RSS feed

Tagarchief: steekvlamjournalistiek

Slot goed, al goed

De regering paste deze week de regelgeving over de toepassing van het alcoholslot aan. Elke aanscherping die het alcoholslot breder toepasbaar maakt is (veiligheids)winst, maar ik heb er toch drie bedenkingen bij:

Alcohol verboden-001

Hier hoorde je het argument dat met zo’n maatregel ‘iedereen wordt gestraft’ dan weer niet… 

1) het alcoholslot wordt voorbehouden voor recidivisten, waardoor het natuurlijk geen preventiemaatregel meer is (en al helemaal niet in een context waarin de pakkans nog altijd ontieglijk klein is)

2) doordat het alcoholslot alleen als een ‘straf’ wordt toegepast, krijgt het onterecht een stigma

3) het alcoholslot zou best algemeen worden toegepast als basisveiligheidsuitrusting. Het argument dat je daarmee ‘iedereen straft’ snijdt geen hout, aangezien de meerkost verwaarloosbaar zal worden door de schaalvergroting en/of makkelijk uit te wissen is door overbodige gadgets weg te laten of komaf te maken met de oversizing van auto’s. Maar dan zijn we natuurlijk bij een taboe aanbeland…

Naar aanleiding van een eerder mediastormpje over het alcoholslot schreef ik een tijdje geleden onder de titel ‘Bob de Brouwer’ onderstaande column in De Verkeersspecialist (uitgeverij Wolters-Kluwer).

“Je kent het wel, het verschijnsel dat politici eensklaps grote belangstelling tonen voor een beleidsthema, wat ballonnetjes oplaten, eventueel zelfs enkele beloftes lozen of een maatregel improviseren waarna ze het thema even plots weer loslaten en vergeten. De media noemen het ‘steekvlampolitiek’ en af en toe klagen ze erover.

Daarnaast is er het fenomeen van plotse journalistieke aandacht voor een thema die, na een hevige regenbui van bits and bytes en verontwaardigde editorialen, weer gaat liggen. De media klagen er niet over en noemen het kortweg journalistiek.

Ik van mijn kant, ik erger me eraan. Bij één weekendongeval beweegt er niets of niemand. Bij twee ongevallen rinkelt de telefoon al eens. Bij drie staat hij roodgloeiend. Wat er aan gedaan kan worden en waarom dat dan nog niet is gedaan? Graag vandaag nog een antwoord, want morgen is het geen nieuws meer.

Zo komt het dat verkeersveiligheid af en toe een thema wordt. Meestal voor de duur van één dag. Bij voldoende en/of voldoende jonge en/of voldoende bekende slachtoffers soms twee of drie dagen. Al naargelang van de vermoedelijke toedracht van de ongevallen verschuift de invalshoek. Van jongeren en ouderen over fietsers naar truckchauffeurs en motorrijders tot dode hoeken, speedpedelecs, medicatie en alcohol.

Laatst was het weer de beurt aan alcohol. Drie drama’s op enkele dagen met jonge fietsers onder de dodelijke slachtoffers en telkens een chauffeur met alcohol waar er verstand had moeten zitten. Mijn fairphone zoemde en de berichtjes van journalisten druppelden binnen. Ik zat in het buitenland en liet de kelk aan mij voorbijgaan. De jongste tijd ben ik ten prooi gevallen aan een zekere mediamoeheid. Bovendien zouden anderen vast hetzelfde zeggen. Iets met de voorspelbare ingrediënten: een hogere (gepercipieerde) pakkans, een consequente veiligheidscultuur waarin geen plaats is voor de combinatie van alcohol en rijden, de open deur dat voorkomen beter is dan genezen en dat een alcoholslot dus een reuzenstap voorwaarts zou zijn…

Verdorie, als ik een klomp had gehad was die toen gebroken. Want o akelige verrassing: er kwamen specialisten aan het woord die het alcoholslot van de hand wezen als een mooi, maar helaas onhaalbaar idee. “Belonen is beter dan bestraffen,” orakelde een hooggeleerde professor. Hij trad niet verder in detail, zodat ik me afvroeg hoe dat er concreet uit zou zien: een knuffel van de wijkagent (m/v/x) of  een gratis drankbonnetje voor iedere keer dat iemand betrapt wordt op nuchter rijden? Of wacht, ik weet het: een punt erbij op je rijbewijs! Misschien zou met deze positieve invulling het rijbewijs met punten eindelijk politiek draagvlak krijgen.

Alcoholslot (30)

“Het is makkelijk te omzeilen, zo’n alcoholslot,” leek een andere expert uit ervaring te spreken, “je laat je vriend blazen en kruipt vervolgens achter het stuur.” Zo’n extra barrière dat de dronken overtreder niet zonder een domme medeplichtige kan, dat leek me eigenlijk winst in vergelijking met de huidige situatie die lone wolves vrij spel geeft. Maar blijkbaar had ik dat toch niet goed begrepen.

“Het kost ook te veel,” wist een derde te melden. Ik verwachtte astronomische bedragen, maar meer dan het equivalent van een set lichtmetalen velgen bleek het niet te zijn. De journalist vergat jammer genoeg ook te vragen wat de kostprijs nog zou zijn als elk van de vijfhonderdduizend nieuwverkochte wagens met het snu(i)fje zou zijn uitgerust. Ik dacht ooit eens iets over schaalvoordelen te hebben gelezen, maar wellicht vergis ik mij.     

Maar goed, er waren nog meer argumenten om het alcoholslot niet te verplichten. “Het zou ontzettend veel mensen bestraffen, omdat een kleine groep iets fout doet.” Het rolde zomaar uit de mond van de woordvoerder van een instituut dat tot voor kort nog het woord ‘Verkeersveiligheid’ in zijn naam droeg. Een schrandere scribent had kunnen opmerken dat die kleine groep toch groot genoeg is om duizenden dodelijke en zwaargewonde slachtoffers per jaar te maken. En de vraag kunnen opwerpen of de doodstraf dan wel de levenslange straf voor de slachtoffers en hun families dan niet veel zwaarder woog dan de straf telkens voor het starten in een pijpje te moeten blazen. Maar Bourgondiërs die Weten Waarom stellen zo’n vragen niet. In dit land is het rijbewijs met pinten een onvervreemdbaar mensenrecht.

Overigens was de woordvoerder nog niet uitgepraat. “Je kunt beter mensen die iets verkeerd doen zwaarder straffen,” meldde hij nog. Wat mij dan weer vertwijfeld deed afvragen of die prof met zijn ‘belonen is beter dan bestraffen’ dan toch niet uit z’n nek had gekletst.

Ach, misschien bekijk ik de zaken gewoon te nuchter. Ik leg mij te rusten, in de geruststellende wetenschap dat het morgen over iets anders zal gaan. Over rekeningrijden bijvoorbeeld. Lang geleden trouwens dat we nog eens onderzocht hebben of dat wat uithaalt.

 

Advertenties

Mediapauze

Geplaatst op

Mobiliteit stond nog nooit zo in de belangstelling van de media als de afgelopen jaren. Komt allicht doordat iedereen met zijn ellebogen aanvoelt dat de manier waarop we onze mobiliteit vandaag organiseren niet lang meer vol te houden is.

Voorlopig blijft het meestal nog bij steekvlamjournalistiek. Als er een dodehoekdrama gebeurt, bellen journalisten over ‘dodehoekongevallen’. Als er toevallig even geen gebeuren, bellen ze niet en schrijven ze ook niets over het uitblijven van beleidsmaatregelen. Wanneer zich weer een drama voordoet, bellen ze opnieuw,  zéker als het interval toevallig heel kort is.

Telkens zeg ik dan hetzelfde. Dat het geen ongeval is, dat het een gevolg van keuzes is, dat twee van die keuzes conflictvrije verkeerslichten en ongelijkgrondse kruisingen zijn, dat doorstroming kennelijk vaak zwaarder weegt dan veiligheid, en zo verder. Dan hoor ik mezelf bezig en vraag ik me af: veinzen ze nu interesse of ménen ze het? Waarom nemen ze er niet gewoon hun notities van de vorige keer bij? Hoe lang nog voor iemand me sommeert: “Zet die plaat af!”

Hetzelfde gevoel kreeg ik de laatste maanden als het ging over salariswagens, rekeningrijden, trajectcontroles, snelheidsverhogingen en -verlagingen, zones 30, fietsbeleid, fietsoversteekplaatsen, zin en onzin van fietsstraten, fietshelmen en speedpedelecs, deelfietsen, deelauto’s, files en hun aanpak, mobiliteits- en circulatieplannen in diverse steden, voetgangerszones en autovrije centra, carpooling, parkeerbeleid, dieselgate, elektrische fietsen en dito auto’s en ik vergeet er nog een paar.

IMG_0500

Intussen ouwe rot weerspiegeld in een Hot Rod.

Natuurlijk ben ik dankbaar voor het forum dat ik krijg, maar soms heeft het iets van water naar de zee dragen of, zoals de Belgische kunstenaar Francis Alÿs deed, een ijsblok verplaatsen terwijl de zon schijnt: “Sometimes doing something leads to nothing.”

Dat is in dit geval overdreven natuurlijk. U weet wel: de spijker en dat we erop moeten blijven kloppen. Geen nood. Wie mij kent, weet dat ik zal blijven kloppen. Maar toch.

Steeds vaker heb ik het gevoel dat we in rondjes draaien en helemaal niet aan kennisopbouw doen. Anders zouden mijn ‘oude’ inzichten (en die van andere mobiliteitsexperts) toch niet telkens als ‘nieuws’ kunnen worden opgediend?

Klinkt dit klagerig? Dat is alvast niet de bedoeling. Ik zie ook wel dat het debat opschuift: bedrijfswagens worden steeds vaker genoemd wat ze zijn (salariswagens) en het taboe brokkelt zienderogen af, dat het dieselverhaal een aflopende zaak is dringt langzaam maar zeker door, steeds meer mensen zien in dat meer parkeerplaatsen soms resulteren in meer parkeerproblemen enzovoort. Het bougeert, het kraakt, het schuift, maar – o zo langzaam en dat in een wereld die steeds sneller verandert: de poolkappen smelten aan een adembenemend tempo, de plastic soup belandt steeds letterlijker in ons bord, geopolitiek wisselen de kansen haast dagelijks, nieuwe technologieën herscheppen het mobiliteitslandschap voortdurend…

Kunnen we in die context tevreden zijn met elke dag een andere steekvlam te lijf te gaan, consequent negerend dat het hele bos in brand staat?

Ik denk dat het antwoord ontkennend is en ik vermoed dat hetzelfde geldt voor de meeste mensen die dit lezen. Alleen: hoe pakken we het dan wél aan?

Eerlijk: ik weet het (ook) niet. En dus eigen ik me wat tijd toe om na te denken. Daarover en over andere dingen. Ik neem dus een kleine break.

Wie weet levert het wat op. In het beste geval weet ik daarna hoe we uit onze herhalingsmodus kunnen breken, hoe we van het rondjes draaien misschien in een spiraal naar boven kunnen komen. In het slechtste geval heb ik over enkele weken wat nieuwe inzichten verworven en kan ik nog eens iets nieuws vertellen.

Lieve mediamensen, een maandje mediapauze, kunnen we daarmee leven? Als de nood heel hoog is: vlooi jullie notities na. De kans is groot dat het antwoord er al in staat. En verder is het een mooie gelegenheid om eens andere stemmen aan het woord te laten. Verandering van spijs doet eten.

Overigens ga ik natuurlijk niet helemààl zwijgen. Af en toe zal het ventieltje van deze blog nog wel open gaan – da’s een kwestie van zelfbehoud.

Hartelijke groet en een inspirerende, rustgevende, deugddoende vakantie gewenst!