RSS feed

Tagarchief: ruimtelijke ordening

Houten, mon amour (4)

Geplaatst op

Het zal je natuurlijk maar overkomen. Je ontvangt een bus vol Belgen met open armen. Je leidt ze rond in je gemeente en vertelt enthousiast over het hoe en wat en waarom (niet). En dan zit er daar eentje tussen die daar nadien kritische stukjes begint te plegen. Ondank is ’s werelds loon.

Sommige studenten kwamen bezorgd polsen “of ik ook niet vond dat ik een beetje te streng was geweest”. Het is een vraag die ze me wel eens meer stellen.

Maar toch. Voor de goede verstandhouding doe ik een poging tot samenvatting van mijn (altijd voorlopige) conclusies over het ‘model Houten’…

Wat is er goed aan Houten? Veel, héél veel. Dat hebben we tot nu toe dus misschien een beetje te weinig in de verf gezet.

Dat je met de fiets en te voet overal in de gemeente kan geraken (de minimale basisvoorwaarde waaraan menige Vlaamse gemeente niet voldoet), dat dit kan zonder je leven te riskeren (een minimale basisvoorwaarde waaraan geen enkele Vlaamse gemeente voldoet) en dat dit niet alleen mogelijk is voor de gezonde mannelijke twintiger of dertiger maar ook voor pakweg een kind van acht of een senior van 80 (hallo Penalosa, hier is je ideaal), dat is de max en de perfecte illustratie dat een verkeerssysteem ook emanciperend kan zijn in plaats van vooral disciplinerend, zoals in de fluohesjesmaatschappij het geval is.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Doe daar bovenop ook nog een schep ‘welbevinden’ (bij ons nog al te vaak beschouwd als iets facultatiefs) doordat elke verplaatsing zich letterlijk ‘in het groen’ afspeelt en het prima bereik met het openbaar vervoer (op 8 minuten sta je in Utrecht met een 10 minutenfrequentie) en je hebt, denk ik, de belangrijkste troeven van het model Houten benoemd.

Sommigen zullen er ook nog aan toevoegen dat de ideale fietsbaarheid niet ten koste gaat van de auto: dankzij de ‘inprikkers’ en de Rondweg kom je ook met de auto vlot overal. Maar hier begint wat mij betreft de discussie: is dit dan niet dubbelop (dubbele infrastructuur, dubbele kost), te gemakkelijk (waardoor de verleiding van de auto wel heel sterk blijft – zie de modal split) en vanuit een perspectief van toekomstbestendigheid (klimaat, luchtkwaliteit, energie- en grondstoffenverbruik) en ruimtebeslag wel de juiste keuze?

Voor wie nu roept dat er heus wel eens zwaardere ladingen moeten worden vervoerd, dat het ook in Houten wel eens guur weer is (ik kan er van meespreken) en dat sommige mensen niet (meer) beschikken over de nodige fietsvaardigheden: tijdens ons korte bezoek aan Houten zag ik een keur van alternatieve voertuigen de revue passeren, gaande van het golfkarretje over de Segway voor kindertransport (de ‘Stint’), een tweezitsfiets en een wonderlijke variëteit aan bakfietsen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Gezien de ontwikkelingen die er op het vlak van lichte voertuigen volop aan de gang zijn, zou Houten zich de vraag kunnen stellen of het niet nog meer daarop zou moeten inzetten en zijn voortrekkersrol verder waarmaken?

Overigens lees ik dat de nieuwe vierpartijencoalitie in de Fietsstad 2018 zich rekenschap geeft van de veranderende context en zowel lagere parkeernormen als betere fietsverbindingen buiten de Rondweg (een ander punt van kritiek) in het vooruitzicht stelt. Dat is bemoedigend.

Blijft tenslotte het meest heikele punt: is Houten saai? “Op 8 minuten sta je in het bruisende Utrecht” zei onze gids en gastheer Cor Van Angelen daarover. Dat kan je op twee manieren interpreteren.

De eerste is dat de Houtenaar van twee walletjes kan eten. Hij combineert de rust en de vreedzaamheid van de Vinexwijk met het gebruis en gedruis van een universiteitsstad en de werkgelegenheid in de Randstad.

De tweede is dat er hier sprake is van een ruimtelijke tweedeling waarvan je je kan afvragen of die wel nodig en wenselijk is. Waarom zou je voor wat ‘avontuur’ en ‘verrassing’ naar een andere gemeente moeten gaan?

Studiereis HSV Nederland 2018 (1000)

Houtenambassadeur Cor Van Angelen

Een deel van het publiek vindt de eerste lezing de ideale. Dat vertaalt zich in hoge immobiliënprijzen en de daarbij horende gentrificatie, woningkrapte en een nog altijd hoog autogebruik. Een ander deel van het publiek vindt dit een probleem (en de sporen hiervan vind je makkelijk op het internet) en mist rafels en serendipiteit, wat ik vrij vertaal als een gebrek aan ‘functiemix’ – het directe gevolg van het concept van de Vinexwijk/gemeente. Het intrigerende is dat Cor zelf op dit punt lijkt te balanceren tussen de twee groepen, want hij geeft ook aan een verhuizing ‘terug naar Utrecht’ te overwegen.

Tot slot: is het model ‘Houten’ te kopiëren? Ja, als je van nul kunt beginnen. Alleen is dat in België hoogstens het geval op wijkniveau. Maar zelfs als het kan, zou ik er geen klakkeloze kopie van maken – zie de kanttekeningen hierboven.

Intussen blijft het boeiend om te volgen hoe Houten zelf zal verder evolueren. Want we mogen het dan een ‘model’ noemen, ook modellen zijn nooit af.

Advertenties

Rechtvaardig beleid

 

Don Quichotte

We leven in een vreemde wereld. Van de week las ik in de krant dat een werkgroep binnen de CD&V-fractie in het Vlaams Parlement gaat onderzoeken hoe rechtvaardig het beleid van de Vlaamse Regering is.

Vreemd dat dit nieuws is, dacht ik, want horen politici niet voortdurend hun beleid te toetsen op rechtvaardigheid?

Maar het werd nog vreemder toen ik het commentaar van mijn krant las: “Opvallend, want CD&V maakt deel uit van die regering.” Blijkbaar zijn we de normaliteit zover voorbij dat het normale niet alleen nieuws wordt, maar ook als abnormaal wordt weggezet.

Ik, van mijn kant, verklaar me fan van de CD&V-werkgroep. Hopelijk beseft die dat het rechtvaardigheidsvraagstuk geen accessoire is dat zich uitsluitend ophoudt in de ‘sociale’ beleidsdomeinen, maar ook – en misschien wel vooral – verscholen zit in beleidsdomeinen als industriële innovatie, milieu, ruimtelijke ordening en mobiliteit. Dat de werkgroep maar eens zijn tanden zet in de verdeling van de lusten en de lasten in een dossier als dat van Uplace. Of dat van Audi Vorst. Of dat van Essers. Of dat van de als ‘besparingsoperatie’ verkochte schaalvergroting van onze basisscholen. Of dat van onze ‘bondgenoten’ de Saudi’s in de Antwerpse Haven – in de veronderstelling dan dat de notie ‘rechtvaardigheid’ niet ophoudt aan onze landsgrenzen.

Als de werkgroep zichzelf ernstig neemt, is de kans groot dat er binnen afzienbare tijd enkele excellenties discreet tot de orde worden geroepen. Het is immers onrealistisch, onredelijk én onrechtvaardig om van minister Jo Vandeurzen te verwachten dat hij het sociale puin van zijn collega-ministers, van zijn eigen partij en die van andere partijen, in zijn eentje opruimt.

Ter illustratie van wat ik bedoel, hierbij mijn stukje in De Standaard van vandaag over het fiscale gunstregime voor elitewagens, volgens het principe ‘de vervuiler wordt betaald.’

Bijna goed

Geplaatst op

IMG_4639

Als je dan na vier vinkjes begint te vermoeden dat de projectontwikkelaar begrijpt waar het allemaal om draait, slaat hij alsnog genadeloos alle hoop aan spaanders…

Terugschrijdend inzicht

Geplaatst op

Tot niet zo gek lang geleden dachten veel mensen dat mobiliteitsbeleid en ruimtelijk beleid de wetenschappelijke ontwikkelingen op deze domeinen zou volgen, met enige vertraging weliswaar, maar toch: door voortschrijdend inzicht zou het beleid wegevolueren van de 20-eeuwse wildgroei waarover iedereen het eens was dat die ons hadden laten zitten met nogal wat gebakken peren. Zoals daar zijn: files, parkeerproblemen, verrommeling, verkwisting van schaarse en dus kostbare ruimte, versnippering, groentekorten, onleefbaarheid door uitlaatemissies en verkeerslawaai, verpaupering van de centra. Hoewel niet exhaustief zou je denken dat zo’n lijstje voldoende indrukwekkend is om nooit meer in dezelfde val te trappen.

Dom natuurlijk, om zoiets te denken. Want op die manier wordt nonchalant voorbijgegaan aan handenvol volkswijsheid over ezels die zich geen tweemaal aan dezelfde steen stoten, slingers die altijd weerkeren, berenvellen die te vroeg worden verkocht en strijders die te vroeg op hun lauweren zijn gaan rusten. We kunnen niet zeggen dat we niet gewaarschuwd waren.

In veel steden en gemeenten heeft men die volkswijsheid dan ook in het achterhoofd gehouden. Men gaat er gestaag verder op het pad dat ruimtelijke planners, de meesters van het neologisme, ‘voortschrijdend inzicht’ hebben gedoopt. Er wordt daar getimmerd aan een consequente reconquista van de stad voor de mens, ten koste van het autoverkeer.

Op andere plaatsen evenwel is men ten prooi gevallen aan wat we in dezelfde lijn ‘terugschrijdend inzicht’ zouden kunnen noemen. Men grijpt er terug naar oude, eenvoudige, snel-klaar-recepten waarvan men kennelijk is vergeten dat ze oprispingen, braakneigingen en diarree veroorzaken.

Helaas is mijn eigen stad één van die plekken waar deze schadelijke vergeetachtigheid heeft toegeslagen en de gevolgen daarvan worden stilaan zichtbaar.

Twee voorbeeldjes. Eén: in de jaren zeventig werd, ondanks het protest van wat langharig werkschuw tuig, een kasteeltje afgebroken dat wij vandaag, met voortschrijdend inzicht, als monument zouden hebben beschermd. Het bijhorende park werd deels bebouwd met appartementen. Toen later één van die appartementen betrokken werd door de toenmalige rijkswacht, had die nood aan parkeerplaatsen vlakbij. Een tijdelijke kwestie, zo werd toen verzekerd, want de rijkswacht zou later verkassen naar een meer aangepaste locatie. Maar u weet hoe dat gaat: de rijkswacht verdween, de parkeerplaatsen bleven. De buurtbewoners namen ze, op wat vroemvroemgeluid na, geruisloos in gebruik.

Intussen was daar het voortschrijdend inzicht. Dat we te weinig groen hebben in ons centrum. En dat een wat groter stadspark het leven in het centrum aantrekkelijker zou maken.

Helaas, de boot werd gemist. Toen recent de aanliggende straat werd heraangelegd, was het inzicht alweer aan z’n terugtocht bezig. Niet het park werd in ere hersteld, wel de parking. De voorlopige parking werd definitief. En groter. Samen met het inzicht schreed ook het park achteruit.

IMG_3481

Nu dient zich een nieuwe historische fout aan, weliswaar in een verkiezingsfolder verpakt als historische vooruitgang: “Minister-president Kris Peeters heeft onlangs 70.000 euro subsidie toegekend aan onze stad voor het verder versterken van onze handelskern. Hiermee zullen 44 extra parkeerplaatsen worden aangelegd op het braakliggend terrein ’t Loopke.”

IMG_3479

“Braakliggend terrein” is in dit geval een eufemisme voor een gebied in het hart van de stad dat in het wervende stadsvernieuwingsproject enkele maanden geleden nog aangeduid werd als “potentieel groengebied of park”.

De werkelijkheid zal dus anders worden dan de simulatiebeelden waarmee men toen burgers, gemeentelijke commissie van ruimtelijke ordening en gemeenteraad verleidde: verharding in plaats van groen, meer autoverkeer in plaats van minder, meer ruimte voor lawaai en stank producerende auto’s in plaats van minder, meer drukte en minder levendigheid, meer lawaai van motoren en minder geluid van mensen, een parking in plaats van een park, een stoflong in plaats van een groene long…

Tja, het kan verkeren, dat wist Bredero al.

Maar laat ons nooit uit het oog verliezen dat ook het verkeren kan verkeren.

Staat de auto al binnen?

Geplaatst op

Grasduinen in mijn archief kan leerrijk zijn. En ontmoedigend.

Kijk wat ik terugvond, een artikel van dik twintig jaar geleden in Knack (Knack Cahier, 5-11 januari 1994, blz. 16-19) over mobiliteit, van ene Peter Renard. De titel zou vandaag ook nog boven een Knackartikel kunnen staan: ‘Het perron ligt te ver.’

Aan het woord komt Hans Verbruggen, ooit de openbaar vervoer-specialist van Langzaam Verkeer. Hij presteerde het om zo wat alle dienstroosters van treinen én bussen in dit land uit het hoofd te kennen. Misschien overdrijf ik, maar niet zo heel veel.

De laatste jaren is Hans wat uit het zicht verdwenen. Dat is jammer, want hij had/heeft heel wat te vertellen, soms met een sarcastische ondertoon die me deed denken aan die andere Hans, Dorrestijn.

Lees mee wat Hans Verbruggen in 1994 vertelde over het ruimteverbruik van de auto: “Met de auto is het stedelijk vervoersprobleem niet oplosbaar. In hoeveel klassieke huizen met twee verdiepingen is de woonkamer niet geëlimineerd voor een garage? De bewoners verhuizen naar een achterkamertje of een eerste verdieping om de mooiste plaats van het huis aan hun wagen te geven.”

IMG_7586

En dan, het helaas ideale onderschrift voor deze foto: “Erger nog, maar amper zichtbaar, zijn de prachtige binnentuinen die tussen de grote woonblokken in de steden zijn verdwenen.Tuinen zo groot als een kwart stadspark zijn er vervangen door roofingdaken. Daaronder wonen auto’s. Daar is drie kwart van het groen in de stad verloren, niet in straten en op pleinen.”

Hans heeft nog altijd gelijk. Helaas.

En ik realiseer me nu waarom ze dit soort gebieden ‘binnengebieden’ zijn gaan noemen: omdat alle ‘buiten’ er ‘binnen’ is geworden.

De Belgische steenwegen

Geplaatst op

Gisteren citeerde ik hier met grote instemming het boek ‘Fietsinfastructuur/Cycle infrastructure’ van Stefan Bendiks en Aglaée Degros. Eerlijk: het is een ‘must read’ voor al wie zich bezig houdt met (het ontwerp van) fietsroutes.

Edoch. Het is niet al goud dat blinkt in het boek. Een hele rare uitschuiver vind ik het ten tonele voeren van de Belgische steenweg als voorbeeld van een infrastructuur die zich, net zoals de boulevards van Parijs, de Ringstrasse in Wenen, de parkways in Boston en de Duitse Autobahn, op een positieve manier verhoudt tot zijn omgeving. “Ze belichten stuk voor stuk aspecten zoals de ruimtelijke integratie van infrastructuur, de beleving van de gebruiker, en de sociaal-economische meerwaarde van infrastructuur.”

Steenweg

 

Nou moe. Dat bepaalde facties van het stedenbouwkundigengild er een haast pervers genoegen in scheppen om de Steenweg de hemel in te prijzen als een surrealistische parel van menselijke creativiteit en spontaneïteit, daar was ik intussen al min of meer aan gewend. Maar van mobiliteitsdeskundigen verwacht ik iets meer aandacht voor de desastreuze neveneffecten zoals hoge ongevallenratio’s door een mix van doorgaand en bestemmingsverkeer, een verkwisting van ruimte door afzonderlijke parkings voor elke activiteit, paternosters van conflictzones door de talloze op- en afritten, een verhoogde auto-afhankelijkheid door het uitsmeren van bestemmingen en een privatisering van de horizon.

Idee 15: het brievenbusbos en de restjeskluis

Geplaatst op

Brievenbus (2)

 

Postbodes zullen direct weten waarover ik spreek: soms moeten ze honderden meters fietsen (of met de auto rijden) voor één huis, voor één klein briefje (of als het wat tegenzit: reclamedrukwerk). Verspilling van geld en tijd, die ook nog eens slecht is voor het milieu. Maar zulks hoort tot het verleden met de introductie van het brievenbusbos, een concentratie van brievenbussen van verspreid liggende woningen.

Het brievenbusbos ligt op een logische plaats waar de bewoners van het gehuchtje dagelijks passeren op weg naar het werk of de winkel. Het is voor hen dus een kleine moeite om er even halt te houden en de post mee te nemen (de eigen post en eventueel ook die van de oude buurvrouw: goede reden om er even binnen te springen!). Echt nieuw is dit idee trouwens niet: in heel wat landen is het vandaag al de normaalste zaak van de wereld.

Maar het kost meer moeite, zegt u? Da’s waar, maar ze krijgen er ook wat voor terug. Want we rusten het brievenbusbos meteen ook uit met een ‘restjeskluis’. Alle gebruikers van het brievenbusbos beschikken over de code van de restjeskluis en kunnen er de dingen in kwijt die ze zelf niet (meer) kunnen gebruiken maar hun buren misschien nog wel: de Knack van vorige week, een stuk of wat kippeneieren, een bakje aardbeien van eigen kweek (we bevinden ons op den buiten), kortingbonnen die anders nooit zouden worden gebruikt of… vul zelf maar aan.

Kijken in de restjeskluis is altijd spannend, want je weet nooit wat je buren voor jou in petto hebben: wie weet een bedankbriefje voor het zelfgebakken brood dat je er gisteren in achter liet. Er is immers niks leuker dan zelf te geven.

Overigens, waarom zou de restjeskluis voorbehouden moeten blijven voor de plattelanders? Misschien is het ook een prima bindmiddel voor de bewoners van het appartementsblok in de stad.