RSS feed

Tagarchief: publiciteit

Banaal, Met Wielen

Te oordelen naar mijn post, ben ik toe aan een nieuwe auto. Welhaast dagelijks word ik bestookt met publiciteit voor nieuwe wagens. Het is niet de enige weeffout in de algoritmes: men schijnt ook te denken dat ik een profiel heb dat geïnteresseerd is in een dikke BMW, Mercedes of zelfs een Porsche.

Het is verloren moeite, al ben ik wel een dankbaar publiek. Zelden gaan de folders ongelezen de papiermand in. Ik bekijk ze altijd met veel aandacht, want het is intrigerend te zien welke versie van de wereld de autoproducenten ons willen presenteren.

Neem nu deze reclame, paginagroot in De Standaard. De advertentie valt op door haar opvallende grijsheid. We zien een witte BMW in een grijze omgeving: grijs asfalt, grijze trottoirs, grijze gebouwen. De auto ligt aan de leiband, denk ik eerst, maar het is natuurlijk de tegenwoordig obligate kabel die naar de laadpaal leidt. Die verklaart meteen waarom de auto aan de linkerkant van de straat is geparkeerd – anders was in het oog gesprongen dat de stekker aan de minst handige kant is gemonteerd. In de meeste gevallen zal de kabel onhandig onder de voorsteven door naar de overzijde moeten worden gehannest.

Over de voorsteven gesproken. De eens elegante ‘niertjes’ van het rooster zijn tegenwoordig dermate opgezwollen dat ze er uitzien als een gigantisch stopcontact. Ook een manier om in de verf te zetten dat de wagen af en toe met elektriciteit kan rijden.

De zon schijnt en dat is geen toeval: zo krijgt het glazen dak van de auto een betekenis. Niettemin maken de lange zwarte schaduwen het plaatje nog wat somberder. Het trottoir en het parkeervak zijn onbelgisch breed en ook de gele lijnen wijzen niet op een Belgische setting – al doet het Belgische kenteken hard z’n best ons iets anders te doen geloven. Subtiel trouwens: het kenteken van de BMW X1 begint met 1-X. Ook aan de fijnproevers is gedacht!

Ondanks de brede stoepen zijn er geen voetgangers. Of toch, er is er één: de man van wie wij direct vermoeden dat het de uitgestapte BMW-rijder is. Al kijkt hij niet gelukkig, eerder kwaad zelfs – bijna zo kwaad als zijn BMW. Misschien heeft hij er reden voor. De man maakt zich op om over te steken en speurt naar BMW’s of ander tuig dat van de straat zijn Styx zou kunnen maken.

Het is onduidelijk hoe dit beeld ons wil verleiden tot het kopen van een BMW X1. Ik zoek naar argumenten die me zouden kunnen overhalen, maar ik vind er geen. De auto is bombastisch, de stekker zit aan de verkeerde kant, de omgeving is niet van die aard dat ik er heen zou willen. Er valt daar niks te beleven: een dode plint en geen mens op straat. Dat de parkeerplaatsen voor en achter de X1 niet benomen zijn, wijst ook al op niet veel aantrekkingskracht.

Het moet dan wel in de tekst zitten. “Toegankelijk, ook vandaag.” staat er boven. Daar word ik niet wijzer van. Toegankelijk wie of wat? Is de wagen bedoeld voor mensen met een beperking? Nee, dan hadden ze voor een andere chauffeur gekozen. Gaat het over de prijs? Die staat nergens vermeld. Wat weet BMW trouwens van mijn portemonnee?

Maar wacht: “Ontdek de salondeals.” staat er. Er is dit jaar geen salon, leve de salondeals! En voorts: “tot 100% aftrekbaar”. Om het er nog eens in te wrijven dat wij niet alleen het asfalt, de markeringen en de laadpaal betalen, maar ook een stuk van de auto’s die dat alles verslijten? Maar toegegeven, voor sommigen kan het een argument zijn om een X1 te overwegen: de boekhouder zegt dat ik er een nodig heb.

Verder blijf ik op mijn honger. Ook de informatie onderaan is karig. Er staat nauwelijks meer dan wat de wetgever oplegt. “Milieuinformatie” lees ik – newspeak voor ‘vervuilingsgegevens’. Ze hadden een pak gunstiger kunnen zijn als BMW gekozen had voor een compacter en lichter ontwerp van haar ‘instapmodel’, maar de wagenwedloop heeft haar prijs. Geloof het of niet, de overgedimensioneerde X1 is het ‘kleine’ broertje van de X2, de X3, de X4, de X5, de X6 en, hoe raadt u het, de X7. Die laatste is een Leopardtank en het valt te hopen dat er nooit een X8 komt, want dan wordt BMW een bulldozerfabrikant.

Tot zover mijn lectuur van de advertentie voor de BMW X1. De verleidingspoging is mislukt. Misschien ben ik dan toch niet zo’n dankbare lezer.

Terug naar de essentie

Geplaatst op

Behalve veel nadelen heeft Covid-19 ook één groot voordeel: het zet de dingen op scherp. En niet alleen de dingen, ook ons. Het dwingt ons na te denken over de keuzes die wij in andere tijden maken zonder nadenken, gewoontedieren die we zijn. Welke van onze verplaatsingen zijn essentieel en welke zijn bijkomstig? Het antwoord blijkt te veranderen doorheen de tijd, dit wil zeggen: hoe meer tijd er over heen gaat, hoe meer verplaatsingen we essentieel gaan vinden. De definitie van “essentie” is duidelijk onderhevig aan erosie.

Idem dito wat producten betreft. Ivan Illich maakte daarover in zijn nog immer actuele ‘Ontscholing van de maatschappij’ een rake observatie: de reële behoefte aan een product is omgekeerd evenredig aan de nood aan reclame om het product verkocht te krijgen. Volgens dit criterium moeten we besluiten dat de werkelijke behoefte aan auto’s heel gering is. Er wordt verschrikkelijk veel publiciteit voor gemaakt.

Dat begon de laatste weken op te vallen in het straatbeeld. Daar waar gewoonlijk de nieuwste modellen schaamteloos zichzelf aanprijsden met vooral emotionele argumenten, pelden de door de corona verveelde billboards zichzelf terug in de tijd.

Hier en daar zijn we nu terug bij de essentie aanbeland: het lege blad dat voorzichtig een nieuw begin lijkt te suggereren.

Pollocklangsdering

Elders komt er een verrassing tevoorschijn, zoals hier naast de ring van Herentals.

Het doet wat denken aan het eertijdse achteruit afspelen van vinylplaten waarbij zogenaamd satanische boodschappen tevoorschijn kwamen. Als we de auto-advertenties terugbladeren, verschijnt plots de grijns van een kakelverse Jackson Pollock.

Best duivels als je weet dat ‘Jack the Dripper’ omkwam in een autocrash.

Dubbele boodschap

Enkele weken geleden zat ik in een interview voor Zeno. Andere gesprekspartners waren Koen Van Wonterghem, voorzitter van Ouders van Verongelukte Kinderen (OVK) en politierechter Dina Van Laethem – een sympathieke dame die durft zeggen waar het op staat.

Alleen: de edelachtbare bleek zeer verknocht aan haar auto én aan de alomtegenwoordigheid van alcoholhoudende dranken. Die combinatie van een auto- en een alcoholcultuur eist jaarlijks veel slachtoffers, maar dat was voor haar geen argument om het beleid bij te sturen.

Ze gruwde van het idee dat mensen zouden moeten worden afgebracht van hun modale eenkennigheid. Fietsen? Te inspannend. Met de trein rijden? Vergt te veel tijd – ook al was de rechter de enige van ons drie die te laat op de afspraak verscheen.

Het alcoholslot veralgemenen? “Dan kan de horeca wel inpakken.”

En de verkoop van alcohol aan banden leggen, bijvoorbeeld in tankstations? Dom idee volgens haar, “want dan rijden mensen toch gewoon naar de nachtwinkel.”

Vreemde argumentatie. Ze gaat vrolijk voorbij aan heel veel volkswijsheid. Denk aan de aanbeveling om vooral niet de kat bij de melk (of het spek) te zetten of het inzicht dat de gelegenheid de dief maakt. Maar ook de wetenschap denkt er het hare van. Wanneer de ‘keuzearchitectuur’ het ongewenste gedrag (‘nudging’) faciliteert, dan wordt dat ongewenste gedrag waarschijnlijker. Daarover bestaat intussen een heel boekenrek aan gedragspsychologische studies.

Vandaar dat de Nederlanders, de Fransen, de Britten, de Denen, de Zweden, de Noren en zelfs de Italianen de verkoop van alcohol op autostrades hebben verboden. De Duitsers staan die alleen nog overdag toe en de Walen “evolueren naar minder alcoholverkoop in snelwegstations” door het verbod op te nemen bij de vernieuwing van concessies.

Het is duidelijk in welke richting het inzicht voortschrijdt. Overal, behalve in Vlaanderen.

Hier denken we nog altijd dat we het gaan halen met twee keer per jaar een in de media aangekondigde Bobcampagne.

Het is wachten op het volgende persbericht van Vias waarin verwonderd vastgesteld wordt dat zoveel Belgen toegeven (!) dat ze recent nog reden terwijl ze mogelijk boven de wettelijke alcohollimiet zaten. (“1 op 4 in de afgelopen maand”, volgens een internationale enquête uit 2019)

Aan dit alles moest ik denken, toen ik de afgelopen week ontdekte dat je tegenwoordig ook diesel van hoge gisting kunt tanken. De Leffe waarvoor hier reclame wordt gemaakt, is weliswaar alcoholvrij – maar om dat te weten moet je al de kleine lettertjes lezen én de spontane associatie met de klassieke lading van deze vlag opzij zetten.

Mijn hypothese is dat deze publiciteit de alcoholhoudende variant minstens evenveel promoot als de alcoholvrije variant. Bierbrouwers en hun marketeers weten echt wel hoe ze ons onder (hun) invloed kunnen krijgen.

Ze weten donders goed dat wij soms ook zonder te hebben gedronken een beetje dubbel denken.

 

 

 

Lesmateriaal voor klimaatijveraars

Deze tekst verscheen vandaag in De Standaard onder de titel ‘Van automarketeers valt veel te leren’.

In de aanloop naar het Autosalon is de publiciteit voor auto’s alom aanwezig. Op de radio, op televisie, in de bioscoop, in kranten en tijdschriften en in onze elektronische en fysieke brievenbus. Er is geen ontkomen aan. Dat is geen ramp, want er valt veel uit te leren.

Mitsubishi

Mitsubishi laat ons weten dat zijn nieuwste model ‘gebouwd is voor Belgische wegen’.  Dat maakt benieuwd. Maakt die auto zich smaller wanneer er maar één persoon aan boord is, zodat de afstand tot de fietsers op het moordstrookje wat groter wordt? Of is de auto uitzonderlijk milieuvriendelijk, waardoor de luchtkwaliteitsnormen in onze steden eindelijk binnen bereik komen? Geen van beide. Mitsubishi steekt slechts de draak met de slechte staat van onze wegen. Onschuldige humor? Eerder wrange. Het betreffende model is een SUV. In vergelijking met andere wagentypes staat dat synoniem voor ‘onveiliger voor andere weggebruikers’, ‘slechter voor de luchtkwaliteit’ en – o ironie – ‘sletiger’ voor de Belgische weginfrastructuur. Of hoe de schuldige de aanklager werd.

De autosector heeft een lange traditie in het ongegeneerd omkeren van verantwoordelijkheden. Op microniveau is de pollenfilter daarvan het treffendste voorbeeld: die ‘beschermt’ de inzittenden van de zwaveldioxide, stikstofoxiden, roet- en fijnstofdeeltjes uitstotende auto’s tegen de natuur. Op macroniveau is er de klaagzang van de automobielindustrie dat steeds meer steden hun eigen normen vaststellen bij de instelling van hun Lage Emissie Zone. Een terugkeer naar de Middeleeuwen waar de brave automobilisten het slachtoffer van worden! Nu ja, wat de autosector er wijselijk vergeet bij te vertellen is dat dit haar eigen schuld is. Achter de schermen zetten ze honderden lobbyïsten in om Europa ervan te weerhouden strenge normen op te leggen. Op de bühne pruilen ze wanneer de steden van lieverlee de gaten dan maar zelf opvullen.

Audi

In een radiospot vraagt Audi of we al een loft in de stad en een appartement aan zee hebben. Is het antwoord ‘ja’, dan is het tijd voor een nieuwe Audi A4. Dat het doelpubliek daarmee beperkt wordt tot een kleine minderheid, is kennelijk geen probleem. Een Audi is geen volks-wagen. Hij bestaat bij de gratie van een scheve verdeling van de rijkdom.

Zich daar vragen bij stellen geldt als een uiting van jaloezie en dus wagen de meesten zich er niet aan. Bijgevolg ergeren we ons niet aan publiciteit die mensen uitnodigt hun aanzienlijke ecologische voetafdruk nog te vergroten en wel aan jongeren die tijdens de schooluren op straat komen om daar wat aan te doen. Of hoe de klagers in geen tijd de aangeklaagden worden.

Als het debat over het te voeren klimaatbeleid af en toe dan toch eens inhoudelijk wordt, verdwijnt het onderscheid tussen de verschillende doelpublieken als sneeuw voor de zon. Plots worden mensen dan ‘gelijk’. Audi-, BMW- en Mercedesklanten worden één pot nat met de Daciarijders en zelfs met hen die niet eens over een auto beschikken. Dan gaat het over ‘de’ mensen die hun gedrag en hun levensstijl moeten aanpassen. Alsof iedereen even veel auto’s bezit. Alsof iedereen even veel met de auto rijdt. Alsof er geen mensen zijn die hun airmiles opstapelen en anderen die zelden of nooit vliegen.

Eén pot nat

Daardoor ontstaat er een front van haves en havenot’s dat abstractie maakt van de reële verantwoordelijkheden en dus ook van de verbetermarges. Zo wordt onzichtbaar dat er grote klimaatwinsten zijn te boeken zonder dat er veel geraakt moet worden aan de ‘gemiddelde’ levensstandaard.  Zo schuift de blingbling-elite de havenot’s naar voor als de slachtoffers van elke poging tot klimaatmaatregel. Feitelijke verantwoordelijkheid en schuld van de bovengemiddeld bemiddelden vermommen zich daarmee in virtuele solidariteit met de armen. In Nederland mondde dit recent uit in een georchestreerde campagne van de boulevardkrant ‘De Telegraaf’ tegen het Klimaatakkoord dat daar over meerderheids- en oppositiegrenzen heen werd gesloten. De teneur: de gewone man wordt de dupe van een grote klimaatsamenzwering.

Het werd een instantsucces. Liberalen van de VVD en christendemocraten van het CDA sloegen aan het twijfelen en komen terug op gemaakte afspraken. Of hoe schaamteloos populisme in realiteit de schadelijkste vorm van elitarisme kan zijn.

De hoogste tijd dus dat het klimaatdebat niet langer wordt gevoerd alsof het los staat van sociale rechtvaardigheid, een eerlijke verdeling van lasten en lusten en dus van sociaal en fiscaal beleid.

Maar wacht eens even. In de feiten zijn ze al wél vervlochten, alleen in de omgekeerde zin als zou moeten: middels premies en voordelen voor zowel de productie als de aankoop en het gebruik van elektrische auto’s komt de overheid tegemoet aan degenen die het én het minst nodig hebben én de grootste verantwoordelijkheid dragen. Maar daarover wordt zedig gezwegen. Milieubeleid wordt zo een herverdelingsinstrument van arm naar rijk.

Die royale voordelen weerhouden de begunstigden er niet van om diezelfde overheid te verketteren. Een sensibiliserende overheid heet bemoeizuchtig en paternalistisch te zijn. De luide roep om de problemen bij hun naam te mogen noemen, verstomt als het gaat om het klimaat. Oproepen tot een andere levensstijl is taboe. “Alleen totalitaire regimes proberen de levensstijl van hun ingezetenen te veranderen,” las ik op Twitter. Als dat klopt, is er geen regime dat meer totalitair is dan de reclamewereld. Die dicteert ons onafgebroken welke lifestyle we dit seizoen weer tot de onze moeten maken.

Blijkbaar hanteren we twee maatstaven. Eén voor de wereld van de reclame, één voor de overheid. Wie er over nadenkt, kan dit alleen maar verontrustend vinden. We accepteren de grootste leugens van publiciteit die is opgezet door op winst (en alléén op winst) gefocuste en uitsluitend door ongeduldige aandeelhouders gecontroleerde multinationals. We tolereren niets van een democratisch verkozen overheid die zich dagelijks moet verantwoorden in het parlement en in de media.

Respect voor de automarketeers! Zij kunnen van lood goud maken, terwijl onze beleidsverantwoordelijken met het lood in de schoenen blijven zitten.

afbeelding1

Zijn de marketingjongens (m/v) van de auto-industrie superieur aan die van de overheid en de beleidsverantwoordelijken of is er meer aan de hand? Het tweede lijkt me. Er is niet alleen een probleem met de verpakking, maar ook met de inhoud.

Opel

Laat ik er een recente brochure van Opel bijnemen. Op de glossy voorpagina: de Opel GT  X Experimental. Een model dat nooit zal worden geproduceerd, laat staan verkocht. Toch zet de autofabrikant de wagen in de spotlights.

Waarom? Omdat hij impliciet alles compenseert waarin de huidige Opels te kort schieten. Deze auto van de toekomst belooft niet vervuilend te zijn en absoluut veilig, terwijl er niets op comfort of prestaties moet worden ingeboet. Met andere woorden: deze auto doet dromen.

img_0001

Vergelijk nu deze boodschap met die van overheden en politici. Is er sprake van een droom? Van een positief, wervend toekomstperspectief? Veel meer dan over het realiseren van dromen en idealen, gaat het over het vermijden van nachtmerries: niet overspoeld worden door vluchtelingen, niet ‘geïslamiseerd’ worden, niet verdrinken door de stijging van de zeewaterspiegel… Angst is het bindmiddel. Het hoogste waarop we mogen hopen, is het behoud van wat we hebben. De verhalen die nog het dichtst bij een droom komen, situeren zich in een (fictief) verleden en zijn dus in wezen reactionair. De mogelijkheid van een toekomst met meer levenskwaliteit (meer gezondheid, minder armoede, meer mobiliteit…), meer democratische en meer mensenrechten lijkt ondenkbaar te zijn geworden.

Het verschil tussen de automarketeers en de beleidsverantwoordelijken? Voor de eersten ligt het paradijs nog voor ons, voor de anderen ligt het achter ons.

Autopubliciteit, er valt veel van te leren. Ik zei het al.

Af te schaffen reclame

vrtnmbs

De afschaffing van treinen framen als ‘dagelijkse kost’?  Als een autofabrikant het in zijn publiciteit zou doen, we zouden er verontwaardigd over zijn omdat het ingaat tegen alle maatschappelijke inspanningen om tot een duurzame ‘modal shift’ te komen. Maar au fond zouden we het wel begrijpen. Concurrentie, weet je wel.

Maar wat als het ene overheidsbedrijf, in casu de VRT, het andere, in casu de NMBS, in zijn blootje zet ter meerdere eer en glorie van zichzelf?

Vorig jaar was voor de NMBS een recordjaar wat het aantal afgeschafte treinen betreft, daar niet van, maar het waren er nog altijd ‘maar’ 3,1% van het normale aanbod en het merendeel als gevolg van stakingen. Allesbehalve dagelijkse kost dus.

Er mag natuurlijk al eens gelachen worden, maar cliché’s bevestigen en versterken, het behoort bij mijn weten niet tot de opdrachten van de VRT. Wel integendeel.

Reclame maken voor zichzelf met verwijzing naar feiten die geen feiten maar vooroordelen zijn mag recent dan bon ton geworden zijn, voor een mediabedrijf dat bestaat bij de gratie van zijn geloofwaardigheid, is het ongepast.

En verder kunnen de respectieve voogdijministers zich misschien eens de vraag stellen of het goed bestuur is wanneer ons belastinggeld wordt aangewend om tegengestelde boodschappen uit te dragen.

Om het goed te maken kan Jeroen Meus de komende week misschien eens een hapje voor de reizigers serveren in een station naar keuze.

Met vertraging

autosalon-2017

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, heeft de NMBS niet het patent op vertragingen. Zijn files trouwens niet gewoon een ander woord voor vertragingen? Zo bekeken wint het ons treinsysteem het nog altijd met vlag en wimpel van het autosysteem.

Maar daarover wou ik het niet hebben. Wel over het stukje dat ik een week of twee geleden voor De Standaard schreef naar aanleiding van de opening van het 45e Autosalon. Dat moest een ‘klein’ Salon worden, dit wil zeggen een Salon met alleen maar bedrijfswagens, maar in een land waar zelfs sportwagens bedrijfswagens kunnen zijn, viel dat niet vol te houden.

Maar ook daarover wou ik het niet hebben. Eigenlijk wou ik gewoon maar meegeven dat wie het stuk in de krant miste, het via dit link linkje alsnog kan lezen. Met excuses voor de vertraging. Als het er op aankomt ben ik geen haar beter dan de NMBS of Koning Auto.

Omdat ik de opmerking zo vaak kreeg “dat dat van die dansende moslims er eigenlijk niets mee te maken had”, geef ik nog even mee: het had en heeft er àlles mee te maken (nè!). Het is gewoon een ander voorbeeld van hoe met de waarheid een loopje werd gelopen omdat het toevallig goed in iemands kraam paste.

Maar voor het overige: oordeel vooral zelf!

 

 

De tru(c)k met de fietsen

Misschien verwacht u het intussen niet meer van mij, maar er bestaat ook publiciteit die ik kan smaken.

Zélfs publiciteit voor fietsen die naar auto’s refereert:

Because the Swiss

Muurflora

Geplaatst op



Citroënreclame

Had iemand nog een bewijs nodig van mijn menselijkheid? Zo ja, hier is er één: hoe zeer ik mij ook erger aan de dikke laag van oppervlakkigheid die onze maatschappij bedekt en die zichzelf publiciteit noemt, zo vertederd raak ik wanneer de stad weer eens vervelt en zo’n oude reclame onverhoeds tevoorschijn komt. Ontroerend hoe die dan meteen opnieuw probeert te overtuigen van de zegeningen van een bepaald product – alsof de wereld al die tijd heeft stilgestaan.

Nu, dat heeft hij niet. Muuradvertenties worden er vandaag de dag niet meer gemaakt en dat mag symptomatisch heten voor de snelheid van onze tijd. Publiciteit vandaag is per definitie vluchtig, want gedoemd om de tredmolen van de vernieuwing te blijven volgen. De nieuwe Golf, is dat de Golf VI, de VII of waren we al aan de VIII? Het voorbeeld is gekozen met mededogen: de Golf is één van de schaarse auto’s die al 40 jaar hetzelfde heten.

Het fenomeen van de muuradvertenties is nauw vervlochten met de opkomst van de moderne verplaatsingsmiddelen. Eerst van de trein, die de reclame voor afspanningen en hotels in de buurt van stations tot een vertrouwd verschijnsel maakte (voor een voorbeeldje, zie mijn eerdere blogje Intelligent). Daarna van de automobiel, waardoor reclame voor olie- en benzinemerken, dan voor banden en auto’s, daarna voor aperitieven, chocolade en koekjes en ten slotte voor ongeveer alles, uitgesmeerd werd over het hele land. Want die automobiel, die kwam letterlijk overal. En dus kwam ook de reclame overal.

Was het ooit de kunst om blinde gevels te ontdekken en die in te palmen voor het eigen merk (op het uitgestrekte Franse platteland leidde dat tot een ware strijd tussen de muurschilders, de ‘pignonistes’, vertelt Kees van Kooten in zijn heerlijke boek ‘Hartstochtjes’ (De Bezige Bij, 2012)), vandaag zijn we op het punt gekomen dat adverteerders schaamteloos gevels blind màken in naam van de reclame. (zie het eerdere bericht  Blinde gevel ) Ideaal zijn dan digitale reclameschermen, want die zijn als enige in staat de ingebouwde veroudering van de hedendaagse producten bij te houden.

Toch mooi hoe zelfs stomme, blinde muren ons veel kunnen vertellen over onze maatschappij.

Eerlijke reclame

Eerlijke reclame

 

Ja hoor, ze bestaat wel degelijk: eerlijke reclame.

Keerzijde van de medaille is wel dat de winkel moest sluiten.

Afleiding

Geplaatst op

Ethias (2)

 

Bekijk zo’n doordeweeks kruispunt van het Vlaams Gewest. Aanschouw de kleurenpracht: het geelzwart motiefje voor de verkeerslichten met hun tegen lichtinval afgeschermde rode, oranje en groene lampen, het fietsersrood dat heerlijk contrasteert met het harde wit van zebrapaden en andere wegmarkeringen, de gele jasjes voor palen op middeneilanden en verder de blauwe, groene en witte reflecterende kleurencodes van de bewegwijzering. Alles doet keihard z’n best om toch maar op te vallen en de aandacht te trekken van de weggebruikers.

In die context is het een beetje vreemd dat de wegbeheerder geen graten ziet in publiciteitsborden die vanaf de zijkant al deze inspanningen proberen te niet te doen. Daarvoor kunnen de grote middelen worden ingezet: panelen die groter zijn dan welk verkeersbord of welke wegwijzer ook en, als ultiem wapen, vrouwelijk schoon.

Subtiliteit is daarbij geen voorwaarde, zoals de recente campagne van Ethias illustreert. Als de basisvormen aanwezig zijn is het blijkbaar al lang goed.

Vermoedelijk bij wijze van selffulfilling prophecy is de tekst toegevoegd: ‘Even afgeleid?’ Gevolgd door een belofte om  binnen de 30 minuten ter plaatse te zijn om te doen wat moet gedaan worden.

Ethias (3)

 

Het affichebeeld is op z’n zachtst gezegd dubbelzinnig. Wat wordt hier bedoeld? Dat u afgeleid zou kunnen zijn door een schaars geklede dame op een affiche en daardoor de affiche zou binnenrijden? Als clichébevestigende rolverdeling kan dat tellen: man aan het stuur, vrouw als ver- of afleidster. Verrassend dat er nog geen enkele genderorganisatie haar heilige verontwaardiging heeft uitgeschreeuwd.

Ethias (6)

Maar het is de minst erge interpretatie. Freudiaanse varianten (die zouden focussen op de plaats van de impact en op het allicht niet toevallige trekhaakje) terzijde schuivend richten we ons op een eerder metaforische lezing: auto(chauffeur) rijdt vrouw aan.

In die interpretatie is de geruststellend bedoelde boodschap van een satanische wreedheid. ‘Wees gerust,” staat er, “u hebt weliswaar iemand aangereden, maar u bent geen dader.  U bent een slachtoffer dat binnen het half uur bijstand zal krijgen.”

Dat tegen die tijd het echte slachtoffer kan bezweken zijn, ach, dat is een ander verhaal. Dat van de tegenpartij meer bepaald. En die heeft het overduidelijk zelf gezocht.