RSS feed

Tagarchief: Blue-bike

Bijna niets

Geplaatst op

“Een fiets is bijna niets,” zeiden de Provo’s en ze bedoelden het als een compliment. Een fiets is eenvoudig en goedkoop en zeker in de stad een ideaal vervoermiddel. Met dat inzicht waren ze hun tijd ver vooruit.

Toch maakten de Provo’s ook een fout: ze dachten dat “iets wat bijna niets was” wel niet zou worden gestolen. Vandaar hun voorstel om witte fietsen “los te laten” in de stad. Iedereen zou naar behoefte een fiets kunnen nemen en ergens achter laten. Een mooi idee dat, in tegenstelling tot wat iedereen denkt, nooit echt werd uitgeprobeerd want het witte fietsen-plan strandde in de Amsterdamse gemeenteraad.

Maar soms is de verbeelding sterker dan de werkelijkheid. In ‘De fietsrepubliek’, een ‘kostelijke cultuurgeschiedenis van het fietsen’ (aldus de achterflap, die we gelijk geven), beschrijft de Amerikaan Pete Jordan hoe de mythe ontstond dat het witte fietsen-plan wél werd gerealiseerd én bovendien een succes was. Dat collectieve misverstand vormde de kiem voor de deelfiets-projecten die later overal ter wereld zouden ontstaan.

Studiereis HSV Nederland 2018 (955)

Het immanent rechtvaardige is dat uiteindelijk ook Nederland z’n deelfietssysteem heeft gekregen: de OpenbaarVervoer-fiets of kortweg OV-fiets. Marketinggewijs is het een sterke naam: what you hear is what you get. Daar hoeft geen uitleg bij en dat heeft zich dan ook vertaald in een groot succes.

Begonnen in 2003 met zo’n 800 tweewielers is het systeem intussen op weg naar dik 20.000 fietsen. Vooral het in 2017 gratis maken van het abonnement (er wordt nu alleen nog voor het gebruik betaald) zorgde voor een explosieve toename in het gebruik. Er zijn nu  een half miljoen abonnees die vorig jaar al te gader zo’n 3,2 miljoen ritten maalden.

BlueBike in Brugge

Zoals wel meer gebeurt als het op fietsbeleid aankomt, volgde België met jaren vertraging. In 2012 zag de Blue-bike het licht en in 2018 kunnen we spreken van een relatief succes: 16.000 abonnees die vorig jaar zo’n 180.000 ritten deden. Dat deze cijfers een stuk bescheidener zijn dan de Nederlandse heeft met véél te maken, maar zeker ook met het feit dat het project van in het begin met de handrem op moest rijden (de stad Deinze weet er alles van).

Waar de Nederlandse Spoorwegen (NS) volop inzetten op de trein-fiets-tandem (heeft u hem?), verkeert de NMBS nog steeds in de veronderstelling dat spoorverkeer kan worden beschouwd als een geïsoleerde mobiliteitsdienst. Of toch bijna. Want aan autoparkeerplaatsen wordt wél volop geld uitgegeven, terwijl de NMBS twee jaar geleden aankondigde zich uit het Blue-bike-verhaal te willen terugtrekken. Sindsdien wordt er gewerkt aan een reddingsoperatie met participatie van de provincies, Vlaanderen en mogelijk ook de (Vereniging van) Vlaamse steden en gemeenten.

Blijkens het antwoord van minister Weyts op een vraag van Martine Fournier (CD&V) deze week in het Vlaams Parlement wordt er in juni witte rook verwacht. Maar hoe de reddingsconstructie van Blue-bike er ook zal uitzien, ze zal het ultieme bewijs zijn van de tunnelvisie van de Belgische Spoorwegen.

De NMBS-toppers. Op hun manier zijn ze een beetje de Provo’s van deze tijd. Hun visie “is bijna niets”.

Advertenties

Uitnodiging(en)

Geplaatst op

Uitnodiging Weg van mobiliteit Herentals

(Als u bovenstaande tekst niet helemaal kan lezen: even aanklikken om hem te vergroten)

 

Lieve lezers,

Binnenkort is het eindelijk zover. Dan ligt ‘Weg van mobiliteit’, de opvolger van ‘Het voorruitperspectief’ (2000, uitverkocht) en ‘De file voorbij’ (2010, Uitgeverij Vrijdag, pas herdrukt) in de boekhandel.

Zonder jullie, en vooral zonder jullie aanmoedigende en ook kritische reacties op deze blog, zou dit nieuwe boek er allicht anders hebben uitgezien. Het is dus maar gepast dat ik jullie uitnodig op één van de boekpresentaties: op vrijdag 16 mei om 20u in de Standaardboekhandel in Herentals en op zaterdagnamiddag 17 mei (15u) in De Groene Waterman (Wolstraat) in Antwerpen.*

In Herentals leidt De Tijd-journalist Wouter Van Driessche het boek in.

In Antwerpen interviewt uitgever Rudy Vanschoonbeek de auteur.

Als u komt, en dat hoop ik van harte, laat dat dan voor 14 mei weten op info@uitgeverijvrijdag.be of deanderekris@gmail.com. Of doe een belletje naar 03/345 60 40.

Misschien tot kijk, en anders tot lezens,

Kris

* Leuk: BlueBike toont zich van z’n meest genereuze kant en biedt gratis vouchers aan voor wie met een Blue Bike naar de boekpresentatie wil komen. Wie hiervan gebruik wil maken, gelieve dat bij de inschrijving te laten weten.

Het meest ethische vervoermiddel ter wereld

Vorige week stelden Thomas Vanoutrive en Kobe Boussauw hun boek ‘Het mobielste land ter wereld’ voor aan de wereld. Of toch alvast aan het mobiliteitswereldje.

Intussen heb ik hun ‘socratische dialoog’ achter de kiezen en ik kan niet zeggen dat ik ermee in mijn maag zit.

Ik verklaar mij nader. Op de boekvoorstelling werd de vrees geventileerd dat het boek munitie zou leveren aan mensen die het met de duurzame mobiliteit minder goed menen. Die vrees begrijp ik wel. Kritisch aan zelfreflectie doen en de moed hebben de eigen axioma’s in vraag te stellen, het is altijd een risico. Een stelling als ‘de fiets(er) is niet noodzakelijk altijd beter dan de auto(mobilist)’ is er bijvoorbeeld één waarvan je ongemakkelijk wordt: laat die in handen vallen van iemand die pakweg over een grootstedelijke invalsweg (de oorlog is kennelijk nog niet voorbij) beslist en je weet wat je krijgt.

Toch is het ergste wat kan gebeuren dat we zouden verkrampen in ons eigen gelijk, in onze eigen overtuigingetjes, alleen maar omdat debat, nuance en wetenschappelijke twijfel verward zouden kunnen worden met verdeeldheid en weifel.

Dat de fiets moreel altijd een betere keuze is dan de auto: natuurlijk is het niet waar. Als één van mijn kinderen iets overkomt en dringend naar het ziekenhuis moet, zal ik in de meeste omstandigheden blijer zijn met een dieselwalmen uitstotende ziekenwagen dan met een politiek correcte bakfiets.

Is dit nog een zwart-wit-vergelijking, dan zijn er heus ook nog wel een pak voorbeelden te bedenken die zich in de grijze zone bevinden. De auteurs geven het voorbeeld van de ‘held’ die elke dag 70 kilometer naar z’n werk fietst en vrouwlief thuis achterlaat met alle zorgtaken voor het kroost. Als die vrouw dan uit praktische overwegingen naar de auto grijpt, is ze dan slechter bezig dan haar zero emissies uitstotende echtgenoot?

In feite is ‘Het mobielste land ter wereld’ één lange schreeuw om een herwaardering van de context – een punt dat ik zelf in ‘De file voorbij’ ook al probeerde te maken. Afhankelijk van de context kunnen door mensen gemaakte keuzes plots in een heel ander daglicht komen te staan.

Vraagtekens zetten bij de vanzelfsprekendheid van de morele superioriteit van de fietser refereert ook aan de attributiefout die wij nogal eens maken, bijvoorbeeld door mensen eigenschappen toe te schrijven op basis van hun vervoerswijzekeuze. Dat gebeurt zowel ter linkerzijde als ter rechterzijde. Bakfietsers zijn dan per definitie linkse stadsbobo’s, BMW-rijders rechtse Strebers.

Aan die attributiefout moest ik gisteren denken toen ik aan het station van Brussel Noord opgelucht vaststelde dat er nog één plek vrij was voor m’n Blue Bike. Degene die na mij kwam, zal wellicht gevloekt hebben. Een voor Blue Bikes gereserveerde plaats was immers ingenomen door een oud vehikel dat daar duidelijk niet op z’n plaats was. Fietsers zijn niet altijd heilige boontjes. Ook zij bezondigen zich soms aan asociaal foutparkeren.

Blue Bike stalling (1)

Tegelijkertijd moeten we ons er natuurlijk voor hoeden de dingen kapot te nuanceren. De intellectuele eerlijkheid gebiedt ons toe te geven dat we heel veel nog niet exact weten. Maar wachten op die absolute zekerheid, die wellicht nooit zal komen, is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven. Correctie: niet mogen veroorloven. Want ook dat is ethiek: het ontbreken van absolute zekerheid mag niet verkocht worden als absoluut niets weten.

Er is heel veel wat we wél weten. En dus ook houvast voor wat we kunnen doen en niet doen. En dus moeten doen en niet doen.

Vandaar ook de nuancering die ik gisteren op het Groene Boek aanbracht bij de nuancering van Kobe en Thomas: op zichzelf beschouwd is de fiets een veel moreler gebruiksvoorwerp dan de auto. Niet alleen kan het eerste veel minder schade aanrichten dan het tweede, zelfs bij onoordeelkundig of intentioneel ‘slecht’ gebruik. Bovendien is de auto het enige gebruiksvoorwerp dat expliciet ontworpen is om verkeerd te worden gebruikt. Zoals ik het gisteren verwoordde: een auto is als een strijkijzer dat ontworpen is om je partner de hersens mee in te slaan.

En wie eraan mocht twijfelen: mensen de hersens inslaan is onethisch. Zélfs wanneer ze zouden verzuimd hebben die te gebruiken.

 

* VAN OUTRIVE THOMAS & BOUSSAUW KOBE, ‘Het mobielste land ter wereld. Een dialoog over duurzame mobiliteit’, Uitgeverij Garant, 200 blz.

 

 

Een blauwtje gefietst

IMG_7523

Kent u dat slag pennenlikkers dat zich journalist noemt en op kosten van autofabrikanten in exotische oorden de nieuwste modellen gaat testen? Kritisch en objectief, dat spreekt vanzelf – anders ben je het niet waard om in de watten te worden gelegd door de auto-industrie. De stukken die ze naderhand afleveren bulken nadien dan ook van de superlatieven en fundamentele kritieken als ‘het handschoenkastje is aan de kleine kant’ of ‘de drempel van de bagageruimte had wat lager gemogen’.

Zo’n journalist heb ik mij altijd al wel eens willen voelen. Gewoon om te weten hoe dat is, meer niet.

En kijk, net op het moment dat ik me erbij neergelegd had dat het altijd wel een jongensdroom zou blijven, kreeg ik de kans. Uit een onverwachte hoek dan nog wel. Niet van een autofabrikant, maar van een openbaar vervoer-bedrijf. En ook niet om een superdeluxe auto met alle opties erop en eraan te testen. En eigenlijk ook niet in een exotisch oord. Maar verder was de gelijkenis treffend: ik kreeg zomaar voor niks twee codes waarmee ik het Blue-Bike-systeem mocht uitproberen.

Het moet wel zijn dat ze bij de NMBS tamelijk zeker zijn van hun systeem, anders vraag je zoiets niet aan ondergetekende.

Ik had de keuze uit 41 stations en 6 stadslocaties.Dus nam ik er het meest exotische verdeelpunt uit: Antwerpen-Berchem. De Blue-Bikes staan er op de eerste rij van de fietsenstallingen, zij het wel in een hoek opzij van het Burgemeester Ryckaertplein. Niettemin vond ik de fietsen onmiddellijk, dankzij het blauw dat je bezwaarlijk van bescheidenheid kunt beschuldigen. Mooi is het niet, maar leesbaar wel. De vlag dekt hier duidelijk de lading.

‘Stap af waar je wil,’ riep de slogan me toe, maar eerst moest ik natuurlijk opgestapt geraken. Dat ging onverwacht vlot. Anders dan bij de Antwerpse Velo’s (en sommige betaalautomaten bij tankstations) is er maar één display. Op die manier sta je geen minuten te staren op het ene schermpje terwijl de info die je nodig hebt al lang verschenen is op het andere. En wegfloept net op het moment dat je daar achter komt. Om maar te zeggen: ik ben een ideale proefpersoon, want een absolute dummy als het om ICT-toepassingen gaat. Dat ik kan twitteren bijvoorbeeld, is helemaal de verdienste van Twitter. Het systeem is zo eenvoudig, logisch en gebruiksvriendelijk vormgegeven dat zelfs ik het kan zonder hulp van een informaticaspecialist. Of van mijn echtgenote, want gewoonlijk moet zij de eerste hulp toedienen.

IMG_7521

Een abonnee (10 euro per jaar), en dat is normaal gesproken elke gebruiker, dient zijn kaart te scannen. Maar zoals mijn lezers onderhand weten, ben ik een bijzonder geval. Ook in dit geval. Als ‘special guest’ van Blue-bike moest ik het dus met een code doen. Dat ging wonderwel vlot: taal kiezen, daarna de code intikken. Waarna het systeem mij meedeelde dat ik de sleutel mocht nemen in de zich automatisch openende sleutelbak.

Dat die zich op buikhoogte van de modale mens bevindt, is niet echt handig. Want het betekent dat je moet bukken om te kunnen zien welke sleutel oplicht en dus de voor jou bestemde is. Welnee, daar ga je niet dood van. Maar echt gebruiksvriendelijk is het niet – te meer daar de sleutels nogal dicht bij elkaar zitten. Ik kan mij voorstellen dat mensen met dikke vingers wel eens zullen vloeken. (Met deze kritische kanttekening hebben we dus het equivalent van het te kleine handschoenkastje achter de rug.)

IMG_7520

Maar niet getreurd en nog minder gezeurd: op de sleutel stond een nummer dat – kijk eens aan – correspondeerde met één van de gestalde Blue-Bikes. Meer bepaald de blauwste, naar mijn gevoel. Het losmaken van het slot ging als een fluitje van een cent. Ook dat is geen vanzelfsprekendheid als je weet dat mijn mechanische onhandigheid nauwelijks moet onderdoen voor mijn ICT-onkunde. Zoals gezegd: ik ben de ideale proefpersoon.

De Blue-Bike is een stadsfiets en in dit geval wil dat zeggen dat hij geen lichtgewicht is, eerder dikke banden heeft en maar drie versnellingen. Hier past dan ook één van de opmerkingen die obligaat zijn in het genre van de hoger vermelde plutografen: drie versnellingen is aan de magere kant, een vijfbak had verkieslijker geweest. Maar de verhoudingen liggen prima en de hernemingen zijn voorbeeldig. “In het stadsverkeer kan je goed mee,” staat er dan doorgaans en ook hier kunnen we die zin van stal halen.

Bij het afstappen (“kan waar je wil!”) wachtte mij een kleine verrassing. Ik was domweg vergeten dat er achter op het bagagerek een heuse vrachtmand is gemonteerd. Praktisch bij heel veel gelegenheden, maar niet om galant als een heer je been over te zwaaien. Het was dus lachen geblazen voor toevallige passanten.  Bij de heen- én terugrit trouwens, want dit specimen is nogal vergeetachtig. (Pijnlijke herinnering: ooit ging ik bij het wachten voor het rode licht op de buis van mijn fiets zitten, even uit het oog verliezend dat ik met moeders fiets onderweg was.)

Bij de twee exemplaren die ik testte werkten de remmen én de verlichting naar behoren. Alleen was de rek er letterlijk een beetje uit, waardoor die eigenlijk niet meer bruikbaar was (en daarmee hebben wij dan ook het equivalent van de te hoge drempel van de bagageruimte gehad).

IMG_7536

Anders dan deelfietsen zoals de Velo (Antwerpen) of de Villo (Brussel), mag je een Blue-bike lange periodes in ‘bezit’ houden. Het maximum staat op 18 uur, waardoor er echt geen enkele reden voor ‘range anxiety’ is.

Het leek erop dat mijn testrit met de Blue-bike een succesverhaal zou worden. En dat werd het ook.

Of toch bijna. Bij het terugbrengen liep het mis. De fiets terug in het rek plaatsen en dubbel vastklikken (achterwiel blokkeren en fiets vastmaken aan het rek) verliep van een leien dakje. De sleutel terugbezorgen bleek moeilijker. Het display meldde me laconiek dat het systeem “de kaart” niet herkende en dat ik me mailsgewijs tot Blue-bike moest richten. Dat lag niet aan de sleutel. De tweede testdag, met een andere sleutel, deed zich hetzelfde probleem voor.

IMG_7561

Bij navraag bleek dat het ook niet aan het systeem lag, maar aan het ventje. Bleek dat ik niet het lipje met het fietsnummer moest scannen (dat leek nochtans het meest op een “kaart”), maar de “sleutelpen” (achteraan op de foto). Bleek ook dat ze dat er bij gewone abonnees op voorhand bij vertellen. Dus lag het toch wel een beetje aan het systeem. Trouwens, een echt goed ontworpen systeem zou, à la Apple, zelfverklarend (“selfexplaining”) zijn en dus geen handleiding (of bijstand van slimme echtgenotes) nodig hebben. Een mens vraagt zich toch af waar ingenieurs (want het moeten ingenieurs zijn geweest, daar durf ik vergif op in te nemen) bezielt om zomaar aan te nemen dat een gewone sterveling weet wat een “RFID-lezer” is…

Soit. Als je het eenmaal weet, is ook dit geen probleem meer. Maar ik denk dat het allemaal nog intuïtiever zou kunnen.

De echte achilleshiel van het systeem is, behalve op de bemande Fietspunten, van technische aard. Het loopt zolang de techniek het niet laat afweten. Dat deed het in mijn geval niet, al moest ik de tweede dag het in principe automatisch sluitende sleutelkastje toch een (letterlijk) handje helpen. Al is het goed mogelijk dat de mensen van Blue-bike mij gewoon een gevoel van nuttigheid wilden gunnen.

Dat het sleutelkastje op buikhoogte zit is bij het terugbrengen nog een ietsje vervelender, want je moet echt wel je neus in de gleuf steken om uit te vlooien op welke plaats je je sleutel moet deponeren.

IMG_7538

Tot slot de hamvraag: zal ik in de toekomst nog gebruik maken van de Blue-bike (als ik het dan zelf moet betalen)? Ik denk het wel. Bleu je veux, om het maar eens op z’n Frans te zeggen. Tien euro abonnementsgeld voor een jaar en drie euro per 18 uren effectief gebruik lijkt me heel billijk. Tenzij je van Deinze bent: dan is het gebruik helemaal gratis. En opdat dit ons niet helemaal groen van jaloezie zou maken, heeft Deinze het gebruik van de Blue-bike in de eigen stad ook voor bezoekers gratis gemaakt. Net zoals Dendermonde trouwens, dat aldus afrekent met de hardnekkige mythe dat iedereen daar nog altijd op een paard rijdt.

Link mét initiatiefilmpje: http://www.blue-bike.be/