RSS feed

Het Herman Van Veen-syndroom

Geplaatst op

Het geheugen is soms een bevreemdend ding. De laatste keer dat ik in Amsterdam was, moet ergens in de tweede helft van de jaren negentig geweest zijn. Een congres over fietsen was de aanleiding, maar toch is een heel lange nachtelijke voettocht terug naar mijn ondermaatse hotel wat me het meest is bijgebleven.

In zekere zin herinner ik me nog meer van mijn eerste bezoek, samen met mijn ouders, ergens in de prille jaren zeventig, want de Dam ‘lag’ nog vol hippies – een bezienswaardigheid die het niet lang genoeg volhield om beschermd te worden. Verder herinner ik me ook nog dat we ‘patat’ aten en dat ik mij voornam om later, als ik groot zou zijn, dat zou vieren door een hele pot zoete mayonnaise op mijn eentje leeg te eten.

Ik ben nu al een tijdje volwassen, maar ‘groot’ zal ik vermoedelijk nooit worden. En indien wel, dan zal dat feit toch op een andere manier gevierd worden. Toch is het merkwaardig dat Amsterdam tot vandaag verbonden is gebleven aan die pot mayonnaise.

Twee weken geleden kreeg ik de kans om die dwaze herinnering te overschrijven met nieuwe herinneringen. De dames en heren van het actiecomité ‘Turnhoutsebaan, pak ze aan!’ trokken op studiebezoek naar de grachtenstad en ik mocht mee. Kwestie van voor ‘sfeer en gezelligheid’ ook een tien te kunnen scoren wellicht.

In ieder geval: ik heb toegehapt. En deze keer schrijf ik mijn indrukken maar (min of meer) meteen op – voor ze onder druk van de tijd gereduceerd worden tot een pot mayo of erger.

Dus: wat is me bijgebleven?

Allereerst de hartelijke ontvangst in het Stopera – samentrekking van Stadhuis en Operagebouw, alleen denkbaar in steden die inzien dat cultuur niet de kers op de taart is maar de taart zelf . Doordat ook de NS zucht onder de gevolgen van jaren neoliberaal geschaaf, kwamen we later aan dan gepland. Daardoor moest de wethouder z’n bijdrage beperken tot wat beleefdheidsfrasen – maar dat werd ruimschoots goedgemaakt door de uiteenzettingen van Marjolein de Lange van Amsterdam Bike City en de voorzitter van de Amsterdamse KMO-koepel.

De eerste praatte ons bij over het lokale mobiliteitsbeleid. Ik onthoud: ook hier ging het niet vanzelf. Het is overigens dankzij de opofferingsgezindheid van één gemeenteraadslid geweest (hij bracht de beslissende stem uit, ook al ging zijn echtgenote elk moment bevallen) dat op zeker moment de trendbreuk is ingezet en Amsterdam z’n onzalige autowegenplannen stopzette. Dat moet niet zo lang na die pot mayonnaise geweest zijn, want toendertijd vonden we het nog heel normaal dat we met onze Simca 1000 de stad doorkruisten.

De voorzitter van de Amsterdamse KMO-koepel gaf aan dat die trendbreuk de lokale handel geen windeieren heeft gelegd. Er zijn nu meer bezoekers – en dus klanten – dan ooit. ‘Wij beleven een nieuwe Gouden Eeuw,’ zei hij, al voegde hij er meteen aan toe dat geen middenstander dat ooit zo zou verwoorden: ‘Als neringdoeners zeggen dat het goed gaat, dan gaat het héél goed. En ze zeggen nu dat het goed gaat.’

De plaats waar de ‘omslag’ gebeurde en de afbraak in functie van de auto letterlijk stopte, is nog ruimtelijk te herkennen.

Verder had Marjolein het onder meer over de Nederlandse invulling van het begrip ‘fietsstraat’. Ze toonde ons de plannen voor enkele toekomstige straatherinrichtingen. Daarvan onthoud ik vooral dat de Nederlandse keuze om inhalen door auto’s in fietsstraten niet te verbieden ertoe leidt dat de fietsstraten er breder worden uitgevoerd: ‘want veilig inhalen moet kunnen’.

Gelijk heeft ze. Maar ‘breder’ betekent natuurlijk ook: minder ruimte voor voetgangers, voor groen, blauw en beleving. Het resulteert in nog hoofdzakelijk verharde ruimten waar het openbaar vervoer soms zelfs z’n bedding moet gaan delen met het autoverkeer – iets waar wij nu net van af willen.

De afwezigheid van een inhaalverbod werd gemotiveerd met het ‘opgejaagde gevoel’ dat fietsers krijgen wanneer er auto’s achter hen aan humpen. Maar tijdens de fietstocht nadien ervoer ik dat ook dat geen garantie is: verschillende keren werden we geconfronteerd met spatbordklevers die de afwezigheid van een verbod interpreteerden als een recht, zelfs wanneer de fietsersgroep groot is en de beschikbare ruimte feitelijk te beperkt. Terloops zij opgemerkt dat fietsland Nederland (‘in tegenstelling tot andere beschaafde landen,’ zei professor Dirk Lauwers) geen wettelijk te respecteren minimumafstand bij het inhalen kent. Dat wordt overgelaten aan het inschattingsvermogen van de automobilist zelf: die mag geen andere weggebruikers in gevaar brengen. In de praktijk bleek niet iedereen die regel even correct te interpreteren.

Drummen voor ruimte…

Daarmee focus ik op de Amsterdamse chauffeurs. Toch was het vooral het gedrag van de fietsers dat de deelnemers van onze delegatie het meest imponeerde. Schijnbaar zijn ze (bijna) allemaal slachtoffer geworden van het Herman Van Veen-syndroom: ‘Opzij, opzij, opzij, ik heb een ongelofelijke haast!’ Het werd niet getolereerd dat we langzaam fietsten of andere fietsers het inhalen beletten door naast elkaar te fietsen. Integendeel: onze rode huurfietsjes leken te werken als een rode lap op een stier. Huftergedrag blijkt geen exclusiviteit voor vierwielers te zijn.

Rode lap (met toegevoegde gele lap)
Op de rommelmarkt: creatief voetgangersverweer tegen te snelle fietsers…

Deels was die frustratie natuurlijk het gevolg van het feit dat ook in dit Amsterdam met z’n gedurfde parkeerbeleid het leeuwendeel van de openbare ruimte nog altijd naar de auto gaat (zie het onderzoek van Milieudefensie hiernaar). Fietsers onderling en fietsers en voetgangers strijden dus om de restruimte… Dat de auto ook hier nog een bevoorrechte positie inneemt, werd trouwens pijnlijk duidelijk aan de verkeerslichtengeregelde kruispunten. Die werden gekenmerkt door lange wachttijden en korte groentijden voor de fietsers (en meer nog voor de voetgangers).

Door onze agenda-achterstand in de ochtend en het opgelegde tempo tijdens de fietstocht kreeg ons studiebezoek ongewild iets hijgerigs.

Ik besloot eruit dat ik dringend terug moet komen om de stad op m’n eigen tempo te leren kennen.

Deze keer ga ik er geen decennia mee wachten, pot mayonnaise nog aan toe. Amsterdam heeft me wel degelijk gecharmeerd – ondanks die ‘survival of the fietsest’.

Over Kris Peeters

Mobiliteitsexpert en blikopener bij Bandenloze Vennootschap DAKP. Levert onafhankelijk mobiliteitsadvies, second opinions en creatieve ondersteuning aan bewonersgroepen, oudercomités, bedrijven en overheden. Voor vrijblijvende info: deanderekris@gmail.com Geeft lezingen over mobiliteit voor wie er klaar voor is. Zie: www.koortzz.be Auteur van 'Het Voorruitperspectief' (2000), 'De File Voorbij' (2010), 'Weg van mobiliteit' (2014) en 'Weg van het systeem' (2021). Schrijft daarnaast onder meer columns, opiniebijdragen, sporadische bijdragen her en der en - surprise! - blogberichten. Lector verkeerskunde PXL Hogeschool. Onafhankelijk mobiliteitsadvies.

Volgende »

  1. Mooi verwoord weer, Kris. Mooi ook om te lezen dat ook in Nederland niet alles zomaar rozengeur en maneschijn is als het over het verkeer gaat.
    “Mijn auto, mijn vrijheid”: dat gevoel is nog lang niet weg, maar als ook de fietsers op die manier denken zomaar alle regels aan hun laars te mogen lappen, zijn we niet goed bezig.
    Geniet van Amsterdam bij je volgende bezoek. Hou het ondertussen veilig hier bij ons.

    Geliked door 1 persoon

    Beantwoorden
  2. Fietsers zijn in Nederland een zelfbedreigende soort. Massa’s verkeersongelukken blijken eenzijdig te zijn. Vaak is alcohol in het spel of ander vaak simpel te vermijden risicogedrag. Fietsers zijn beslist niet alleen maar slachtoffers van automobilisten.

    Like

    Beantwoorden
  3. Ferdinand Delasoie

    Ja, bekend probleem. Amsterdamse fietsers, Amsterdamse automobilisten… eigenlijk Amsterdammers in het algemeen.
    N.a.v. je commentaar over de fietsstraat “auto’s te gast” heb ik het ook eens opgezocht. Inderdaad, het bord heeft geen enkele status en de verkeersregels blijven hetzelfde. Heb je dus helemaal niets aan… behalve dat een buitenlander nu helemaal niet meer het verschil ziet tussen een “fietsstraat” en een fietspad. Die laatste zijn zo breed, dat ze er regelmatig een buitenlandse automobilist vanaf moeten halen.

    Like

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: