RSS feed

Tagarchief: Nassim Taleb

Verdichting vroeger en nu

‘Verdichting’. Het leek wel één de ‘buzzwoorden’ van het jaar 2018. Met dank aan de Vlaamse Bouwmeester die als een geseculariseerde missionaris Vlaanderen rondtrok om de boodschap te verkondigen.

Misbegrepen verdichting

De blijde boodschap, schreef ik ei-zo-na. Maar dat was ze alleen voor sommigen. Voor projectontwikkelaars bijvoorbeeld. Die zagen in de roep om een hogere densiteit een vrijgeleide om hun winsten op te drijven. Verdichting werd dan een excuus voor een gebrek aan kwaliteit: te veel bebouwde oppervlakte, te weinig open ruimte, te weinig privacy, de verwarring van compactheid met benepenheid. Te gemakkelijk ook werd verdichting vertaald als ‘hoogbouw’, zeg maar: het aanvankelijk verwachte rendement maal x verdiepingen. Kassa, kassa!

Hoogbouw is iets voor luie architecten,” schamperde Jan Gehl toen ik hem er eerder dit jaar in Brussel over bevroeg. Wat mij betreft heeft hij in de meeste gevallen een punt. Hoe hoger het gebouw hoe lager de kwaliteit, lijkt de regel te zijn.

Niet moeilijk dus dat de gemiddelde Vlaming geen hoge (sic) pet op heeft van verdichting. Voor hem is ‘verdichting’ nog altijd synoniem voor ‘met velen op een kluitje’ – inclusief alle ongemakken die daarbij horen.

Verdichting als oplossing

Als verontschuldiging roepen we vaak in dat ‘verdichting’ iets nieuws is en dat we er dus nog mee moeten leren omgaan.

Dat is niet terecht. Want in werkelijkheid is het fenomeen natuurlijk zo oud als het dorp en de stad.

IMG_0195

Namen/Namur

Eeuwenlang was een hoge dichtheid de stedenbouwkundige standaard. Uit noodzaak. Mensen kropen dicht bij elkaar omdat dit veiliger was (binnen de stadsomwalling), omdat de beschikbare bebouwbare oppervlakte beperkt was (eigendomsstructuren, geologische kenmerken), omwille van de nabijheid van drinkwater, voedsel en de mogelijkheid om goederen en diensten te verhandelen (korteketens, toen al!) of omdat men zich niet zomaar een eigen bouwsel kon veroorloven.

Arme rijken! 

Zelfs voor de rijken was een hoge densiteit ooit de normaalste zaak van de wereld. Nassim Taleb vestigt er in zijn jongste boek (‘Skin in the game’, Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam) de aandacht op dat de overgedimensioneerde villa’s van de rijkelui  vandaag historisch gezien een anomalie zijn: “vroeger wemelde het in grote landhuizen van de bedienden, hoofdbedienden, butlers, koks, hulpjes, dienstmeisjes, privéleraren, berooide neven, paardenverzorgers en zelfs privémusici.” Het mocht dan misschien ‘losbouw’ zijn, er was veel volk.

Taleb ventileert zijn medelijden met de rijken die vandaag in zo’n landhuizen ‘moeten’ overleven: “(…) niemand komt je vandaag de dag troosten omdat je een landhuis hebt – maar weinigen zullen beseffen dat het geen pretje is om daar op een zondagavond te zijn.”

‘Verluchting’ als oplossing en nieuw probleem

Ironisch dus dat die vrijstaande bebouwing, als (nep)villa/landhuis of als appartementsgebouw, het modernistische antwoord was op alle nadelen waarmee de oude verdichting gepaard ging: lawaai, brandgevaar, hygiëne- en dus gezondheidsproblemen, stank, een gebrek aan licht, lucht en privacy… Verdichting werd beantwoord met ‘verluchting’. Licht, lucht, ruimte en functiescheiding waren het nieuwe devies.

Villabouw leidde tot open bebouwing, met als neveneffecten stadsvlucht, forenzenverkeer, files, lintbebouwing, verkeersonveiligheid en de versnippering van de open ruimte. Appartementsbouw leidde tot blokkendozen in desolate leegten, mooi groen op de maquettes, saai en zielloos in de werkelijkheid. De betonnen getto’s van de banlieue werden intussen zo wat het symbool van onherbergzaamheid.

Wat eens ‘de’ oplossing leek, bleek uiteindelijk een nieuw probleem.

De ‘closes’ in Edinburgh

Aan dat alles moest ik denken toen ik enkele weken geleden in Edinburgh (Schotland) was en er in de Old Town, links en rechts van de ‘Royal Mile’ (een aaneenschakeling van 5 straten) kennis maakte met de ‘Closes’.

De meestal achter een hek of deur verborgen binnenplaatsjes waar de verdichting ooit ondraaglijk moet zijn geweest, maar die vandaag, op luttele meters van winkels, pubs en andere voorzieningen, oases van rust én gezelligheid zijn in de drukke stad.

Wat ooit extreem onleefbare plekken moeten zijn geweest, zijn vandaag gegeerde woonlocaties – waardoor hier en daar de gentrificatie toeslaat onder de vorm van hotels en een duidelijke oververtegenwoordiging van de upperclass.

IMG_0109

Plaats voor groen, ontmoeten en spelen.

IMG_0107

Het feit dat de stad deels tegen een heuvel is gebouwd, wat het bouwtechnisch niet eenvoudiger maakt, werd omgeturnd tot een voordeel: niet zelden hebben gebouwen er aan twee verschillende zijden een ‘gelijkvloerse’ verdieping, elk op een ander niveau. ‘Hoogbouw’ krijgt daardoor vanzelf een menselijkere schaal. De closes komen wat mij betreft af en toe ‘close’ bij het ideale urbane wonen.

De conclusie? Soms worden oplossingen voor oude problemen niet alleen nieuwe problemen. Soms worden de oude problemen ook de nieuwe oplossing. In Edinburgh hebben ze het geluk (of het verstand?) gehad dat de modernistische kaalslag er niet heeft kunnen huis houden.

Advertenties

Nieuwjaarsverwensing

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vandaag lanceerden Febiac en de FAA, voluit de Fédération des auto-écoles agréées, het voorstel om de leeftijdsgrens voor het besturen van een bromfiets van 16 jaar te verlagen naar 14 jaar.

De motivering? Ik citeer De Standaardsite: “Jongeren kunnen nu pas (mijn cursivering – kp) vanaf 15 jaar en 9 maanden deelnemen aan het theoretische examen voor de bromfiets (klasse B). Vanaf 16 jaar kunnen ze een voorlopig rijbewijs aanvragen. Maar Febiac en de FAA, voluit de Fédération des auto-écoles agréées, vinden dat dit moet zakken tot 14 jaar. Op die leeftijd zijn jongeren reeds in staat om de gevaren van de weg correct in te schatten, zo klinkt het. Voorzitster Concetta Deletto van FAA zegt een lagere leeftijdsgrens te wensen, maar vooral ook een betere omkadering van de rijopleiding. Zij is ervan overtuigd dat jongeren op 14 jaar de zaken vlugger oppikken dan op 16 jaar.”

Onmiddellijk rijst dan de vraag waarom we de leeftijdsgrens niet verder laten zakken tot twaalf jaar, of nee, nog beter: leer ze het al in de kleuterschool. Is het niet in de eerste levensjaren dat wij het meest ontvankelijk zijn?

Het argument is even belachelijk als doorzichtig. We hebben hier dan ook te maken met wat Nassim Taleb het principaal-agent-probleem noemt en andere mensen gewoon aanduiden met ‘uit eigenbelang spreken’, zij het met die particulariteit dat de eventuele voordelen van het bepleite geheel ten voordele komen van de spreker en de nadelen van anderen.

In dit geval zijn de eventuele voordelen klaar als een klontje: als de leeftijdsgrens met 2 jaar zakt, dan wordt de markt voor bromfietsen en bromfietsopleidingen in één klap een stuk groter. En ze wordt nog groter als de 16jarigen dan ook nog eens, zoals het voorstel wil, de toelating krijgen om al over te stappen naar 125cc-machines.

De nadelen van de voorgestelde maatregelen zijn geheel en al voor rekening van de samenleving. En ook die zijn duidelijk: meer verkeersongevallen, meer licht- en zwaargewonden en meer jonge doden. Nu al springt de categorie van jonge bromfietsers uit de statistieken en dat zal er met dit voorstel niet bepaald beter op worden.

De eeuwige dooddoener (sic) is dan dat ‘ervaring’ en ‘een goede opleiding’ cruciaal zijn. Gemakshalve wordt dan voorbijgegaan aan het blote feit dat jonge mensen risico’s anders inschatten en geneigd zijn er meer te nemen. Vandaar dat ze ook vaker dan gemiddeld te snel rijden, zoals gisteren nog uit de Verkeersveiligheidsenquête van het BIVV bleek – een tendens die niet onmiddellijk betert met ‘meer ervaring’, want de categorie 25- tot 34-jarigen blijkt – op basis van zelfrapportage – van alle automobilisten de ergste.

Jongeren vanaf 14 jaar gevaarlijk speelgoed geven omdat dit goed is voor het zakencijfer, hoe noem je zoiets? Over lijken gaan?

In ieder geval denk ik dat de fase van het wensen bij deze mag worden afgesloten. Ik ga over tot die van de verwensingen.

Kleurdoos XL

IMG_9436

Als Nassim Taleb gelijk heeft dat kleinschalige handel de (enige) sleutel tot tolerantie is (omdat gemaakte fouten er klein zijn en snel vergeten), dan zijn ze in Marseille goed bezig.

Is ’t Kiel in zusterstad Antwerpen een “kleurdoos” (Axl Peleman), dan zijn de centrumwijken rond de oude haven van Marseille een megabox met minstens 360 in plaats van 36 stiften. Een kleur meer of minder valt niet meer op.

Behalve het smurfenblauw van Olympique Marseille natuurlijk.