RSS feed

Tagarchief: Volvo

Van utopie naar dystopie (en terug)

Alle cargates ten spijt hielden de autoconstructeurs ook in 2017 onbeschaamd hun communicatielijn aan: elke nieuw model is zuiniger, veiliger en milieuvriendelijker en toch sneller, comfortabeler en groter.

Neem bijvoorbeeld de nieuwe Volvo S90. Volgens de advertentie verbruikt die tussen de 2 en de 7,3 liter. Die 2 liter slaat dan op het plug-in hybride model en vergeet te vermelden dat er dan ook nog elektriciteit benodigd is – en energie voor het opwekken van die elektriciteit. De 7,3 liter is dan weer het resultaat dat werd neergezet in een 20 minuten durende test in een laboratorium, nadat alle toeters en bellen (velgen, zetelverwarming, airco,…) werden verwijderd, alle gaten dichtgetaped, met opgewarmde motor, bij constante (gunstige) temperatuur, luchtdruk en vochtigheid en bij een gemiddelde snelheid van… 34km/u.

Kortom, een Volvo zonder ‘luxury’ dus en zonder uitgepuurde lijnen onder een stolpje van fake reality.

Omdat het moet van de wetgever wordt er vermeld dat het een NEDC-test betreft, wat in gewone mensentaal wil zeggen dat Volvo zich nog gerept heeft om haar nieuwe model onder de oude meetmethode te laten vallen: gunstiger voor Volvo, ongunstiger voor haar klanten.

Business op z’n Zweeds? Nee hoor, business as usual. Ze doen het allemaal.

Volvoreclame (3)

Hoe groter de auto, hoe kleiner de lettertjes, lijkt het wel. “Vanaf 37.530 euro”, maar het afgebeelde model is 7000 euro duurder.

Terwijl de marketingafdelingen van elke autobouwer ons doen geloven dat deze tegengestelde uitkomsten moeiteloos worden verzoend dankzij technologisch vernuft, overtuigen hele legers lobbyïsten in de Europese coulissen politici ervan dat dit een onhaalbare opgave is en dat dus de milieu- en veiligheidseisen naar beneden moeten worden bijgesteld. Met succes, want ook in 2017 werden de aanbevelingen van de technische werkgroepen telkens aardig bijgesteld in het voordeel van de constructeurs. En dus in het nadeel van alle anderen, inclusief de mensen die helemaal nooit met een Volvo zullen rijden.

Maar eigenlijk wou ik het niet eens daarover hebben. Aanleiding voor dit stukje is de merkwaardige setting waarin Volvo tegenwoordig zijn auto’s plaatst. Hierboven: een grijze wereld. De auto is grijs, het asfalt is grijs, de muur is grijs. Zelfs de voetganger is grijs. Vermoedelijk is het de net uitgestapte automobilist, want in de Volvo zit niemand en de lichten zijn nog aan. De man kijkt nog even naar zijn auto. Liefkozend wellicht, maar ook hier betreft het duidelijk een laboratoriumsituatie. In de echte wereld zal zijn blik bezorgd zijn: is de auto wel op slot, kan ik hem hier wel achterlaten? Want de omgeving is nu niet bepaald de meest gezellige: behalve kleurloos is ze ook verlaten. Er is geen mens op straat en de muur is blind. Van de sociale controle zal het niet moeten komen.

Is die setting toeval, een folietje van een fotograaf verzot op 50 tinten grijs en de textuur van bakstenen muren?

Helaas. De advertentie voor de Volvo XC90 bewijst dat het geen toevalsmisser is.

Volvoreclame (5)

Ook hier is het decor eerder onherbergzaam dan gezellig. Asfalt, glas, beton – ziedaar de kille hoofdbestanddelen van het decor dat Volvo zelf mocht kiezen. Tweehonderd meter eenzaamheid. Er is geen levende ziel op straat en dat is ook weinig verwonderlijk, want er valt alle-Fika-nog-aan-toe niks te beleven.

“Is dat erg,” vroeg een professor emeritus mij vorige week, “dat is toch ideaal als je voor de deur wordt opgehaald en afgezet?”

Hij was al één station verder: bij hem zat er ook al niemand meer in de Volvo. Die zou dan zelfrijdend en eigengereid op weg zijn om iemand op te halen. In dat scenario klopt het beeld al half.

Het trottoir zou dan inderdaad verlaten zijn. Maar de weg niet. De weg zou één permanente stroom van auto’s zijn. Het trottoir zou opgebroken zijn en geannexeerd voor een weg vol Volvo’s: volle Volvo’s, maar ook lege – allemaal doelbewust op weg naar hun bestemming. Het summum van efficiëntie!

Daarmee wordt rücksichtslos voorbijgereden aan de noodzaak van het overbodige: toevallige ontmoetingen, serendipiteit, het geluk om mensen ‘per ongeluk’ te ontmoeten, een blik of een glimlach uit te wisselen,  elkaar te leren kennen – zonder dat dit vooraf geprogrammeerd was.

Bij nader inzien is de utopie van Volvo en soortgenoten eigenlijk een dystopie: een stad die getroffen lijkt door een neutronenbom. De gebouwen staan nog overeind, de infrastructuur is nog in tact. Maar alle leven is er uit weggezogen, elke vorm van menselijke aanwezigheid is vakkundig uitgewist.

Is het dat wat we willen? We kunnen elkaar misschien eens de vraag stellen bij ons volgende bezoek aan de kerstmarkt.

Prettig kerstfeest!

Advertenties

Vragen

Een vreemde advertentie was het, vanmorgen in mijn krant: een foto van een bedeesd kijkende man met een wijkende haarlijn die met hangende armen naast een vliegtuigmaquette zit. Uit de tekst eronder leren we dat de man Bernard heet en de CEO van Brussels Airlines is. Hairlines was grappiger geweest, maar het verklaart tenminste de teneergeslagen blik. Die man heeft zorgen, zoveel is duidelijk.

Gelukkig krijgt hij, via de krant, een briefje van een collega-CEO: Wim Maes, Managing Director van Volvo Car Belux. Ook een man met zorgen, maar hij kan het beter verbergen. “Hey Bernard”, zo begint hij zijn epistel en veegt daarmee alle vooroordelen over stijf gehark van tafel. CEO’s onder elkaar, ze spreken elkaar joviaal met de voornaam aan, zelfs al lezen er een paar honderdduizend mensen mee.

Volvopubliciteit

Of dat was toch de bedoeling. Eerlijk gezegd betwijfel ik of dit gelukt is. De brief is gesteld in een Nederlands waar gegarandeerd geen copywriter aan te pas is gekomen (of hij moet een kater hebben gehad). Behalve doorzetters en nieuwsgierige Aagjes zoals ik, heeft volgens mij niemand het verder dan de derde zin geschopt.

Na enig vertaalwerk meen ik te begrijpen dat de ene CEO de andere laat weten dat hij van hem een auto krijgt. Weten we meteen hoe het gaat in de wereld van die grootverdieners. Het gaat dan ook niet over zomaar een karretje. Het gaat om een Volvo XC90 First Edition, meer bepaald het duizendste exemplaar. Aha, vandaar die ‘1000’ op de foto. Ik dacht al.

Bernard wordt verzocht om 16u naar http://www.volvocars.be/volvofindsyou te surfen om daar te vernemen “waarom we nu juist dit nummer voor jullie gereserveerd hebben”. Raar, want het antwoord staat al in de paragraaf erboven: omdat Brussels Airlines van de Europese hoofdstad het centrum van de wereld probeert te maken (klopt: er zijn mensen die daar wakker van liggen) en die hoofdstad ‘1000’ als postnummer heeft. Geef toe: dat is goed gevonden.

Nu ja, zo goed gevonden nu ook weer niet. Want op de website (ik ben écht een nieuwsgierig Aagje) leer ik dat er van de nieuwe Volvo XC90 First Edition maar 1927 exemplaren zullen worden geproduceerd en dat verklaart meteen waarom er voor mij geen Volvootje is weggelegd: mijn postnummer is 2200.

Zou zo’n saaie krantenpagina ook maar één iemand overhalen om de “gloednieuwe XC90 First Edition” te kopen? Bij Volvo zelf moeten ze er ook niet helemaal gerust op zijn geweest. Luttele pagina’s later is er een al wat geiniger foto van ene Ozark Henry. Ook hij is in de prijzen gevallen, zo blijkt: hij mag nummer 1023 gaan ophalen. Waarom 1023? Het antwoord blijft hier wél onvermeld en op de website is het vruchteloos zoeken (al geef ik toe dat ik niet echt héél hard heb gezocht). Gelukkig is Ozark zo sympathiek om het ons op z’n Facebookpagina te verklappen: ’23’ is z’n geluksnummer!

Hoewel: waarom hebben ze hem dan nummer ‘1023’ gegeven, en niet ’23’?

Het is maar één vraag waarmee ik zit. Een andere is of Volvo écht denkt dat het ons de ene dag kan afdreigen met fabriekssluitingen en inleveringen en ons de volgende dag auto’s kan verkopen door ze aan bevriende CEO’s en rockartiesten weg te geven (of te doen alsof)?

En misschien nog de grootste vraag waarmee ik achterblijf, betreft heel specifiek die Volvo XC90: WHY?

Is een brandstofslurpende, CO2 en te veel fijn stof uitstotende, overgedimensioneerde, angst inboezemende tweetonner het soort voertuig waarop een op klimaatverandering en peak oil afstevenende wereld zit te wachten? Of is het voldoende dat een handvol wereldvreemde CEO’s en rockartiesten dat doen?

Als ik mijn vragen in een brief aan Wim Maes zou gieten, zou die mij dan een antwoord sturen?
Hey, Wim?

Over ezels en paardentemmers

Geplaatst op

“In 2020 zal niemand nog ernstig gewond of gedood worden in een Volvo.”  Zo luidt de Vision 2020-doelstelling die Volvo zich al in 2008 eigen maakte. Eigenlijk zouden alle fabrikanten zich die doelstelling moeten stellen. Of sterker nog: eigenlijk zou de overheid, bijvoorbeeld de Europese Commissie, die doelstelling moeten opleggen.

Maar voorlopig is Volvo dus uniek in het naar voor schuiven van zo’n concrete doelstelling met een duidelijke deadline. Overigens geldt de doelstelling niet alleen de inzittenden van een Volvo maar ook mensen in andere voertuigen en voetgangers, zegt veiligheidsexpert Anders Eugensson van Volvo Cars op de website van Volvo- al nuanceert hij dat meteen met de verduidelijking: “no unprotected roadusers should be seriously injured or killed”. Zijn voetgangers en fietsers dan niet per definitie ‘onbeschermd’?

Maar zelfs met deze nuancering blijft de Vision 2020 een mooie doelstelling waarop het merk kan afgerekend worden. Des te vreemder is wat mij betreft de campagne die het merk momenteel voert op billboards en in magazines voor z’n nieuwe S60: “Paardentemmers gezocht”. Hoe rijm je de Vision 2020 met zo’n onverholen uitnodiging om de grenzen te van het mogelijke te gaan verkennen?

Niet, volgens mij. Volvo stelt zelf vast dat in 90% van de ongevallen een menselijke fout in het geding is en dat het er dus op aankomt om “mensen in verkeerssituaties beter te begrijpen”. Het lijkt erop dat men met dat begrip nog niet ver is opgeschoten. Anders zouden ze bij Volvo wel weten dat het domste wat je kan doen is ezels paardenkracht te geven.

De heruitvinding van de trein

Geplaatst op

Vreemde tijden toch. Terwijl de Belgische spoorwegen (voor het gemak scheren we de drieëenheid eventjes over één kam) zich opmaken om treinen af te schaffen om het spoorverkeer gesmeerd te laten lopen, zijn autoconstructeurs volop bezig de trein te heruitvinden om hun systeem draaiende te houden.

Konvooirijden heet het in het Nederlands, maar in het Engels klinkt het veel eerlijker: Safe Road Trains for the Environment, afgekort Sartre (subtiele verwijzing naar de filosoof van de quote: “L’enfer c’est les autres.”, vrij te vertalen als “De file, dat zijn de anderen”). Het komt erop neer dat auto’s automatisch “in treintjes” rijden op de snelweg. De chauffeurs hebben intussen de handen vrij om andere dingen te doen. De kaartjes van de achterbankpassagiers knippen bijvoorbeeld. 

Naar verluidt (maar er verluidt veel als het over ‘slimme’ technologie gaat) zou één en ander “al over tien jaar” in de praktijk kunnen worden gebracht. Hopelijk verpest niemand het feest door de betrokken ingenieurs te verklappen dat hun ‘uitvinding’ al sinds de eerste helft van de 19e eeuw functioneert. Grote kans dat ze in een existentiële crisis zouden belanden.