RSS feed

Tagarchief: Audi

Lesmateriaal voor klimaatijveraars

Deze tekst verscheen vandaag in De Standaard onder de titel ‘Van automarketeers valt veel te leren’.

In de aanloop naar het Autosalon is de publiciteit voor auto’s alom aanwezig. Op de radio, op televisie, in de bioscoop, in kranten en tijdschriften en in onze elektronische en fysieke brievenbus. Er is geen ontkomen aan. Dat is geen ramp, want er valt veel uit te leren.

Mitsubishi

Mitsubishi laat ons weten dat zijn nieuwste model ‘gebouwd is voor Belgische wegen’.  Dat maakt benieuwd. Maakt die auto zich smaller wanneer er maar één persoon aan boord is, zodat de afstand tot de fietsers op het moordstrookje wat groter wordt? Of is de auto uitzonderlijk milieuvriendelijk, waardoor de luchtkwaliteitsnormen in onze steden eindelijk binnen bereik komen? Geen van beide. Mitsubishi steekt slechts de draak met de slechte staat van onze wegen. Onschuldige humor? Eerder wrange. Het betreffende model is een SUV. In vergelijking met andere wagentypes staat dat synoniem voor ‘onveiliger voor andere weggebruikers’, ‘slechter voor de luchtkwaliteit’ en – o ironie – ‘sletiger’ voor de Belgische weginfrastructuur. Of hoe de schuldige de aanklager werd.

De autosector heeft een lange traditie in het ongegeneerd omkeren van verantwoordelijkheden. Op microniveau is de pollenfilter daarvan het treffendste voorbeeld: die ‘beschermt’ de inzittenden van de zwaveldioxide, stikstofoxiden, roet- en fijnstofdeeltjes uitstotende auto’s tegen de natuur. Op macroniveau is er de klaagzang van de automobielindustrie dat steeds meer steden hun eigen normen vaststellen bij de instelling van hun Lage Emissie Zone. Een terugkeer naar de Middeleeuwen waar de brave automobilisten het slachtoffer van worden! Nu ja, wat de autosector er wijselijk vergeet bij te vertellen is dat dit haar eigen schuld is. Achter de schermen zetten ze honderden lobbyïsten in om Europa ervan te weerhouden strenge normen op te leggen. Op de bühne pruilen ze wanneer de steden van lieverlee de gaten dan maar zelf opvullen.

Audi

In een radiospot vraagt Audi of we al een loft in de stad en een appartement aan zee hebben. Is het antwoord ‘ja’, dan is het tijd voor een nieuwe Audi A4. Dat het doelpubliek daarmee beperkt wordt tot een kleine minderheid, is kennelijk geen probleem. Een Audi is geen volks-wagen. Hij bestaat bij de gratie van een scheve verdeling van de rijkdom.

Zich daar vragen bij stellen geldt als een uiting van jaloezie en dus wagen de meesten zich er niet aan. Bijgevolg ergeren we ons niet aan publiciteit die mensen uitnodigt hun aanzienlijke ecologische voetafdruk nog te vergroten en wel aan jongeren die tijdens de schooluren op straat komen om daar wat aan te doen. Of hoe de klagers in geen tijd de aangeklaagden worden.

Als het debat over het te voeren klimaatbeleid af en toe dan toch eens inhoudelijk wordt, verdwijnt het onderscheid tussen de verschillende doelpublieken als sneeuw voor de zon. Plots worden mensen dan ‘gelijk’. Audi-, BMW- en Mercedesklanten worden één pot nat met de Daciarijders en zelfs met hen die niet eens over een auto beschikken. Dan gaat het over ‘de’ mensen die hun gedrag en hun levensstijl moeten aanpassen. Alsof iedereen even veel auto’s bezit. Alsof iedereen even veel met de auto rijdt. Alsof er geen mensen zijn die hun airmiles opstapelen en anderen die zelden of nooit vliegen.

Eén pot nat

Daardoor ontstaat er een front van haves en havenot’s dat abstractie maakt van de reële verantwoordelijkheden en dus ook van de verbetermarges. Zo wordt onzichtbaar dat er grote klimaatwinsten zijn te boeken zonder dat er veel geraakt moet worden aan de ‘gemiddelde’ levensstandaard.  Zo schuift de blingbling-elite de havenot’s naar voor als de slachtoffers van elke poging tot klimaatmaatregel. Feitelijke verantwoordelijkheid en schuld van de bovengemiddeld bemiddelden vermommen zich daarmee in virtuele solidariteit met de armen. In Nederland mondde dit recent uit in een georchestreerde campagne van de boulevardkrant ‘De Telegraaf’ tegen het Klimaatakkoord dat daar over meerderheids- en oppositiegrenzen heen werd gesloten. De teneur: de gewone man wordt de dupe van een grote klimaatsamenzwering.

Het werd een instantsucces. Liberalen van de VVD en christendemocraten van het CDA sloegen aan het twijfelen en komen terug op gemaakte afspraken. Of hoe schaamteloos populisme in realiteit de schadelijkste vorm van elitarisme kan zijn.

De hoogste tijd dus dat het klimaatdebat niet langer wordt gevoerd alsof het los staat van sociale rechtvaardigheid, een eerlijke verdeling van lasten en lusten en dus van sociaal en fiscaal beleid.

Maar wacht eens even. In de feiten zijn ze al wél vervlochten, alleen in de omgekeerde zin als zou moeten: middels premies en voordelen voor zowel de productie als de aankoop en het gebruik van elektrische auto’s komt de overheid tegemoet aan degenen die het én het minst nodig hebben én de grootste verantwoordelijkheid dragen. Maar daarover wordt zedig gezwegen. Milieubeleid wordt zo een herverdelingsinstrument van arm naar rijk.

Die royale voordelen weerhouden de begunstigden er niet van om diezelfde overheid te verketteren. Een sensibiliserende overheid heet bemoeizuchtig en paternalistisch te zijn. De luide roep om de problemen bij hun naam te mogen noemen, verstomt als het gaat om het klimaat. Oproepen tot een andere levensstijl is taboe. “Alleen totalitaire regimes proberen de levensstijl van hun ingezetenen te veranderen,” las ik op Twitter. Als dat klopt, is er geen regime dat meer totalitair is dan de reclamewereld. Die dicteert ons onafgebroken welke lifestyle we dit seizoen weer tot de onze moeten maken.

Blijkbaar hanteren we twee maatstaven. Eén voor de wereld van de reclame, één voor de overheid. Wie er over nadenkt, kan dit alleen maar verontrustend vinden. We accepteren de grootste leugens van publiciteit die is opgezet door op winst (en alléén op winst) gefocuste en uitsluitend door ongeduldige aandeelhouders gecontroleerde multinationals. We tolereren niets van een democratisch verkozen overheid die zich dagelijks moet verantwoorden in het parlement en in de media.

Respect voor de automarketeers! Zij kunnen van lood goud maken, terwijl onze beleidsverantwoordelijken met het lood in de schoenen blijven zitten.

afbeelding1

Zijn de marketingjongens (m/v) van de auto-industrie superieur aan die van de overheid en de beleidsverantwoordelijken of is er meer aan de hand? Het tweede lijkt me. Er is niet alleen een probleem met de verpakking, maar ook met de inhoud.

Opel

Laat ik er een recente brochure van Opel bijnemen. Op de glossy voorpagina: de Opel GT  X Experimental. Een model dat nooit zal worden geproduceerd, laat staan verkocht. Toch zet de autofabrikant de wagen in de spotlights.

Waarom? Omdat hij impliciet alles compenseert waarin de huidige Opels te kort schieten. Deze auto van de toekomst belooft niet vervuilend te zijn en absoluut veilig, terwijl er niets op comfort of prestaties moet worden ingeboet. Met andere woorden: deze auto doet dromen.

img_0001

Vergelijk nu deze boodschap met die van overheden en politici. Is er sprake van een droom? Van een positief, wervend toekomstperspectief? Veel meer dan over het realiseren van dromen en idealen, gaat het over het vermijden van nachtmerries: niet overspoeld worden door vluchtelingen, niet ‘geïslamiseerd’ worden, niet verdrinken door de stijging van de zeewaterspiegel… Angst is het bindmiddel. Het hoogste waarop we mogen hopen, is het behoud van wat we hebben. De verhalen die nog het dichtst bij een droom komen, situeren zich in een (fictief) verleden en zijn dus in wezen reactionair. De mogelijkheid van een toekomst met meer levenskwaliteit (meer gezondheid, minder armoede, meer mobiliteit…), meer democratische en meer mensenrechten lijkt ondenkbaar te zijn geworden.

Het verschil tussen de automarketeers en de beleidsverantwoordelijken? Voor de eersten ligt het paradijs nog voor ons, voor de anderen ligt het achter ons.

Autopubliciteit, er valt veel van te leren. Ik zei het al.

Advertenties

140 miljoen euro

Audiringen

De lezers van The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy weten het: het antwoord op de vraag naar het leven, het heelal en de rest is ’42’. Meer zeg ik niet, ik wil geen kosmische spoiler op mijn geweten hebben.

In de Belgische politiek lijkt het antwoord ‘140 miljoen’ te zijn. Misschien betekent het niks, maar het kan ook zijn dat ik iets belangrijks op het spoor ben. Daarom deel ik het hier alvast. Samen komen we er misschien achter wat er aan de hand is.

Eerste bedrijf: de verenigde regeringen van dit land (minus eentje) hebben allemaal samen 140 miljoen ‘vrijgemaakt’ (eufemisme voor: ‘ergens anders weggenomen’ – denk er eens aan de volgende keer dat er geschermd wordt met een gebrek aan geld) voor een Duitse autobouwer. De deal lijkt te zijn: Audi bouwt z’n nieuwe monstermachine volgens het beproefde volhoudbare concept ‘tegroottezwaarentochtesnel’ (mààr gelukkig wel op kernenergie) in Vorst en krijgt in ruil belastingsvoordelen, subsidies en op maat gesneden fiscale gunsttarieven voor dit soort producten – waarbij 140 miljoen dan eigenlijk alleen de ondergrens is. Men zou kunnen zeggen: 140 miljoen euro is niet zoveel. Daar kan je amper 9 CEO’s van het type ‘Winterkorn’ (de grote baas die wegens wanprestaties in september naar de uitgang werd geleid met een pensioenpotje van een 28,5 miljoen euro, het zal hem leren) een jaar van betalen. Al zouden slecht menende mensen het gemiddelde Belgische brutoloon als maatstaf nemen en uitkomen op een jaar betaald werk voor zo’n 3365 werknemers of, stel u voor, start-ups, kleine ondernemers die met een eigen creatief idee aan de slag gaan en zomaar een duwtje in de rug zouden kunnen krijgen om op eigen benen te staan.

Maar goed, 140 miljoen euro om de Duitse vakbond de bouw van een Duitse prestigewagen door de neus te boren, het kan ook worden beschouwd als een broodnodige investering in een verbetering van het imago van ons land. Tenslotte gaf de hele operatie nog eens een zeldzaam voorbeeld van politieke eensgezindheid te zien: liberalen, christendemocraten, nationalisten, Waalse socialisten en vakbonden bleken het (ont)roerend eens. Ook dat mag iets kosten.

Tweede bedrijf: 140 miljoen euro was ook het bedrag waarmee we eerder deze week wakker werden in De Tijd en dus ook op het radionieuws. Het was de som die de Vlaamse regering in het algemeen en minister van mobiliteit Weyts in het bijzonder het komende anderhalf jaar “extra” gaat investeren “in wegen en openbaar vervoer”. Het is duidelijk dat het bedrag ‘140 miljoen’ nu moest klinken als ‘héél véél’ en dat dankbaarheid en erkentelijkheid gepast zijn. Zo werd er dus ook over bericht. Ze doen het dan toch maar, onze bestuurders. Bij nader inzien bleek de verdeling toch een beetje scheef te zitten. Van de 140 miljoen bleek 136 miljoen te zijn bestemd voor een asfaltinfuus voor het stervende autoparadigma, het schaambrokje van 4 miljoen was voor De Lijn. En eigenlijk was het niet eens dat, want het bedrag komt gewoon van De Lijn zelf. Het betreft de inkomsten die worden gegenereerd door de vervanging van het gratistarief voor senioren door een 50 euro-abonnement.

Blijft de vraag of 140 miljoen euro nu veel geld is of niet. Soms blijkbaar wel. Soms dan weer niet. Niet als we de bevolking moeten uitleggen dat we een in opspraak gekomen multinational subsidiëren om in ons land elitaire, voorbijgestreefde producten te produceren. Wel als we diezelfde bevolking willen vertellen dat de oplossing van de files nog een kwestie van tijd is: nog even geduld, er wordt “extra” geïnvesteerd in wegen. Bestel in afwachting alvast een elektrische auto, liefst een dikke Audi, want dat is goed voor de lokale economie. Noem het een integrale, vooruitziende aanpak, heel anders dan die van de kortzichtige, Brusselse regering, die wél investeert in nieuwe auto’s, maar niet in nieuwe tunnels. Ik stel voor dat we de Vlaamse visie meteen ook decretaal verankeren en het theoretische STOP-principe vervangen door het veel praktischere Stopcontactprincipe.

Derde bedrijf: toen ik gisteren begon aan de lectuur van ‘De eerste steen’, het autobiografische boek van ex-vicepremier Steven Vanackere, stootte ik verdorie toch weer op het bedrag van 140 miljoen euro. Op pagina 20 schrijft hij: “Ons politiek bedrijf, dat niet eens perfect functioneert, kost bovendien best wel wat geld. Als Vlaams volksvertegenwoordiger berekende ik eens dat de werking van het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering toen per jaar zo’n 140 miljoen euro kostten.” Dat biedt een interessante maatstaf voor het voorafgaande. De afgelopen weken gaven wij dus het equivalent van twee keer de kost van de Vlaamse democratie weg aan enerzijds een multinational voor de productie van een product waarvan we het gebruik willen terugdringen en anderzijds aan ‘oplossingen’ voor de door het gebruik van dat product veroorzaakte problemen.

Vanackere heeft overigens nog een maatstaf achter de hand: “Veel geld? Tot je bedenkt dat dit overeenstemt met het bedrag dat de Amerikaanse belastingbetaler betaalde voor het financieren van drie uur oorlog in Irak, de schade aan de Irakezen niet meegerekend.”

Dat laatste is een geluk voor onze vergelijking, want de door de Audi Q6 (en al zijn concurrenten) veroorzaakte schade hadden we ook niet meegerekend.

(Zak)doek.

 

Van VW-gate over Dieselgate naar Cargate

Tesla2015

Eindelijk is het dan zover: de automobielwereld zit middenin een reality check. Naar het zich laat aanzien, pakt die niet goed uit. Niet voor de Volkswagengroep, die dacht de waarheid een pootje te kunnen lichten met bedrogsoftware, maar evenmin voor de anderen. Enerzijds omdat net nu de Europese Commissie moet beslissen over een verstrenging van de normen en de controle erop. Anderzijds omdat het met de billen dichtgeknepen wachten is op de volgende onthulling over bewuste manipulatie. Of zou het zedige zwijgen van de concurrentie dan toch ingegeven zijn door een plotse moraalopstoot die nu uitpakken met de eigen betrouwbaarheid als ongepast kwalificeert?

‘We moeten niet naïef zijn,’ zoals onlangs een Vlaamse partijleider niet moe werd te herhalen. De sterkste indicatie dat het techno-optimisme weinig grond heeft om op te staan, kregen we van autojournalist Vic Heylen – iemand die de branche van binnenuit kent. Volgens hem maken de strenge milieunormen de auto kapot, wat eigenlijk een perfide manier is om te zeggen dat de autosector niet aan die normen kan voldoen. Een bevestiging daarvan vinden we ook in de stelling dat de CO2-doelstellingen (maximaal 95 gram CO2/100km in 2010) alleen kunnen worden gehaald “met een voldoende groot aandeel dieselmotoren in de verkoopmix.” Alleen moeten we er dan weer een overschrijding van de NOx-normen bijnemen. Genereus van de sector dat we mogen kiezen tussen de pest en de cholera. 

Wat de voorbij weken aan het licht kwam is een kwaadaardige overdracht van fragiliteit: om zich staande te houden in de concurrentiestrijd verleggen de autoconstructeurs de eigen fragiliteit naar ons milieu en onze gezondheid. De lusten voor hen, de lasten voor ons. En als het toch misloopt, dan is er altijd nog chantage waarop kan worden teruggevallen. Politieke leiders moeten in geen geval denken dat ze de autosector zomaar de wet kunnen doen naleven – zélfs al werd die op maat van diezelfde sector geboetseerd. Dat de familie Quandt, hoofdaandeelhouder van BMW, de verkiezingscampagne van Frau Merkel sponsorde, hoeft dan nog niet eens het zwaarst te wegen. 600.000 werknemers zijn een voldoende grote groep gijzelaars om een en ander gedaan te krijgen. In België volstaan zelfs dik 8000 mensen om de doel-middelverdraaiing haar vernietigende werk te laten doen. Dus betalen drie van onze regeringen in totaal 130 miljoen euro aan Audi Vorst (lees: Koning Auto) om de auto-afhankelijkheid van onze economie met nog een paar jaar te verlengen. Dus wordt de jaarlijkse miljardensubsidie voor salariswagens niet in vraag gesteld. En dus buitelen de politici over elkaar heen als Elon Musk van het ene Europese land naar het andere hopt om te kijken wie the race to the bottom wint.

Als er al één fabrikant de afgelopen week in de handen wreef, dan was het wel Tesla. Dat mocht zich weer verheugen over bakken gratis airplay voor haar mirakelproducten die alleen voor- en helemaal geen nadelen hebben.

Het lijkt te mooi om waar te zijn en dus is het ook niet waar. Maar het is fijner om het wél te geloven. Auto’s kan je alleen ‘groen’ noemen mits voldoende bewustzijnsvernauwing. Een Tesla is alleen milieuvriendelijk voor wie bereid is zich te concentreren op de afwezigheid van een uitlaat en blind te blijven voor al de rest: de uitstoot bij de elektriciteitsproductie (meestal steenkool, kernenergie of gas), het fijn stof van banden en remmen, het enorme ruimtebeslag en de daarmee samenhangende verdrijvingseffecten voor zachte weggebruikers, de conflictgenererende schaarse grondstoffen nodig voor de batterijen, het sluipmoordenaarskarakter van een snel accelererende auto die je niet of te laat hoort aankomen, het perverse reboundeffect en de daaruit voortvloeiende verlenging van de files. Dat Tesla met haar Model X uitgerekend nu toetreedt tot de sufSuv-club, maakt het plaatje er alleen maar triester op, al kan je het ook lezen als een arrogante opgestoken middelvinger.

Dat kortzichtige politici en door de autojournalisten gebrainwashte burgers daarin meegaan, kan ik begrijpen. Maar niet dat ook de milieubeweging Tesla World als een na te streven ideaal blijft zien.

Wie op iets langere termijn durft te denken, weet dat het vandaag niet gaat over de toekomst van Volkswagen of van de dieselmotor, maar over de volhoudbaarheid van het autoregime als het dominante mobiliteitssysteem. Want wat er onder onze ogen gebeurt heet niet Volkswagen- of Dieselgate, maar Cargate.

Naschrift januari 2016: De 130 miljoen euro blijkt intussen te zijn opgelopen tot ‘ruim 140 miljoen euro’.

AUDIt

Geplaatst op

IMG_3404-001

 

Womit Rennfahrer zur Arbeit fahren… Vorige week stootte de advertentie mij al tegen de borst in een Oostenrijks tijdschrift. Intussen botste ze ook in het Nederlands tegen mijn principes.

En niet alleen tegen de mijne, als ik me niet vergis. Ook tegen die van de autosector zelf. Nemen we er even de ‘Code inzake reclame voor motorrijtuigen, hun onderdelen en toebehoren’ bij, raadpleegbaar op de website van de Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (www.jep.be).

Dat moeten we wel zelf doen, want de jury neemt nooit zelf een initiatief: zolang er geen klacht komt, is er voor de jury niks aan de hand. Kandidaatjuryleden dienen dan ook bewijzen te kunnen voorleggen dat ze zich soepel op de openbare weg kunnen bewegen met oogkleppen op.

Maar goed, een kleine (bloem)lezing:

Artikel 1 

“Reclame mag snelheid, in het bijzonder de topsnelheid, niet als argument gebruiken of haar verleidelijkheid suggereren. Hetzelfde geldt voor de kracht, het acceleratievermogen, de remkracht of elke andere eigenschap van een voertuig als zij verwijzen naar snelheid.”

Mmmm… Expliciet de link leggen tussen racepiloten en naar het werk rijden, suggereert dat niet een heel klein beetje ‘snelheid’ op weg naar dat werk? Mocht u twijfels hebben, dan is er het onderschrift om die weg te nemen: “Leistung die begeistert’: dat is dus letterlijk de link leggen tussen snelheidsprestaties en verleidelijkheid.

De vermelding dat dit tuig getrokken wordt door 560 paarden is uiteraard louter informatief bedoeld voor de technisch geïnteresseerden.

Artikel 3

“Beelden van of zinspelingen op wedstrijden, rallyes, enz. zijn toegestaan op voorwaarde dat het gebruik ervan ondubbelzinnig is. Voertuigen en onderdelen of toebehoren moeten getoond worden zoals zij gebruikt en zichtbaar zijn tijdens de  race. Er moet er uitdrukkelijk op worden gewezen dat gewone seriewagens niet ontworpen zijn om in het dagelijkse verkeer als wedstrijd- of rallyewagens te worden gebruikt.”

Tja. Dat er hier gezinspeeld wordt op wedstrijden, staat vast. Maar is de zinspeling ondubbelzinnig? Mij is het niet duidelijk wat de heren van Febiac hiermee hebben bedoeld. Al levert het laatste zinnetje wel ondubbelzinnig belastend materiaal: in deze advertentie wordt ondubbelzinnig gesuggereerd dat het een wedstrijdwagen voor het dagelijkse verkeer betreft. Of verbeeld ik mij dat alleen maar?

Artikel 6

“Reclame mag in tekst, beeld of geluid geen gedrag beschrijven of weergeven op de openbare weg waarbij de verkeersregels of de veiligheidsvoorschriften worden overtreden. Zij mag ook niet tot zo’n gedrag aansporen.” 

De tekst suggereert dat de bestuurder op weg is “naar zijn werk”. De vluchtende, vervagende lijnen latgen zien dat die verplaatsing niet traag gebeurt. Strikt genomen geen overtreding, want het kan natuurlijk altijd zijn dat iemand naar z’n werk moet over een lege snelweg en dat dus aan 120km/u doet…

Artikel 7

“Elke voorstelling, beschrijving of verwijzing naar een agressief gedrag op de weg, ten aanzien van andere weggebruikers of zonder hen te respecteren, moet worden verbannen.” 

Zoals gewoonlijk zijn er in deze advertentie geen andere weggebruikers te zien. In de ideale wereld van de autoconstructeurs zijn we immers altijd helemaal alleen op de weg. Op dit punt geen overtreding dus…

Het neemt niet weg dat de eindbalans mijns inziens negatief is. Ben ik een muggenzifter als ik besluit dat deze advertentie niet alleen naar de geest maar ook naar de letter in strijd is met de eigen code?

Het leven als sport

IMG_6702

Zou het waar zijn wat Audi beweert? Is het leven werkelijk een sport?

En als het een sport is, wat voor sport dan? Een topsport waar het geluk en het succes alleen weggelegd zijn voor de snelsten? Een uithoudingssport, waarbij de volhouder wint? Een contactsport waarbij het oog om oog en tand om tand is of een sport waarbij lichamelijk integriteit een heilig principe is? Is het leven een individuele sport of een groepsport, waarbij de teamspirit doorslaggevend is?

Of moeten we het niet zo letterlijk nemen en gaat het eerder over het gevoel dat er aan ten grondslag ligt? Over waarden zoals sportiviteit, in de zin van fairplay en – even abstractie makend van één ring te weinig – naar  olympische waarden als ‘deelnemen is belangrijker dan winnen’?

Niets van dat alles, schijnbaar.

Even snuisteren op de Audiwebsite leert wat het merk met ‘sport’ bedoelt: ‘sportieve’ velgen, een sportstuur, sportstoelen, bumpers en koplampen met een “dynamisch design” moeten ‘uw Audi’ een “atletische uitstraling” geven. Aha, het gaat dus vooral om een indruk van sportiviteit.

Perceptiesport, zo zou je het kunnen noemen en dat concept is geen nieuwe vinding, want zo’n sport bestaat al: bodybuilding is de de perceptiesport bij uitstek. Ze bestaat bij de gratie van pepmiddelen als anabole steroïden, is op de lange termijn niet vol te houden en uiteindelijk vooral schadelijk. Zo’n sport dus is het leven in een Audi, al dekt ‘bodybuilding’ niet helemaal de lading.

Imagebuilding is een stuk accurater.

Een letter verschil

Audi A1 in bushokje (1)

Twee keer was Adui deze week in het nieuws. Enfin, waarschijnlijk veel meer, maar twee keer viel het mij op.

De eerste keer naar aanleiding van het verschrikkelijke ongeval op het Gentse Zuid: een jonge dronkeman ‘bekend bij het gerecht’ maaide er tegen 70km/u in een kiss&ride-zone een studente van haar fiets. Kiss&ride, jawel, zelden zal het cynischer hebben geklonken.

Maar het gebeurde dus met een Audi break, een wagen die als hij in de verkeerde handen valt kennelijk een wapen wordt.  Misschien zou een achtergrondanalyse, zoals President Obama voorstelt voor wapens, bij de aflevering van rijbewijzen nog zo’n gek idee niet zijn. Is het onredelijk te denken dat iemand die moeite heeft met maatschappelijke en wettelijke normen een schaap zou worden in een product dat speciaal ontworpen is om die normen te overtreden?

De tweede keer dat Audi het nieuws haalde, was met stervoetballer Guillaume Gillet. Stervoetballer of sterfvoetballer, ook hier is de wereld van verschil terug te voeren tot slechts één letter. De evolutie van stervoetballer tot sterfvoetballer speelt zich af volgens de ijzeren logica van actie en reactie ‘gouden voet – grote voet – zware voet’ waar geen gezond verstand tussen te krijgen is.

IMG_6018

Maar terug naar Audi dus.  Gillet reed in een Audi R8, 120.000 euro in z’n goedkoopste versie volgens Het Laatste Nieuws. De voetballer slipte op een ijsplek en ging het decor in. Zonder veel erg, alleen een kapotte Audi en een gekneusd ego (van Big on Audi naar Pig on Audi, ook dat is maar één letter verschil). En, hopelijk, toch ook een heel klein beetje imagoschade voor, wat ze in De Autogids liefkozend noemen, ‘het merk met de vier ringen’.

Zou het overigens voor autobouwers geen prachtige incentive zijn om veilige wagens te bouwen mochten er geregeld lijsten worden gepubliceerd van de ongevallen en hun slachtoffers waarbij hun producten een rol speelden? Alleszins zou het een effectief tegengif zijn voor de gratuite, door de media in hun zogenaamd redactionele bijdragen gretig overgenomen, reclamepraatjes over ‘veilige’ auto’s’. Tot nader order is de waarheid dat ze niet bestaan.

 

PS. Toemaatje: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130213_00468122