RSS feed

Tagarchief: multimodaliteit

Twee minuutjes

Hasselt vanuit de lucht

Afgelopen dinsdag had ik de eer als spreker te mogen aanschuiven op de allereerste Vlaamse Klimaattop. Dat Vlaanderen in het verleden veel tijd heeft verloren, bleek al uit de strakke programma-opbouw: op de eerste spreker na kregen alle experts twee minuten toegemeten om welgeteld één slide toe te lichten.

Gelukkig had architect-stedenbouwkundige Leo Van Broeck daarvoor al een stevige ‘keynote’ geserveerd waarin hij de aanwezigen duidelijk maakte waar het kalf gebonden is. We moeten dringend naar een ander ruimtelijk beleid waarin niet langer spreiding, versnippering en verharding de ordewoorden zijn maar bundeling, kernversterking en verknoping. Dat vergt niet wat kleine bijsturingetjes, maar een heuse beleidsomslag.

Dat sloot naadloos aan op mijn mobiliteitsverhaal. Kern van mijn boodschap: gepriegel in de marge volstaat niet meer, er is nood aan een heuse systeemshift.

In een allereerste versie van mijn slide had ik het nog over een ‘paragdigmashift’, maar dat leek me wat zwaar op de hand. Het bleek de goede keuze, want zonder dat de sprekers het er vooraf over hadden gehad bleek dat de rode draad in de aanbevelingen voor minister-president Bourgeois en zijn milieuminister Schauvliege.

Inzake mobiliteit zitten we vandaag nog gevangen in een systeem dat gebaseerd is op auto-afhankelijkheid en dat gebaseerd is op de overtuiging dat mobiliteit hetzelfde is als verkeer. Het systeem gaat ervan uit dat verkeer alleen maar positief is. Het adagium is ‘meer, sneller, verder’ en daarvoor gaat het over lijken: rücksichtslos verbruikt het aan een almaar versnellend tempo de grond- en brandstoffen van deze planeet en offert het letterlijk alles op aan de Groei-economie. Het dorpje Doel, snel verstikkend in de economische wurggreep van een naar steeds ‘meer’ hunkerende haven en in de schaduw van een energiefabriek die de risico’s in de nek schuift van de komende generaties, kan model staan voor dit systeem. Alle retoriek ten spijt blijven we ook vandaag nog beslissingen nemen die perfect passen in dit verhaal. Denk aan de miljardensubsidie voor de salariswagens, Uplace (de vervanging van een brownfield door een blackspot), Essers en de grote infrastructuurdossiers die gericht zijn op meer (auto)capaciteit en die mensen ééndimensionaal beschouwen als ‘consumenten’.

Nou moe. Gelukkig had ik maar twee minuten. Omdat de laatste 25 jaar stilaan duidelijk is geworden dat dit Mad Max-scenario toch niet het ideale is, wordt het stilaan afgelost door een nieuw verhaal: dat van de multimodaliteit. De auto is dan niet langer alleen zaligmakend, maar moet aangevuld worden met zogenaamde ‘alternatieven’: fietsen, te voet gaan, openbaar vervoer. We dromen ervan in James Bond-termen: met de helikopter op een yacht gedropt worden, overstappen op een jetski en eenmaal aan de kade vlotjes in een klaarstaande Aston Martin springen die ons zonder hinderlijke wachttijden aansluiting geeft op een sneeuwscooter… In dit scenario beschouwen we mensen als hyperactieve ‘verkeersdeelnemers’. Op het eerste gezicht lijkt het een mooi verhaal en er zitten inderdaad wel wat mooie aanzetten in. Denk aan de renaissance van de fiets en van de tram, de boost van de E-bike en nieuwe benaderingen als het mobiliteitsbudget. Helaas zitten er enkele fouten in. De eerste fout is dat we de multimodaliteit (comodaliteit, combimobiliteit – whatever) opvatten als een en-en-verhaal, zélfs in de door plaatsgebrek getekende steden. We weigeren keuzes te maken. Daardoor krijgen we visnochvlees-oplossingen en dus vooral problemen: te weinig ruimte, te weinig veiligheid, te weinig doorstroming, te weinig leefkwaliteit.  De tweede fout is dat we van de multimodaliteit verwachten dat het tot stilstaand komend verkeer er weer door zal worden gladgetrokken. Helaas is dat buiten de Wet van Behoud van Reistijd en Verplaatsing gerekend, die maakt dat de vrijkomende wegcapaciteit binnen de kortste keren wordt ingevuld door nieuw (auto)verkeer. Zo komen we er natuurlijk niet…

Systeemshift

Foto: Mobiliteitsraad Vlaanderen (via Twitter)

Misschien denkt u dat mijn twee minuten hier al ruim waren opgesoupeerd. Eerlijk gezegd denk ik dat ook, maar niemand onderbrak mij. Dus ging ik vrolijk over naar het derde systeem: een scenario waaraan nog volop wordt geschreven. Bij gebrek aan een betere benaming noem ik het voorlopig ‘MobiliTijd’, omdat het ‘mobiliteit’ inpast in een dubbele tijdsdimensie: die van de korte termijn (de Breverwet) en die van de lange termijn (duurzaamheid of volhoudbaarheid). Het is hier dat de droom van Leo Van Broeck en de mijne convergeren, want de beste mobiliteit (word ik niet moe te herhalen) is ‘nabijheid’. Ruimtelijk vertaald: verdichting, verknoping, bundeling…

Anders dan wat veel mensen denken is het geen scenario van ‘minder mobiliteit’ maar juist van ‘meer mobiliteit’, zij het met minder (auto)verkeer. We gaan voor niks minder dan ‘gelukkige’ mobiliteit. Dat is mobiliteit die ons, anders dan in de huidige scenario’s, in plaats van hinder (die we dan met vereende krachten trachten te beperken tot het net nog ‘leefbaar’ is) ‘geluk’ en die mensen beschouwt als ‘burgers’ met behoeften die niet alleen maar economisch zijn gedefinieerd. Als het goed is, wordt de Groei-economie van Arm Vlaanderen hier vervangen door een Bloei-maatschappij die niets minder dan een Warm Vlaanderen zal zijn.

Hapt u nu naar adem? Dat deed ik ook – en allicht ook de journalisten die uit dit alles vooral mijn kritiek op Uplace, Essers en de Grote Boze Wegenwerken onthielden. Wat ook geen kwaad kan natuurlijk. Want als we het écht menen met een Vlaams klimaatbeleid, is het afzweren van dit soort fratsen een goed begin… 

Advertenties

De Vlaamse Mobilistenbond

Ook al opgemerkt hoe de automobilistenclubs van dit land om de haverklap gratis airplay oogsten met zogenaamde onderzoeksresultaten? Doorgaans gaat het over niet meer dan een bevraging en wordt de ervaring van de realiteit gemakshalve verwisseld met de realiteit zelf. Als de bevraging uitwijst dat velen pakweg een verkeerssituatie onveilig vinden, dan is de conclusie al snel dat de verkeerssituatie onveilig is.

Overigens doen de resultaten mij vermoeden dat de bevraagde, schijnbare modusneutrale ‘Vlamingen’ of ‘Belgen’ vaak vooral ‘automobilisten’ zijn. Al kan het niet meer zijn dan een vermoeden: over de samenstelling en representativiteit van de steekproef wordt, net als over de bevragingsmethodiek, meestal geen informatie gegeven.

De voorbije week sloeg de VAB toe met een bevraging van 1000 Vlamingen. Aangezien ze het rijcomfort op de gewestwegen beoordeelden, zullen het niet zomaar Vlamingen zijn geweest, wel ‘autorijdende’ Vlamingen. Slechts 52 procent van deze chauffeurs beoordeelde het rijcomfort positief.*

Gelukkig kunnen onze politici soms verbazend kort op de bal spelen. Vlaams minister van Mobiliteit Weyts liet meteen weten het probleem te onderkennen én er een oplossing voor te hebben. Hij verhoogde het investeringsbudget voor de wegen met 100 miljoen euro, een stijging met niet minder dan 33%. Ze komt  bovenop de eerder aangekondigde extra enveloppe van 50 miljoen euro “voor het wegwerken van de laatste zwarte punten.” Extra budgetten vrijmaken voor auto-infrastructuur, blijkbaar is het een makkie.

Het deed me denken aan een artikel dat ik enkele dagen eerder las in het maartnummer van Lokaal, het blad van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Titel: ‘De blikken doos moet wijken voor het stalen ros’. Zou het?

De coördinator van het Vlaamse Fietsberaad, Wout Baert, stelt er minister Weyts deze vraag: ‘Het Vlaamse budget voor fietsinfrastructuur bedraagt ongeveer 90 miljoen euro. Zit daar nog rek op?’ Waarop de excellentie diplomatisch antwoordt: “We zijn erin geslaagd dat bedrag aan te houden in budgettair barre tijden. De komende jaren moeten we naar een groei gaan, al wil ik daar geen bedrag op plakken.”

Voor de ene modus zijn de tijden blijkbaar al wat “barrer”dan voor de andere. Is het voor de fiets al een hele prestatie dat het budget niet kromp, voor de auto is een toename van de middelen met meer dan anderhalve keer het fietsbudget de vanzelfsprekendheid zelve.

Als er al een modal shift zit aan te komen, dan niet ten gevolge van een budget shift. Zeker als het over de verdeling van de middelen gaat is het naar het STOP-principe nog altijd zoeken met een vergrootglas.

Voort

Maar genoeg geschamperd. Er is ook goed nieuws. Terwijl de minister zich uitslooft met het in de verf zetten van de vele wegenwerven, verrast de VAB met de nuchtere analyse dat “in plaats van de infrastructuur van de wegen te wijzigen met allerlei kunstgrepen maximaal moet worden ingezet op trajectcontrole” – ook in zones 30.

Kijk, dat is nog eens een verademing – te meer omdat het niet langer een toevalstreffer lijkt te zijn: de Vlaamse Automobilisten Bond onderscheidt zich wel vaker in positieve zin van concurrent Touring door genuanceerde standpunten die verder kijken dan de eigen modus lang is.

Wetende dat mensen zich meer en meer multimodaal verplaatsen, getuigt het van verstand én welbegrepen eigenbelang. De specimen die zich nog louter en alleen met de auto verplaatsen, worden langzaam maar zeker rariteiten. De toekomst is aan mobiliteitsorganisaties die niet langer unimodaal denken maar multimodaal. ‘Weg van modaliteit’, zeg maar.

Nogal wiedes dat ik er te vroeg mee ben. Vanzelfsprekend dat Fietsersbonden en Voetgangersbewegingen en OV-clubs zullen roepen dat het nog altijd heel hard nodig is om op te komen voor ‘hun’ verplaatsingswijze. Maar toch. Toch durf ik al eens dromen van een heuse VMB: een Vlaamse Mobilisten Bond.

Al mag het ook een Belgische, een Europese of een mondiale zijn natuurlijk.

 

 

* Bij zo’n cijfer kan ik dan nooit nalaten mij af te vragen: hoeveel procent tevredenen zou dezelfde vraag bij fietsers hebben opgeleverd? Minder, denk ik dan, maar naar de mening van fietsers lijkt veel minder vraag te zijn. Ik vind op het net alleen een tien jaar oud cijfer terug: 42% tevreden fietsers.