RSS feed

Tagarchief: voetgangersvoorzieningen

Lol trappen

Geplaatst op

Met de klimaatverandering in volle ontplooiing weten we wat ons te wachten staat: meer extreme weersomstandigheden zoals langere droogteperiodes en hevigere onweders. De ‘regentoets’ zal in de toekomst dus alleen maar winnen aan belang.

Het kan dus geen kwaad om eens te kijken hoe ze hiermee omgaan in van oudsher ‘regenachtige’ streken. In Spaans Baskenland bijvoorbeeld hoort regen erbij zoals een hamburger bij Mc Donald’s.

Als een stad dan ook nog eens bovenop een heuvel is gebouwd, zoals de onbekende en dus onbeminde hoofdstad Vitoria-Gasteiz, dan heb je het perfecte recept om mensen nooit te voet te laten gaan. Zou je denken.

Maar daar hebben die Basken het volgende op gevonden:

Een overdekt rollend trottoir, dat daar nooit eerder iemand op gekomen is!

Ernaast blijft het nog eenvoudigere alternatief van klassieke, onoverdekte trappen beschikbaar en de overkapping met geïntegreerde verlichting voelt, zelfs in een uitgesproken historische context, dankzij zijn discrete en transparante karakter allesbehalve als een Fremdkörper aan. Integendeel zelfs. Het voelt aan als de vanzelfsprekendheid zelve. Er is zelfs geen reglement, handleiding of gebruiksaanwijzing nodig. Het correcte gebruik wijst zichzelf uit.

Met gezond verstand kom je al een heel eind, zélfs in het domein van de mobiliteit. We zijn nogal eens geneigd dat te vergeten.

Overigens zorgde de wispelturigheid van hun weer ervoor dat die van Vitoria-Gasteiz ook tot het volgende compromis kwamen:

Werd het plein een sporthal of het sporthal een plein? De deuren staan uitnodigend open, iedereen kan binnen en buiten wandelen zoals bij een plein. Er is een dak, maar het gebouw is ‘open’, waardoor binnen een beetje buiten werd en buiten binnen.

Ik kan mij het tafereel al zo voorstellen:

– “Ma, het is slecht weer, ik ga buiten spelen!”

– “Dat is goed jongen! Kleed je niet te warm aan.”

Advertenties

Het Bilbao-effect: de andere helft van de waarheid

Geplaatst op

In afwachting van het Kasterlee-effect (een plotse omslag in het Vlaamse mobiliteitsbeleid ten gunste van de kwetsbaarsten als gevolg van een dodelijk ongeval met fietsers), keren we terug naar Baskenland.

Want ik had het hier al verschillende keren over Bilbao, maar nog niet over het Bilbao-effect. En dat is sinds 20 jaar onmogelijk geworden.

Bilbao-effect

Wikipedia omschrijft het effect als het fenomeen waarbij de bouw van een door een bekend architect ontworpen markant gebouw leidt tot een rijkere of belangrijkere stad. In Bilbao was dat dus het door Frank Gehry ontworpen Guggenheim Museum dat de sombere industrie- en havenstad deed verpoppen tot een hippe cultuurmagneet.

Kwam het echt alleen maar door het museum? Natuurlijk niet. Ook al is het belang van het in 1997 geopende museum met z’n 1 miljoen bezoekers per jaar en een terugverdientijd van amper 3 jaar moeilijk te overschatten (wie zei daar dat cultuur alleen maar geld kost?), het museum was ‘slechts’ het meest zichtbare en spectaculaire onderdeel van een veel breder programma.

Dat omvatte onder meer de restauratie en herbestemming van het rijkelijk aanwezige historisch erfgoed, het terugdringen van de rol van de auto in de stad en de daarmee sporende (sic!) reorganisatie van het openbaar vervoer: de reeds besproken bouw van een metro, de uitbouw van een busnetwerk (de ‘Bilbobus’) en de wederintrede van de tram.

Trams Bilbao

Waar verleden en toekomst elkaar ontmoeten… Omdat veel straten in de stad te smal zijn voor twee tramsporen, bestaat een belangrijk deel van het net uit een enkelspoor met een passageplek (hierboven) waar trams elkaar kunnen kruisen.

Bilbao tram gras

De tram als bijdrage aan de vergroening van de stad? Met groene beddingen werd het maatschappelijk draagvlak voor de (op)nieuwkomer verbreed.

Bilbao tram Koekendoos

Gaven we de indruk dat in het buitenland alles beter is? Dan volgt hier een rechtzetting. Soms maken ze er domweg dezelfde fouten. Zoals de ontmenselijking van de tram door hem oneerbiedig te reduceren tot een banaal billboard of, zoals hier, een haast letterlijke koekendoos…

Qua mobiliteit zat er ook een nieuwe luchthaven in het programma. Ook daarvoor ging men te rade bij een starchitect: Santiago Calatrava… (“Nergens anders ter wereld kennen zoveel mensen zoveel architecten bij naam,” zei de stedelijke mobiliteitsambtenaar, Mikel Gonzalez Vara en ik ben geneigd hem te geloven.)

Calatrava knutselde een gebouw met vleugels (dat doet hij altijd, maar hier paste het nog ook) dat, hoe verzinnen ze het, de bijnaam ‘La Paloma’ kreeg.

 

Luchthaven Bilbao

Zoals gewoonlijk bij Calatrava was er ook hier kritiek. Deze keer omdat het ‘gesloten’ design van het gebouw uitbreidingen moeilijk maakt. Al kunnen we dat in tijden van klimaatverandering natuurlijk ook als een voordeel beschouwen.

In het mobiliteitsprogramma werd overigens ook aan de voetgangers gedacht, met onder meer een heerlijke hangbrug getekend door… jawel, Santiago Calatrava. De Basken noemen haar de Zubizuri, wat origineler klinkt dan het is. Het betekent gewoon ‘Witte Brug’.

Voetgangersbrug Bilbao (2)

Ze hadden de Zubizuri ook ‘Gladde Brug’ kunnen noemen, want Calatrava maakte met zijn keuze voor glazen tegels een ontwerpfoutje: in de winter bleek de brug spekglad. Vandaag zijn de meeste tegels vervangen door een ‘wandeltapijt’.

Bilbao Zubizuri met glazen tegels

Een deel van de glazen tegels is nog zichtbaar.

Minder spectaculair maar eigenlijk belangrijker was de consequente herwaardering van het publieke domein. Parken, pleinen en straten werden onder handen genomen en systematisch vergroend, mensvriendelijker gemaakt en gepimpt met kunst.

Bilbao herwaardering openbaar domein

Met een zin voor detail die we doorgaans eerder aan het noorden toeschrijven, maar bij ons nauwelijks te vinden is. Toch niet in de publieke ruimte…

Kunst Bilbao

Niet voor mensen met een arachnofobie.

Tot slot was er de herontwikkeling van de rivieroever, die intussen een klassieker is bij oude industriesteden aan het water – zie onder meer Barcelona, Lyon, Parijs, Gent, Antwerpen, Brussel en Luik…

Herwaardering van de rivieroever Bilbao

En zo zijn we uiteindelijk weer bij het Guggenheimmuseum aanbeland…

Over schuinsmarcheren in Berlijn, Delft en Donostia – San Sebastian

We blijven nog even bij de zebrapaden. De geschiedenis van het verkeer sinds de opkomst van de auto is er één van disciplinering, in de eerste plaats die van de andere weggebruikers. Cru gesteld: de verdwijning van het paard dwong de actieve weggebruikers in het gareel.

Was het schuin oversteken van een kruispunt tot dan de normaalste zaak van de wereld, plots moest dat in ‘hoeken’ gebeuren. Nu is de logica omgekeerd: het heel ‘natuurlijke’ schuine oversteken is nu bijzonder geworden.

Zo bijzonder dat hedendaagse verkeerskundigen in katzwijm vallen wanneer ze er oog in oog mee komen te staan. Dan worden de fototoestellen bovengehaald.

Dat deed ik alvast enkele jaren geleden in Berlijn, bij deze ‘vierkant groen’ vlakbij het vroegere Checkpoint Charlie. De voetgangers hebben er op zeker moment in Alle Richtingen Groen, waardoor de regeling af en toe in de literatuur ook wel eens onder het verschrikkelijke acroniem ‘ARG’ opduikt – niet te verwarren met het Antwerpse “(hieël) aarg”.

Berlijn1 657

Bemerk dat de Berlijners hier eenvoudige stippellijnen gebruiken in plaats van zebra’s: nog minder verf en nog minder kans op gladheid dan in Bilbao. Tijdens onze vorige studiereis naar Hamburg leidde dit tot het Grote Zebrapadendebat

Die brave Pruisen bleken zo gedisciplineerd dat ze ook in deze situatie nog in hoeken bleven oversteken. Vrijheid is een vreemd ding als je er niet aan bent gewend.

Enkele weken geleden kiekte ik de onderstaande variant in Delft. Hier gaat het om een niet-lichtengeregeld kruispunt, waar schuinsmarcheren maar ook ‘schuinsfietsen’ actief worden aangemoedigd met een shared space-inrichting. De basisgedachte: veiligheid door onzekerheid – een moeilijk concept om uit te leggen, maar doorgaans werkt het wel (“Dankzij de risicohomeostase!”, roepen onze studenten nu in koor).

Delft shared space

In Donostia – San Sebastian, met een aandeel van 53% voetgangersverplaatsingen in de modal split allicht één van de best scorende ‘wandelsteden’,  lusten ze er ook pap van. Daar is op enkele belangrijke kruispunten de ‘vierkant groen’ zelfs aangevuld met een ‘diagonaal groen’, want ook die relatie kreeg een verkeerslicht.

Diagonaal groen San Sebastian

In België hebben we ook enkele ‘vierkant groens’ (of zijn het ‘vierkanten groen’?), maar ik vermeld ze maar even niet met naam en toenaam. Strikt genomen zijn ze niet legaal. Ook hier steekt de wegcode weer stokken in de wielen: 61.3.2. Wanneer de verkeerslichten op een kruispunt geplaatst zijn, mogen het groene of oranjegele licht slechts verschijnen wanneer de rode lichten branden voor het verkeer dat uit de dwarswegen komt.” Groen geven aan de voetgangers in de ene richting terwijl ook voetgangers in de andere richting groen hebben kan dus niet – een onbedoeld gevolg van het impliciete voorruitperspectief dat veel regels in onze wegcode parten speelt.

Wie legaal dwars over een kruispunt wil kunnen lopen, moet ook een beetje dwars kunnen denken.

Of hoe iets perfect logisch kan lijken, maar het bij nader inzien helemaal niet is.

Intussen in Maastricht

Geplaatst op

Gaybrapad

Het kan niet op met onze studenten Verkeerskunde. Mijn verslag over de studiereis naar Hamburg heeft amper een aanvang genomen of we zijn intussen alweer in Maastricht geweest.

Daar werden we onder meer verrast door dit regenboogpad. Ik had meteen een (nu ja) donkerbruin vermoeden dat het een statement betreft om te benadrukken dat Maastricht elke seksuele geaardheid accepteert. En jawel: wat gesneukel op het internet leert me dat dit inderdaad de boodschap is. Er liggen blijkbaar ook al zo’n paden in Utrecht, Tilburg, Leiden, Rotterdam en Zwolle.

De Nederlandse verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen blijkt het geen goed idee te vinden: “Nog afgezien van het feit dat formeel een gekleurd zebrapad niet rechtsgeldig is, denk ik dat het verkeer ook niet de plek is om dergelijke statements te maken.”

Tertoolen vindt dat zebrapaden vooral gebaat zijn met duidelijkheid, zo niet “bestaat het gevaar dat verkeersdeelnemers niet goed meer kunnen inschatten of ze nu wel of niet met een zebrapad te maken hebben. ”

Als het gaybrapad nu gelegen had op een drukke invalsweg, dan had ik de verkeerspsycholoog volmondig gelijk gegeven. Maar alvast in Maastricht ligt het in een zone 30 waar fietsers en voetgangers de dienst uitmaken. Slechts af en toe komt er gemotoriseerd verkeer voorbij.

De functie van het pad lijkt me hier dubbel: enerzijds aan de voetgangers suggereren waar ze het best oversteken, anderzijds de fietsers en het gemotoriseerd verkeer attenderen op mogelijke oversteekbewegingen. Het komt me voor dat een gaybrapad die taken vervult met brio. Misschien zelfs nog net iets beter dan een ‘normaal’ zebrapad, gewoon omdat het meer opvalt.

Bovendien komt zo’n regenboog in wat toch vooral een verblijfsomgeving is (het Vrijthof, voor wie Maastricht een beetje kent) niet onnodig verkeerstechnisch over. De Maastrichtenaars hebben hun strepen bovendien bewust (en anders dan in de hoger genoemde steden) overlangs gelegd, waardoor de kans op juridische ‘verwarring’ met een echt zebrapad verwaarloosbaar is.

Enfin, de fijnproevers hebben het al door: Tertoolen pleit voor homogene zebrapaden, ik (hier en daar) voor heterogene. Ik zou niet direct weten welk standpunt nu het meest gayvriendelijk is.

Münster (2)

Geplaatst op

De segmentering van routes met een welgekozen inplanting van bomen is een bewuste strategie. Ze keert terug in het hele historische stadscentrum van Münster.

Dat veronderstelt natuurlijk dat de bomen méér mogen zijn dan ‘schaamgroen’ en letterlijk en figuurlijk de ruimte krijgen. Sommige exemplaren zijn dan ook uitgegroeid (sic) tot heuse monumenten.

IMG_3098

Reuzenkersen bij een kastanjeboom. Ik ben er niet achtergekomen wat het verband was.

Maar terug naar onze eerste boom… Hij zuigt ons naar de Rosenplatz, meteen een prachtig voorbeeld van wat je met een plein kan doen als je het autoblik weghaalt.

Het is zondag net na de middag, het heeft net nog zwaar geregend en dus is er nog vrijwel geen volk op straat. Maar toch oogt het pleintje, aangelegd in eenvoudige kleinschalige materialen, allesbehalve saai en verlaten. Er is sprake van ingebouwde serendipiteit: de kans op aangename ontdekkingen en verrassingen zit ingebakken in de architectuur van de plek. Allerlei elementen  verwijzen naar menselijke activiteiten: een brievenbus, wachtaccommodatie voor de bus, terrassen, een wildeboekenkast en banken rondom de boom.

Die twee laatste zorgen ervoor dat hier vertoeven niet automatisch gelijk staat aan consumeren, een euvel waaraan steeds meer openbare ruimten lijden.

IMG_3052

Behalve de bushalte en de brievenbus zijn alle elementen uitgevoerd in ‘natuurlijke’ zachte materialen.

IMG_3054

Wat ongetwijfeld ook bijdraagt aan de intrinsieke Gemütlichkeit van de plek zijn de lage straatlantaarns en, vooral, de huizen rondom. De schaal ervan is in verhouding en stuk voor stuk hebben ze met hun vele vensters ‘ogen op het plein’. Sociale veiligheid is niet noodzakelijk een kwestie van bewakingscamera’s.

Münster (1)

Geplaatst op

Aflevering 4 reeds van mijn reisverslag en we waren alleen nog maar onderweg.

Sommige lezers hebben wellicht al bij zichzelf de vraag gesteld: “Zijn we er nu bijna?” Als dat klopt ben ik een tevreden man, want dan ben ik er in geslaagd iets van het reisgevoel over te brengen.

IMG_3047

Onze eerste stop is Münster. Een randparking op wandelafstand van het centrum blijkt een prima springplank naar de stad. Park&Walk – voor vele kleinere steden is het een te gemakkelijk over het hoofd gezien concept. Misschien omdat het zo eenvoudig is?

Wat ervoor nodig is: duidelijke bewegwijzering, voldoende ruimte voor auto’s en autocars, schaduw en beschutting, een doordachte parkeerregeling (tarieven en tijdsbeperkingen), behoorlijk onderhouden sanitair en een aangename, logische route naar het centrum.

Nu ja, bij nader inzien: dat zijn meer dan genoeg ingrediënten om te kunnen struikelen. Denk alleen nog maar aan het onvermogen van de meeste steden en gemeenten om publieke toiletten die naam waardig aan te bieden. Zelfs onze NMBS slaagt er vaak niet in en moet zijn toevlucht zoeken tot absurde regelingen als sleutels die moeten worden afgehaald bij het loket (dat steeds vaker gesloten is).

Sleutel aan het loket

Maar in Munster slagen ze in het examen.

Globaal genomen dan toch, want eerst is er een fikse barrière die moet worden genomen. Zelfs op een zondag, met vrijwel geen autoverkeer, blijft de ringweg een te nemen horde. Een mooie illustratie van de stelling dat auto’s afstanden kunnen overbruggen, maar er tegelijk ook scheppen:

IMG_3048

Let op de afwezigheid van zebrapaden. In ons reisgezelschap van verkeersdeskundigen was het meteen de aanzet tot het Grote Zebrapadendebat dat de rest van de reis zou worden gevoerd: hebben we meer zebrapaden nodig of net minder?

Vervolgens bleek de kwaliteit van de looproute ook niet helemaal wat ze zou moeten zijn:

IMG_3051

De traditionele ruimteverdeling in de straat (in cocktailtermen: drie delen auto, één deel voetgangers) zorgt voor de klassieke ongemakken: een haag van wagens aan de ene kant, langs scherende auto’s langs de andere en fietsen die de al niet te brede trottoirs nog meer versmallen. In de fietsstad die Munster is, zou je verwachten dat er hier en daar toch al wat parkeerplaatsen zouden zijn ingeruimd om ordentelijk fietsen te stallen.

Maar er gloort hoop op het einde van de straat. Let op de boom die daar helemaal niet zo toevallig staat: deze perspectiefsluiter geeft wandelaars een doel en segmenteert de wandelafstand naar het centrum op subtiele wijze. Zo (onbewust) simpel kan het soms zijn.

Me and my Toyota

Geplaatst op
Zo begint deze blog iets van een kettingbrief te hebben. Lezer Jan Moesen knoopt aan bij de voorlaatste zin van mijn vorige blogbericht: “Omdat gedeelde smart soms halve smart is en véél gedeelde smart vaak puur jolijt.”
Hij stuurde onderstaande foto door met de verzuchting: “was het maar een Smart, dan zou er misschien nog wat plaats overblijven voor de voetgangers.”
Met exclusief zebrapad en alles.

Met exclusief zebrapad en alles.

Het enige wat nog ontbreekt is een sticker op de achterruit met de tekst ‘My Toyota is egotistic’.