RSS feed

Tagarchief: straatmeubilair

Bankverdriet

Geplaatst op

Nieuwe aflevering in onze zomerreeks…

Deze keer een observatie van Jozef Van Breuseghem in Middelkerke: “Een mooi zitbankje om even uit te rusten…”

Voor Minimensen met minibeentjes allicht.

DIGITAL CAMERA

DIGITAL CAMERA

‘Red de banken, zet paaltjes!’ Het zou niet eens zo’n domme slogan zijn.

Een variant op hetzelfde thema vond ik een tijdje geleden in het Limburgse dorpje Veulen.

Je zult er maar bankzitter zijn.Bankje met uitzicht

Over dak- en banklozen

Wie mijn vorig stukje heeft gelezen, zou kunnen besluiten dat zitbanken een goede indicator zijn van gelukkige mobiliteit in een stad.

Maar u kent het refrein intussen: niets is wat het lijkt. Een beetje nuancering is op zijn plaats.

Eerste nuancering: een betere indicator dan de aanwezigheid van zitbanken is het gebruik dat ervan wordt gemaakt. Zitten er vaak veel mensen voor langere tijd op de banken, dan is dat een stevige aanwijzing dat het wel snor zit met de leefkwaliteit. Het geeft aan dat er wandelaars zijn, dat er beschutting is tegen de weerselementen, dat er niet te veel lawaai (en misschien zelfs een mooie soundscape) is, dat de lucht niet verpest is door uitlaatgassen én dat er op straat wat te beleven valt.*

Zit er géén volk op de banken, dan mag de beheerder van het openbaar domein eens ernstig gaan nadenken. Want dan is de kans groot dat er werk aan de winkel is.

De derde mogelijkheid is dat er effectief gebruik wordt gemaakt van de banken, maar op een manier die eigenlijk niet bedoeld en nog minder gewenst is. Denken we maar aan daklozen die van zitbanken noodgedwongen hun hemelbed maken, tot ergernis van de andere gebruikers van het publiek domein.

In het verleden waren er dan wel eens burgemeesters die dat daklozenprobleem eenvoudig oplosten: ze lieten de banken verwijderen. En daarmee dus de daklozen. Enfin, toch uit het zicht.

Was er vroeger bij het verwijderen van de banken nog wel eens kritiek te horen (hetzij uit meelij met de daklozen hetzij omdat op die manier het kind met het badwater werd weggegooid), tegenwoordig is dat veel minder het geval. Dat komt doordat de kunst van het ‘zuiveren’ van het publieke domein intussen aan discretie heeft gewonnen.

Nu geen in het oog springende weghaalacties meer, wel onder het mom van ‘ergonomie’ sluw toegevoegde armleuningen die de daklozen op een ‘politiek correcte’ manier verbannen.

Daarmee zijn we dan bij de tweede nuancering aanbeland: een zitbank is niet in se goed of zelfs maar neutraal. Een bank is nooit zomaar een bank. Ze doet (al dan niet bewust) uitspraken over wat wenselijk is en wat niet op het openbaar domein. Zo heeft elke bank haar ‘script’.

 

Nietneutrale banken (2)

Alleen is de realiteit van de straat een stuk weerbarstiger dan ontwerpers en hun opdrachtgevers zouden willen. Kijk naar onderstaande bank. Voorlopig is het nog wel behelpen voor de dakloze, maar alvast verliefde koppeltjes hebben toch al wat openbare ruimte heroverd.

Nietneutrale banken (1)

 

* Voor een tragisch voorbeeldje hoe het niet moet, zie  https://www.google.be/maps/@50.869862,4.720775,3a,75y,171.46h,64.7t/data=!3m4!1e1!3m2!1sonoXa68R5dp3MfCLzuCbxA!2e0 (met dank aan Geert Vandamme voor de tip)

Beter bij de bank van hier

IMG_7368

Het gaat snel, dat leven van mij. Gisteren verkende ik nog Leuven, op zoek naar een kot. In de Tiensestraat moes ik balanceren over planken, want men was bezig een tweerichtingsstraat om te vormen naar een éénrichtingsstraat, met het oog op meer parkeerplaatsen en hier en daar een wat bredere stoep. Vandaag, volgens sommigen 32 jaar later (maar ik geloof ze niet), kuier ik er weer rond, op bezoek bij een studerende dochter. De Tiensestraat is intussen weer heraangelegd. (Er is een tijd geweest dat je dat kon zien als een bewijs dat iemand oud was geworden, maar dat is niet langer waar: het is dat onze straten niet meer oud worden.)

In sommige gevallen betekent dat vooruitgang. Zoals hier. Er rijden nu helemaal geen auto’s meer. In de plaats zijn er nu mensen. Veel mensen, ook al had Frank Deboosere voor beter weer kunnen zorgen. De mensen wandelen keuvelend door de straat, kijken naar de etalages, peddelen op hun gemak voorbij of zitten op een terras. Te kijken naar de andere mensen. Ja hoor, mensen houden wel degelijk van mensen.

Omdat we met onze dochter afgesproken hebben op de hoek van Tiense en de Muntstraat en een beetje vroeg zijn, zetten we ons neer op een bank. Ooit was dat science fiction, want in de jaren tachtig en negentig stonden er geen banken in de Tiense. Ondenkbaar, want geen plaats voor.

Maar tegenwoordig kan het. En wat ze ook over banken mogen beweren: ze renderen.

We hadden ons nog maar net verwonderd over de gevels die we jarenlang niet hadden gezien (want stilstaan in de Tiense, dat lukte alleen om halfvier ’s morgens en dan was stilstaan om weer heel andere redenen moeilijk), toen een bejaarde dame ons aansprak. Of we het erg zouden vinden om een beetje op te schuiven? En of zij er dan bij mocht?

Natuurlijk vonden we dat niet erg en natuurlijk mocht ze erbij. ‘Dank u,’ zei ze heel overbodig (maar aan sommige overbodigheid hebben wij al wat meer nood dan aan andere). Ze had geen aanmoediging nodig om te beginnen vertellen.

In geen tijd kwamen we te weten dat ze weduwe was, 93 jaar (ik vergat te vragen hoe dikwijls zij de Tiense had weten heraanleggen) en op terugtocht van de bushalte op de Grote Markt. Daar had ze een bus naar huis willen nemen, maar er was geen bus gekomen. “Er is iets te doen,” zei ze, “ik weet niet wat. De andere mensen wisten het ook niet.” Ze hapte even naar adem. “Nu moet ik te voet naar huis en dat is toch wel zwaar. Maar gelukkig staat hier een bank.”

We knikten begrijpend. De bank die we luttele minuten eerder nog als een luxe hadden ervaren, bleek opeens over levensreddende kwaliteiten te beschikken.

“Het was mij aangenaam,” zei ze na een tijdje, “ik ga maar eens verder.”

“Op naar de volgende bank,” lachte ik. En had daar spijt van toen we haar tien minuten later inderdaad op een bank honderd meter verderop zagen zitten, moed en kracht verzamelend voor de volgende etappe.

De eerlijkste mobiliteit vermomt zich soms als immobiliteit.

Het Daltonbankje

Waar men gaat langs Vlaamse wegen, komt men soms merkwaardig straatmeubilair tegen.

Zoals dit driezitje, dat in de catalogus vermoedelijk zal zijn aangeprijsd als het Daltonbankje – al betekent het dat één van hen rechtop moet blijven staan. (Maar dat is geen ramp: Joe, William, Jack en Averell hebben tenslotte al lang genoeg gezeten)

Daltonzitje

 

Pijnbank

Sommige mensen zullen me ervan gaan verdenken dat ik iets tegen het shoppingcenter in Olen heb. Ze hebben nog gelijk ook. Dit soort ontwikkelingen (juister: degeneraties) in het midden van nergens is slecht voor alle dorps- en stadscentra in de omgeving. En funest voor de mobiliteit in de wijde omgeving. Het resultaat is een stroom autoverkeer die vermeden had kunnen worden, met gevolgen op vele fronten: meer verkeersonveiligheid, meer verkeersdrukte en dus meer verkeerscongestie, meer luchtverontreiniging, meer verkeerslawaai, meer auto-afhankelijkheid en meer ruimtebeslag in een gebied dat ‘open ruimte’ had kunnen zijn. Ik zwijg dan nog zedig over gezondheidseffecten en de kostprijs van de aanleg en het onderhoud van de infrastructuur.   

Zo bekeken is het een geluk bij een ongeluk dat de vormgeving in Olen merkwaardig mislukt is. Ik heb het dan niet over een rollend trottoir naar een sportwinkel. Dat is gewoon heerlijk absurd. Ik heb het dan over het al eerder behandelde ontbreken van voetgangers- en fietsersvoorzieningen en het opmerkelijke gevoel van leegte dat overheerst doordat geen enkele natuurlijke ‘flow’ van mensen werd ingebouwd. De keuze van het meubilair ligt in dezelfde mensonvriendelijke lijn. Bekijk deze stalen bank, waar je alleen op gaat zitten als er sprake is van dwang. De kilte die ze uitstralt is letterlijk te nemen: het zitoppervlak is ongezellig koud en hard en met wat pech snijdt het staal ook nog eens in je vlees. Om de kans daarop te vergroten, hebben ze de bank ook nog eens pal in de looplijn gezet.

Bij nader inzien is er misschien alleen maar sprake van een verkeerde levering en werd er een pijnbank gebracht in plaats van een zitbank.

Het boeiende leven van straatmeubilair 2

De wakkere fotograaf moet altijd zijn apparaat in de aanslag hebben. Anders ontglippen hem snapshots zoals deze van een instinctief terugwijkend paaltje. Een schrikreactie, een fractie van een seconde, niet méér. Daarna staat het weer braaf in het gelid, een doodnormaal stokstijf paaltje te wezen. Alsof er niets gebeurd is.