RSS feed

Tagarchief: Kwak

Geen kwakkel

Mensen vragen me wel eens: “ben jij nu werkelijk àltijd bezig met mobiliteit?”

Beschamend genoeg is het antwoord bevestigend: ik ben àltijd bezig met mobiliteit.

Zoals gisteren nog, op café. Gewone mensen drinken daar een koffie of een pintje. Maar daar voelt deze mobiliteitsjongen zich net iets te goed voor.

Dat moet dan weer iets speciaals zijn. Een Kwak bijvoorbeeld. Niet omwille van het hoge alcoholgehalte (wat denkt u wel?), een beetje voor de smaak (“een licht moutig aroma en een fruitige afdronk”) en vooral omdat er een mooi mobiliteitsverhaal aan vasthangt. Noblesse oblige, quoi.

Nu wil u dat verhaal natuurlijk kennen, ja, zo ken ik u. Welnu, het is simpel: Kwak wordt geschonken in een glas dat vandaag extreem onhandig is (en dus vergezeld moet gaan van een houten houder om overeind te blijven), maar initieel de handigheid zelve was. Toch voor koetsiers.

Het bier werd in 1980 opnieuw gecommercialiseerd. De eerste try outs waren niet zo’n succes, omdat de koets er toen nog aanhing. Al kan dit ook een kwakkel zijn.

We keren even terug naar de tijd van Napoleon, toen drinken en rijden nog samen gingen, een idee waarvan wij modernen natuurlijk helemaal genezen zijn. Niet dat toen alles mocht: koetsiers mochten tijdens hun pitstops aan de herbergen hun gespan niet verlaten. Daardoor konden ze hun dorst niet samen met hun passagiers lessen.

Jammer. En dus vond de eigenaar van herberg ‘De Hoorn’ in het Dendermondse er iets op. Hij ontwierp een ‘koetsiersglas’: een glas dat in een uitsparing van de koets kon worden gehangen en dat, door het zwaartepunt middels een vergrote bolle onderzijde onderaan te leggen, altijd keurig rechtop bleef.

Zo ‘kwakte’ het bier ook nooit over de rand – al is die onomatopee net iets te mooi om relevant te zijn: de brouwer in kwestie heette gewoon Pauwel Kwak. Voor wie dat dan weer belachelijk vindt klinken: hij had ook Alfred Judokus Kwak kunnen heten. Dàt zou pas belachelijk zijn geweest.