RSS feed

Tagarchief: Uplace

De klimaatjongeren weten al hoe laat het is

Klimaatactie, klimaatactie, klimaatactie… Een mens zou bijna vergeten dat er een Autosalon met Grote Wereldpremières aan de gang is. Geen wonder dat de gevestigde orde er zichtbaar zenuwachtig van wordt.

Maar laat dat nu net de bedoeling zijn geweest. De klimaatjongeren weten al hoe laat het is: nog net niet te laat. Wél de hoogste tijd om de verkozen én onverkozen machthebbers uit hun comfortzone halen, vooraleer het klimaat dat met iedereen doet.

Wat een eerste grote klimaatbetoging niet vermocht (onze verzamelde milieuministers deden een ‘Rakettenbetoging bis’* door de dag erna al officieel het tegenovergestelde te doen van wat gevraagd werd), lijken de spijbelende jongeren nu wél voor elkaar te krijgen.

Minstens voor eventjes gaat het maatschappelijke en politieke debat niet over ‘hoofdzaken’ als hoofddoekjes, maar over de vraag hoe een rechtvaardig klimaatbeleid er nu precies zou moeten uitzien. Die pluim mag de klimaatgeneratie alvast op haar hoed steken.

klimaattop

19 april 2016 De eerste Vlaamse Klimaattop

In een vorige bijdrage (gepubliceerd in De Standaard) gaf ik al een eerder filosofisch aanzetje tot een antwoord. Dat kon samengevat worden met een oproep om er een wervend verhaal van te maken. We moeten dringend af van de idée fixe dat het voeren van een consequent klimaatbeleid automatisch betekent dat ons leven minder kwaliteitsvol wordt. Politici die dat beweren hebben eenvoudig te weinig verbeeldingskracht en zijn aan vervanging toe. Met zo’n volk schieten we geen meter op. 

MO Magazine vroeg om dat nog iets concreter te maken  met drie maatregelen en, the best is yet to come, vroeg dat niet alleen aan mij. Zo werd het toch nog interessant – al valt het op dat ook de twee andere bevraagden (Leo Van Broeck en Sara Van Dyck) 1) met ‘heel gewone dingen’ uitpakten en 2) onafhankelijk van elkaar oproepen om alvast eens op te houden met beleidskeuzes te maken die haaks staan op een klimaatbeleid: geen salariswagens, weidewinkels, shoppingcentra of verkavelingen meer, geen chemie-investeringen aantrekken naar de Antwerpse Haven die tachtig kilometer noordelijker, in Rotterdam, geweigerd werden wegens te schadelijk voor het klimaat. Raar maar waar, de eerste stap om met een klimaatbeleid die naam waardig te beginnen, is ophouden met een aantal dingen. Via de Via Negativa zouden we al een heel eind komen.

Enfin, de neerslag van de gesprekken lees je hier. Als je het mij vraagt: een uitstekende voorbereiding voor zondag.

 

*Voor de broekjes onder ons: in 1982 betoogde ik samen met, op de kop af, 399.999 anderen tegen de plaatsing van Amerikaanse kernraketten op Belgisch grondgebied. Achteraf bleek dat op dat moment al de raketten naar ons land onderweg waren. Premier Martens had daarvoor in alle stilte de toelating gegeven.

Twee minuutjes

Hasselt vanuit de lucht

Afgelopen dinsdag had ik de eer als spreker te mogen aanschuiven op de allereerste Vlaamse Klimaattop. Dat Vlaanderen in het verleden veel tijd heeft verloren, bleek al uit de strakke programma-opbouw: op de eerste spreker na kregen alle experts twee minuten toegemeten om welgeteld één slide toe te lichten.

Gelukkig had architect-stedenbouwkundige Leo Van Broeck daarvoor al een stevige ‘keynote’ geserveerd waarin hij de aanwezigen duidelijk maakte waar het kalf gebonden is. We moeten dringend naar een ander ruimtelijk beleid waarin niet langer spreiding, versnippering en verharding de ordewoorden zijn maar bundeling, kernversterking en verknoping. Dat vergt niet wat kleine bijsturingetjes, maar een heuse beleidsomslag.

Dat sloot naadloos aan op mijn mobiliteitsverhaal. Kern van mijn boodschap: gepriegel in de marge volstaat niet meer, er is nood aan een heuse systeemshift.

In een allereerste versie van mijn slide had ik het nog over een ‘paragdigmashift’, maar dat leek me wat zwaar op de hand. Het bleek de goede keuze, want zonder dat de sprekers het er vooraf over hadden gehad bleek dat de rode draad in de aanbevelingen voor minister-president Bourgeois en zijn milieuminister Schauvliege.

Inzake mobiliteit zitten we vandaag nog gevangen in een systeem dat gebaseerd is op auto-afhankelijkheid en dat gebaseerd is op de overtuiging dat mobiliteit hetzelfde is als verkeer. Het systeem gaat ervan uit dat verkeer alleen maar positief is. Het adagium is ‘meer, sneller, verder’ en daarvoor gaat het over lijken: rücksichtslos verbruikt het aan een almaar versnellend tempo de grond- en brandstoffen van deze planeet en offert het letterlijk alles op aan de Groei-economie. Het dorpje Doel, snel verstikkend in de economische wurggreep van een naar steeds ‘meer’ hunkerende haven en in de schaduw van een energiefabriek die de risico’s in de nek schuift van de komende generaties, kan model staan voor dit systeem. Alle retoriek ten spijt blijven we ook vandaag nog beslissingen nemen die perfect passen in dit verhaal. Denk aan de miljardensubsidie voor de salariswagens, Uplace (de vervanging van een brownfield door een blackspot), Essers en de grote infrastructuurdossiers die gericht zijn op meer (auto)capaciteit en die mensen ééndimensionaal beschouwen als ‘consumenten’.

Nou moe. Gelukkig had ik maar twee minuten. Omdat de laatste 25 jaar stilaan duidelijk is geworden dat dit Mad Max-scenario toch niet het ideale is, wordt het stilaan afgelost door een nieuw verhaal: dat van de multimodaliteit. De auto is dan niet langer alleen zaligmakend, maar moet aangevuld worden met zogenaamde ‘alternatieven’: fietsen, te voet gaan, openbaar vervoer. We dromen ervan in James Bond-termen: met de helikopter op een yacht gedropt worden, overstappen op een jetski en eenmaal aan de kade vlotjes in een klaarstaande Aston Martin springen die ons zonder hinderlijke wachttijden aansluiting geeft op een sneeuwscooter… In dit scenario beschouwen we mensen als hyperactieve ‘verkeersdeelnemers’. Op het eerste gezicht lijkt het een mooi verhaal en er zitten inderdaad wel wat mooie aanzetten in. Denk aan de renaissance van de fiets en van de tram, de boost van de E-bike en nieuwe benaderingen als het mobiliteitsbudget. Helaas zitten er enkele fouten in. De eerste fout is dat we de multimodaliteit (comodaliteit, combimobiliteit – whatever) opvatten als een en-en-verhaal, zélfs in de door plaatsgebrek getekende steden. We weigeren keuzes te maken. Daardoor krijgen we visnochvlees-oplossingen en dus vooral problemen: te weinig ruimte, te weinig veiligheid, te weinig doorstroming, te weinig leefkwaliteit.  De tweede fout is dat we van de multimodaliteit verwachten dat het tot stilstaand komend verkeer er weer door zal worden gladgetrokken. Helaas is dat buiten de Wet van Behoud van Reistijd en Verplaatsing gerekend, die maakt dat de vrijkomende wegcapaciteit binnen de kortste keren wordt ingevuld door nieuw (auto)verkeer. Zo komen we er natuurlijk niet…

Systeemshift

Foto: Mobiliteitsraad Vlaanderen (via Twitter)

Misschien denkt u dat mijn twee minuten hier al ruim waren opgesoupeerd. Eerlijk gezegd denk ik dat ook, maar niemand onderbrak mij. Dus ging ik vrolijk over naar het derde systeem: een scenario waaraan nog volop wordt geschreven. Bij gebrek aan een betere benaming noem ik het voorlopig ‘MobiliTijd’, omdat het ‘mobiliteit’ inpast in een dubbele tijdsdimensie: die van de korte termijn (de Breverwet) en die van de lange termijn (duurzaamheid of volhoudbaarheid). Het is hier dat de droom van Leo Van Broeck en de mijne convergeren, want de beste mobiliteit (word ik niet moe te herhalen) is ‘nabijheid’. Ruimtelijk vertaald: verdichting, verknoping, bundeling…

Anders dan wat veel mensen denken is het geen scenario van ‘minder mobiliteit’ maar juist van ‘meer mobiliteit’, zij het met minder (auto)verkeer. We gaan voor niks minder dan ‘gelukkige’ mobiliteit. Dat is mobiliteit die ons, anders dan in de huidige scenario’s, in plaats van hinder (die we dan met vereende krachten trachten te beperken tot het net nog ‘leefbaar’ is) ‘geluk’ en die mensen beschouwt als ‘burgers’ met behoeften die niet alleen maar economisch zijn gedefinieerd. Als het goed is, wordt de Groei-economie van Arm Vlaanderen hier vervangen door een Bloei-maatschappij die niets minder dan een Warm Vlaanderen zal zijn.

Hapt u nu naar adem? Dat deed ik ook – en allicht ook de journalisten die uit dit alles vooral mijn kritiek op Uplace, Essers en de Grote Boze Wegenwerken onthielden. Wat ook geen kwaad kan natuurlijk. Want als we het écht menen met een Vlaams klimaatbeleid, is het afzweren van dit soort fratsen een goed begin… 

Rechtvaardig beleid

 

Don Quichotte

We leven in een vreemde wereld. Van de week las ik in de krant dat een werkgroep binnen de CD&V-fractie in het Vlaams Parlement gaat onderzoeken hoe rechtvaardig het beleid van de Vlaamse Regering is.

Vreemd dat dit nieuws is, dacht ik, want horen politici niet voortdurend hun beleid te toetsen op rechtvaardigheid?

Maar het werd nog vreemder toen ik het commentaar van mijn krant las: “Opvallend, want CD&V maakt deel uit van die regering.” Blijkbaar zijn we de normaliteit zover voorbij dat het normale niet alleen nieuws wordt, maar ook als abnormaal wordt weggezet.

Ik, van mijn kant, verklaar me fan van de CD&V-werkgroep. Hopelijk beseft die dat het rechtvaardigheidsvraagstuk geen accessoire is dat zich uitsluitend ophoudt in de ‘sociale’ beleidsdomeinen, maar ook – en misschien wel vooral – verscholen zit in beleidsdomeinen als industriële innovatie, milieu, ruimtelijke ordening en mobiliteit. Dat de werkgroep maar eens zijn tanden zet in de verdeling van de lusten en de lasten in een dossier als dat van Uplace. Of dat van Audi Vorst. Of dat van Essers. Of dat van de als ‘besparingsoperatie’ verkochte schaalvergroting van onze basisscholen. Of dat van onze ‘bondgenoten’ de Saudi’s in de Antwerpse Haven – in de veronderstelling dan dat de notie ‘rechtvaardigheid’ niet ophoudt aan onze landsgrenzen.

Als de werkgroep zichzelf ernstig neemt, is de kans groot dat er binnen afzienbare tijd enkele excellenties discreet tot de orde worden geroepen. Het is immers onrealistisch, onredelijk én onrechtvaardig om van minister Jo Vandeurzen te verwachten dat hij het sociale puin van zijn collega-ministers, van zijn eigen partij en die van andere partijen, in zijn eentje opruimt.

Ter illustratie van wat ik bedoel, hierbij mijn stukje in De Standaard van vandaag over het fiscale gunstregime voor elitewagens, volgens het principe ‘de vervuiler wordt betaald.’

Keek op de Week

Zo. De kop is eraf. Niet dat het redelijk was iets anders te verwachten, maar het nieuwe jaar lijkt voorlopig bedroevend veel op het oude.

De krantenkoppen en nieuwsberichten klagen over meer verkeersslachtoffers, meer files en minder parkeerplaatsen. Tegelijk hangt de autoreclame consequent een beeld op van een wereld zonder ongevallen, parkeerproblemen of files. Een spagaat om ‘U’ tegen te zeggen, maar niemand die zich er druk om maakt. Er bestaat niet zoiets als sjoemelpubliciteit. Reclame is legaal liegen. En eerlijk zeggen dat je bedriegt is ook een vorm van eerlijkheid.

De media blijven voorspelbaar dezelfde kost opwarmen: files en parkeerproblemen moeten worden opgelost, het openbaar vervoer moet beter worden maar er moet op worden bespaard, elektrische auto’s en vooral véél elektrische auto’s zijn de toekomst.

Wegwijzer

Het is mooi om te zien hoe de mobiliteitsthema’s geframed worden volgens altijd dezelfde logica.

De stad Gent ‘verloor’ in alle kranten 800 parkeerplaatsen. Nergens werd er 5 kilometer ruimte ‘gewonnen’.

Deredactie.be berichtte over het nieuwe circulatieplan van de Arteveldestad onder de hoofding: “Zo zullen we vanaf 2017 door Gent moeten rijden.” Door, voor wie het nog niet door mocht hebben.

Het voorruitperspectief is nooit ver weg, zelfs niet in de communicatie van de stad zelf. In haar aankondiging van de grootste voetgangerszone van het land heeft ze het argeloos over ‘verkeersvrije’ straten.

Noorwegen blijkt dan weer een lichtend baken voor ons land, want nergens ter wereld rijden er meer elektrische auto’s dan ginds. Ze betalen geen verkeersbelasting, geen btw, geen tolgelden, geen parkeergelden en ze mogen op de ‘filevrije’ busbanen. Eigenlijk parasiteren ze massaal op de Noorse staatskas en betreft het een gigantische belastingtransfer naar de vermogenden, maar alleen een knies(n)oor maalt daar om. De Standaard voorzag een foto van het Noorse wonder van volgend hilarisch onderschrift: “Wie elektrisch rijdt, heeft toegang tot de filevrije busstroken, zoals deze op de snelweg E18 bij Oslo, die gevuld is met elektrische auto’s.” (mijn cursivering) Straks staat ook de bus weer stil en kan er schande worden gesproken over de onbetrouwbaarheid van het openbaar vervoer.

Over openbaar vervoer gesproken. Deze week werd ook de Spartacustram ten grave gedragen (de dag nadat Limburgse files als een nieuw fenomeen werden onthaald) en werd in alle ernst gesproken over de wenselijkheid van treinsporen die doodlopen in Brussel.

In de marge ging het ook nog over alcohol (Bobcontroles die meer dan 11% van de bestuurders betrappen, één op vijf chauffeurs die toegeven de laatste drie maanden onder invloed te hebben gereden, zelfverklaarde ‘mobiliteitsorganisaties’ die het over een ‘kleine minderheid’ hebben en niemand die aan de alarmbel trekt), ging het een beetje over leasingmaatschappijen die nog een vloot dieselwagens insloegen voor de fiscale gunsttarieven werden opgeheven (en morgen weer zullen beweren dat dankzij hen het wagenpark sneller ‘schoner’ wordt), ging het nauwelijks over de nieuwe scheurtjes in het Uplace-dossier (de regering zal het oplappen) en ging het helemaal niet over salariswagens.

De Ideale Wereld zal nog wel eventjes louter een televisieprogramma blijven. En mijn kamp zal nog wel even duren.

Ruimtelijk plan trekken

Foto: Thierry Jiménez-Scholberg

In Amerika komt de ene shopping mall na de andere leeg te staan, maar in Brussel kan het blijkbaar nooit mal genoeg zijn. Hier plannen ze er in één keer drie. Nu ja, plannen. Het is een groot woord in een land dat zich er (zelfs bij monde van één van haar minister-presidenten) op laat voorstaan dat z’n ingezetenen sterker zijn ‘in zijn plan trekken’. In dit geval lijkt vooral het Lot te plannen. Want heeft u het ook al bemerkt? Eigenlijk is er niemand die deze shoppingcentra wil. En toch worden er positieve adviezen afgeleverd. Rara, hoe kan dat?

De Vlaamse Regering keurde een ‘Winkelnota’ goed die tot doel heeft de lokale middenstand meer ademruimte te geven. Shoppingcentra staan diametraal tegenover alle principes die de Vlaamse Regering in haar nota naar voor schuift. Waarom wordt er dan toch een vergunning afgeleverd? Omdat Vlaanderen met de ontwikkelaars een brownfieldconvenant heeft afgesloten waarin het een aantal verplichtingen op zich heeft genomen. Geen vergunning verlenen zou betekenen dat die verplichtingen niet kunnen worden nagekomen en dat er een schadevergoeding zou moeten worden betaald. Maar heeft er al eens iemand berekend of die (eventuele, want juridisch niet eens vanzelfsprekende) schadevergoedingen misschien niet lager uitkomen dan alle kosten wanneer de deal toch doorgaat, gaande van extra tramlijnen (aan te leggen door De Lijn die moet besparen!) tot de kosten verbonden aan de stervensbegeleiding van de lokale middenstand?

De Brusselse Gewestregering doet het zo mogelijk nog straffer. Die is ook tegen, maar kan naar eigen zeggen “niet anders” dan een gunstig advies geven omdat de aanvraag op papier voldoet aan alle voorwaarden.

Qué? Zit er dan niet iets grondig fout in onze vergunningsprocedures, als overheden zich gedwongen zien vergunningen af te leveren voor projecten waarover iedereen het eens is dat ze maatschappelijk ongewenst zijn? Maar ook hier worden geen lessen getrokken. Verder dan de vaststelling komt men niet. Geen politicus die voorstelt om de procedures dan maar eens kritisch tegen het licht te houden. Een inhoudelijke staatshervorming met een directe band met de realiteit, het zou nochtans nog eens iets nieuws zijn.

Intussen lijken ze in Machelen, waar Uplace zou komen, het zekere voor het onzekere te kiezen. Ze zijn alvast begonnen obstakels op te werpen op het terrein. De slag is nog niet verloren!