RSS feed

Tagarchief: Sevilla

Mobiliteit en onderwijs

De wijk Macarena baadde in een aangenaam zonnetje. De straten lagen er warm bij. Tevreden waadden we in de richting van het historische centrum van Sevilla. De school was net uit. Om dat te weten moesten we niet op onze horloges kijken. We merkten het eerst aan de vrolijke stemmen, daarna aan de kinderen van wie ze waren. Ze spoelden ons tegemoet, in vlokjes van twee of drie, af en toe eentje helemaal alleen – maar nooit zielig.

Er was geen ouder te bespeuren. Bij ons zou het gelijk staan met onverantwoord ouderschap, maar hier niet. Het was prachtig om te zien hoe het jong geweld door de smalle straatjes zelfstandig naar huis meanderde.

Bordjes die een veilige kindroute aanduiden, mogen dan sympathiek ogen.
Ze verraden dat er ook onveilige straten zijn. Ook in Sevilla is er, vooral in de nieuwere stadsdelen, nog veel werk aan de winkel.

‘Een modal split van 100% te voet naar school,’ zei ik, want zulke dingen zeggen mobiliteitslui tegen elkaar. Het moet niet altijd over poëzie en opera gaan.

‘Dat krijg je als alle kinderen in hun eigen wijk naar school gaan,’ merkte een collega op. Pienter. Schrander. Mobiliteitslui zien verbanden, ik heb dat al eens gezegd. Ze weten als geen ander dat een modal shift niet alleen een kwestie is van smalle straatjes, laat staan van zebra- en fietspaden. Het is ook een kwestie van maatschappelijke organisatie.

Bij ons zijn de wijkschooltjes en de dorpsschooltjes de laatste decennia bij bosjes gesneuveld onder de ijzeren Excelltabel-logica van de neoliberale besparingsijver. Daarmee namen de afstanden naar school exponentieel toe en verloren kinderen hun zelfstandigheid. In de plaats kwam auto-afhankelijkheid en ouderafhankelijkheid. Ouders werden taxiouders, kinderen verpopten tot een achterbankgeneratie.

Obesitas werd een issue. Een slanke staat baart te dikke kinderen, zo blijkt.

Maar niet alleen het neoliberalisme draagt schuld. We vonden de vrije schoolkeuze zo belangrijk dat we bereid waren onze vrijheid van onderwijs te betalen met de bewegingsvrijheid van onze kinderen.

Al kan het ook stoemelings zijn gebeurd. Het niet leggen van verbanden kan uw gezondheid schaden.

Wat heeft mobiliteit met Flamenco te maken?

Alles natuurlijk. Want mobiliteit heeft met alles te maken. En alles heeft met mobiliteit te maken. Daarom zijn goeie mobiliteitsadviseurs, -schepenen en -ministers in de ogen van hun collega’s ook zo’n ettertjes: die moeien zich met alles, die zien overal verbanden.

Een veel voorkomende fout: mensen die denken dat de mobiliteitsprofessional niet aan het werk is. In werkelijkheid is hij àltijd aan het werk.

Maar de Flamenco dus. Voor wie geen aficionado is, een kleine opfrissing met dank aan Wikipedia: ‘Flamenco is een muziekgenre en een bijbehorende dans afkomstig uit de zuidelijke provincies van Spanje. Kenmerkend voor deze muziekvorm zijn de soms Arabisch aandoende klanken, de uitbundige muzikale versieringen rondom het thema en het sterke ritme binnen een twaalftelssysteem.’

Om te beginnen is er Jan Gehl, de oude wijze goeroe van veel mobiliteits- en ruimtegespuis en vader van het succesverhaal dat Kopenhagen geworden is. Jan heeft een prachtige definitie van ‘goede publieke ruimte’. Die is als een goed feestje, zegt hij, je blijft er langer dan je van plan was.

Passen we die toets toe op de oude stad van Sevilla, dan doorstaat ze die met glans. Het verblijf in de publieke ruimte is er vaak zo kwalitatief dat het letterlijk een feestje wordt. En dan hoort daar Flamenco bij – we zijn tenslotte in Andalusië.

Dat is dus één verband, want goeie publieke ruimte krijg je natuurlijk alleen als je het gemotoriseerde verkeer onder de knoet hebt.

Waar is dat feestje? Hier is dat feestje!

Er is nog een verband. Daarvoor duiken we even in de geschiedenis van de Flamenco. Ooit werd Flamenco beschouwd als een typische uiting van ‘volkscultuur’, weinig hoogstaand en verfijnd – een beetje ordinair zelfs. Bijgevolg beperkte Flamenco zich heel lang tot de sfeer van familie- en privéfeesten. Daar kwam langzaam verandering in door toedoen van de eerste buitenlandse toeristen. Geïnspireerd door de verhalen van de ‘Romantische Reizigers’ uit de 18e en 19e eeuw (rijkeluiszoontjes die kennelijk niet geactiveerd hoefden te worden en hun tijd vulden met een zogenaamde ‘Grand Tour’ langs Rome, Toscane, Firenze, Napels en vaak ook Griekenland) trokken die op reis naar Spanje en toonden er interesse voor de cultuur van de gewone mensen.

Die ‘gewone mensen’ waren niet van gisteren en roken een kans. Met het ontstaan van Cafés Cantantes, muziekcafés zeg maar, werd de Flamenco aan het eind van de 19e eeuw voor het eerst uit de privésfeer gehaald. Artiesten konden zich aan een betalend publiek presenteren en tot professionals ontwikkelen.

Met het ontstaan van het massatoerisme, de vrucht van nieuwe mobiliteitsmogelijkheden, kreeg de Flamenco nog meer bekendheid, om uiteindelijk de wereldbekendheid te bereiken die hij nu heeft – want die definitie van Wikipedia hierboven had u natuurlijk niet nodig. Ook ik ben niet van gisteren.

Besluit: zonder toerisme zouden wij de Flamenco nooit hebben gekend. Sterker nog: zonder mobiliteit zou de Flamenco nooit zijn geweest wat hij nu is.

  • Bron: DECLERCQ GUIDO, Naar Andalusië op het ritme van Flamenco, Borgerhoff & Lamberigts, Antwerpen, mei 2017, 248 blz.