RSS feed

Tagarchief: snelheidsovertredingen

Wittebordcriminaliteit

Geplaatst op

IMG_3993

Zolang een mens zich verwondert, blijft hij jong. Zo bekeken is ons verkeerslandschap mijn wissel op een eeuwige jeugd.

Waar ik ga langs Vlaamse wegen, blijft mijn verwondering wegen. Neem nu dit soort signalisatie: einde zone 50, begin zone 70. Waarom hangt dat onderste bord daar eigenlijk? Als er een zone 70 begint, waar zit dan de meerwaarde te weten dat men zich in een zone 50 bevond? Het lijkt mij een aardige besparingsoperatie (zo’n 250 euro per stuk en dan hebben we het niet over de terugkerende onderhoudskosten) om alvast die ‘einde zone’-borden weg te laten. Minder borden, minder geld, meer duidelijkheid. Lijkt me.

Was het ook een streven naar minder borden dat er in de situatie hieronder toe leidde dat er alleen een ‘einde zone 70’-bord werd geplaatst?

Zone 90

 

Of was het eerlijke schaamte? Zou best kunnen, want de maximumsnelheid op dit landelijke weggetje, dat onderdeel uitmaakt van zowel het fiets- als het wandelknooppuntennetwerk, bedraagt… 90 km/u.

Natuurlijk zegt het verkeersreglement dat bestuurders hun snelheid moeten aanpassen aan de omstandigheden: ze moeten hun snelheid zo kunnen regelen dat ze altijd op tijd kunnen stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien. Ook dat verkeersreglement is voor mij een onuitputtelijke bron van verwondering: zijn bijvoorbeeld fietsers en voetgangers dan hindernissen? Misschien daarom dat steeds meer mensen verwachten dat die zich uitdossen als bewegende verkeerskegels.

Het is, ja daar ga ik weer, verwonderlijk dat over dit soort verkeerssituaties zo weinig tamtam wordt gemaakt.  Als bestuurders het hebben over ‘onlogische snelheidslimieten’, dan mag je er donder op zeggen dat ze eigenlijk klagen over ‘te lage’ limieten. Maar op dit landelijke weggetje, waar twee voertuigen elkaar alleen kunnen kruisen aan een zeer lage snelheid, 90km/u toestaan, ruikt dat niet naar misdadigheid?

Waar zijn ze dan, de toeteraars die op hun strepen staan als het gaat om de breedte van de rijweg in zones 30? Daar schreeuwen ze moord en brand wanneer de straat onvoldoende breed is om twee auto’s ‘vlot’ te laten kruisen. Ook al weet het kleinste kind dat, zeker waar er weinig autoverkeer is, een breed profiel de beste garantie is voor hoge snelheden.

Merk tot slot ook op hoe keurig hier de bermen werden gemaaid. Vermits het bermdecreet al bijna twintig jaar de wegbeheerders verbiedt om te maaien voor 15 juni, kan het niet anders dan om een zogenaamde ‘veiligheidsmaaibeurt’ zijn gegaan. Men heeft de bermen gekortwiekt (met alle nefaste gevolgen vandien voor de biodiversiteit en de stilaan precaire bijenpopulaties) om veilig negentig kilometer per uur te kunnen rijden.

Verwondert het nog iemand dat ik mij verwonder?

De gepersonaliseerde BIVV-boodschap

Geplaatst op

IMG_1067-001

Ergert u zich ook soms aan die goedbedoelde sensibiliseringsborden van het Beligsch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV)? Je ziet ze aan de rechterkant van de weg staan met een boodschap die niet voor jou, brave automobilist die zich aan de snelheidslimieten houdt, bedoeld is. En ondertussen scheuren de waaghalzen op de linkerrijstrook voorbij, zonder dat ze een bord hebben gezien.

Waarom zetten we die borden ook niet aan de linker kant van de weg, op de middenberm?

En waarom personaliseren we de boodschap niet zoals we dat soms al doen in zones 30 aan scholen: wie traag rijdt krijgt een groene smiley, wie te snel rijdt een boos gezichtje in het rood. Beloning. Bestraffing. En onmiddellijk, zoals het hoort.

Met de huidige technologie moet het mogelijk zijn de BIVV-boodschap aan te passen aan het gedrag van de naderende chauffeur. Zo wordt niet iedereen over dezelfde kam geschoren én zo komt de boodschap bij de doelgroep – toch een allereerste voorwaarde die vervuld moet zijn om van een succesvolle sensibiliseringscampagne te kunnen spreken…

Idee: De in de auto geïntegreerde roodlichtrem

Geplaatst op

IMG_5196

Kent u de roodlichtrem al? Toen ik, intussen lang geleden, schepen was in Herentals introduceerde ik er twee in mijn gemeente. Het was niet mijn idee: ik had het ‘gestolen’ in het naburige Berlaar. Daar bewaakt een roodlichtrem al jaren de omgeving van de school.

De roodlichtrem is een zeldzaam voorbeeld van directe bestraffing in ons verkeerssysteem: de automobilist die een bepaald kruispunt te snel nadert wordt daarvoor bestraft door een gegarandeerd rood licht. Mooi systeem, maar niet perfect. Want helaas wordt in één moeite ook de brave achterligger gestraft.

Waarom integreren we de roodlichtrem dus niet in de auto zelf? Wie een rood licht negeert of te snel rijdt krijgt, zoals dat in de Formule 1 én in verkeersparken de normaalste zaak van de wereld is (daar is er, heel onrealistisch, een oom agent die vanuit zijn controletoren het verkeer nauwlettend in de gaten houdt), ‘straftijd’ aan z’n broek.

Bij de in de auto geïntegreerde roodlichtrem detecteert de auto de verkeersinbreuken zelf. Hij zorgt ervoor dat de overtreder de eerstvolgende kilometer vriendelijk uitgenodigd wordt zijn auto aan de kant te zetten. Want daarna weigert de auto dienst voor een duurtijd die minstens het dubbele bedraagt van de ‘gewonnen’ tijd.

Het is een eerlijk systeem, want alleen de overtreder zelf wordt gestraft. Een rechtvaardig systeem ook, want door direct te reageren blijft de band tussen overtreding en straf duidelijk. En last but not least: het is een systeem dat na verloop van tijd niet meer zal hoeven functioneren, want de verstandige automobilist zal het wel uit zijn hoofd laten zoveel tijdverlies op z’n nek te halen.

Idee 12: afvalcontainers met verkeersfunctie

Zone30container

Sorteren kunnen we intussen als geen ander volk. Voor veilig rijden zijn we helaas nog niet zo ver. De Belg schittert nog altijd in de discipline van het te snel rijden.

Waarom dus niet van de nood een deugd maken en al die afvalbakken die enkele dagen per maand aan de straat- of wegrand staan inschakelen om tot meer verkeersveiligheid te komen?

Bekend is intussen de klaagzang over onduidelijke snelheidsregimes en daar kunnen onze bakken wonderwel mee helpen. We voorzien ze gewoon allemaal van een aangepaste boodschap en zie: enkele keren per maand wordt de straat een niet meer te negeren paternoster van herhalingsborden.

En eensklaps is het ook niet meer zo erg als er eens iemand zijn container vergeet binnen te zetten. Want een reminder meer kan zelden kwaad…

J’accuse

Twee jaar geleden voorspelde ik al in mijn boek ‘De file voorbij’ dat er een eind zou komen aan de dalende trend in het aantal verkeersslachtoffers in ons land. Helaas heb ik gelijk gekregen.

Verkeersonveiligheid is dus weer een hot item in de media. Daarbij is de manier waarop het thema aangesneden wordt veelzeggend. Om te beginnen: los van elke context. Dus wordt er nauwelijks een link gelegd tussen verkeersonveiligheid en de snelheidscultuur die in onze maatschappij wordt gekoesterd. En dus ook in onze media, van de autorubriek over het sportkatern, via de advertenties naar de stukken over fileleed en wegenwerken. Daarmee is tenminste toch al die eigen verantwoordelijkheid uit de weg gegaan.

Wie draagt dan wél de verantwoordelijkheid? De minister van openbare werken en mobiliteit natuurlijk! En dus wordt minister Crevits naar de Zevende Dag genood. Dat is een statement van jewelste, want het zegt alles over de vooringenomenheid van de journalisten: het ligt aan de infrastructuur! En als het niet aan de infrastructuur ligt dan toch, zoals alles wat slecht loopt in dit land, aan het feit dat ook het federale niveau bevoegd is. Als Vlaanderen ooit onafhankelijk is, zal het de Goden nog dankbaar zijn dat er ook nog zoiets als Europa bestaat om de schuld aan te geven.

Als het aan de infrastructuur ligt, ligt het dus niet aan, bijvoorbeeld, het ontwerp van onze auto’s dat fundamenteel fout zit, het gebrek aan handhaving of het schrijnende gebrek aan vervolging. Anders had men wel iemand van de autosector ter verantwoording geroepen (“waarom ontwerpt u auto’s om verkeerd te worden gebruikt?’), of de minister van binnenlandse zaken (Milquet), de minister van verkeer (Wathelet) of die van justitie (Turtelboom). Quod non. Het is Hilde Crevits die mag komen vertellen waarom de zwarte punten niet sneller (!) worden aangepast. (en volgende week mag ze komen vertellen waarom er zoveel wegenwerken zijn of waarom er niet méér wordt bespaard op de budgetten)

Niemand stelt de vraag hoe zo’n autostrade waar maar 120km/u kan worden gereden er dan uitziet? Smaller? Met drempels die je tegen 130 km/u niet kunt nemen? De vraag stellen is ze beantwoorden. We hebben Intelligente Snelheidsaanpassing (ISA) nodig. Of anders gezegd: auto’s die niet sneller kunnen dan maximaal toegelaten. Dat is een systeem dat door steden en gemeenten, door het Vlaams Gewest of door België zou kunnen worden opgelegd. Maar liefst zou het – we zullen het zelf maar zeggen – op Europees niveau worden geïmplementeerd. En dus zou het ook niet echt onlogisch zijn geweest de verantwoordelijke Europese commissaris of een Europarlementslid in de studio uit te nodigen. Dan kon die komen vertellen hoe het lobbywerk van de automobielconcerns veel efficiënter is dan dat van pakweg de Ouders van Verongelukte Kinderen.

Een week geleden maakte ik De Standaard er attent op hoe makkelijk het is om een duplicaat van je rijbewijs te krijgen als het door de politie is ingetrokken. En met andere woorden hoe lek ons handhavingssysteem is. Het was nauwelijks meer dan een anekdote waard. Justitie vond het niet eens nodig om de indruk van straffeloosheid weg te nemen door aan te kondigen dat het geciteerde voorbeeld, de gepatenteerde wegpiraat Ransbottyn, wel degelijk zou worden vervolgd wegens het afleggen van een valse verklaring (cynisch: bijna op hetzelfde moment werd een perfect geïntegreerde asielzoekersfamilie het land uitgezet omdat ze 13 jaar geleden uit wanhoop gelogen had over haar nationaliteit. Er was geen journalist die de vergelijking maakte. Integendeel. De man kreeg nog eens de kans zijn zorgvuldig opgebouwde imago van ‘moderne Robin Hood’ extra in de verf te zetten. “Dank u voor de aandacht,” schreef hij op mijn Facebookpagina.) Stel je voor dat morgen zou blijken dat een pedofiel na zijn veroordeling zomaar naar het gemeentehuis kunnen gaan om daar een nieuw bewijs van goed gedrag en zeden op te pikken. Wat zou het resultaat zijn? Het land zou te klein zijn om alle verontwaardiging te herbergen. Maar nu? Niets aan de hand, we gaan weer over tot de orde van de dag.

Vorig jaar woonde ik in Duitsland een presentatie bij van een topman van BASF die kwam vertellen over het veiligheidsbeleid van het bedrijf. Van 1992 tot nu waren ze erin geslaagd, zo zei hij, het aantal incidenten en accidenten in hun bedrijf terug te dringen tot bijna nul – dankzij procedures en toezicht op de naleving ervan. Waarmee bewezen werd dat ‘ongevallen’ niets is dat er ‘nu eenmaal bijhoort’. Tegelijk moest de man toegeven dat hun ‘goforzero’-beleid weinig zoden aan de dijk had gezet als het aankwam op veiligheid van en naar het werk: daar had het bedrijf nu eenmaal weinig controle over. Anders gezegd: daar werd niet door het bedrijf gecontroleerd, maar ook niet door anderen. Of toch veel te weinig. En zeker niet systematisch. Bijgevolg bleef de toestand van en naar het werk ongeveer even onveilig als twintig jaar geleden.

Meer verkeersveiligheid kunnen we alleen maar krijgen als we werk maken van een veiligheidscultuur. Daar hoort handhaving bij. Systematische handhaving dan, geen occasionele met af en toe een als ‘event’ aangekondige controle-actie. En gevolgd door systematische rechtspraak die zich ook niet laat degraderen tot een klassejustitie die rijken, zoals de zelfverklaarde Robin Hood, de mogelijkheid geeft om voor zichzelf het recht op wangedrag af te kopen.

Maar om die vragen te stellen is natuurlijk net iets meer moed nodig dan vragen waarom de infrastructuur niet is aangepast of de eeuwige mantra te neuzelen dat “de mentaliteit moet veranderen”. Wie deze vragen niet stelt, heeft in het beste geval te kort nagedacht (“ja maar, het moest snel gaan!”). In het slechtste geval is hij of zij gewoon nalatig en medeverantwoordelijk voor de slachtpartij op onze wegen.

Tot slot. Wie het woord ‘slachtpartij’ enigszins overtrokken vindt, kan zich eens de vraag stellen hoe de reactie zou zijn geweest als de krantenkop deze week als volgt had geluid: ’78 voetbalploegen omgekomen in het verkeer. 560 voetbalploegen zwaargewond en nooit meer in staat om te spelen.’ Want dat is het equivalent van 858 verkeersdoden en 6163 zwaargewonden in 2011 in ons land. Een onderschatting, zoals het ministerie zelf als kanttekening meegeeft.

Zo perfect werkt ons handhavingssysteem dat we zelfs dàt niet eens exact weten.

Stop de recidivisten

Geplaatst op

Welk statuut de persconferentie van staatssecretaris Wathelet vorige week had, is me nog altijd niet duidelijk. Intussen kreeg ik de tekst toegestuurd en daaruit maak ik op dat er wel degelijk een voornemen is om de promillegrens alvast voor professionele chauffeurs te verlagen – al noemt hij dat een dag later in de Gazet van Antwerpen dan weer “voorbarig”. Wellicht is de staatssecretaris al geschrokken van de reacties op de diverse internetfora, doorgaans van de weldoordachte soort genre “zakkenvullerij” en “daar gaat onze likeurpraline”. Daarom deze steunbetuiging, kwestie van het kabinet te laten merken dat er ook mensen bestaan die nuchter nadenken over alcohol en verkeer.

En laat ik in één moeite dan ook maar mijn steun betuigen aan zijn voornemen om de recidivisten aan te pakken. Het blijft bij een schuchtere poging (“Strengere bestraffing van bestuurders die binnen een periode van 3 jaar eenzelfde of meerdere overtredingen begaan”), waarbij “strenger” nog niet echt streng is en er nog steeds geen oplossing in zicht is voor een snelle en accurate registratie (zoals politierechter d’Hondt vrijdag al opmerkte). Maar alle begin is moeilijk, dus wil ik hem dit zetje graag geven.

De Standaard-site bericht vandaag trouwens nog over een schrijnend geval van een vrouw uit Geel (toeval!) die met haar Porsche tegen de flitslamp reed: geflitst aan een snelheid van 185km/u op de E314 in Wezemaal (Rotselaar).

Dat gebeurde overigens bijna een jaar geleden (3 juli 2011), wat een idee geeft van het lik-op-stuk-beleid dat in deze contreien wordt gevoerd. De dame in kwestie bleek overigens niet aan haar proefstuk toe: het was al de twaalfde keer dat ze betrapt werd op (veel) te snel rijden. Een recidiviste pur sang dus. Maar kennelijk is dat in het spel dat ‘autoverkeer’ heet geen overtuigend bewijs van een gebrek aan rijpheid en gezond verstand (zelf schijnt ze haar handicap overigens wel te erkennen, want ze werd ook al eens betrapt op het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats).

Mevrouw komt er vanaf met een boete van 1100 euro (allicht een schijntje voor een Porschebezitster) en drie maanden rijverbod. Vermits de Porsche niet aan de klem gelegd wordt, is het nog maar de vraag of dit rijverbod daadwerkelijk zal worden nageleefd.

De Standaard bericht dat de politierechter de vrouw aanmaande een andere wagen te kopen: “Er is een oorzakelijk verband tussen het rijgedrag van de vrouw en haar Porsche 911. (…) Ze heeft haar rijgedrag volledig aangepast aan haar wagen.” Als de rechter dat meent, zou hij, in het belang van de vrouw zelf én van de maatschappij, eigenlijk haar Porsche moeten confisqueren. Maar de logica in Autoland is helemaal anders. Daar stopt het pas als ze je Sterchele-gewijs uit je Porsche pellen, in het beste geval zonder dat er derden in de verwoestende roes worden meegesleurd.

Nog een Porsche die het niet zo nauw neemt met de regeltjes.

Mobiliteitsdagboek 19 februari

Een zondag zonder? Niet helemaal. In de namiddag stel ik voor om naar Turnhout te trekken: daar ligt al weken een door ons gewonnen boek te wachten in een café. Mijn echtgenote kijkt me achterdochtig aan: “Jij hebt je dagelijkse verhaaltje nog nodig, is het niet?” Ik verzeker haar dat ik nog massa’s verhaaltjes heb en dat mijn intenties oprecht zijn.

Impulsverplaatsing

Even overwegen we om met de trein te gaan, maar daarvoor blijkt onze verplaatsing te weinig gepland en te impulsief. Als we alles rekenen, treinreis heen en terug, de verplaatsing van en naar het station en de wandeling heen en terug naar het café, dan zijn we veel te laat weer thuis. Voor de trein hadden we een half uur eerder de beslissing moeten nemen.

Het landschap en de bomen

Maar eerst moeten we gaan tanken. Benzine, want LPG tanken op zondag kan niet: zonder toezicht vertrouwen ze het zaakje kennelijk niet. Dan de baan naar Lichtaart op. We prijzen ons gelukkig voor de auto te hebben gekozen, want er steekt een kleine sneeuwstorm op. We rijden langs de Lichtaartseweg, waar ooit mijn (intussen afgelopen) politieke carrière begon met de strijd om een vrijliggend fietspad. Toen we het fietspad eindelijk hadden verworven, bleek dat men het wou aanleggen op de plaats waar prachtige bomen de weg omzoomden. Toenmalig staatssecretaris Jos Dupré verdedigde die keuze met het argument “dat de bomen het zicht op het landschap belemmerden.”  (Ooit evalueerde een nonkel van mij zijn eerste bezoek aan Zwitserland met de woorden: “Ik kon niet veel zien, want de bergen stonden ervoor”. Maar mijn nonkel was toen wel vijf jaar.)  Uiteindelijk haalden we onze slag thuis, maar de laatste jaren merk ik dat de bomen één na één gekapt worden en dat er geen nieuwe worden aangeplant. Nonchalance of bewuste keuze?

Snelheidscontrole

Het traject heeft intussen camerabewaking gekregen en dat is een goede zaak. Ooit was dit een dodenweg (de schuld van de bomen, zeiden sommigen), maar gelukkig is dit nu verleden tijd. Jammer dat over dit soort successen niet meer en niet systematischer wordt gecommuniceerd door de wegbeheerder. Ook tussen Kasterlee en Turnhout en op de Ring van Turnhout zelf zijn er nu camera’s en ook hier is de verluwing voelbaar.

Grote Markt van Turnhout

In Turnhout rijd ik op intuïtie het centrum in, langs het kerkhof en zo naar een zijstraat van de Otterstraat. Daar parkeren we. Het weer is intussen alweer opgeklaard en in een flauw winterzonnetje wandelen we naar de Grote Markt. Sinds het begin van de heraanleg zijn we hier niet meer geweest, dus zijn we wel benieuwd. Hoewel de werken nog niet beëindigd zijn,  mag het resultaat er toch al wel wezen. De parking van eertijds is nu een plein, een living voor de stad. Langs de gevels staan er lange metalen constructies die de busreizigers beschutting moeten geven. Rank en mooi, maar van beschutting is er weinig sprake, vrees ik.

Mooi, maar niet meer dan decoratief.

 Uitnodigende banken die slingerend de grote ruimte tussen kerk en gevels tot een menselijke schaal terugbrengen. (hoor mij, ik lijk wel Koen Van Synghel)  

We maken een ommetje rond de kerk, genieten van de rust in het midden van de stad (ondanks de aanwezigheid van een kleine kermis), lopen langs opvallend veel leegstaande panden en duiken dan café ‘De Wirwar’ in. De koffiemachine is net kapot, dus zijn we wel min of meer gedwongen tot alcoholgebruik. Eén biertje, om het boek (de turf van Kris De Smedt over ‘De Nieuwe Snaar’) al eens te kunnen doorbladeren.

Noord-zuid-verbinding

We rijden terug langs dezelfde weg, maar aan de rotonde voor Kasterlee komen we nu oog in oog te staan met het geplande traject voor de Kempische noord-zuidverbinding: een breed spoor van vernieling dwars door het bos dat de troef is van deze gemeente. Confronterend.

Cijfers 

Verplaatsing Herentals-Turnhout (H/T): auto (recreatief) + wandeling in Turnhout

Mobiliteitsdagboek: 30 januari 2012

De krant

Ik realiseer het me nu pas. Nog voor ik ben opgestaan heb ik al verkeer gegenereerd: de krant zit reeds in de brievenbus. Gebracht door de Post, met een rood autootje dat vermoedelijk voor nogal wat uitstoot zorgt. Rijden, stoppen, rijden, stoppen. Als we over quickwins spreken inzake emissies en energieverbruik, zou er hier dan geen te vinden zijn? Dat autootje (diesel? benzine?) vervangen door een elektrisch lichtgewichtvoertuig?

Of moet ik overwegen om elke dag iets vroeger op te staan en mijn krant zelf te gaan halen bij de krantenboer? Dat kost mij meer moeite én meer geld, want kranten maken hun abonnementen natuurlijk goedkoper dan de losse verkoop. ‘Natuurlijk’, want iedereen vindt deze keuze-architectuur (die de voor de krant meest wenselijke keuze het meest waarschijnlijk maakt) evident.

Over en weer naar school

Ik heb drie kinderen, verspreid over twee middelbare scholen die zich elk op nauwelijks een kilometer van ons huis bevinden. Dus gaan ze alle drie met de fiets. Vandaag echter maar twee: één van de drie heeft de boodschap mee gekregen dat de kans op lessen vandaag bijzonder klein is. Zo’n dag van verveling willen we hem besparen, dus blijft hij thuis. Omdat het een heel klein beetje gesneeuwd heeft en misschien glad is op de weg besluit ik mee te fietsen met de jongste.

Omdat we wat later zijn dan gewoonlijk (maar misschien niet alleen daarom) is de gebruikelijke file op de invalsweg naar het centrum niet present. Voor ons maakt het geen verschil, want we rijden die toch voorbij over het fietspad. Alhoewel: het is ook meteen duidelijk dat de kleinere hoeveelheid autoverkeer zorgt voor merkelijk sneller autoverkeer. Dat tezamen met de vaststelling dat sommige automobilisten niet de moeite hebben genomen hun achterruit en hun zijramen schoon te maken, waardoor ze de wereld slechts burkagewijs waarnemen, maakt dat ik toch blij ben dat ik even ben meegefietst. Het doet trouwens goed, even in de buitenlucht zijn. Straks zit ik de godganse dag binnen achter de computer.

Ik leer trouwens dat mijn zoon een andere route volgt dan ik dacht: hij neemt de kortste route naar de fietsenstalling van de school, wat betekent dat hij afslaat in een bocht waar niet alle automobilisten hun snelheid aanpassen. Ik probeer hem te overtuigen om morgen toch maar de andere route te nemen. Zijn reactie is lauw.

Staking

Opmerkelijk vanochtend op Radio 1: “slechts 29 km file” wordt er gezegd. En als verklaring wordt gegeven: veel mensen hebben een snipperdag genomen of werken thuis. Over stakers: geen woord. Nochtans ben ik er één van. Vorige keer staakte mijn echtgenote. Nu ik. Als middenklasser die het goed heeft, ben ik gerust bereid mijn steentje bij te dragen. Maar niet in de ‘iedereen-context’ die nu het debat bepaalt en die laat uitschijnen dat iedereen evenveel boter op het hoofd heeft en even veel lasten moet dragen. In de soap van de voorzitterswissel van STVV (voetbalclub St.-Truiden) kwam eventjes ter sprake hoeveel voorzitter Morenne verdiende: “maar 12.000 euro/maand, als CEO bij Kia verdiende ik drie keer meer”. Er zijn mensen die echt wel in een andere ‘klasse’ spelen. Laat ons dat alstublieft ook eens in het debat betrekken.

Improvisatietheater

Tussen ons gezegd en gezwegen is mijn hele leven één groot improvisatietheater. Daarom kunnen wat extra lessen impro geen kwaad. Vandaag was het de vierde in een reeks van zeven. De lessen gaan door in het CC van Heist o/d Berg en die verplaatsing doen we met de auto. Mijn vriend Herman en ik wisselen elkaar af. In principe toch, want vandaag was het zijn beurt maar gezien zijn Picasso voor een onderhoud in de garage stond was ik taxirijder van dienst. Vind ik niet erg, want ik ben een verschrikkelijk slechte mee-rijder. Niet leuk voor mezelf en nog minder voor de chauffeur.

Bij de terugkeer geven we nog een andere cursist een lift tot in Wiekevorst, zodat we de autorit redelijk kunnen verantwoorden. Onderweg vooral voorzichtige chauffeurs, al zijn er opvallend veel cyclopen bij: controleert de politie dan alleen maar de verlichting van de fietsers?

Cijfers

Totaal aantal verplaatsingen: 2

waarvan

te voet 0

fiets 1 (1,6 km; motief: tja… ‘iemand wegbrengen’ heet dat dan in de klassieke verplaatsingsonderzoeken)

auto 1 (Herentals-Heist o/d Berg H/T) (47km inclusief omleiding; motief: recreatief)

trein0

Eén gek is genoeg

De Place Saint Lambert, vanmiddag. Een plein vol mensen, een gezellige kerstdrukte. Dan een gek die granaten gooit en in het wild om zich heen begint te schieten. Voorlopige balans: 5 doden en tientallen gewonden. Een stad in shock, het land in rouw.

Achteraf blijkt de dader bekend te zijn geweest bij het gerecht: een wapenfreak. En dan komen de vragen: had dit niet voorkomen kunnen worden? Hoe is het mogelijk dat…?

Precies de vragen die ik me stel als ik de ongevallenrubriek in de krant lees. Touring, dat duidelijk iets wil compenseren na z’n débâcle over het uit de weg ruimen van wrakken met de dode slachtoffers er nog in, vroeg vorige week waarom de meer dan 2700 brokkenpiloten in ons land niet van de baan worden gehaald. “Ze zijn bekend bij de verzekeringsmaatschappijen en bij de overheid,” zei de woordvoerder, “waarom worden ze niet aan de kant gezet?” Inderdaad, dit niet doen is misdadig, is schuldig verzuim.

Maar het is niet genoeg. En al te laat. Want brokkenpiloten, het woord zegt het zelf, hebben al brokken (en slachtoffers) gemaakt. Ook de nog-niet-brokkenpiloten moeten eruit. Want als we eerlijk zijn: ook die kennen we, of kunnen we kennen.

Door mijn woonstraat komt elke ochtend een gek geraasd. Aan het kruispunt (voorrang aan rechts) vertraagt hij niet. Hij speelt er elke dag Russische roulette. Met zijn leven en met dat van anderen. Als ik hiervoor een klacht neerleg bij de politie, dan word ik beschouwd als een zure zeurkous of een malloot. “Er is toch niks gebeurd?”

Maar misschien zal op een dag de vraag rijzen: had dit niet vermeden kunnen worden? Het drama in Luik is verschrikkelijk, maar gelukkig hoogst uitzonderlijk. Op onze wegen gebeuren alle dagen drama’s.

De Coyote: als verklikken ‘hip’ wordt

Het is eventjes stil geweest op deze blog. Komt doordat ik mij een weekje heb ondergedompeld in de Amerikaanse autocultuur. 

Maar voor het zover was, bracht ik nog enkele bliksembezoeken aan winkels die GSM’s en aanverwante in de aanbieding hebben. Kwestie van voor het thuisfront bereikbaar te zijn: mijn oude GSM was aan het eind van zijn Latijn.

Ik was redelijk gechockeerd toen ik terug thuis kwam. In verschillende winkels werd schaamteloos reclame gemaakt voor “de eerste in realtime commerciële verklikker”. Mij is altijd voorgespiegeld dat verklikken onoirbaar is, maar de tijden zijn blijkbaar veranderd. Of zou er alleen maar voor snelheidsradars een uitzondering worden gemaakt? Een dubbele moraal is geen handicap in de middens van snelheidsduivels. Getuige daarvan ook de slogan waarmee het ding wordt aangeprezen: “Rijden in alle veiligheid”. Wat voor soort veiligheid wordt hier bedoeld? Om niet “het gevaar” te lopen geflitst te worden? George Orwell zou aan dit soort taalgebruik een kluif hebben gehad.

Helemààl grijs werd mijn haar bij het lezen van het ultieme argument: “100% wettelijk”. Enkele weken geleden hoorde ik staatssecretaris Schouppe al zijn spijt uitdrukken over de legaliteit van het ding, maar een voornemen om hierin verandering te brengen, desnoods door ‘creatief’ wetgevingswerk, volgde niet. Ook alle andere politici en zélfs de organisaties die zich bekommeren over verkeersveiligheid en verkeersslachtoffers zwegen dat het een lieve lust was.

Misschien dat volgend gedachtenexperiment tot andere inzichten leidt: hoe zouden de reacties zijn mochten we een systeem opzetten om snelheidsovertreders te verklikken bij de politie?