RSS feed

Tagarchief: GPS

Bedrieglijke reclame

IMG_0060

Zoek de bedrieglijke reclame op bovenstaande foto.

Juist ja, ‘Geel’ is niet rechtsaf zoals het billboard suggereert. Het is linksaf.

Maar laten we het voor de verandering over die andere reclame hebben.

Zondag zijn er lokale verkiezingen. Geen federale. Toch wekt deze partij de indruk dat met een stem voor haar de kwestie waarover het lokale niveau geen zeggenschap heeft ‘ten goede’ kan worden gekeerd. Wat mij betreft is dat kiezersbedrog.

Of misschien toch niet. Stel dat andere lokale politieke partijen tegen zo’n ondertunneling zouden zijn, dan zou je kunnen stellen dat een lokale partij die mee-werkt met Infrabel en de NMBS de zaak zou kunnen bespoedigen. Zo zou inderdaad het verschil worden gemaakt. Maar dat is niet zo: over de wenselijkheid van ongelijkvloerse spoorovergangen in onze gemeente zijn alle politieke partijen het eens.

Of wacht. Misschien is de boodschap dat een lokale deelname aan de macht de realisatie van de gewenste projecten waarschijnlijker maakt? De partij in kwestie zit nationaal immers in de regering. In dat geval hebben we te maken met het cynisme van de macht: ‘als we mogen deelnemen aan de macht, zorgen wij dat de broodnodige projecten er komen en anders niet’. Zo bekeken staat hier dus geen verkiezingsbelofte, maar een verkiezingsdreigement.

Los van het voorgaande is er nog een vraag: hoe kan je lokaal beloven dat er een ondertunneling zal komen en tegelijk federaal besparen op de middelen die daarvoor nodig zijn? Een spagaat noemen ze zo’n positie. Meestal gaat die na een tijdje pijn doen. Maar kennelijk wordt er op vertrouwd dat ze het nog kunnen uithouden tot 14 oktober. Daarna kan er weer gewoon voor ‘realisme’ worden gepleit.

Tot slot. Zijn ondertunnelde spoorwegen nu echt het beste antwoord op de vraag naar vlot verkeer?

Tja. Het is maar wat je verkeer noemt. Schijnbaar is met ‘vlot verkeer’ vooral ‘vlot autoverkeer’ bedoeld. Want aan het station is er al een (voor verbetering vatbare) voetgangers- en fietserstunnel en voor een andere spoorovergang werd recent beslist dat er een fietserstunnel komt in het kader van de geplande fietssnelweg van Turnhout naar Herentals. Dat die nieuwe verbinding een aanzienlijke omweg zou betekenen voor een belangrijk deel van het fietsverkeer werd er gemakshalve niet bijgezegd.

Zeur niet, hoor ik u al zeuren, sowieso zouden zo’n ondertunnelde spoorwegen toch wel een verademing zijn? Nu staat het autoverkeer in én rond onze stad geregeld ‘vast’ doordat de slagbomen gesloten zijn. Met enkele tunnels zou dat tot het verleden behoren.  Zou dat geen goede zaak zijn voor iedereen?

Absoluut. Op de korte termijn zeker wel. Maar of dat ook zo zijn op de lange termijn, is nog maar de vraag.

Minder ‘weerstanden’ voor het autoverkeer zullen immers zorgen voor meer autoverkeer en dus meer ‘ongezonde’ drukte. Om dat te voorkomen zijn flankerende maatregelen nodig. Bijvoorbeeld ingrepen die ervoor zorgen dat de nieuwe tunnels niet uitmonden in een doorsteek voor auto’s dwars door het centrum en in een modal shift richting auto.

Minimaal hebben we dus al zeker nood aan maatregelen die het doorgaande verkeer scheiden van het bestemmingsverkeer. Daar heeft de partij in kwestie in haar programma aan gedacht: een betere bewegwijzering en een betere aanduiding van de parkings moeten het oplossen. Verleiden door te leiden, als het ware.

Alleen: er staan al wegwijzers. En niemand kijkt ernaar. De enen niet omdat ze de route zo ook wel kennen. De anderen niet omdat ze een GPS hebben die het altijd wel beter weet. Dat werkt dus niet en dus zullen er andere maatregelen moeten genomen worden. Waardoor het en-beleid alsnog keuzes zal moeten maken en dus zal moeten vervellen tot een of-beleid.

Maar die ongemakkelijke waarheid wordt bewaard voor na 14 oktober. Tot dan moeten we het doen met een simplisme dat wel op zichzelf rijmt, maar niet op de werkelijkheid.

Advertenties

Complexiteitscomplex

Waarom het makkelijk maken als het moeilijk ook kan? Als het over ruimtelijke ordening en mobiliteit gaat, lijden wij in dit land aan een complexiteitscomplex.

Niet dat onze ministers zo’n liefhebbers zijn van ingewikkelde toestanden, maar eenvoudige, galante keuzes vergen nu eenmaal meer moed dan kunst- en vliegwerk met halfslachtige compromissen.

Neem nu de kilometerheffing voor vrachtwagens. Die geldt in Vlaanderen op het hoofdwegennet, maar niet op het onderliggende wegennet.

Het gevolg van die keuze hebben we voorspeld: geholpen door hun GPS zoeken truckchauffeurs nu ‘gratis’ routes die hen leiden langs scholen en door dorpskernen. Ongeduldig zwaar verkeer tussen de zachte, per definitie meest kwetsbare weggebruikers: uitgerekend dat wat we kunnen missen als kiespijn als we “de schande van de 400” willen wegwerken.

rekeningrijden-vrachtwagens

Vrachtwagenvoorruiten met een batterij aan ‘kastjes’ (voor bijna elk land een ander systeem) zijn tegenwoordig levende reclames voor méér Europa

Nu steeds meer gemeentebesturen de alarmbel luiden, zou je denken dat de Vlaamse minister van Mobiliteit daar een les uit trekt. Die zou heel eenvoudig kunnen zijn: de kilometerheffing uitrollen over het hele wegennetwerk.

Dat dit kan, wordt bewezen door het Brussels Gewest. Dat maakte van meet af aan de juiste keuze.

Zo’n zelfde regeling in Brussel en in Vlaanderen zou het systeem een stuk begrijpbaarder maken en dus makkelijker communiceerbaar. Bovendien zou het een logische voorafname zijn op wat intussen bijna alle politieke partijen (die, by the way, samen een meerderheid vertegenwoordigen in het Parlement, maar kennelijk terugschrikken om daarvan gebruik te maken) zeggen te willen doen: het rekeningrijden uitbreiden tot het personenverkeer. Tot slot zou zo’n algemene toepassing de snelste, galantste en meest effectieve bijsturing zijn die geld zou opbrengen in plaats van te kosten.

Maar voor zo’n aanpak is een hoeveelheid doortastendheid nodig die momenteel niet voorradig is. En dus wordt er geopteerd voor de lange, dure en ingewikkelde weg.

Omdat de gemeenten blijkbaar niet op hun woord kunnen worden geloofd, heeft minister Weyts dus controlemetingen bevolen. Tegen de volgende zomer “hoopt” hij conclusies te ontvangen. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) meldt in haar Mobiliteitsnieuwsbrief: “In specifieke gevallen zal men nagaan of lokale ingrepen mogelijk soelaas kunnen bieden, zoals tonnagebeperkingen of asverschuivingen, vooraleer mogelijk een procedure op te starten met oog op een wijziging van de bijlage aan het decreet (lijst der wegen met tarief groter dan nul).”

We onthouden: in specifieke gevallen, nagaan, mogelijk, vooraleer mogelijk (2e x) een procedure op te starten…  De hele reutemeteut wordt in stelling gebracht: machinerie om te tellen, computers om de gegevens te verwerken, mensen om de gegevens te interpreteren, overlegrondes over te trekken conclusies en te nemen maatregelen, verkeersreglementen, ontwerpen voor wegaanpassingen, lastenboeken en ramingen en aanbestedingsprocedures…

Als er tegen half 2018 ook maar iets op het terrein veranderd zal zijn, zullen de gemeenten (en hun inwoners langs de sluipwegen) hun twee handjes mogen kussen. In al haar wollige voorbehoud is de formulering alvast op één punt heel duidelijk: zelfs de minister gaat er niet van uit dat de vastgestelde problemen van de eerste keer uit de wereld zullen zijn geholpen.

We zijn met andere woorden vertrokken voor een tijd-, geld-, energie- en waarschijnlijk ook mensenlevensrovend proces van bijsturen, evalueren en weer bijsturen.

Liever dan resoluut te kiezen voor een therapie die het probleem ten gronde aanpakt, plakt men pleister op pleister, zonder garantie op succes. Integendeel eigenlijk, want zegt de oude volkswijsheid niet dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken?

Onroerend erfgoed op de weg

Ooit moeten ze een symbool zijn geweest voor de lichtende toekomst: van binnenuit verlichte wegwijzers.

Maar zoals dat vaak gaat, bleek de toekomst er helemaal anders uit te zien dan iedereen dacht te weten. Voor ze gemeengoed konden worden bleken ze alweer achterhaald.

Reflecterende borden en wegwijzers bleken minder gevoelig voor defecten en voor vandalisme en kostten bovendien niks qua energieverbruik. En dus verdwenen de van binnenuit verlichte borden weer, nog sneller dan ze gekomen waren.

Hier en daar werd er echter een exemplaar vergeten, zoals dit drie-armige specimen in het Kempense Berlaar. Het mag zo stilaan gerekend worden tot het nationaal onroerend erfgoed.

Misschien zijn reflecterende wegwijzers ooit hetzelfde lot beschoren. Want nu GPS en allerlei ‘apps’ voor automobilisten, fietsers én voetgangers meer en meer ingeburgerd geraken is het niet langer denkbeeldig dat ze op een dag compleet overbodig zullen zijn geworden.

Hoewel. Mogelijk moeten we dan op een dag wel tot de ontdekking komen dat ze minder overbodig waren dan we dachten. Stel dat in die toekomst door één of andere klimaatstorm het GSM-netwerk uitvalt (in de Verenigde Staten doen ze dit niet meer af als een wilde hypothese), dan zal pijnlijk blijken hoe technologie-afhankelijk we zijn geworden. En dat die goeie ouwe wegwijzerij, die basic low tech, eigenlijk best wel ‘robuust’ was.

Maar veel tijd voor nostalgie zal er op dat moment niet zijn. Want we zullen dan dolenden zijn, twijfelend onze weg zoekend, zoals eens de Russische troepen in het Praag van 1968 toen het Tsjechische volk als verzet  alle straatnaamborden verwijderde (of nog doortrapter: verwisselde). Het zal de dag zijn waarop we, ja zo gek kan het worden, weer kaart zullen leren lezen.

Gooi ze dus nog niet weg, die papieren dingen!

 

PS. Dit stukje is intussen al ingehaald door de realiteit. Lees de column van Eva Berghmans waarin ze vertelt hoe ze iPadloos moet terugvallen op straatplans en moeite heeft om zich te oriënteren:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20121105_00358529