RSS feed

Tagarchief: goforzero

De ducktest voor de zone 30

SP.A en Groen stellen voor om de zone 30 te veralgemenen in de bebouwde kom. Voor sommige politici van andere partijen, kennelijk niet bekend met het feit dat we niet op schema zitten met hun eigen beleidsdoelstellingen inzake verkeersveiligheid, is dat de aanleiding om de oude argumenten van stal te halen: “30 is tergend traag” (realiteit: het tijdverlies is in de praktijk verwaarloosbaar en weegt niet op tegen de gewonnen levensjaren), “zakkenklopperij” (realiteit: niet voor wie zich aan de snelheidslimiet houdt natuurlijk + in de meeste zones 30 wordt vandaag nog altijd niet gehandhaafd), “vrijheidsberoving” (realiteit: voetgangers, fietsers en bewoners krijgen meer vrijheid en er worden minder ‘doodstraffen’ uitgedeeld) en “eerst moet het wegbeeld aangepast worden, dan pas kan zone 30 ingevoerd worden”. Over dit laatste (non-)argument schreef ik eind 2018 onderstaande column die in De Verkeersspecialist verscheen. Hij is, helaas, nog altijd actueel.

In Antwerpen liggen meer dan 90% van de straten in een zone 30. Uiteraard zijn die nog niet allemaal met snelheidsremmers uitgerust, maar dat maakt het niet logischer om er dan maar een zone 50 van te maken.

“6 op de 10 Belgen zijn voorstander van een zone 30 in het centrum van alle steden.”

Zo had de titel moeten luiden. Want dàt was het nieuws dat in de recentste VIAS-enquête zat. Toen een jaar of vijftien geleden toenmalig minister van mobiliteit Bert Anciaux opperde dat ‘zone 30’ in verblijfsomgevingen de norm zou moeten worden, werd hij ei-zo-na gelyncht. Vandaag volgen het volk en het opportunistische heir van de ‘draagvlakpolitici’. Stel je voor dat die laatsten ballen aan hun lijf hadden gehad, hoeveel doden en zwaargewonden zouden er minder zijn gevallen?

Maar het VIAS-Institute koos dus voor een andere scoop in haar communicatie: “6 op 10 bevraagde autobestuurders geeft aan dat de zones 30 in ons land niet goed zijn aangegeven.”

Vreemde keuze. Want het is ‘nieuws’ dat er geen is. Dit wisten we al. Het is één van de favoriete excuses van betrapte chauffeurs: “Ik reed te snel want ik had het bord niet gezien.” Terwijl het natuurlijk moet zijn: “Ik had het bord niet gezien want ik reed te snel.”

Maar het onderzoekscentrum, de media en de wegbeheerders gaan er schijnbaar kritiekloos in mee. En dus zal er andermaal in de buidel worden getast. Voor meer borden, meer sjablonen, meer paaltjes, meer drempels en plateaus. Zelden voor meer handhaving, want ook de parketten – kennelijk bevolkt door eenkennige automobilisten – hebben een mening: het is niet fair om mensen te beboeten in een zone 30 die niet fysiek wordt afgedwongen.

Echt? Hoeveel duidelijkheid hebben we eigenlijk nodig? Als een verblijfsomgeving eruit ziet als een verblijfsomgeving (dit is iets met huizen, scholen, winkels, mensen), is het dan niet logisch dat er met veeltonners langzaam en dubbel voorzichtig wordt gereden?

Blijkbaar niet, want als er om een extra handleiding wordt geschreeuwd, knikt iedereen instemmend. Ik ben dan benieuwd hoe het er bij al die mensen thuis uitziet. Hebben die in hun living ook bordjes hangen die aangeven wat er mag en niet mag? “Niet spuwen op de grond.” “Verboden te roepen.” “Niet voortdurend voorbij de televisie lopen.”

Mogen hun kinderen op veel begrip rekenen wanneer die aanvoeren “dat de woonkamer uitnodigt tot voetballen” als de eettafel en de salonzetels wat ver uit elkaar staan?

I think not. Omdat iedereen ongeveer wel weet hoe hij/zij zich in een woonkamer moet gedragen. Dat komt doordat we, toen we nog enthousiaste en energieke kinderen waren, geleerd hebben wat in een woonkamer hoort en wat niet. Met een reprimande af en toe en, als dat niet hielp, een pedagogische tik op de vingers.

Het is slechts een idee natuurlijk, maar als we nu eens afspraken dat een verblijfsomgeving eigenlijk de living is van een wijk, een dorp, een stad? En dat daar dus een bepaald gedrag bij hoort. Langzaam rijden. Rekening houden met de mogelijke aanwezigheid van kinderen. De rust van bewoners respecteren zodat die een dutje kunnen doen, een boek kunnen lezen of met elkaar een babbeltje slaan. Niet overal tegenaan rijden (want ook straatmeubilair kost geld). En er eigenlijk alleen maar met de auto komen als het echt nodig is. Het aantal mensen dat graag een auto in zijn woonkamer heeft, is al bij al beperkt.

Blijft de vraag wat een ‘verblijfsomgeving’ is. Daarvoor zouden we een beroep kunnen doen op wat de Engelsen de ducktest noemen: “If it looks like a duck, swims like a duck, and quacks like a duck, then it probably is a duck.” Of er nu een bord met daarop het woord ‘EEND’ staat of niet.

Zou zo’n simpele basisregel, niet meer dan een kwestie van elementaire beleefdheid, hoffelijkheid, respect of gezond verstand (vrij uit te kiezen), ons niet vooruit helpen? De parketten en politiezones die vandaag niets doen, zouden hun geliefkoosde uitvlucht dan meteen kunnen opbergen. Een verblijfszone die eruit ziet als een verblijfszone is dan gewoon een zone 30.

Is dit onrealistisch? Extreem? Revolutionair? Laat ik dan een geheim verklappen: dit staat al in de wegcode. Lees maar na, Artikel 10.1:

 Elke bestuurder moet zijn snelheid regelen zoals vereist wegens de aanwezigheid van andere weggebruikers, in ’t bijzonder de meest kwetsbaren, de weersomstandigheden, de plaatsgesteldheid, haar belemmering, de verkeersdichtheid, het zicht, de staat van de weg, de staat en de lading van zijn voertuig; zijn snelheid mag geen oorzaak zijn van ongevallen, noch het verkeer hinderen.

Heerlijk helder toch? Eigenlijk hadden we die hele zone 30-regeling niet eens nodig. Laat staan al die kunstgrepen die onze straten eruit doen zien als een gigantisch minigolfparcours.

De gepersonaliseerde BIVV-boodschap

Geplaatst op

IMG_1067-001

Ergert u zich ook soms aan die goedbedoelde sensibiliseringsborden van het Beligsch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV)? Je ziet ze aan de rechterkant van de weg staan met een boodschap die niet voor jou, brave automobilist die zich aan de snelheidslimieten houdt, bedoeld is. En ondertussen scheuren de waaghalzen op de linkerrijstrook voorbij, zonder dat ze een bord hebben gezien.

Waarom zetten we die borden ook niet aan de linker kant van de weg, op de middenberm?

En waarom personaliseren we de boodschap niet zoals we dat soms al doen in zones 30 aan scholen: wie traag rijdt krijgt een groene smiley, wie te snel rijdt een boos gezichtje in het rood. Beloning. Bestraffing. En onmiddellijk, zoals het hoort.

Met de huidige technologie moet het mogelijk zijn de BIVV-boodschap aan te passen aan het gedrag van de naderende chauffeur. Zo wordt niet iedereen over dezelfde kam geschoren én zo komt de boodschap bij de doelgroep – toch een allereerste voorwaarde die vervuld moet zijn om van een succesvolle sensibiliseringscampagne te kunnen spreken…

J’accuse

Twee jaar geleden voorspelde ik al in mijn boek ‘De file voorbij’ dat er een eind zou komen aan de dalende trend in het aantal verkeersslachtoffers in ons land. Helaas heb ik gelijk gekregen.

Verkeersonveiligheid is dus weer een hot item in de media. Daarbij is de manier waarop het thema aangesneden wordt veelzeggend. Om te beginnen: los van elke context. Dus wordt er nauwelijks een link gelegd tussen verkeersonveiligheid en de snelheidscultuur die in onze maatschappij wordt gekoesterd. En dus ook in onze media, van de autorubriek over het sportkatern, via de advertenties naar de stukken over fileleed en wegenwerken. Daarmee is tenminste toch al die eigen verantwoordelijkheid uit de weg gegaan.

Wie draagt dan wél de verantwoordelijkheid? De minister van openbare werken en mobiliteit natuurlijk! En dus wordt minister Crevits naar de Zevende Dag genood. Dat is een statement van jewelste, want het zegt alles over de vooringenomenheid van de journalisten: het ligt aan de infrastructuur! En als het niet aan de infrastructuur ligt dan toch, zoals alles wat slecht loopt in dit land, aan het feit dat ook het federale niveau bevoegd is. Als Vlaanderen ooit onafhankelijk is, zal het de Goden nog dankbaar zijn dat er ook nog zoiets als Europa bestaat om de schuld aan te geven.

Als het aan de infrastructuur ligt, ligt het dus niet aan, bijvoorbeeld, het ontwerp van onze auto’s dat fundamenteel fout zit, het gebrek aan handhaving of het schrijnende gebrek aan vervolging. Anders had men wel iemand van de autosector ter verantwoording geroepen (“waarom ontwerpt u auto’s om verkeerd te worden gebruikt?’), of de minister van binnenlandse zaken (Milquet), de minister van verkeer (Wathelet) of die van justitie (Turtelboom). Quod non. Het is Hilde Crevits die mag komen vertellen waarom de zwarte punten niet sneller (!) worden aangepast. (en volgende week mag ze komen vertellen waarom er zoveel wegenwerken zijn of waarom er niet méér wordt bespaard op de budgetten)

Niemand stelt de vraag hoe zo’n autostrade waar maar 120km/u kan worden gereden er dan uitziet? Smaller? Met drempels die je tegen 130 km/u niet kunt nemen? De vraag stellen is ze beantwoorden. We hebben Intelligente Snelheidsaanpassing (ISA) nodig. Of anders gezegd: auto’s die niet sneller kunnen dan maximaal toegelaten. Dat is een systeem dat door steden en gemeenten, door het Vlaams Gewest of door België zou kunnen worden opgelegd. Maar liefst zou het – we zullen het zelf maar zeggen – op Europees niveau worden geïmplementeerd. En dus zou het ook niet echt onlogisch zijn geweest de verantwoordelijke Europese commissaris of een Europarlementslid in de studio uit te nodigen. Dan kon die komen vertellen hoe het lobbywerk van de automobielconcerns veel efficiënter is dan dat van pakweg de Ouders van Verongelukte Kinderen.

Een week geleden maakte ik De Standaard er attent op hoe makkelijk het is om een duplicaat van je rijbewijs te krijgen als het door de politie is ingetrokken. En met andere woorden hoe lek ons handhavingssysteem is. Het was nauwelijks meer dan een anekdote waard. Justitie vond het niet eens nodig om de indruk van straffeloosheid weg te nemen door aan te kondigen dat het geciteerde voorbeeld, de gepatenteerde wegpiraat Ransbottyn, wel degelijk zou worden vervolgd wegens het afleggen van een valse verklaring (cynisch: bijna op hetzelfde moment werd een perfect geïntegreerde asielzoekersfamilie het land uitgezet omdat ze 13 jaar geleden uit wanhoop gelogen had over haar nationaliteit. Er was geen journalist die de vergelijking maakte. Integendeel. De man kreeg nog eens de kans zijn zorgvuldig opgebouwde imago van ‘moderne Robin Hood’ extra in de verf te zetten. “Dank u voor de aandacht,” schreef hij op mijn Facebookpagina.) Stel je voor dat morgen zou blijken dat een pedofiel na zijn veroordeling zomaar naar het gemeentehuis kunnen gaan om daar een nieuw bewijs van goed gedrag en zeden op te pikken. Wat zou het resultaat zijn? Het land zou te klein zijn om alle verontwaardiging te herbergen. Maar nu? Niets aan de hand, we gaan weer over tot de orde van de dag.

Vorig jaar woonde ik in Duitsland een presentatie bij van een topman van BASF die kwam vertellen over het veiligheidsbeleid van het bedrijf. Van 1992 tot nu waren ze erin geslaagd, zo zei hij, het aantal incidenten en accidenten in hun bedrijf terug te dringen tot bijna nul – dankzij procedures en toezicht op de naleving ervan. Waarmee bewezen werd dat ‘ongevallen’ niets is dat er ‘nu eenmaal bijhoort’. Tegelijk moest de man toegeven dat hun ‘goforzero’-beleid weinig zoden aan de dijk had gezet als het aankwam op veiligheid van en naar het werk: daar had het bedrijf nu eenmaal weinig controle over. Anders gezegd: daar werd niet door het bedrijf gecontroleerd, maar ook niet door anderen. Of toch veel te weinig. En zeker niet systematisch. Bijgevolg bleef de toestand van en naar het werk ongeveer even onveilig als twintig jaar geleden.

Meer verkeersveiligheid kunnen we alleen maar krijgen als we werk maken van een veiligheidscultuur. Daar hoort handhaving bij. Systematische handhaving dan, geen occasionele met af en toe een als ‘event’ aangekondige controle-actie. En gevolgd door systematische rechtspraak die zich ook niet laat degraderen tot een klassejustitie die rijken, zoals de zelfverklaarde Robin Hood, de mogelijkheid geeft om voor zichzelf het recht op wangedrag af te kopen.

Maar om die vragen te stellen is natuurlijk net iets meer moed nodig dan vragen waarom de infrastructuur niet is aangepast of de eeuwige mantra te neuzelen dat “de mentaliteit moet veranderen”. Wie deze vragen niet stelt, heeft in het beste geval te kort nagedacht (“ja maar, het moest snel gaan!”). In het slechtste geval is hij of zij gewoon nalatig en medeverantwoordelijk voor de slachtpartij op onze wegen.

Tot slot. Wie het woord ‘slachtpartij’ enigszins overtrokken vindt, kan zich eens de vraag stellen hoe de reactie zou zijn geweest als de krantenkop deze week als volgt had geluid: ’78 voetbalploegen omgekomen in het verkeer. 560 voetbalploegen zwaargewond en nooit meer in staat om te spelen.’ Want dat is het equivalent van 858 verkeersdoden en 6163 zwaargewonden in 2011 in ons land. Een onderschatting, zoals het ministerie zelf als kanttekening meegeeft.

Zo perfect werkt ons handhavingssysteem dat we zelfs dàt niet eens exact weten.