RSS feed

Tagarchief: Rotterdam

Het DAKPark

Geplaatst op

DAKPark (2)

Tijd om het toe te geven. Stiekem heb ik er altijd van gedroomd dat er ooit een plaats naar mij zou worden genoemd. Een promenade of liever nog een gezellig pleintje, al zou er voor een klein, doodlopend steegje vanuit symbolisch oogpunt ook veel te zeggen zijn.

Groot was mijn verbazing toen ik vorige week ontdekte dat de Rotterdammers er al werk van hadden gemaakt. Blijkbaar hebben ze gekozen voor een park – ook een optie waar ik mee kan leven. Het De Andere Kris Peeterspark, afgekort ‘DAKPark’, blijkt het grootste openbare park op een dak en is, dat doet me bijzonder veel plezier,  het resultaat van een samenwerking tussen buurtbewoners en gemeente.

DAKPark

De nietsvermoedende wandelaar ziet eerst een vrij banale plint met ketenwinkels, wordt daarna getriggerd door wat warempel een serre lijkt, daar boven op het dak.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

En dan, een olifantenpaadje (op de 2×2-boulevard werd een veilige oversteek domweg vergeten) en aansluitend een trap of een lift later, ontvouwt zich een groene verademing. In de ene richting ziet die er voorlopig nog wat te Teletubbie-achtig clean uit, in de andere richting intrigeren de grote serres en wat kleinere elementen.

DAKPark (1)

Dankzij het dakpark ligt de achterliggende woonwijk nu in de luwte van wind en verkeers- en havenlawaai.

DAKPark (7)

Wel jammer dat men er toch nog in geslaagd is om tussen woonwijk en Dakpark een autohaag te installeren.

Eén van de paradepaardjes van het park is de watertrap – op mooie dagen een speelaanleiding waar geen kinderbroekje droog bij blijft (durf ik te wedden).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Lange, smalle parken – ze zijn een logisch gevolg van steden die zich ontworstelen aan de industriële residu’s van de 19e en de 20e eeuw. In Rotterdam gaat het om een havenbuurt-in-transitie. Elders ging het om in onbruik geraakte sporen. Parijs zette de toon met z’n Promenade Plantée bovenop een spoorviaduct en kreeg navolging in New York, waar op de oude spoorlijn van het Meat District het Highline Park ontstond (en daarmee één van de nieuwe parels van New York – ik vergat schromelijk jullie daarover al eerder te vertellen. Dat maken we nog goed.). Antwerpen blies met z’n Park Spoor Noord een verpauperde buurt nieuw leven in en Utrecht opende niet lang geleden z’n Oosterspoorpark.

Ja, er is nog leven na de dwarsliggers.

Advertenties

De vernaculaire straat

lubeck-vernaculaire-mobiliteit-1

De laatste jaren kenden we een kleine tsunami aan nieuwe woorden om een ‘mensvriendelijke’ straat aan te duiden. Het begon met de ‘speelstraten’ van Steve Stevaert. In 2013 kwamen de Gentse ‘leefstraten’ en daarna volgde Antwerpen met ‘tuinstraten’ en ‘toekomststraten’. Recent pakte Rotterdam uit met een ‘droomstraten’-project.

Au fond dienen ze allemaal hetzelfde doel: de herontdekking van eenvoudige, ooit vanzelfsprekende concepten als ‘woonstraten’ of ‘woonerven’. Kennelijk is onze kennis en ervaring door de invasie van de auto tot in de fijnste poriën van de stad zo grondig uitgewist dat we ze nu opnieuw moeten verwerven. Voorzichtig, in de tijd beperkt, proberen we ons weer in te beelden dat een straat ook voor andere dingen kan dienen dan om blik te stallen of de doorstroming te dienen.

Zoals elk afkickproces blijkt ook dit er één van lange adem te zijn. Nochtans: het is ni moeilijk, het is gemakkelijk. Laat de auto weg en binnen de kortste keren nemen mensen opnieuw bezit van de straat. Zonder dat er ingenieus ontwerpwerk aan te pas moet komen, zelfs zonder dat er grote participatieprojecten moeten uit de grond gestampt. De straat organiseert zichzelf, het overleg gebeurt spontaan.

lubeck-vernaculaire-mobiliteit-2

Lübeck, Duitsland

Het resultaat is wat Ivan Illich ‘vernaculair’ zou hebben genoemd: nieuwe (maar op de keper beschouwd meestal oeroude) praktijken van de mensen zelf, in een subtiel samenspel van geven en nemen, van sturen en bijsturen en al doende leren uit fouten die, dankzij de per definitie bescheiden schaal, nooit groot zijn.

Het is de, zoals Nassim Nicholas Taleb opmerkt, in onze maatschappij al te vaak hovaardig aan de kant geveegde praktische wetenschap die dan aan zet komt. Traditioneel ‘moeilijke’ kwesties als het verzamelen en ophalen van afval, de groenvoorziening, de waterhuishouding, de straatverlichting, de versterking van het sociale weefsel (de ‘convivialiteit’ zou Illich hebben gezegd) en de overgang van privé naar publiek worden op de meest natuurlijke manier opgelost – zonder spectaculaire, dure dan wel omslachtige tussenkomsten van juristen of techneuten.

Voor dit alles moet maar één voorwaarde worden vervuld. De straat moet auto-vrij worden. En laat dat nu net een horde zijn die zich niet makkelijk laat nemen. Zo lang de auto de geesten blokkeert, is er nood aan tijdelijke speel-, leef-, toekomst- of droomstraten. Om mensen weer te laten voelen wat ze zijn verloren zonder dat ze het beseften. Noem het stuk voor stuk lessen in gemis.

Maar eenmaal de auto uit de straat gebannen is het verbazend hoeveel ruimte er vrijkomt in de menselijke geest.