RSS feed

Tagarchief: Olen

Toegelaten te spelen

Geplaatst op

De laatste veertig-vijftig jaar is er een sluipende omkering gebeurd van wat als normaal wordt bevonden. Ooit mochten kinderen vrijwel overal spelen. Nu zijn ze teruggedrongen tot hier en daar nog een mini-reservaatje. Kinderen zijn de indianen van de wereld.

De ruimten die hen nog resten, vaak letterlijke restruimten, zijn doorgaans omheind om de auto’s buiten te houden en de kinderen binnen. Het resulteert in een apartheid waar niemand zich nog vragen bij stelt.

Ik weet niet of de Olense kindergemeenteraad zich ten volle bewust was van het provocerende karakter van haar daad: ergens een bord planten met de boodschap dat spelen “toegelaten” is.

Spelen? Nu ja. Ik durf er om te wedden dat een kind dat hier een put graaft of een kamp bouwt op de vingers wordt getikt.

Maar het statement is er niet minder door. Het is een schrijnende aanklacht die ons volwassenen het schaamrood zou moeten bezorgen. Jef Nijs is dood, maar de kinderrevolutie is noodzakelijker dan ooit.

Opgelet, bordje!

Geplaatst op

Overal in Vlaanderen vind je ze nog: historisch gegroeide verkeerssituaties. Zoals hier, in het immer pittoreske Olen. In lang vervlogen tijden, toen scheiden alleen nog maar in zwang was voor verkeer, dacht men er goed aan te doen dit dorpsstraatje te voorzien van een fietspad.

Alleen, vlakbij het dorpsplein lag de slotgracht van meneer pastoor in de weg. En dus moesten de fietsers alsnog invoegen.  Een manoeuvre dat niet zonder risico is, besefte de wegbeheerder toen al. En dus zette hij een bordje met de tekst ‘Fietsers opgelet’.

Allicht getuigt het van oprechte bezorgdheid over het lot van de fietsers. Maar de bordenzetter was duidelijk iemand die dacht vanuit het voorruitperspectief. Degenen die hier moeten opletten zijn in de eerste plaats de mensen met de zware, snelle, gepantserde machines. De juiste boodschap was dan ook krek het tegenovergestelde geweest: ‘Opgelet, fietsers!’

Als er de volgende legislatuur een nieuwe schepen voor mobiliteit van de ene dag op de andere een ‘nieuw geluid, een nieuwe visie’ in de verf wil zetten: hier ligt een statement te wachten!*

* en het volgende is dan: het autoverkeer vertragen en het fietspad opbreken, zodat er veilig kan gemengd worden, zoals dat hoort in een dorpskom

Pijnbank

Sommige mensen zullen me ervan gaan verdenken dat ik iets tegen het shoppingcenter in Olen heb. Ze hebben nog gelijk ook. Dit soort ontwikkelingen (juister: degeneraties) in het midden van nergens is slecht voor alle dorps- en stadscentra in de omgeving. En funest voor de mobiliteit in de wijde omgeving. Het resultaat is een stroom autoverkeer die vermeden had kunnen worden, met gevolgen op vele fronten: meer verkeersonveiligheid, meer verkeersdrukte en dus meer verkeerscongestie, meer luchtverontreiniging, meer verkeerslawaai, meer auto-afhankelijkheid en meer ruimtebeslag in een gebied dat ‘open ruimte’ had kunnen zijn. Ik zwijg dan nog zedig over gezondheidseffecten en de kostprijs van de aanleg en het onderhoud van de infrastructuur.   

Zo bekeken is het een geluk bij een ongeluk dat de vormgeving in Olen merkwaardig mislukt is. Ik heb het dan niet over een rollend trottoir naar een sportwinkel. Dat is gewoon heerlijk absurd. Ik heb het dan over het al eerder behandelde ontbreken van voetgangers- en fietsersvoorzieningen en het opmerkelijke gevoel van leegte dat overheerst doordat geen enkele natuurlijke ‘flow’ van mensen werd ingebouwd. De keuze van het meubilair ligt in dezelfde mensonvriendelijke lijn. Bekijk deze stalen bank, waar je alleen op gaat zitten als er sprake is van dwang. De kilte die ze uitstralt is letterlijk te nemen: het zitoppervlak is ongezellig koud en hard en met wat pech snijdt het staal ook nog eens in je vlees. Om de kans daarop te vergroten, hebben ze de bank ook nog eens pal in de looplijn gezet.

Bij nader inzien is er misschien alleen maar sprake van een verkeerde levering en werd er een pijnbank gebracht in plaats van een zitbank.

Winkelcentra

De middenstand in Herentals riep enkele jaren geleden haar eigen ‘onbereikbaarheid’ uit omdat er een ‘knip’ was op onze Grote Markt. Sinds de knip verdwenen is en het doorgaande verkeer weer als vanouds door het centrum kan razen (daarmee het centrum voor senioren en kinderen perfect in tweeën splijtend en échte onbereikbaarheid genererend), betreft de klaagzang het zogenaamde ontbreken van parkeerplaatsen. Intussen verrees er tien kilometer verder uit de assen van het Van De Ven Shoppingcenter (‘Stop met dolen, kom naar Olen’) een nieuw Shoppingcenter. Geen haan die ernaar kraaide. Enfin, deze haan wel. Hij kon indertijd  nog Minister Van Brempt (SP.A) overtuigen om van de projectontwikkelaar tenminste een Mober te eisen, tot grote woede van de gelijkkleurige lokale schepen. 

Intussen staarde onze lokale middenstand naar zijn navel. Hij besefte niet dat hij het qua aantal parkeerplaatsen en autobereikbaarheid altijd zou moeten afleggen tegen zo’n weidewinkelproject rondom een parkeervlakte. En hij realiseerde zich al evenmin dat z’n grote troef ligt in de gezelligheid van een écht centrum met al z’n spontane menselijke bedrijvigheid en historische wortels tot in de Middeleeuwen.

Vorige vrijdag ging ik een kijkje nemen in het nieuwe shoppingcenter. Veel auto’s, weinig mensen, geen gezelligheid, dat was het overheersende gevoel. En hoewel het project nog in volle uitbreiding is, was zelfs de autobereikbaarheid al problematisch: lang aanschuiven en gevaarlijke conflicten met auto- en fietsverkeer. Er is zo consequent gekozen voor Koning Auto dat zelfs uitgestapte automobilisten aan hun lot worden overgelaten en dat er, behalve onder de fietsen verkopende Decathlonvestiging, geen fietsenstallingen te bespeuren zijn.

Intussen blijven de winkelstraten van mijn gemeente proberen water en vuur te verzoenen, met een vis-noch-vlees-resultaat waarbij iederéén zijn portie frustratie krijgt: automobilisten, voetgangers, fietsers.

Nu ik het zo oplijst: eigenlijk groeien de twee concepten wel naar elkaar toe. Over een jaar of tien hebben we dus wellicht twéé verliezende kampen, al zal de verklaring dan vermoedelijk ‘crisis’ worden genoemd.