RSS feed

Tagarchief: doorstroming

Huisarrest

Toen ons land vorige vrijdag niet in een onafzienbare verkeerschaos stortte, was de teleurstelling welhaast unaniem.

Ons was een verschrikkelijke sneeuwstorm beloofd met alles wat daar normaal gesproken bijhoort: kettingbotsingen, slippartijen, vrachtwagens in schaar, gevallen fietsers en voetgangers, files zonder begin en zonder einde.

In de plaats daarvan kregen we een perfecte doorstroming met vlot rijdend verkeer en capaciteit op overschot. Dat viel tegen, want de meesten hadden zich thuis voor de buis geïnstalleerd, zich verkneukelend in een overdosis verkeersellende en een kijkfile vanuit de luie zetel. Helaas, de witte sneeuw bleef uit en daarmee dus ook de zwarte. Daar ging dat heerlijke gevoel de dans te zijn ontsprongen.

Sneeuwval

De weersvoorspellers hadden zich vergist – een mogelijkheid die inherent is aan voorspellingen, anders hadden we ze wel aankondigingen genoemd. Daardoor waren alle getroffen voorzorgsmaatregelen zonder voorwerp geworden en dus gingen wij verongelijkt zitten pruilen als burgermannetjes die netjes hun brandverzekering hebben betaald en zich nadien bekocht voelen omdat het huis niet is afgebrand.

We staken de draak met mijn naamgenoot-de-minister die zo vermetel was geweest preventief op te roepen om thuis te werken. Als politici nu ook al vooruit beginnen te denken, welke zekerheden hebben wij dan nog?

Met onze a posteriori-wijsheid weten we zijn gedrag aan een onbehandelde sneeuwneurose en noemden we zijn voorzichtigheid ‘roekeloosheid die de economie miljoenen heeft gekost’. Inderdaad, voorzichtigheid heeft het nadeel dat het na een goede afloop altijd overbodig lijkt te zijn geweest. De appreciatie ervoor is dan ook navenant.

Behalve een gebrek aan dankbaarheid, was er ook en vooral verontwaardiging en regelrechte boosheid. Terecht, wat mij betreft. Tenslotte hield de minister ons thuisblijvers een spiegel voor met daarin een ongemakkelijke waarheid: als wij niet naar de file gaan, is er helemaal geen file. Of anders gezegd: als het al die andere dagen wél file is, dan is dat onze verantwoordelijkheid en schuld.

Het was dan ook meer dan verdiend, dat huisarrest.

Advertenties

Hoffelijkheid en haar grenzen

Geplaatst op

De voorbije dagen was er nogal wat te doen over de aanbevelingen van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV) aan het adres van zowel automobilisten als fietsers. Ongetwijfeld zijn ze goed bedoeld, maar ze getuigen vooral van een sterk voorruitperspectief, zoals Dirk De Doncker aantoonde op zijn steeds sterker wordende blog.

Zo roept het BIVV automobilisten op om “hoffelijk” te zijn en niet op het fietspad te parkeren – wat uiteraard niets méér is dan het naleven van de wet. Omgekeerd worden fietsers opgeroepen om “bij druk verkeer” achter elkaar te fietsen om het verkeer niet te hinderen.

Een oproep waaruit we leren dat “verkeer” voor het BIVV nog altijd “autoverkeer” is en dat fietsers een probleem zijn voor de vlotte afwikkeling van dat verkeer – en dus geen deel van de oplossing.

Bovendien vraag het BIVV fietsers hier afstand te doen van hun wettelijk recht om binnen de bebouwde kom naast elkaar te fietsen.

Niet dat er iets mis mee is met het verzoek om een recht niet uit te oefenen. Zo’n vraag zou ik bijvoorbeeld logisch vinden aan het adres van rechtdoor rijdende automobilisten wanneer fietsers op een verkeerslichtengeregeld kruispunt linksaf willen slaan. Eerst die fietsers doorlaten, zodat ze niet onbeschermd tegen ongeduldig achteropkomend autoverkeer in het midden van een kruispunt moeten staan wachten, dàt is hoffelijk. Maar de wetgeving is recent zelfs zo aangepast dat het ‘afgeven’ van je voorrang wettelijk niet eens meer mag. Handig voor de verzekering achteraf, maar het dient niet altijd de verkeersveiligheid.

Wat echter vooral stoort in de oproep om “bij druk verkeer” achter elkaar te fietsen is de asymmetrie (fietsers moeten inboeten, van automobilisten wordt alleen het minimum verlangd) én de complete negatie van het sociale karakter van fietsen – of is het een perfide omkering ervan? Een praatje maken met een medefietser of je kind fysiek afschermen is dan plots niet meer sociaal maar het tegendeel ervan, want in het nadeel van de automobilisten. Dat die automobilisten meestal alleen zitten in hun brede cocon, daaraan wordt domweg voorbijgegaan. Een alternatief advies van het BIVV aan de automobilisten zou kunnen zijn: neem bij “druk verkeer” de fiets. En als het niet anders kan dan met de auto, wat kan, kijk even of je niemand een lift kan geven. Dat verkeersveiligheid en een modal shift richting volhoudbare vervoersmodi nauw met elkaar verbonden zijn, werd de voorbije week treffend geïllustreerd door de hoopgevende ongevallencijfers in Gent. Sedert de invoering van het mobiliteitsplan daar, nam het totale aantal ongevallen er af met 29,8%, het aantal ongevallen met zwaargewonden met 25%. Het zou mooi zijn mocht iemand, behalve de maatschappelijke opbrengst, daar ook eens de tijdswinst van berekenen. Tenslotte is dat voor de aanhangers van de Kerk van de Doorstroming toch altijd de ultieme toetssteen.

En over doorstroming gesproken. Van de week was ik (met vier in de auto, op de terugweg van een heelkundige ingreep in het ziekenhuis – laat ik maar even anticiperen op de commentaren) zelf even een stuk van de avondfile in Mol. Daar heeft het gemeentebestuur borden geplaatst met de tekst ‘Sta je stil? Geef fietsers de ruimte’. Dat is niet alleen een fietsvriendelijkere variant op de BIVV-campagne maar ook een impliciete erkenning dat fietsers in de spits gewoon de file voorbijrijden.

De Molse oproep tot hoffelijkheid bleek, zoals uit mijn snapshot mag blijken, overigens maar een beperkt succes te hebben: voor fietsers bleef het slalommen tussen de links en rechts stilstaande stalen harnassen, terwijl het inademen van de diesel- en benzinewalmen natuurlijk gewoon onvermijdelijk was.

Opdrachtje voor de critici van het Gentse mobiliteitsplan: tel het aantal mensen in deze “drukke” straat.

Al bij al doet ook deze campagne denken aan de wanhoopsslogan van de tabaksindustrie enkele jaren voor het rookverbod er kwam: “Roker of niet-roker? Geen belang, zolang je maar hoffelijk blijft.” Het had natuurlijk wél belang en niet alleen voor de rokers zelf. Niet-rokers werden door de keuze van de anderen de factor rokers, zij het passieve.

De, ongetwijfeld al evenzeer goedbedoelde, oproep van het Molse gemeentebestuur is dan ook een sympathieke poging om met een appèl op individuele keuzes geen beleidskeuzes te hoeven maken.

Maar uitstel is zelden afstel. Fietsers zijn de passieve rokers van het verkeer.

“Slimme” verkeerslich-ten

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

In ‘De File Voorbij’ deed ik er al een boekje over open: de tegenwoordige manie om technologie met het adjectief ‘slim’ te bedenken. Zelfs slimme mensen, zoals professoren van de KU Leuven toch mogen verondersteld worden te zijn, bezondigen zich eraan.

Chris Tampère breekt vandaag in De Standaard een lans voor ‘slimme’ verkeerslichten: die kunnen zorgen voor meer wegcapaciteit en zo de wachttijden (die soms aanleiding geven tot ‘congestie’ of  ‘filevorming’) inkorten. Klinkt eenvoudig. Bedrieglijk eenvoudig. Want zo’n optimalisatie van de lichtenafstelling om de doorstroming te bevorderen is natuurlijk niet waardenvrij. Ze is een keuze. De tijd die je aan de ene weggebruiker geeft, neem je immers af van de andere. Je kan de hoofdstroom bevorderen, maar dat betekent dat de oversteekbaarheid voor de mensen die links en rechts van de weg wonen afneemt. Betere doorstroming voor de ene is dus tegelijk slechtere doorstroming voor de andere. Toegegeven: je kan dit milderen door met detectiesystemen te werken of groen op aanvraag mogelijk te maken.

Maar dan nog is er een andere kant van de medaille. Doorstroming is immers één ding, veiligheid een ander. In Nederland heeft men op vrijwel alle kruispunten gekozen voor een conflictvrije regeling, dit wil zeggen dat linksafslaande voertuigen de rechtdoorgaande stroom uit de andere richting niet kruisen. Resultaat: tientallen doden en zwaargewonden minder. Uitgedrukt in gewonnen levensjaren een zee van tijd waarbij de gewonnen seconden bij de niet-conflictvrije regelingen in het niet vallen. Alleen moet je dan veiligheid boven doorstroming durven verkiezen – iets waar politieke moed voor nodig is: een ongeval dat niet gebeurt is minder tastbaar dan stilstaan in een wachtrij die er wel degelijk is. Jammer dat professor Tampère daar niks over zegt en de indruk wekt dat zo’n slimme verkeerslichten het ei van Columbus zijn.

 Trouwens, de man blijkt het impliciet alleen over auto’s te hebben. Over de klachten van voetgangers (die wegen met meerdere rijstroken vaak in twee keer moeten oversteken en sowieso minstens één keer en soms twee keer moeten wachten wanneer ze linksaf willen) of fietsers (idem dito + totaal ontbreken van groene golven die afgestemd zijn op fietssnelheid), daarover lees ik niets. Integendeel, de prof suggereert om hier en daar uitvoegstroken toe te voegen (“afname van het tijdsverlies van 10 tot zelfs 50%”), maar vermeldt bijvoorbeeld niet dat de oversteekafstand (en dus de oversteektijd) daardoor voor fietsers en voetgangers toeneemt. En om het plaatje helemaal compleet te maken: Tampère doet alsof congestie altijd en overal een slechte zaak is. Terwijl we intussen weten dat congestie een heilzame rol kan spelen om mensen voor andere vervoersmodi dan de auto te doen kiezen.

Besluit: zo’n verkeerslichtenregeling mag slim lijken, ze ziet nogal wat onbedoelde gevolgen domweg over het hoofd.