RSS feed

Tagarchief: Breverwet

Over speelgoedauto’s en roddelmobiliteit

Geplaatst op

Voor verkeerskundigen trap ik een open deur in, maar voor ongeveer alle andere mensen is het nog altijd nieuws: wij mensen hebben een ingebouwd klokje. Dat zorgt ervoor dat wij gemiddeld drie verplaatsingen per dag willen doen (niet meer, niet minder) en daar 70 tot 90 minuten per dag aan willen besteden (niet meer, niet minder). Deze wetmatigheid is teruggevonden bij mensen op alle continenten en blijkt over de jaren heen constant te blijven – al is het de vraag of ze zal standhouden wanneer de zelfrijdende auto werkelijkheid wordt: als we onze reistijd dan niet meer als reistijd zouden ervaren, zou het best wel eens kunnen dat we dan plots bereid zijn langer onderweg te zijn.

Maar tot het zover is – en alle techno-peptalk ten spijt zal dat nog wel even duren – hangen we met zekerheid vast aan de ‘Breverwet’, de wet van BEhoud van REistijd en VERplaatsing. Eén van de consequenties ervan is dat ‘noodzakelijke’ en ‘recreatieve’ verplaatsingen zich gedragen als communicerende vaten. Kijk naar je eigen verplaatsingsgedrag tijdens je vakantie: de tijd die je niet spendeert aan woon-werkverplaatsingen spendeer je spontaan aan ‘pleziertripjes’. Vraag het maar aan onze Harley Davidson-adepten.

Ik heb dit soort verplaatsingen wel eens ‘roddelmobiliteit’ genoemd, want sociaal gesproken zijn die pleziertripjes even noodzakelijk als de woon-werkverplaatsingen dat economisch zijn.

In Praag observeerde ik hoe toeristen die vaste ‘verplaatsingstijd’ consumeerden met behulp van het aangeboden arsenaal. Het oude stadscentrum dat, opnieuw omgetoverd tot voetgangersgebied, aanzet tot slenteren en flaneren.

Praag deel 1 (679)

Er bestaan ook Skoda’s voor meer dan 100 passagiers. Let op de feestvlaggetjes: het openbaar vervoer viert mee op feestdagen.

De handige, goedkope dagtickets voor het nog steeds uitstekende openbaar vervoer (een snelle metro en trams die nu eens retro dan weer helemaal bij de tijd zijn).

Praag deel 1 (751)

Praag Turistificatie

Hop on-hop off-toeristenbussen die je binnen je tijdsbudget alle must see’s serveren (en zorgvuldig vermijden wat men toeristen liever niet laat zien). De occasionele koets met paard.

Praag Auto op de Moldau

En last but not least de talloze varianten om te gaan spelevaren op de Moldau – tot en met drijvende trapautootjes. Tenslotte zijn volwassenen niet meer dan kinderen in een groter formaat.

Praag deel 1 (1318)

Een attractie: een Lamborghini die verkeersdrempels neemt…

The only difference between men and boys is in the size of their toys. Voor vrouwen rijmt het niet, maar is het niet anders. Dat zien we in de sjieke Parijsstraat, een catwalk voor mensen op hakken en op wielen. Het is een veel voorkomende misvatting dat in winkelstraten alleen de etalages willen etaleren.

Tot zover verschilt Praag niet van andere steden: ze hebben intussen allemaal wel hun toeristenbussen en -treintjes, hun voetgangerszones en m’as-tu-vu-podia en hun varianten op de ware pleziervaart. Wat Praag niet of nauwelijks heeft, zijn interessante fietsroutes. In de voetgangerszone is fietsen recent verboden en daarbuiten is het geen pretje. Geen wonder dat de schaarse fietsverhuurdiensten maar een matig succes kennen.

Wat de Gouden Stad dan weer wél heeft zijn speelgoedautootjes op ware grootte.

Wie er de centen voor heeft kan zich laten rondrijden in classic cars, mobiele monumentjes die herinneren aan de tijd toen rijden en gereden worden nog ontspanning was. Back to the roots, maar dan comfortabeler. Want bij nader inzien gaat het (in de meeste gevallen) om een vorm van façadisme of juister, want we munten al eens graag een nieuw woord, carrosserisme.

Praag deel 1 (1428)

De open koetswerken zijn replica’s van oude legendes (Mercedes, Alfa Romeo, Praga, tot en met de good old Ford T), maar de onderliggende techniek is nieuw.

Praag deel 1 (266)

Fremdkörper in een ecosysteem bedoeld voor mensen

Toch blijft het behelpen, want ook deze stad is met haar vaak smalle en kronkelige straatjes nu eenmaal niet gebouwd voor auto’s. Wie de beroemde Karelsbrug wil ‘beleven’, zal hoe dan ook moeten uitstappen en de benenwagen gebruiken.

Praag deel 1 (359)

‘Verkeersvrij’ staat er over die brug in de boekjes, terwijl er nergens in Praag meer verkeer is dan daar. Ook de auteurs van toeristische gidsen hangen nog vast in het voorruitperspectief – al is er hoop. Eén reisgids geeft als tip: ‘Neem tram 22 en je hebt voor een prikje een pracht van een rondrit door de stad’.

Advertenties

Twee minuutjes

Hasselt vanuit de lucht

Afgelopen dinsdag had ik de eer als spreker te mogen aanschuiven op de allereerste Vlaamse Klimaattop. Dat Vlaanderen in het verleden veel tijd heeft verloren, bleek al uit de strakke programma-opbouw: op de eerste spreker na kregen alle experts twee minuten toegemeten om welgeteld één slide toe te lichten.

Gelukkig had architect-stedenbouwkundige Leo Van Broeck daarvoor al een stevige ‘keynote’ geserveerd waarin hij de aanwezigen duidelijk maakte waar het kalf gebonden is. We moeten dringend naar een ander ruimtelijk beleid waarin niet langer spreiding, versnippering en verharding de ordewoorden zijn maar bundeling, kernversterking en verknoping. Dat vergt niet wat kleine bijsturingetjes, maar een heuse beleidsomslag.

Dat sloot naadloos aan op mijn mobiliteitsverhaal. Kern van mijn boodschap: gepriegel in de marge volstaat niet meer, er is nood aan een heuse systeemshift.

In een allereerste versie van mijn slide had ik het nog over een ‘paragdigmashift’, maar dat leek me wat zwaar op de hand. Het bleek de goede keuze, want zonder dat de sprekers het er vooraf over hadden gehad bleek dat de rode draad in de aanbevelingen voor minister-president Bourgeois en zijn milieuminister Schauvliege.

Inzake mobiliteit zitten we vandaag nog gevangen in een systeem dat gebaseerd is op auto-afhankelijkheid en dat gebaseerd is op de overtuiging dat mobiliteit hetzelfde is als verkeer. Het systeem gaat ervan uit dat verkeer alleen maar positief is. Het adagium is ‘meer, sneller, verder’ en daarvoor gaat het over lijken: rücksichtslos verbruikt het aan een almaar versnellend tempo de grond- en brandstoffen van deze planeet en offert het letterlijk alles op aan de Groei-economie. Het dorpje Doel, snel verstikkend in de economische wurggreep van een naar steeds ‘meer’ hunkerende haven en in de schaduw van een energiefabriek die de risico’s in de nek schuift van de komende generaties, kan model staan voor dit systeem. Alle retoriek ten spijt blijven we ook vandaag nog beslissingen nemen die perfect passen in dit verhaal. Denk aan de miljardensubsidie voor de salariswagens, Uplace (de vervanging van een brownfield door een blackspot), Essers en de grote infrastructuurdossiers die gericht zijn op meer (auto)capaciteit en die mensen ééndimensionaal beschouwen als ‘consumenten’.

Nou moe. Gelukkig had ik maar twee minuten. Omdat de laatste 25 jaar stilaan duidelijk is geworden dat dit Mad Max-scenario toch niet het ideale is, wordt het stilaan afgelost door een nieuw verhaal: dat van de multimodaliteit. De auto is dan niet langer alleen zaligmakend, maar moet aangevuld worden met zogenaamde ‘alternatieven’: fietsen, te voet gaan, openbaar vervoer. We dromen ervan in James Bond-termen: met de helikopter op een yacht gedropt worden, overstappen op een jetski en eenmaal aan de kade vlotjes in een klaarstaande Aston Martin springen die ons zonder hinderlijke wachttijden aansluiting geeft op een sneeuwscooter… In dit scenario beschouwen we mensen als hyperactieve ‘verkeersdeelnemers’. Op het eerste gezicht lijkt het een mooi verhaal en er zitten inderdaad wel wat mooie aanzetten in. Denk aan de renaissance van de fiets en van de tram, de boost van de E-bike en nieuwe benaderingen als het mobiliteitsbudget. Helaas zitten er enkele fouten in. De eerste fout is dat we de multimodaliteit (comodaliteit, combimobiliteit – whatever) opvatten als een en-en-verhaal, zélfs in de door plaatsgebrek getekende steden. We weigeren keuzes te maken. Daardoor krijgen we visnochvlees-oplossingen en dus vooral problemen: te weinig ruimte, te weinig veiligheid, te weinig doorstroming, te weinig leefkwaliteit.  De tweede fout is dat we van de multimodaliteit verwachten dat het tot stilstaand komend verkeer er weer door zal worden gladgetrokken. Helaas is dat buiten de Wet van Behoud van Reistijd en Verplaatsing gerekend, die maakt dat de vrijkomende wegcapaciteit binnen de kortste keren wordt ingevuld door nieuw (auto)verkeer. Zo komen we er natuurlijk niet…

Systeemshift

Foto: Mobiliteitsraad Vlaanderen (via Twitter)

Misschien denkt u dat mijn twee minuten hier al ruim waren opgesoupeerd. Eerlijk gezegd denk ik dat ook, maar niemand onderbrak mij. Dus ging ik vrolijk over naar het derde systeem: een scenario waaraan nog volop wordt geschreven. Bij gebrek aan een betere benaming noem ik het voorlopig ‘MobiliTijd’, omdat het ‘mobiliteit’ inpast in een dubbele tijdsdimensie: die van de korte termijn (de Breverwet) en die van de lange termijn (duurzaamheid of volhoudbaarheid). Het is hier dat de droom van Leo Van Broeck en de mijne convergeren, want de beste mobiliteit (word ik niet moe te herhalen) is ‘nabijheid’. Ruimtelijk vertaald: verdichting, verknoping, bundeling…

Anders dan wat veel mensen denken is het geen scenario van ‘minder mobiliteit’ maar juist van ‘meer mobiliteit’, zij het met minder (auto)verkeer. We gaan voor niks minder dan ‘gelukkige’ mobiliteit. Dat is mobiliteit die ons, anders dan in de huidige scenario’s, in plaats van hinder (die we dan met vereende krachten trachten te beperken tot het net nog ‘leefbaar’ is) ‘geluk’ en die mensen beschouwt als ‘burgers’ met behoeften die niet alleen maar economisch zijn gedefinieerd. Als het goed is, wordt de Groei-economie van Arm Vlaanderen hier vervangen door een Bloei-maatschappij die niets minder dan een Warm Vlaanderen zal zijn.

Hapt u nu naar adem? Dat deed ik ook – en allicht ook de journalisten die uit dit alles vooral mijn kritiek op Uplace, Essers en de Grote Boze Wegenwerken onthielden. Wat ook geen kwaad kan natuurlijk. Want als we het écht menen met een Vlaams klimaatbeleid, is het afzweren van dit soort fratsen een goed begin…