RSS feed

Tagarchief: TreinTramBus

Het openbaar vervoer als laatste optie (lessen uit Corona 4)

Op de coronawebsite van de federale overheid worden er ook enkele regels vuil gemaakt aan het openbaar vervoer. En het staat er echt: “Om drukte te vermijden is het raadzaam om u te verplaatsen met eigen middelen (lopen, fietsen, auto, enz.), om zo voorrang te geven aan wie het openbaar vervoer het hardst nodig heeft;”

Niet alleen is dit niets minder dan een pleidooi voor een modal shift weg van het openbaar vervoer en richting lopen en fietsen (waarvoor geen extra maatregelen worden aangekondigd om dit veiliger en gezonder te kunnen laten gebeuren) én richting de auto (die in verschillende steden nog altijd gratis mag parkeren).

Het verraadt ook hoe onze beleidsverantwoordelijken openbaar vervoer zien: als iets voor de kneusjes, een alternatief “voor wie geen keuze heeft”.

Wie het openbaar vervoer “het hardst” nodig heeft en binnenkort bussen, trams of treinen zal moeten laten passeren omdat ze, volgens de nieuwe social distancing-norm, al “vol” zitten, kan dan bedenken dat dit de schuld is van zijn medeburgers die het vertikken te gaan lopen, fietsen of met de auto te rijden.

De Lijn noch de NMBS noch de Vlaamse of de federale overheid nemen enige verantwoordelijkheid op door flankerende maatregelen te nemen: het aanduiden van ‘veilige’ plaatsen op perrons en in de rijtuigen, het compartimenteren van rijtuigen met plexiglas, het ‘deklasseren’ van eerste klasse, het inzetten van extra rijtuigen of extra bussen (er is nochtans capaciteit in overvloed bij de bedrijven die zich normaal gesproken toeleggen op busreizen) of een tegemoetkoming in de duur van de abonnementen (de vraag van TreinTramBus werd nog altijd niet beantwoord). Als er zich ooit al een opportuniteit voordeed om inhoud te geven aan het begrip ‘Mobility as a Service’, dan nu wel. Zitplaatsen en klinken ontsmetten, rijtuigen schoonmaken, mensen begeleiden: ideale jobs voor laaggeschoolden met een hoge maatschappelijke meerwaarde, maar natuurlijk hebben we er geen geld voor (intussen is het parkeren her en der wel gratis gemaakt en liggen de steunmaatregelen voor de auto- en de luchtvaartsector al klaar).

In de plaats ervan leggen onze OV-aanbieders en onze overheden alle verantwoordelijkheid bij de gebruikers – de term ‘klanten’ zou in deze context te flatterend klinken: zij worden verplicht een mondmasker te dragen en voorts, zoals voorheen, hun mond te houden.

Over de eigen verantwoordelijkheden van De Lijn of de NMBS: geen woord. Laat staan dat er een ambitie wordt uitgesproken. Kennelijk is het knus in de hoek waar de klappen vallen.

De Lijn 'getankt'

Zo is de ‘OV-angst’ van de mensen door corona weer wat extra gevoed. Bewust? Of onbewust? Moeilijk te zeggen wat het ergste is. In de ‘GEES’-groep zitten geen mobiliteitsexperten. Blijkbaar zijn die overbodig in een materie die in essentie gaat over bewegingsvrijheid.

Bijna de helft van de Vlamingen nam al nooit of hoogstens één keer per jaar het openbaar vervoer. De kans dat dit percentage de voorbije weken geslonken is, is onbestaande. Terwijl het nochtans noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mobiliteitsarmoede, klimaat, milieu, verkeersveiligheid, gezondheid (!) én alle officiële beleidsdoelstellingen. Maar kennelijk is het moeilijk om die ‘samen te denken’ met de coronacrisis. Vandaag is het corona, morgen zijn het weer de files, daarna het fijn stof, dan opnieuw corona – enzovoort. Zo struikelen we met ons kokerbeleid van het ene débâcle naar het andere, zonder ooit het hele plaatje te zien. En zonder dat onze openbaarvervoerbedrijven zich eens zelfbewust op de borst kloppen en roepen dat ze een deel zijn van de oplossing, niet van het probleem.

Op (het ontbreken van) de maatregelen met betrekking tot het openbaar vervoer heb ik de voorbije dagen geen kritiek van de media gehoord. Niet dat het mij verrast. De trein, de tram en de bus liggen bij de Ivan De Vadders van deze wereld nu eenmaal niet in dezelfde schuif als de salariswagen.

De afgebroken reis

Geplaatst op

In het jongste nummer van Mondig Mobiel, het ledenblad van TreinTramBus, staat er een korte boekbespreking van het boek ‘Vroeger was alles anders’. De teneur is positief: “De auteur, zelf een prille dertiger, beschrijft hoe het leven aan het eind van de jaren 1950 eruit zag. Daarvoor ging hij niet alleen in oude tijdschriften en kranten snuisteren, maar sprak hij ook met kennissen en familieleden die de tijd voor de Expo bewust meemaakten. De stijl is erg verhalend, met veel anekdotes, geïllustreerd met tientallen zwart-witfoto’s. Het boek leest dan ook heel vlot en werd goed onthaald.”

Toch heeft de recensent een punt van kritiek: het thema ‘mobiliteit’ beslaat zo’n 56 bladzijden en daarvan zijn er slechts 4 aan de trein gewijd. De auto, hoewel toen nog niet doorgebroken, krijgt 30 pagina’s. Geloof het of niet, maar dat is voor een stukje mijn schuld.  Auteur, Korneel De Rynck, sprak namelijk ook met mij en dat resulteerde onder meer in een anekdote over de eerste rij-ervaringen van mijn vader: die werd na een ‘rijles’ van geen half uur met zijn splinternieuwe Renault Dauphine de baan op gestuurd. “Dit is het gaspedaal, dit is het rempedaal, zo ontkoppel je.” Klaar.

Te mijner verdediging: ook in het anderhalve blad over ‘tram en bus’ word ik even geciteerd. Maar het kon de recensent niet vermurwen: “een TreinTramBus’er zal over mobiliteit niets bijleren”, schrijft hij.

Dat wil ik hier dus even tegenspreken. Deze TreinTramBus’er leerde namelijk wél iets bij. Daarvoor moest ik wel terugbladeren naar het hoofdstuk over ‘Seksualiteit’ in de jaren 50. Dat inzicht wil ik wel even met u delen, want het zal sommige van uw treinreizen een andere dimensie geven.

De Rynck vertelt er over het vrijwel volledig ontbreken van effectieve voorbehoedsmiddelen, waardoor de gemiddelde Belg “op een natuurlijke, primitieve manier, aan geboortebeperking” deed. “Meer dan de helft van de Belgen paste coitus interruptus toe: het terugtrekken vlak voor de ejaculatie.

De techniek werd eufemistisch beschreven als “voor het zingen de kerk uitgaan”, maar er was ook een mobiliteitsvariant: “een halte voor het eindstation uitstappen”. En blijkbaar bestonden daar geografische varianten op. “In het Gentse mocht de man niet naar Gent-Sint-Pieters, maar moest hij al uitstappen in Gent-Dampoort. In de regio van Antwerpen diende de brave echtgenoot de trein al in Berchem te verlaten. Wie naar Brussel wilde, moest er toch al uit in Schaarbeek.”

Geef toe, doorrijden tot in Gent-Sint-Pieters, Antwerpen Centraal of Brussel Centraal, het zal volgende keer toch een andere ervaring zijn.

 

  • DE RYNCK KORNEEL, Vroeger was alles anders, Het dagelijks leven in België vlak voor de golden sixties, Uitgeverij Angèle, Antwerpen, 2018, 300 blz.