Tijd. Idem dito bij De Standaard en de VRT. Alleen Knack en De Morgen sprongen uit de band, al was die laatste er toch ook niet helemaal met het hoofd bij. Daar luidde de titel: “Meer broeikassen, trager verkeer en minder fijn stof” (mijn cursivering).

“Het is alsof het huis in brand staat en de bewoners zich zorgen maken over het soms te zwakke wifisignaal.”

Toen ik over de studie werd gebeld door journalisten, had ik telkens de grootste moeite om het gesprek weg te houden van de file. Het is alsof het huis in brand staat en de bewoners zich zorgen maken over het soms te zwakke wifisignaal.

Dat de (structurele) file een luxeprobleem is van mensen die al mobiel zijn, schijnt maar niet te willen doordringen. Dat komt onder meer doordat het probleem voortdurend geframed wordt als een probleem van iedereen. “We stonden vorig jaar 44 uur in de file,” las ik deze week in tal van media. Hoezo, we? Zelf stond ik vorig jaar véél minder in de file, doordat ik meestal had nagedacht voor ik vertrok. Tegelijk ken ik een pak mensen die elke dag een uur in de file spenderen. Zou het kunnen dat die boodschap dezelfde gebruikswaarde heeft als de uitspraak “dat het meer gemiddeld 1,50 meter diep is”?

Vreemd ook dat we nooit titels lezen als: “We stonden vorig jaar X uur te wachten op een bus of trein die nooit kwam.” Of: “We konden vorig jaar niet naar X theater- en filmvoorstellingen omdat er geen openbaar vervoer naar huis meer was.”

Mobiliteitsarmoede is voor de meeste journalisten nog altijd geen issue. “Onbereikbaarheid” wordt nog altijd gedefinieerd als “niet voor de deur van de winkel kunnen parkeren”, niet als “mensen die niet kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven doordat ze er fysiek niet geraken”.

File Herenthoutseweg

Het hemd is nu eenmaal nader dan de rok. En een onzichtbaar probleem moet het qua aandacht altijd afleggen tegen een zichtbaar probleem.

Overigens kiezen we onze problemen niet alleen verkeerd, we gaan er ook verkeerd mee om. De voorspellingen van het Planbureau werden in de meeste artikels voorgesteld als voldongen feiten: “in 2040 zal…”, “in 2040 zullen we…” Alsof wij niets meer in de pap te brokken hebben. Alsof het Federaal Planbureau ook niet duidelijk had vermeld dat het “een projectie” betrof uitgaand van “ongewijzigd beleid”.

Daarom bij deze nog eens wat goed nieuws: de toekomst ligt nog niet vast. Het Federaal Planbureau heeft alleen beschreven wat er zou kunnen gebeuren, niet wat er zal gebeuren. Er is dan ook geen reden voor defaitisme of fatalisme. Veel hangt af van de keuzes die we de komende maanden en jaren zullen maken.

Als de media die hoopvolle boodschap nu eens consequenter zouden uitdragen, zouden we dan misschien niet minder snel klimaatmoe worden?