RSS feed

Tagarchief: Febiac

Veranderende tijden

Geplaatst op

Tot ik een jaar of achttien was kon men mij niet gelukkiger maken dan met het nieuwste nummer van Auto Motor Und Sport of L’Autojournal. Vergelijkende tests, berichten over geheimzinnige prototypes, specials over autosalons, verhalen uit de Formule 1 en de Rallywereld…  het intrigeerde me mateloos. Wat ik er aan over hield was de nuttige kunst om de zeven verschillen te benoemen tussen pakweg een ‘GLS’ van een ‘LS’, een behoorlijke passieve kennis van het Duits en het Frans en, achteraf bekeken, vooral een inzicht in hoe vanzelfsprekend chauvinisme, protectionisme en Leistungsdenken kunnen lijken.

In de Duitse bladen was Teutoons staal steevast synoniem met ‘Vernunftig’. In hun Franse tegenhangers bleken op het einde van de rit de maaksels van eigen bodem ‘juste un peu plus supérieur’. In allebei de druksels scoorde een snellere wagen systematisch beter dan een langzamere en was  consequent sprake van het ‘gele gevaar’ wanneer de Japanse auto-industrie werd bedoeld.

Opel City (2)

De Opel ‘City’ uit de zeventiger jaren. Gestapelde nostalgie uit de tijd dat men voor de auto nog een toekomst in de stad zag.

Sedertdien viel Opel in handen van Peugeot en Peugeot in handen van de Chinezen. Renault ging nauw samenwerken met de Japanse concurrentie en sommige Mercedesmodellen rijden tegenwoordig met een Renaultmotor, terwijl ‘Made in Germany’ bij nader inzien toch minder betrouwbaar is dan gedacht. Het chauvinisme en het protectionisme hebben in het genre bijgevolg wat van hun pluimen verloren. Wat overbleef is de fascinatie voor scherpe acceleraties en hoge topsnelheden, af en toe overgoten door een sausje van biobrandstoffen, revolutionaire filtertechnieken,  elektromotoren en interviews met ministers over nieuwe weginfrastructuur dat de lezers gerust moet stellen: alles komt in orde. Het valt niet uit te sluiten dat men dit in deze microkosmos van lichtmetalen velgen en lederen zetelbekleding oprecht gelooft.

Intussen zakte de Heilige Koe steeds dieper weg in haar eigen mest. Parkeer- en congestieproblemen zijn nu dagelijkse koek. Crowdsciencing duwt elke dag wat harder op de dieselwonde en rechters dwingen overheden de belangen van hun burgers zwaarder te laten wegen dan die van de auto-industrie.

Mochten er geen alternatieven zijn, het zou slecht nieuws zijn voor onze mobiliteit. Maar gelukkig zijn die er wel.

Gevaarlijke voetganger

In de steden heroverde de voetganger traag maar gestaag ruimte op de auto en ook de tram en de fiets beleven er een indrukwekkende comeback. Deelfietsen en deelauto’s evolueren razend snel van onbekend naar bemind en steeds meer mensen gebruiken hun smartphone als instant-adviseur voor hun mobiliteitskeuzes. De wereld vandaag is niet meer die van de jaren zeventig of tachtig. Hedendaagse mobiliteit draait niet langer alleen rond de auto. De eenkennige automobilist sterft uit.  Zijn plaats wordt ingenomen door de ‘mobilist’ die nu eens de ene en dan weer de andere vervoerswijze verkiest.

Zelfs in Duitsland, het autoland bij uitstek, hebben ze dat in de smiezen.  Op 24 mei kondigde Der Spiegel Online aan dat z’n autorubriek niet langer ‘Auto’ zal heten, maar ‘Auto und Mobilität’. De redactie wijst er op dat “de eeuw van de Auto als mobiliteitsideaal voorbij is”: vrijheid werd frustratie en mensen willen de auto voortaan gebruiken als ‘een’ bouwsteen in een mobiliteitsmix. Ook de autoproducenten hebben dat ingezien, want zij verpoppen in sneltempo in mobiliteitsaanbieders. Voor het blad is het maar logisch dat de berichtgeving hierover mee verandert en dat komaf wordt gemaakt met de praktijk van het “fetischhaft” vergelijken van auto’s zoals in een kwartetspel.

Dat de tijden veranderen, het valt dus te merken aan ondergetekende, aan Der Spiegel en aan de autobouwers. En het is nog niet gedaan.

Deze week was in de krant L’Echo een pleidooi te lezen voor minder auto’s in onze steden. Niks nieuws, ware het niet dat het uit de mond kwam van Philippe Dehennin,  voorzitter van Febiac, de Belgische automobielfederatie. Dat vond alvast De Tijd (22 juni) ook, want de krant citeert uit het interview:  ‘De luchtkwaliteit stelt een probleem in de steden’, zegt Febiac-voorzitter Philippe Dehennin in een interview met de krant L’Echo. ‘We moeten daar maatregelen nemen om de uitstoot van stikstof en fijnstof te verminderen. De steden absorberen een aanzienlijk volume aan verkeer. Het is duidelijk dat we dat deel van het verkeer dat niet strikt noodzakelijk is, moeten weghalen.’

Nog een teken van tectonische verschuivingen in het mobiliteitslandschap nodig? Wat vindt u dan van deze: gevraagd naar een reactie op de grote wegenwerken in Brussel reageerde de zelfverklaarde ‘mobiliteitsorganisatie’ Touring niet via de mond van Danny Smagghe, maar via die van een zekere Lorenzo Stefani. En kijk wat er uit die mond kwam: “(…) de visie op mobiliteit van Brussels minister Pascal Smet (SP.A) is niet slecht.”

Het kantelt, schreef ik begin dit jaar in een opiniebijdrage voor De Standaard. Nog even en ik kan een vervolgstuk schrijven: ‘Het is gekanteld.’

Advertenties

Advertentie met een lookadem

IMG_1363

Ik geef toe: het verschil tussen de redactionele en de commerciële bijdragen over auto’s is dezer dagen niet altijd even gemakkelijk te maken. Autojournalisten zouden in een ander tijdperk hagiografen zijn geweest. Maar het is niet over deze positief ingestelde mensen dat ik het nu wil hebben.

Wel over hun partners in crime, de marketingjongens (m/v) die graag de grenzen verkennen van het bruin bakken. Raar maar waar: eigenlijk doen ze dat op een subtielere manier dan de zogenaamde journalisten die hun idolatrie tot steeds waanzinnigere hoogten stuwen met hun onuitputtelijke voorraad superlatieven.

Wat te denken van bovenstaand huzarenstukje van Ford, dat sympathieke bedrijf dat de Vlaamse Regering zo lang aan het subsidielijntje hield om dan uiteindelijk toch maar te besluiten de deuren te sluiten en de bedrijfsterreinen te verkopen voor één symbolische euro (waarbij wijselijk wordt gezwegen over de meer dan honderd miljoen die de sanering zal kosten)?

Op het eerste gezicht is er geen vuiltje aan de lucht. (Dat is er trouwens nooit in autoreclames, let daar maar eens op.) We zien twee auto’s die toevallig naast elkaar geparkeerd staan, toevallig op een strand met uitzicht op de oneindige einder. Auto’s? Toevallig? Bij nader inzien niet echt. De ene auto is eigenlijk geen auto. Het is een racemachine die niet op de openbare weg mag rijden. En trouwens ook niet op een strand. Dat mag die auto ernaast trouwens ook niet. Maar die staat daar niet toevallig natuurlijk. Wat de bedenkers beoogden was immers een sterk beeld – niet zo maar een foto van twee vierwielers.

Het sterk beeld suggereert meer dan het laat zien: schone lucht, ruimte, oneindigheid, grenzeloosheid en vrijheid (geen regels, en al helemaal geen verkeersregels), sportiviteit (want kijk, er is daar ook nog een dame die net terug komt van het surfen) en nog meer sportiviteit (want racen is een sport, toch?) en, last but not least, snelheid.

Het opschrift fungeert als bindtekst: “Zelfde motor. Andere look.” Waarmee wij allemaal begrijpen: het rechter exemplaar is even performant als het linker. Dat staat niet op de regels, maar ertussen. En op het beeld natuurlijk, dat meer zegt dan 100.000 woorden.

Goed gevonden, vind ik. En ook wel: knap gedaan. En: subtiel gespeeld.

Maar mijn mening doet er natuurlijk niet toe. Wel die van de Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame en meer bepaald die van Febiac, de sectororganisatie die sinds 1 september 2008 over een eigen ‘Code inzake reclame voor motorrijtuigen, hun onderdelen en toebehoren’ beschikt.

De invoerders die deze gedragscode ondertekenen (waaronder Ford) “beschouwen de code als een bijdrage vanwege de sector van de motorrijtuigen tot het actieve streven naar een betere veiligheid van alle weggebruikers en het beschermen van het leefmilieu.” Da’s mooi: een betere veiligheid van alle weggebruikers en milieubescherming, zijn we daar niet allemaal voor?

Daarvoor hebben de heren (m/v) een aantal regeltjes opgesteld:

Bijvoorbeeld Artikel 1: “Reclame mag snelheid, in het bijzonder de topsnelheid, niet als argument gebruiken of haar verleidelijkheid suggereren. Hetzelfde geldt voor de kracht, het acceleratievermogen, de remkracht of elke andere eigenschap van een voertuig als zij verwijzen naar snelheid.”

Doet deze reclame dat, snelheid als argument gebruiken of haar verleidelijkheid suggereren? Mwa. Niet expliciet.

Maar Artikel 1 gaat verder: “De verbintenis slaat op elk onderdeel van de reclameboodschap: tekst of gesproken boodschap, visuele uitdrukking (foto- of filmbeeld).” Het impliciete telt dus ook mee.

Artikel 3 is ook interessant om lezen: “Beelden van of zinspelingen op wedstrijden, rallyes, enz. zijn toegestaan op voorwaarde dat het gebruik ervan ondubbelzinnig is. Voertuigen en onderdelen of toebehoren moeten getoond worden zoals zij gebruikt en zichtbaar zijn tijdens de race. Er moet er uitdrukkelijk op worden gewezen dat gewone seriewagens niet ontworpen zijn om in het dagelijkse verkeer als wedstrijd- of rallyewagens te worden gebruikt.”

Doet deze reclame dat? Mwa. Niet expliciet. Er wordt een link gelegd tussen een gewone seriewagen en een racewagen: ze hebben meer gemeen dan je denkt, zegt de tekst.  Niks verkeerds mee gezegd, toch?

Artikel 4 dan: “Reclame mag niet aansporen tot buitensporig gedrag dat schadelijk is voor het milieu. Reclame mag een plaats, die duidelijk niet tot het wegennet behoort, afbeelden om eigenschappen van een voertuig, een onderdeel of een toebehoren voor te stellen of te beschrijven, op voorwaarde dat hetzij door de tekst, hetzij door het visueel:

– het privé-karakter van de plaats ondubbelzinnig naar voor komt, of dat

– de plaats duidelijk ontoegankelijk is voor gewone weggebruikers, of dat

– het voorgestelde gebruik op de aangegeven plaats duidelijk toegelaten is.”

Is dat hier het geval? Dit lijkt me een duidelijke geval. Behoudens hier en daar een uitzondering (die dan uitvoerig aan bod komt in de reisboekjes), zijn auto’s op stranden niet toegelaten. Het zou natuurlijk kunnen zijn dat het hier zo’n randgeval betreft: zo’n parking aan de rand van. Maar dan had een P-bord wel een nuttige aanwijzing geweest om alleszins in de geest, maar eigenlijk ook in de letter (derde puntje) van Artikel 4 te blijven. Quod non. Trouwens: als het inderdaad een parking is, dan is het een openbare weg, en dan zou is de racewagen daar niet op zijn plaats.

Over naar Artikel 6: “Reclame mag in tekst, beeld of geluid geen gedrag beschrijven of weergeven op de openbare weg waarbij de verkeersregels of de veiligheidsvoorschriften worden overtreden. Zij mag ook niet tot zo’n gedrag aansporen.”

Het moet dus wel zijn dat hier niet foutgeparkeerd wordt. Misschien gaat het om een privéparking aan een privéstrand. Dan valt het toch nog tegen met die oneindigheid, ruimte en grenzeloosheid.

Maar zoals gezegd: wie ben ik? Ik heb de advertentie dus even voorgelegd aan de Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame en die heeft me binnen de week gerustgesteld: er is hier geen vuiltje aan de lucht.

Maar had ik dat zelf ook al niet gezegd?

 

——————————

Het letterlijke antwoord van de JEP:

 

“De Jury heeft kennis genomen van de advertentie in kwestie. Zij is van mening dat deze snelheid niet als argument gebruikt en evenmin verwijzingen naar snelheid bevat.

 

De Jury is derhalve van oordeel dat de advertentie geen inbreuk uitmaakt op artikel 1 van de Febiac-code.

 

Wat artikel 3 van de Febiac-code betreft, is de Jury van mening dat deze advertentie geen wedstrijd of rally uitbeeldt of oproept en zij derhalve geen inbreuk uitmaakt op artikel 3 van de Febiac-code.

 

De Jury is eveneens van oordeel dat deze advertentie in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 4 van de Febiac-code die het afbeelden van een plaats die niet tot het wegennet behoort reglementeren.”

 

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren op deze punten.

 

Aangezien geen hoger beroep werd ingesteld, werd dit dossier afgesloten.

Nieuwjaarsverwensing

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vandaag lanceerden Febiac en de FAA, voluit de Fédération des auto-écoles agréées, het voorstel om de leeftijdsgrens voor het besturen van een bromfiets van 16 jaar te verlagen naar 14 jaar.

De motivering? Ik citeer De Standaardsite: “Jongeren kunnen nu pas (mijn cursivering – kp) vanaf 15 jaar en 9 maanden deelnemen aan het theoretische examen voor de bromfiets (klasse B). Vanaf 16 jaar kunnen ze een voorlopig rijbewijs aanvragen. Maar Febiac en de FAA, voluit de Fédération des auto-écoles agréées, vinden dat dit moet zakken tot 14 jaar. Op die leeftijd zijn jongeren reeds in staat om de gevaren van de weg correct in te schatten, zo klinkt het. Voorzitster Concetta Deletto van FAA zegt een lagere leeftijdsgrens te wensen, maar vooral ook een betere omkadering van de rijopleiding. Zij is ervan overtuigd dat jongeren op 14 jaar de zaken vlugger oppikken dan op 16 jaar.”

Onmiddellijk rijst dan de vraag waarom we de leeftijdsgrens niet verder laten zakken tot twaalf jaar, of nee, nog beter: leer ze het al in de kleuterschool. Is het niet in de eerste levensjaren dat wij het meest ontvankelijk zijn?

Het argument is even belachelijk als doorzichtig. We hebben hier dan ook te maken met wat Nassim Taleb het principaal-agent-probleem noemt en andere mensen gewoon aanduiden met ‘uit eigenbelang spreken’, zij het met die particulariteit dat de eventuele voordelen van het bepleite geheel ten voordele komen van de spreker en de nadelen van anderen.

In dit geval zijn de eventuele voordelen klaar als een klontje: als de leeftijdsgrens met 2 jaar zakt, dan wordt de markt voor bromfietsen en bromfietsopleidingen in één klap een stuk groter. En ze wordt nog groter als de 16jarigen dan ook nog eens, zoals het voorstel wil, de toelating krijgen om al over te stappen naar 125cc-machines.

De nadelen van de voorgestelde maatregelen zijn geheel en al voor rekening van de samenleving. En ook die zijn duidelijk: meer verkeersongevallen, meer licht- en zwaargewonden en meer jonge doden. Nu al springt de categorie van jonge bromfietsers uit de statistieken en dat zal er met dit voorstel niet bepaald beter op worden.

De eeuwige dooddoener (sic) is dan dat ‘ervaring’ en ‘een goede opleiding’ cruciaal zijn. Gemakshalve wordt dan voorbijgegaan aan het blote feit dat jonge mensen risico’s anders inschatten en geneigd zijn er meer te nemen. Vandaar dat ze ook vaker dan gemiddeld te snel rijden, zoals gisteren nog uit de Verkeersveiligheidsenquête van het BIVV bleek – een tendens die niet onmiddellijk betert met ‘meer ervaring’, want de categorie 25- tot 34-jarigen blijkt – op basis van zelfrapportage – van alle automobilisten de ergste.

Jongeren vanaf 14 jaar gevaarlijk speelgoed geven omdat dit goed is voor het zakencijfer, hoe noem je zoiets? Over lijken gaan?

In ieder geval denk ik dat de fase van het wensen bij deze mag worden afgesloten. Ik ga over tot die van de verwensingen.

AUDIt

Geplaatst op

IMG_3404-001

 

Womit Rennfahrer zur Arbeit fahren… Vorige week stootte de advertentie mij al tegen de borst in een Oostenrijks tijdschrift. Intussen botste ze ook in het Nederlands tegen mijn principes.

En niet alleen tegen de mijne, als ik me niet vergis. Ook tegen die van de autosector zelf. Nemen we er even de ‘Code inzake reclame voor motorrijtuigen, hun onderdelen en toebehoren’ bij, raadpleegbaar op de website van de Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (www.jep.be).

Dat moeten we wel zelf doen, want de jury neemt nooit zelf een initiatief: zolang er geen klacht komt, is er voor de jury niks aan de hand. Kandidaatjuryleden dienen dan ook bewijzen te kunnen voorleggen dat ze zich soepel op de openbare weg kunnen bewegen met oogkleppen op.

Maar goed, een kleine (bloem)lezing:

Artikel 1 

“Reclame mag snelheid, in het bijzonder de topsnelheid, niet als argument gebruiken of haar verleidelijkheid suggereren. Hetzelfde geldt voor de kracht, het acceleratievermogen, de remkracht of elke andere eigenschap van een voertuig als zij verwijzen naar snelheid.”

Mmmm… Expliciet de link leggen tussen racepiloten en naar het werk rijden, suggereert dat niet een heel klein beetje ‘snelheid’ op weg naar dat werk? Mocht u twijfels hebben, dan is er het onderschrift om die weg te nemen: “Leistung die begeistert’: dat is dus letterlijk de link leggen tussen snelheidsprestaties en verleidelijkheid.

De vermelding dat dit tuig getrokken wordt door 560 paarden is uiteraard louter informatief bedoeld voor de technisch geïnteresseerden.

Artikel 3

“Beelden van of zinspelingen op wedstrijden, rallyes, enz. zijn toegestaan op voorwaarde dat het gebruik ervan ondubbelzinnig is. Voertuigen en onderdelen of toebehoren moeten getoond worden zoals zij gebruikt en zichtbaar zijn tijdens de  race. Er moet er uitdrukkelijk op worden gewezen dat gewone seriewagens niet ontworpen zijn om in het dagelijkse verkeer als wedstrijd- of rallyewagens te worden gebruikt.”

Tja. Dat er hier gezinspeeld wordt op wedstrijden, staat vast. Maar is de zinspeling ondubbelzinnig? Mij is het niet duidelijk wat de heren van Febiac hiermee hebben bedoeld. Al levert het laatste zinnetje wel ondubbelzinnig belastend materiaal: in deze advertentie wordt ondubbelzinnig gesuggereerd dat het een wedstrijdwagen voor het dagelijkse verkeer betreft. Of verbeeld ik mij dat alleen maar?

Artikel 6

“Reclame mag in tekst, beeld of geluid geen gedrag beschrijven of weergeven op de openbare weg waarbij de verkeersregels of de veiligheidsvoorschriften worden overtreden. Zij mag ook niet tot zo’n gedrag aansporen.” 

De tekst suggereert dat de bestuurder op weg is “naar zijn werk”. De vluchtende, vervagende lijnen latgen zien dat die verplaatsing niet traag gebeurt. Strikt genomen geen overtreding, want het kan natuurlijk altijd zijn dat iemand naar z’n werk moet over een lege snelweg en dat dus aan 120km/u doet…

Artikel 7

“Elke voorstelling, beschrijving of verwijzing naar een agressief gedrag op de weg, ten aanzien van andere weggebruikers of zonder hen te respecteren, moet worden verbannen.” 

Zoals gewoonlijk zijn er in deze advertentie geen andere weggebruikers te zien. In de ideale wereld van de autoconstructeurs zijn we immers altijd helemaal alleen op de weg. Op dit punt geen overtreding dus…

Het neemt niet weg dat de eindbalans mijns inziens negatief is. Ben ik een muggenzifter als ik besluit dat deze advertentie niet alleen naar de geest maar ook naar de letter in strijd is met de eigen code?